Elk jaar vinden er in ons land zo'n 25.000 echtscheidingen plaats. Ongeveer 10 procent daarvan zijn vechtscheidingen, zo blijkt uit het onderzoek 'Scheiden in Vlaanderen' van professor Dimitri Mortelmans (UAntwerpen). De Brusselse zakenman Gerry le Grelle was naar eigen zeggen het 'lijdend voorwerp' van zo'n vechtscheiding. Hij maakte fortuin in de vastgoedsector en is mecenas van Filiatio, een vereniging die de belangen van gescheiden vaders verdedigt.
...

Elk jaar vinden er in ons land zo'n 25.000 echtscheidingen plaats. Ongeveer 10 procent daarvan zijn vechtscheidingen, zo blijkt uit het onderzoek 'Scheiden in Vlaanderen' van professor Dimitri Mortelmans (UAntwerpen). De Brusselse zakenman Gerry le Grelle was naar eigen zeggen het 'lijdend voorwerp' van zo'n vechtscheiding. Hij maakte fortuin in de vastgoedsector en is mecenas van Filiatio, een vereniging die de belangen van gescheiden vaders verdedigt. Le Grelle vindt dat co-ouderschap voor vaders nog altijd een taboe is in ons land. 'Natuurlijk gebeurt er veel onrecht tegenover moeders en zijn er mannen die hun vrouw of hun kinderen slecht behandelen. Dat ontken ik niet, maar de meeste vaders willen na hun echtscheiding wel nog een belangrijke rol spelen in de opvoeding van hun kind en dat recht wordt hen nog te vaak ontzegd door familierechters.' Toch wordt de echtscheidingswet uit 2006 van voormalig minister van Justitie Laurette Onkelinx een van de meest progressieve van Europa genoemd. 'De grootste verdienste van die wet', zegt professor Mortelmans, 'is dat we daarmee naar een schuldloze echtscheiding evolueerden. Je hoeft niet langer te bewijzen dat een van beide partners schuld had aan het mislukken van de relatie. Er hoeven geen agenten of privédetectives meer te worden ingeschakeld om 's morgens de matras te controleren op mogelijk overspel.' De wet maakt het ook mogelijk om eenzijdig een echtscheiding in gang te zetten, zonder akkoord van de andere partner. 'Zo vermijd je dat het huwelijk in stand moet worden gehouden omdat een van beide partners niet wil scheiden', verduidelijkt Mortelmans. 'De wet voorziet ook in een betere alimentatieregeling. Bovendien moet de rechter het co-ouderschap als eerste mogelijke verblijfsregeling overwegen als er kinderen bij betrokken zijn. Dat betekent dat ze de helft of bijna de helft van de tijd doorbrengen bij een van beide ouders. Het gekke is dat die mogelijkheid in de publieke opinie geëvolueerd is naar het idee dat co-ouderschap voortaan verplicht is, maar dat staat niet in de wet. Het is nog altijd aan de rechter om dat al dan niet toe te staan.' Ons land heeft geen enkele databank waar de verblijfsregeling van kinderen na een scheiding wordt geregistreerd, geeft professor Mortelmans toe. 'We weten dus ook niet of vaders al dan niet voldoende recht krijgen op co-ouderschap.' 'Precies daarom zijn wij dan maar zelf aan de slag gegaan', vertelt zakenman Le Grelle. Met zijn vereniging Filiatio analyseerde hij duizenden vonnissen waar de vader om co-ouderschap vroeg. Ze werkten daarvoor samen met de Brusselse Liga Voor Geestelijke Gezondheidszorg. Minister van Justitie Koen Geens gaf de Liga toestemming om de vonnissen op te vragen bij de griffies van de familierechtbanken. Professor Mortelmans vindt het een verdienstelijk onderzoek en is met Le Grelle overeengekomen om het voort te zetten. 'We willen dat wel op een meer wetenschappelijke manier aanpakken. Ik weet dat mannen zich gediscrimineerd voelen, maar er zijn ook belangengroepen van gescheiden vrouwen die vinden dat het co-ouderschap te snel wordt toegekend aan vaders.' Het onderzoek van Filiatio bevestigde de vermoedens van Gerry le Grelle: ongeveer 40 procent van de vaders werd het co-ouderschap geweigerd. 