Ik ben blij dat ik met de VVB voor het derde jaar op rij kan meewerken aan 'De Doordenkers van Knack.be'. De zomertijd is een periode van reflectie, bezinning. Steevast loop ik dan aan tegen het vraagstuk hoe je maatschappelijke betrokkenheid kan vergroten. Maar misschien is dat een verkeerde vraag. Vlaanderen bulkt van maatschappelijke betrokkenheid. We zijn de zorgzame samenleving bij uitstek. Wat mensen in basisorganisaties zich wellicht eerder afvragen, is hoe die zorg voor mensen in familie, buurt en wijk - denk ook aan jeugd- en sportverenigingen! - zich laat opnemen in een groter verhaal. In een eeuw die zich aankondigde als een tijd van versnippering, is het een basisvraagstuk voor het middenveld. Voor mij is het een rode draad die ik de komende weken graag door mijn bijdragen laat lopen.

'Cijfercynisme maakt het ook de Vlaamse Beweging moeilijk een deel van haar verhaal te verkopen'

Een algemene bedenking die je kan maken, is dat cijfers weinig motiverend meer zijn voor het brede publiek. Als het je bedoeling is om mensen te betrekken bij een project op gemeenschapsniveau om de manier van samenleven te verbeteren, dan is schermen met statistieken wel een van de slechtst denkbare manieren. Je hoort nog wel eens uit de volksmond: "Met statistiek kan je alles bewijzen." Wetenschappers zullen daartegenin brengen dat dit niet klopt indien iedereen precies op dezelfde manier evoluties voorstelt en precies op dezelfde wijze vergelijkingen over de jaren uitwerkt. Het probleem is dat politiek niet werkt met nuances, laat staan precisie. Politiek wil overtuigen en dat doe je niet alleen door het verstand van mensen, maar vooral hun hart aan te spreken. Hoe stel je de evolutie voor van de opwarming van de planeet? De krimpende werkloosheid? Cijfers kan je nooit los bekijken van de bedoelingen van de onderzoekers. Je onderzoekt altijd iets vanuit een betrokkenheid. Wat politici en drukkingsgroepen vervolgens met cijfers aanvangen: ik hoef er geen tekeningetje bij te maken.

Het is een open deur intrappen: maar sociale en andere media zijn niet bij machte om van de stand van het land (of de wereld) het hele plaatje te geven, of het nu gaat over misdaadcijfers, uitkeringen, zelfs aantallen gebruikers van het openbaar vervoer. Soms wíllen ze ook geen kritische kanttekeningen bij cijfers plaatsen. Omdat het cijfer zelf een politiek statement is geworden: "Kijk, we sturen meer illegale vreemdelingen terug dan ooit!" Of: "Luister eens, er is nog nooit zoveel verborgen armoede geweest op het platteland!" Door de cijferindigestie stelt zich in feite een fundamenteel probleem wat de vrijheid van meningsuiting betreft. Mensen zijn moe van cijfers en komen in elk geval niet meer toe aan autonome informatiegaring om tot een vrije en onbevangen eigen gevormde mening te komen.

Transferframing

Het cijfercynisme maakt het ook de Vlaamse Beweging moeilijk een deel van haar verhaal te verkopen. Met de N-VA is de Vlaamse Beweging voor een stuk mee aan de macht. Toch waren de machtsdeelnames van Vlaams-nationalisten de afgelopen decennia zeldzaam. Of zaten VU en N-VA in een bijrol. Nu is dat veranderd, maar een underdogpositie zweet je mentaal niet zomaar op enkele jaren uit. Meer fundamenteel is een groot deel van de Vlaamse Beweging sociaal en demografisch verankerd in een centrumrechtse middenklasse die in de jaren zeventig, tachtig en negentig het mooie weer maakte in het sociale en economische leven. In politiek en media was er toen al een sterker opkomende linkse tendens.

'Wie zijn betoog kan beperken tot een centenkwestie, heeft wellicht zelf centen te veel. Of in elk geval genoeg. Wie zijn betoog moet beperken tot een centenverhaal, heeft andere argumenten te weinig of gelooft niet meer in een alternatief verhaal.'

