Hoe bent u in Genève beland?
...

Hoe bent u in Genève beland? Cindy Van Acker: Ik dans sinds mijn zesde. Het is de taal waarin ik me op de meest organische manier kan uiten. Op mijn twintigste danste ik bij het Koninklijk Ballet van Vlaanderen in Antwerpen, tot ik besloot mee te doen aan een auditie bij Le Ballet du Grand Théâtre de Genève. Ik werd aangenomen, verhuisde naar Zwitserland en richtte daar in 2002 mijn gezelschap Compagnie Greffe op, waarmee ik het atemporele onderzoek, datgene wat buiten de tijd staat. Hoe past Without References in dat onderzoek? Van Acker: Met dans probeer ik de ongrijpbare realiteit zichtbaar en voelbaar te maken. Dat klinkt abstract, dus ik zal een voorbeeld geven. Stel je voor dat je op een windstille dag buiten aan de waslijn een handdoek ophangt. Die hangt daar doodstil. Dat is het uitgangspunt van Without References. We hangen de tijd op. We laten je kijken naar de tijd en wat er in die tijd allemaal gebeurt. Bijvoorbeeld door een beweging te onderbreken. 'Een verrassende choreografie die bol staat van de betekenisvolle blikken en verwachtingen', noemt Concertgebouw Brugge het. Welke blikken? Steelse? Stoute? Van Acker:(lacht) Onder meer. Ik heb de dansers niet gevraagd om op een bepaalde manier te kijken. Ter voorbereiding van deze voorstelling dook ik wel met elk van hen apart de studio in. Ik ontdekte hun sterktes en zwaktes, wat hen drijft en fascineert. Allemaal brachten ze een favoriet muziekstuk mee, waaruit we telkens een solo creëerden. Die solo's vormen samen de Shadowpieces en zijn de basis van dit stuk, samen met twee films. Nee, ik verklap niet welke films. Je hebt die referenties niet nodig om de voorstelling te kunnen beleven. De minimalistische muziek van de Japanse band Goat vormt een leidraad. Net zoals het decor van Romeo. U mag Romeo zeggen. U bedoelt Romeo Castellucci. Van Acker: (lacht) We werken al sinds 2005 samen. Ik verzorgde onder meer de choreografieën bij zijn opera's in De Munt, Parsifal en Die Zauberflöte. We begrijpen elkaar. En we zijn allebei gefascineerd door de tijd. Dus ontwierp hij een ruimte die er, als ik de trailer bekijk, uitziet als een wachtkamer? Van Acker: Zo mag je het zien, ook al is dat niet de insteek. Het is een grote ruimte, bestaande uit drie hoge houten wanden en een plafond. In die ruimte staan enkele stoelen en een televisie, waarop de twee films spelen. Het geluid van de films is voortdurend hoorbaar maar wordt soms overstemd door de muziek. Met de muziek, de tien dansers, de ruimte en het licht maak ik scènes die als stenen zijn waarmee de toeschouwer een huis kan bouwen. Welk huis? Van Acker: Om het even welk huis. Dans is haast een vorm van beeldende kunst. Als choreograaf schilder je niet met verf, maar met licht en lijven. De toeschouwers verzinnen een verhaal bij de zo perfect mogelijke schoonheid die ik hen voorschotel. Ik hoop dat iedereen een verhaal ziet in hoe de dansers - in sobere, elegante en loszittende stadskledij - als in boeken verzonken lezers rondtrippelen, of samen in slow motion bewegen op tranceachtige percussie. In 2022 bestaat uw gezelschap twintig jaar. Toont u die schoonheid dan eindelijk in Oostende? Tijdens Theater Aan Zee of Dansand, bijvoorbeeld? Van Acker: (verrast) Daar heb ik nog niet over nagedacht. Dat ga ik nu even doen.