'Het enige goede nieuws is dat het percentage van vaders die mee het hoederecht over hun kinderen krijgen, stijgt en dat in Vlaanderen co-ouderschap vlotter wordt toegekend dan in Brussel en Wallonië.' Ex-magistraat Kris Mennens was een van de medewerkers aan het onderzoek. Hij analyseerde de vonnissen van de Antwerpse rechtbank tussen 2010 en 2014. 'In 48 procent van de zaken kenden de rechters de gelijkmatige verdeling van de kinderen toe. In 2012 bedroeg dat percentage slechts 32 procent, terwijl dat aandeel in 2014 was gestegen tot 52 procent.' De analyse gebeurde op basis van 2565 vonnissen. Wat Mennens vooral ergert, is de volgens hem bijna totale willekeur bij individuele rechters. Uit bijkomend onderzoek van vonnissen van Antwerpse familierechters in 2015 en 2016 bleek dat een rechter in 66 procent van de vonnissen een '7/7-verblijfsregeling' (een week bij de moeder, een week bij de vader) toekende, terwijl zijn collega, een kantoor verder, dat slechts deed in 28 procent van de gevallen. 'Het hangt er dus maar van af wie uw rechter is. De toekomstige relatie van een gescheiden vader met zijn kind wordt met andere woorden niet bepaald door de wet, maar door de rechter en zijn humeur van die dag. Die loterij aanvaarden wij niet langer.' Ook Gert Coppens van het Centrum voor Ouders & Kind, een vzw die gescheiden mensen bijstaat, vindt dat de echtscheidingswet rechters te veel interpretatieruimte laat. 'Er is nauwelijks controle op de kwaliteit van hun werk. Zij doen gewoon hun zin en er zijn haast geen mogelijkheden om daarover je beklag te doen. Je kunt een klacht indienen bij de Hoge Raad voor de Justitie, maar daar maak je nauwelijks kans.' 'Bovendien zal de rechter in afwachting van de behandeling van de klacht het kind zo goed als altijd permanent toewijzen aan de moeder', vult Kris Mennens aan. 'Die procedure kan een hele tijd duren en ondertussen vervreemd je helemaal van je kind. Probeer achteraf dan maar eens de aangebrachte schade te herstellen.' Hoe jonger het kind is, hoe minder vaak co-ouderschap aan vaders wordt toegekend. Dat is een andere opvallende vaststelling uit de studie van Filiatio. In 35 procent van de echtscheidingszaken baseert de rechter zijn oordeel op de leeftijd van het kind. Andere belangrijke factoren zijn de afstand tussen de woonplaatsen van beide ouders (20 procent) en de wens van het kind (17 procent). Mennen constateerde ook dat veel rechters oordelen op basis van de leeftijd van het jongste kind in het gebroken gezin. 'Dus als een gescheiden echtpaar drie kinderen heeft van tien, acht en vijf jaar, dan krijgt de vader toch vaak geen co-ouderschap vanwege het jongste kind. Men zou zich in dat geval toch mogen afvragen of de belangen van de oudere kinderen dan ondergeschikt zijn aan die van het jonge kind. Ik zie trouwens het probleem niet voor het jonge kind, aangezien het met zijn broertje(s) en/of zusje(s) naar de andere ouder kan gaan.' Volgens Le Grelle zijn er familierechters die elk co-ouderschap weigeren als de kinderen jonger zijn dan vijf, zes jaar. 'Waarom? Een moeder is per definitie toch geen betere opvoeder dan een vader. (gooit de armen in de lucht) Geloven die rechters nog altijd in de moeder Maria? Denken ze dat vaders alleen geïnteresseerd zijn in hun werk en hobby's en dat alle vrouwen nog thuis werken? Ik vrees dat sommigen niet mee zijn geëvolueerd met onze samenleving.' Professor Mortelmans beseft dat sommige rechters gevoeliger zijn voor de argumenten van moeders. 'Ook in politierechtbanken zie je dat een rechter in Dendermonde anders oordeelt dan zijn collega in Leuven of Antwerpen. Niets menselijks is rechters vreemd. Maar er is ook vooruitgang: vroeger moest de rechter gewoon zeggen: ik doe dit. Nu moet hij zeggen welke criteria hij gebruikt om tot zijn beslissing te komen.' Rechters kiezen volgens Gerry le Grelle nog te vaak en te snel voor de klassieke weekendregeling. Dat betekent dat de vaders hun kind om de week in het weekend zien. 