De welstand en de veroudering van de Vlaamse Beweging zorgt ervoor dat ze geregeld op een wat ongepaste manier communiceert over bijvoorbeeld de transfers van Vlaanderen naar de rest van dit land. Samen met andere organisaties doet de VVB veel moeite om het jaarlijkse transfercijfer van een slordige 12 miljard euro te doen postvatten in de geesten en de harten van de Vlamingen. De echo's in de nationale media zijn zeldzaam. Onderbouwen hoe we tot die 12 miljard komen en wat ze betekenen voor het budget van een gemiddeld Vlaams gezin is een boodschap die we al helemaal niet erdoor krijgen. Het bedrag is zo immens dat transferboodschappers noch -sceptici het in een context krijgen geplaatst. Eender welke 'transferframing' is onbegonnen werk.

Maar het zou flauw zijn om hier het proces van de media te maken. Ik begon mijn stukje ook vanuit de wetenschap dat het probleem van de Vlaamse Beweging - hoe schrijf ik een groot verhaal waarin mensen zich kunnen herkennen en zijn cijfers nog de beste kapstok? - een uitdaging is waarmee de meeste basisorganisaties kampen.

De portemonnee als argument

Ik hoor het zo vaak wanneer ik ergens "dans la Flandre profonde" mensen ontmoet: "Als we de mensen maar aanspreken op hun portemonnee, dan zullen hun ogen wel opengaan." Het zijn vaak mensen die een heel leven hebben geschreven van Vlaams en sociaal engagement, maar in het zicht van de finish - confederalisme of onafhankelijkheid van Vlaanderen, het maakt hier niet uit - wat bitter zijn geworden. Ik maak mij dan altijd de bedenking dat de welstand die het grote ideaal was van de jaren zeventig, tachtig en negentig ook maar een ideaal kon zijn omdat die welvaart haalbaar was voor veel mensen. Een groot huis in een groene buurt en een uitgesproken Vlaamse en Nederlandstalige omgeving vormen voor jongere generaties vaak geen ideaal meer, eenvoudig omdat het niet meer voorstelbaar en dus haalbaar lijkt. Proberen die mensen te overtuigen door over 12 miljard euro afdrachten naar Wallonië en Brussel te praten zet geen zoden aan de dijk.

Het is een luxe- en armoedeprobleem tegelijkertijd: wie zijn betoog kan beperken tot een centenkwestie, heeft wellicht zelf centen te veel. Of in elk geval genoeg. Wie zijn betoog moet beperken tot een centenverhaal, heeft andere argumenten te weinig of gelooft niet meer in een alternatief verhaal.

Naar mijn mening luidt de boodschap dan ook om te vertrekken vanuit de concrete ervaring van mensen, gezinnen. Natuurlijk heeft elke vereniging, beweging, organisatie en netwerk een aantal geloofspunten, een bril om naar de sociale en culturele realiteit te kijken. Wanneer je naar mensen toegaat, dan zal je vaak ervaren dat de portemonnee van mensen er wél toe doet.

Maar dat uitdagingen van mensen en buurten een antwoord krijgen door het stopzetten van de Vlaamse transfers, dat is iets waar je dan al snel op zal moeten terugkomen. Omdat dat geloof er eenvoudig niet is. Evenwel: hoe willen mensen hun persoonlijke problemen en die van hun omgeving oplossen? Daar hebben ze wél ideeën over, omdat daarop nog hoop bestaat. Hoop doet leven. Als basisbewegingen en het middenveld hier meer zicht op krijgen, dan kunnen ze proberen aan te tonen hoe een autonomer, socialer en cultureel zelfbewuster Vlaanderen van nut kan zijn. En op zichzelf zinvol. Eerder niet.

Bart De Valck is de voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging.

