Vera Kicken neemt enige opschudding waar aangaande de institutionele toekomst van België (Knack, 28.12.16). Peter De Roover (N-VA) roept immers op om voor een onafhankelijk Vlaanderen te kiezen en volgens de essayist Jules Gheude kunnen de Walen er zich maar beter op voorbereiden. Maar De Roover verkondigt dit al meer dan dertig jaar en ook Gheude orakelt al een kwarteeuw dat het einde van België nabij is.

Post-separatistische project

De schrijfster geeft ons wél een correcte definitie wanneer ze stelt dat een confederatie, waar ze voorstander van is, een samenwerkingsakkoord impliceert tussen soevereine staten. Zwitserland is sedert 1848 geen confederatie meer, maar een federatie. De naam Confoederatio Helvetica verwijst slechts naar het verleden.

Confederalisme biedt geen oplossingen, en torpedeert de democratie

Een confederatie is dus geen staat, maar een verdragsunie van onafhankelijke staten. Daar de Belgische deelgebieden dat niet zijn, betekent dit dat ze eerst onafhankelijk moeten worden. Het betreft dus een post-separatistisch project, hetgeen de schrijfster overigens niet ontkent. Ze geeft immers aan dat in een confederaal model Vlaanderen een lidstaat van de E.U. wordt.

Kicken betwijfelt tegelijkertijd terecht of een meerderheid van de Vlamingen voorstander van onafhankelijkheid is. Volgens haar is diezelfde Vlaming niet gekant tegen een confederaal België. De tegenstrijdigheid is duidelijk. Men kan immers niet tegelijkertijd voor confederalisme en tegen onafhankelijkheid zijn.

Brussel en het getrapte kiessysteem

Kicken gaat nogal gemakkelijk over het statuut van Brussel heen. Dat Gewest zou in haar hypothese door Vlaanderen en Wallonië bestuurd worden. Welnu, enkel de Gewesten (en niet de Gemeenschappen) beschikken over een eigen grondgebied. Bij de ontbinding van een staat geldt louter dat criterium. Het is dus onwaar dat het Vlaams en Waals Gewest het Brussels Gewest de status van een protectoraat zouden kunnen toebedelen.

Maar zelfs indien die hypothese zou kloppen, stelt zich de vraag waarom de Brusselaars een werkbare tweetalige unitaire regering, die alle beslissingen neemt, zouden krijgen en de rest van de Belgen niet.

De schrijfster stelt voorts dat federale verkiezingen tot het verleden zullen behoren: "Vlamingen en Franstaligen krijgen de partijen en het beleid waar zij voor stemden". Geldt dit getrapt kiessysteem (!) ook voor de Brusselaars en de Duitstaligen, of worden dat tweederangsburgers? Democratie betekent trouwens niet dat elk gebied steeds het beleid moet krijgen waarvoor het kiest. In Texas wordt al méér dan veertig jaar op een Republikeinse presidentskandidaat gestemd. Toch heeft die staat de helft van die tijd een Democratische president gekregen.

Confederalisme betonneert bestaande problemen

Dat de huidige federale staatsstructuur "onwerkbaar" is, zoals mevrouw Kicken aangeeft, klopt. Ironisch genoeg is dit net het gevolg van de confederale elementen in ons staatsbestel. De voorbeelden daarvan zijn legio: de indeling van het federale parlement in twee taalgroepen, de bijzondere meerderheden voor sommige wetten, het gebrek aan normenhiërarchie, de afwezigheid van eenheid in de buitenlandse politiek alsook van een volwaardig Grondwettelijk Hof en de belangenconflicten die deelgebieden kunnen inroepen. De schrijfster haalt zelf het voorbeeld van het belangenconflict tussen het Vlaams en het Brussels Gewest over de geluidsnormen aan. Zoals het de confederale logica betaamt, heeft geen enkele hogere instantie de bevoegdheid om over deze twisten oordelen. En dus blijft de zaak aanslepen.

In een confederatie wordt de democratie vervangen door vrijwillige samenwerking. Het algemeen belang wordt onderhandeld.

Dat ons federalisme zo werkt, komt omdat de structuur uitgaat van een taalnationalistische conceptie waarbij "etnisch" afgebakende gebieden die voor wat hun bevoegdheden betreft op hun onvervreemdbare soevereiniteit staan, de staat samenstellen.

