België moet in het reine komen met haar koloniale verleden. Ons land mag dit niet benaderen op basis van eigen emoties, maar op basis van een diepgaand historisch onderzoek. We hebben reeds veel informatie over de impact van de Belgische Staat en de Belgische autoriteiten, zowel ten aanzien van Congo Vrijstaat, als ten aanzien van Belgisch-Congo (1908-1960).

De bijzondere Congo-commissie, die in het najaar van start zal gaan, moet deze feiten bundelen, de fouten en misdaden duidelijk beschrijven, en de rol van de verschillende actoren onderscheiden. Het is eveneens onze morele plicht om de herinnering levendig te houden en dit ter nagedachtenis van de slachtoffers. Deze stappen zijn noodzakelijk om hen recht te doen, maar ook om de mentaliteit te veranderen en de wortels van het racisme weg te nemen.

Congo 60 jaar onafhankelijk: wie geen lessen wil trekken uit het verleden, legt een hypotheek op de toekomst.

'De waarheid' is immers genoegzaam gekend. Leopold II gebruikte Congo voor persoonlijk gewin en daarbij schuwde men het bruut geweld niet, wat tot talloze slachtoffers leidde. Toen België Congo 'overnam', verbeterde de levensomstandigheden van de Congolese bevolking enigszins, maar bleef het een vorm van apartheid avant la lettre. Het beleid werd bovendien bepaald vanuit Brussel en de Congolese bevolking had letterlijk geen recht van spreken.

Het is wel zo dat we op basis van deze Congo-commissie concrete stappen zetten om het koloniale verleden een gepaste plaats te geven in onze samenleving, onder andere via het onderwijs en de publieke ruimte, en door de herinnering levendig te houden als eerbetoon aan de vele slachtoffers. Het moet ook verder gaan dan een discussie over standbeelden. Het is wel logisch dat er, in het licht van de huidige context, correcties zijn op deze monumenten. Wanneer de lokale entiteiten, die hiervoor bevoegd zijn, beslissen om de beelden te behouden, is het aangewezen dat er duiding bij wordt gegeven.

Dit is een nieuw begin over hoe wij in ons land omgaan met racisme en discriminatie.

Ook moet dit onderzoek aangeven welke formele erkenning van fouten van ons land, uitgesproken door het staatshoofd en geruggensteund door de federale regering, deel uitmaken van de manier waarop wij als samenleving omgaan met ons onverwerkt verleden. Dit moet meer zijn dan een symbolische stap, maar een nieuw begin over hoe wij in ons land omgaan met racisme en discriminatie. Elke mens telt, ongeacht wie hij is of wat hij doet.

De vraag is hoe ons land na deze verzoeningscommissie de internationale relatie met Congo moet vormgeven. Het eerste buitenlands bezoek van de nieuwe president, Félix Tshisekedi, was aan België. Ons land heeft beslist om te kiezen voor de dialoog. Het is immers belangrijk om te investeren in nieuwe, verbeterde relaties tussen onze landen en tussen Congo en de internationale gemeenschap, met als ultieme doel én in samenspraak met de Congolese bevolking, de verbetering van de toekomst van de Congolezen. Dit vergt uiteraard een aanhoudende kritische instelling.

Ook wil ik oproepen tot een andere kijk op Congo en het continent Afrika in het algemeen. Het is een continent met talent en toekomst en we moeten hen vooral beschouwen als gelijke partners. Het hoofd moet daarvan overtuigd zijn. Hoe kunnen we beter met hen in dialoog gaan? Wat kunnen we leren van hun kijk op het leven? Wat zijn hun uitdagingen en hoe kunnen we die naast die van ons leggen? Wat bindt ons, in plaats van te kijken naar onze verschillen? Misschien willen Belgische bedrijven zich wel meer engageren om duurzaam te investeren in Afrika? Uitdagingen genoeg om samen te bekijken gaande van klimaat, droogte, armoede, energie, migratie, werk, welzijn ... Zoveel boeiende zaken waar we als buurcontinenten met een geschiedenis samen kunnen aan werken.