'Maar op zo'n manier ben je toch niet echt betrokken bij de opvoeding en bij het leven van je zoon of dochter. Als je je kind maar om het weekend ziet, voel je je als vader bijna verplicht om daar telkens iets speciaals van te maken en dus trek je naar Walibi of Plopsaland. Bovendien begint voor de ene rechter het weekend op vrijdagnamiddag na school, terwijl dat in een andere stad pas zaterdagochtend van start gaat.' 'Dat wil ik niet als vader. Ik wil leven met mijn kind, helpen met school, praten over problemen, de vriendjes en het leven. Dat kan niet als je je kind enkel in een weekend ziet. Zo'n regeling zou de uitzondering moeten zijn, terwijl ze nu nog massaal wordt toegepast. De gevolgen voor die vaders zijn verschrikkelijk. Mocht ik in zo'n situatie zijn beland, dan zeg ik u eerlijk: ik had mijn dochtertje ontvoerd en meegenomen naar het buitenland. Ik kon me dat financieel veroorloven. Hoeveel mannen zijn er niet die zelfmoord plegen omdat ze verstoten worden als vader? Natuurlijk zijn er ook die na een scheiding liefst zo weinig mogelijk te maken willen hebben met hun kind, maar dat is een kleine minderheid.' Monique Van Eyken is bemiddelaar bij scheidingen, docent in het postgraduaat bemiddeling aan de KU Leuven en auteur van het boek Een week mama, een week papa? Zij vindt de klassieke weekendregeling ook niet ideaal. 'Dan krijg je inderdaad pretparkouders en raak je niet echt betrokken bij de opvoeding van je kind. Soms kan het natuurlijk niet anders, bijvoorbeeld als beide partners te ver uit elkaars buurt wonen, of als een van beide exen vaak in het buitenland moet zijn.' Toch vindt ze de dagen tellen die je met je kind doorbrengt niet het belangrijkst. 'Ouders zien die tijd te veel als hun tijd in plaats van tijd voor het kind. Kinderen, ook die van gescheiden ouders, moeten vooral het gevoel hebben dat je er bent als dat nodig is. Ik hoor in mijn praktijk kinderen klagen dat hun ouder de hele dag achter de computer zit als hij of zij daar verblijft. Je kunt bovendien als ouder eveneens betrokken blijven als het kind niet bij je verblijft, bijvoorbeeld door te bellen tijdens de examenperiode of als vader met je zoon naar de voetbaltraining te gaan, ook al is het de week van moeder.' Professor Mortelmans bevestigt dat hoe jonger het kind is, hoe sneller dat wordt toegewezen aan de moeder. 'Ik denk dat hier nog altijd het idee speelt dat de moeder de primair zorgende figuur is. Tegelijkertijd zie ik dat steeds meer rechters in de afgesproken verblijfsregeling een meegroeiplan opnemen. Dat betekent dat naarmate het kind ouder wordt, het ook meer tijd kan spenderen bij de vader.' Onlangs dook in de media een buitenlandse studie op die beweerde dat co-ouderschap niet altijd in het belang van het kind zou zijn. Dimitri Mortelmans zucht: 'Daar gaan we weer. Er is altijd wel een of andere internationale studie die het (on)gelijk van iets bevestigt. Gelukkig deed de Amerikaanse onderzoekster Linda Nielsen recent een reviewstudie van meer dan veertig studies over co-ouderschap. Zij ontdekte enkele studies die de focus leggen op negatieve gevolgen van co-ouderschap, maar de overgrote meerderheid besluit dat co-ouderschap positieve effecten heeft op kinderen.' Monique Van Eycken vindt het vooral belangrijk dat jonge kinderen goed en veilig gehecht raken. 'Veel psychologen raden daarom aan om kinderen die jonger zijn dan zes jaar op een vaste plaats te laten wonen en hen daarnaast ook zo veel mogelijk contact te laten hebben met de andere partner. Dat is de theorie. In de praktijk is dat met twee ruziënde partners niet zo makkelijk goed te regelen. Ik heb zelfs bemiddeld bij koppels die al aan het scheiden waren terwijl de vrouw nog zwanger was. Begin daar maar aan. Ik moest zelfs het bezoek aan de gynaecoloog bespreken, hoe die bevalling moest verlopen, wie er naar het ziekenhuis mee kon en wat er op het geboortekaartje moest staan.' Over de vraag of jonge kinderen dan beter bij de moeder verblijven, doet Van Eycken liever geen grote uitspraken. 