Dat leidt tot absurde situaties, waarin bijvoorbeeld enkele tienduizenden kiezers in de piepkleine Duitstalige Gemeenschap de werking van de EU kunnen paralyseren. In een confederatie wordt de democratie vervangen door vrijwillige samenwerking. Het algemeen belang wordt onderhandeld. In een democratische relatie zijn de burgers de eerste rechtssubjecten. In een confederale verhouding worden de lidstaten de eerste dragers van het recht. Zo'n schema is gebaseerd op een ideologie: het nationalisme.

Het overheidsbeslag zal niet dalen

In een democratische relatie vertegenwoordigen de verkozenen de hele bevolking, in een confederale relatie zijn slechts de gevolmachtigden van de deelgebieden vertegenwoordigd. We zien dit vandaag al bij intra-Belgische samenwerkingsakkoorden. Die staan boven wetten, decreten of ordonnanties. Ze worden gesloten tussen (deelstatelijke en federale) uitvoerende machten in een interministeriële conferentie. In tegenstelling tot een regering kan die niet ten val worden gebracht. De oppositie wordt niet uitgenodigd. Op Europees niveau merkt men hetzelfde met de Europese Ministerraad die door het Europees Parlement niet ter verantwoording kan geroepen worden. Wie confederalisme in België nastreeft, wil net deze situatie exponentieel versterken.

Ook het overheidsbeslag zal niet dalen. De drie of vier entiteiten - elk met een eigen vetorecht - die het confederale België zouden samenstellen, zouden zelfs nog méér parlementsleden en ministers hebben dan vandaag het geval is, gelet op de toename van hun bevoegdheden. Bevoegdheidspakketten zouden eveneens niet "homogeen" zijn. Zo wil de schrijfster asiel en terrorismebestrijding aan het confederale niveau overlaten. Maar justitie en politie, alsook integratie die hier onlosmakelijk mee verbonden zijn, zouden dan exclusieve bevoegdheden worden van de lidstaten. Bovendien kunnen er in een confederatie nog steeds gedeelde bevoegdheden bestaan. De E.U. is hier het beste voorbeeld van.

Er bestaat nochtans een eenvoudige uitweg uit het taalfederalistische labyrint. Het betreft een gedecentraliseerde eenheidsstaat op basis van meer dan zes entiteiten, zoals de provincies. In Nederland, het thuisland van de schrijfster, werkt die staatsvorm alvast tot ieders tevredenheid.