Het verleden kunnen we niet uitwissen, maar we kunnen er wel lessen uit trekken. Als we dat niet doen, hypothekeren we ook de toekomst, want samen kijken naar het verleden moet vooral leiden tot samen werken aan de toekomst.

België moet in het reine komen met haar koloniale verleden. Ons land mag dit niet benaderen op basis van eigen emoties, maar op basis van een diepgaand historisch onderzoek. We hebben reeds veel informatie over de impact van de Belgische Staat en de Belgische autoriteiten, zowel ten aanzien van Congo Vrijstaat, als ten aanzien van Belgisch-Congo (1908-1960). De bijzondere Congo-commissie, die in het najaar van start zal gaan, moet deze feiten bundelen, de fouten en misdaden duidelijk beschrijven, en de rol van de verschillende actoren onderscheiden. Het is eveneens onze morele plicht om de herinnering levendig te houden en dit ter nagedachtenis van de slachtoffers. Deze stappen zijn noodzakelijk om hen recht te doen, maar ook om de mentaliteit te veranderen en de wortels van het racisme weg te nemen.'De waarheid' is immers genoegzaam gekend. Leopold II gebruikte Congo voor persoonlijk gewin en daarbij schuwde men het bruut geweld niet, wat tot talloze slachtoffers leidde. Toen België Congo 'overnam', verbeterde de levensomstandigheden van de Congolese bevolking enigszins, maar bleef het een vorm van apartheid avant la lettre. Het beleid werd bovendien bepaald vanuit Brussel en de Congolese bevolking had letterlijk geen recht van spreken.Het is wel zo dat we op basis van deze Congo-commissie concrete stappen zetten om het koloniale verleden een gepaste plaats te geven in onze samenleving, onder andere via het onderwijs en de publieke ruimte, en door de herinnering levendig te houden als eerbetoon aan de vele slachtoffers. Het moet ook verder gaan dan een discussie over standbeelden. Het is wel logisch dat er, in het licht van de huidige context, correcties zijn op deze monumenten. Wanneer de lokale entiteiten, die hiervoor bevoegd zijn, beslissen om de beelden te behouden, is het aangewezen dat er duiding bij wordt gegeven. Ook moet dit onderzoek aangeven welke formele erkenning van fouten van ons land, uitgesproken door het staatshoofd en geruggensteund door de federale regering, deel uitmaken van de manier waarop wij als samenleving omgaan met ons onverwerkt verleden. Dit moet meer zijn dan een symbolische stap, maar een nieuw begin over hoe wij in ons land omgaan met racisme en discriminatie. Elke mens telt, ongeacht wie hij is of wat hij doet. De vraag is hoe ons land na deze verzoeningscommissie de internationale relatie met Congo moet vormgeven. Het eerste buitenlands bezoek van de nieuwe president, Félix Tshisekedi, was aan België. Ons land heeft beslist om te kiezen voor de dialoog. Het is immers belangrijk om te investeren in nieuwe, verbeterde relaties tussen onze landen en tussen Congo en de internationale gemeenschap, met als ultieme doel én in samenspraak met de Congolese bevolking, de verbetering van de toekomst van de Congolezen. Dit vergt uiteraard een aanhoudende kritische instelling.Ook wil ik oproepen tot een andere kijk op Congo en het continent Afrika in het algemeen. Het is een continent met talent en toekomst en we moeten hen vooral beschouwen als gelijke partners. Het hoofd moet daarvan overtuigd zijn. Hoe kunnen we beter met hen in dialoog gaan? Wat kunnen we leren van hun kijk op het leven? Wat zijn hun uitdagingen en hoe kunnen we die naast die van ons leggen? Wat bindt ons, in plaats van te kijken naar onze verschillen? Misschien willen Belgische bedrijven zich wel meer engageren om duurzaam te investeren in Afrika? Uitdagingen genoeg om samen te bekijken gaande van klimaat, droogte, armoede, energie, migratie, werk, welzijn ... Zoveel boeiende zaken waar we als buurcontinenten met een geschiedenis samen kunnen aan werken. Het verleden kunnen we niet uitwissen, maar we kunnen er wel lessen uit trekken. Als we dat niet doen, hypothekeren we ook de toekomst, want samen kijken naar het verleden moet vooral leiden tot samen werken aan de toekomst.