'Een kind moet vooral voelen dat de ouder adequaat reageert op zijn noden, al zijn er wel psychologen die zeggen dat een moeder beter toegerust is om te weten wat een kind nodig heeft. Ik zie veel mannen pas vader worden als de kinderen ouder zijn. Een kind heeft in zijn ontwikkeling soms meer behoefte aan een van de beide ouders, daar zou je tijdens een scheiding beter op moeten kunnen inspelen. Gisteren sprak ik bijvoorbeeld met een puberend meisje. Zij is bang dat ze bij haar papa zal verblijven als ze haar eerste maandstonden krijgt. Niet dat ze hem niet graag ziet, maar op dat moment zou ze daar toch liever met haar moeder over praten. Dat begrijp ik. 'Na een echtscheiding hebben kinderen flexibele ouders nodig die in het belang van het kind kunnen denken. Laat kinderen zichzelf blijven. Ik zie veel kinderen kameleons worden: bij papa moet ik zo zijn, mag ik die dingen doen en die kleren dragen, terwijl dat bij mama helemaal anders is. Op den duur weten ze niet meer wie ze echt zijn.' Over de reden waarom vrouwen vaker de strijd om het co-ouderschap winnen, zijn Gerry le Grelle en Gert Coppens het snel eens: vrouwen zijn sterkere lobbyisten en beter georganiseerd in de strijd om het kind. 'En ze worden sneller geloofd door de familierechters. Nergens wordt er zo veel gelogen als in de familierechtbanken', zegt Le Grelle. 'Het kind wordt door de moeder als een wapen gebruikt in de strijd tegen haar ex-partner en ze schrikt er niet voor terug om de goorste leugens over haar ex te verzinnen. Sommige rechters zijn nogal snel geneigd om dat deel van het verhaal voor waar aan te nemen. Als je sommige vrouwen mag geloven zijn we nog erger dan Marc Dutroux. We zijn agressief, drinken en zitten aan andermans kinderen en vrouwen en ze hoeven dat niet eens te bewijzen.' Moet je als man dan niet op de blaren zitten als je bent vreemdgegaan? Le Grelle: 'Je blijft toch de vader. Een vrouw die zich verraden of in de steek gelaten voelt door haar echtgenoot, kan en mag scheiden, maar dat is geen reden om het kind weg te nemen van de vader.' Hij vindt rechters bovendien niet erg geschikt om zulke verstrekkende vonnissen te vellen. 'Een rechter is jurist, maar geen psycholoog. Hij is niet opgeleid om dit soort ingewikkelde conflicten te beslechten in een kwartiertje. Dat is onmogelijk, zeker als er een vechtend koppel voor je staat en als er advocaten in het spel zijn die de twee partijen ophitsen.' Mortelmans: 'Familierechters worden inderdaad overstelpt door het vele werk, maar ik heb groot respect voor hen. De familierechtbanken, die enkele jaren geleden werden opgericht, zijn een hele stap vooruit in vergelijking met de versnipperde aanpak van vroeger.' Gerry le Grelle zou graag in de wet-Onkelinx laten opnemen dat familierechters minimaal een 9/5-verblijfsregeling zouden moeten toekennen als een van beide partners daarom vraagt. 'Dat zou veel frustratie wegnemen bij gescheiden vaders.' Professor Mortelmans is het daar niet mee eens. 'Je kunt dat niet vastleggen in een wet en ik weet uit ervaring dat heel wat vaders dat ook niet zien zitten. Ik pleit wel voor het verplicht opstellen van een ouderschapsplan na een scheiding. Een wetsvoorstel daarover ligt klaar in het parlement. Zo'n plan verplicht beide partners om na te denken over de verdere opvoeding van hun kind, bijvoorbeeld hoe de school- en studiekeuze zal worden bepaald. In Nederland is zo'n ouderschapsplan verplicht. Volgens tegenstanders zal dat tot meer conflicten leiden en de scheidingsprocedure langer maken. Misschien is dat zo, maar onze kinderen zijn wel een goed ouderschapsplan waard. Je bent misschien niet levenslang partner in een relatie, maar wel levenslang ouder van je kinderen.'