Vera Kicken neemt enige opschudding waar aangaande de institutionele toekomst van België (Knack, 28.12.16). Peter De Roover (N-VA) roept immers op om voor een onafhankelijk Vlaanderen te kiezen en volgens de essayist Jules Gheude kunnen de Walen er zich maar beter op voorbereiden. Maar De Roover verkondigt dit al meer dan dertig jaar en ook Gheude orakelt al een kwarteeuw dat het einde van België nabij is.De schrijfster geeft ons wél een correcte definitie wanneer ze stelt dat een confederatie, waar ze voorstander van is, een samenwerkingsakkoord impliceert tussen soevereine staten. Zwitserland is sedert 1848 geen confederatie meer, maar een federatie. De naam Confoederatio Helvetica verwijst slechts naar het verleden.Een confederatie is dus geen staat, maar een verdragsunie van onafhankelijke staten. Daar de Belgische deelgebieden dat niet zijn, betekent dit dat ze eerst onafhankelijk moeten worden. Het betreft dus een post-separatistisch project, hetgeen de schrijfster overigens niet ontkent. Ze geeft immers aan dat in een confederaal model Vlaanderen een lidstaat van de E.U. wordt. Kicken betwijfelt tegelijkertijd terecht of een meerderheid van de Vlamingen voorstander van onafhankelijkheid is. Volgens haar is diezelfde Vlaming niet gekant tegen een confederaal België. De tegenstrijdigheid is duidelijk. Men kan immers niet tegelijkertijd voor confederalisme en tegen onafhankelijkheid zijn.Kicken gaat nogal gemakkelijk over het statuut van Brussel heen. Dat Gewest zou in haar hypothese door Vlaanderen en Wallonië bestuurd worden. Welnu, enkel de Gewesten (en niet de Gemeenschappen) beschikken over een eigen grondgebied. Bij de ontbinding van een staat geldt louter dat criterium. Het is dus onwaar dat het Vlaams en Waals Gewest het Brussels Gewest de status van een protectoraat zouden kunnen toebedelen. Maar zelfs indien die hypothese zou kloppen, stelt zich de vraag waarom de Brusselaars een werkbare tweetalige unitaire regering, die alle beslissingen neemt, zouden krijgen en de rest van de Belgen niet.De schrijfster stelt voorts dat federale verkiezingen tot het verleden zullen behoren: "Vlamingen en Franstaligen krijgen de partijen en het beleid waar zij voor stemden". Geldt dit getrapt kiessysteem (!) ook voor de Brusselaars en de Duitstaligen, of worden dat tweederangsburgers? Democratie betekent trouwens niet dat elk gebied steeds het beleid moet krijgen waarvoor het kiest. In Texas wordt al méér dan veertig jaar op een Republikeinse presidentskandidaat gestemd. Toch heeft die staat de helft van die tijd een Democratische president gekregen. Dat de huidige federale staatsstructuur "onwerkbaar" is, zoals mevrouw Kicken aangeeft, klopt. Ironisch genoeg is dit net het gevolg van de confederale elementen in ons staatsbestel. De voorbeelden daarvan zijn legio: de indeling van het federale parlement in twee taalgroepen, de bijzondere meerderheden voor sommige wetten, het gebrek aan normenhiërarchie, de afwezigheid van eenheid in de buitenlandse politiek alsook van een volwaardig Grondwettelijk Hof en de belangenconflicten die deelgebieden kunnen inroepen. De schrijfster haalt zelf het voorbeeld van het belangenconflict tussen het Vlaams en het Brussels Gewest over de geluidsnormen aan. Zoals het de confederale logica betaamt, heeft geen enkele hogere instantie de bevoegdheid om over deze twisten oordelen. En dus blijft de zaak aanslepen.Dat ons federalisme zo werkt, komt omdat de structuur uitgaat van een taalnationalistische conceptie waarbij "etnisch" afgebakende gebieden die voor wat hun bevoegdheden betreft op hun onvervreemdbare soevereiniteit staan, de staat samenstellen.Dat leidt tot absurde situaties, waarin bijvoorbeeld enkele tienduizenden kiezers in de piepkleine Duitstalige Gemeenschap de werking van de EU kunnen paralyseren. In een confederatie wordt de democratie vervangen door vrijwillige samenwerking. Het algemeen belang wordt onderhandeld. In een democratische relatie zijn de burgers de eerste rechtssubjecten. In een confederale verhouding worden de lidstaten de eerste dragers van het recht. Zo'n schema is gebaseerd op een ideologie: het nationalisme. In een democratische relatie vertegenwoordigen de verkozenen de hele bevolking, in een confederale relatie zijn slechts de gevolmachtigden van de deelgebieden vertegenwoordigd. We zien dit vandaag al bij intra-Belgische samenwerkingsakkoorden. Die staan boven wetten, decreten of ordonnanties. Ze worden gesloten tussen (deelstatelijke en federale) uitvoerende machten in een interministeriële conferentie. In tegenstelling tot een regering kan die niet ten val worden gebracht. De oppositie wordt niet uitgenodigd. Op Europees niveau merkt men hetzelfde met de Europese Ministerraad die door het Europees Parlement niet ter verantwoording kan geroepen worden. Wie confederalisme in België nastreeft, wil net deze situatie exponentieel versterken. Ook het overheidsbeslag zal niet dalen. De drie of vier entiteiten - elk met een eigen vetorecht - die het confederale België zouden samenstellen, zouden zelfs nog méér parlementsleden en ministers hebben dan vandaag het geval is, gelet op de toename van hun bevoegdheden. Bevoegdheidspakketten zouden eveneens niet "homogeen" zijn. Zo wil de schrijfster asiel en terrorismebestrijding aan het confederale niveau overlaten. Maar justitie en politie, alsook integratie die hier onlosmakelijk mee verbonden zijn, zouden dan exclusieve bevoegdheden worden van de lidstaten. Bovendien kunnen er in een confederatie nog steeds gedeelde bevoegdheden bestaan. De E.U. is hier het beste voorbeeld van.Er bestaat nochtans een eenvoudige uitweg uit het taalfederalistische labyrint. Het betreft een gedecentraliseerde eenheidsstaat op basis van meer dan zes entiteiten, zoals de provincies. In Nederland, het thuisland van de schrijfster, werkt die staatsvorm alvast tot ieders tevredenheid.