Ik ben blij dat ik met de VVB voor het derde jaar op rij kan meewerken aan 'De Doordenkers van Knack.be'. De zomertijd is een periode van reflectie, bezinning. Steevast loop ik dan aan tegen het vraagstuk hoe je maatschappelijke betrokkenheid kan vergroten. Maar misschien is dat een verkeerde vraag. Vlaanderen bulkt van maatschappelijke betrokkenheid. We zijn de zorgzame samenleving bij uitstek. Wat mensen in basisorganisaties zich wellicht eerder afvragen, is hoe die zorg voor mensen in familie, buurt en wijk - denk ook aan jeugd- en sportverenigingen! - zich laat opnemen in een groter verhaal. In een eeuw die zich aankondigde als een tijd van versnippering, is het een basisvraagstuk voor het middenveld. Voor mij is het een rode draad die ik de komende weken graag door mijn bijdragen laat lopen.Een algemene bedenking die je kan maken, is dat cijfers weinig motiverend meer zijn voor het brede publiek. Als het je bedoeling is om mensen te betrekken bij een project op gemeenschapsniveau om de manier van samenleven te verbeteren, dan is schermen met statistieken wel een van de slechtst denkbare manieren. Je hoort nog wel eens uit de volksmond: "Met statistiek kan je alles bewijzen." Wetenschappers zullen daartegenin brengen dat dit niet klopt indien iedereen precies op dezelfde manier evoluties voorstelt en precies op dezelfde wijze vergelijkingen over de jaren uitwerkt. Het probleem is dat politiek niet werkt met nuances, laat staan precisie. Politiek wil overtuigen en dat doe je niet alleen door het verstand van mensen, maar vooral hun hart aan te spreken. Hoe stel je de evolutie voor van de opwarming van de planeet? De krimpende werkloosheid? Cijfers kan je nooit los bekijken van de bedoelingen van de onderzoekers. Je onderzoekt altijd iets vanuit een betrokkenheid. Wat politici en drukkingsgroepen vervolgens met cijfers aanvangen: ik hoef er geen tekeningetje bij te maken.Het is een open deur intrappen: maar sociale en andere media zijn niet bij machte om van de stand van het land (of de wereld) het hele plaatje te geven, of het nu gaat over misdaadcijfers, uitkeringen, zelfs aantallen gebruikers van het openbaar vervoer. Soms wíllen ze ook geen kritische kanttekeningen bij cijfers plaatsen. Omdat het cijfer zelf een politiek statement is geworden: "Kijk, we sturen meer illegale vreemdelingen terug dan ooit!" Of: "Luister eens, er is nog nooit zoveel verborgen armoede geweest op het platteland!" Door de cijferindigestie stelt zich in feite een fundamenteel probleem wat de vrijheid van meningsuiting betreft. Mensen zijn moe van cijfers en komen in elk geval niet meer toe aan autonome informatiegaring om tot een vrije en onbevangen eigen gevormde mening te komen.Het cijfercynisme maakt het ook de Vlaamse Beweging moeilijk een deel van haar verhaal te verkopen. Met de N-VA is de Vlaamse Beweging voor een stuk mee aan de macht. Toch waren de machtsdeelnames van Vlaams-nationalisten de afgelopen decennia zeldzaam. Of zaten VU en N-VA in een bijrol. Nu is dat veranderd, maar een underdogpositie zweet je mentaal niet zomaar op enkele jaren uit. Meer fundamenteel is een groot deel van de Vlaamse Beweging sociaal en demografisch verankerd in een centrumrechtse middenklasse die in de jaren zeventig, tachtig en negentig het mooie weer maakte in het sociale en economische leven. In politiek en media was er toen al een sterker opkomende linkse tendens. De welstand en de veroudering van de Vlaamse Beweging zorgt ervoor dat ze geregeld op een wat ongepaste manier communiceert over bijvoorbeeld de transfers van Vlaanderen naar de rest van dit land. Samen met andere organisaties doet de VVB veel moeite om het jaarlijkse transfercijfer van een slordige 12 miljard euro te doen postvatten in de geesten en de harten van de Vlamingen. De echo's in de nationale media zijn zeldzaam. Onderbouwen hoe we tot die 12 miljard komen en wat ze betekenen voor het budget van een gemiddeld Vlaams gezin is een boodschap die we al helemaal niet erdoor krijgen. Het bedrag is zo immens dat transferboodschappers noch -sceptici het in een context krijgen geplaatst. Eender welke 'transferframing' is onbegonnen werk.Maar het zou flauw zijn om hier het proces van de media te maken. Ik begon mijn stukje ook vanuit de wetenschap dat het probleem van de Vlaamse Beweging - hoe schrijf ik een groot verhaal waarin mensen zich kunnen herkennen en zijn cijfers nog de beste kapstok? - een uitdaging is waarmee de meeste basisorganisaties kampen.Ik hoor het zo vaak wanneer ik ergens "dans la Flandre profonde" mensen ontmoet: "Als we de mensen maar aanspreken op hun portemonnee, dan zullen hun ogen wel opengaan." Het zijn vaak mensen die een heel leven hebben geschreven van Vlaams en sociaal engagement, maar in het zicht van de finish - confederalisme of onafhankelijkheid van Vlaanderen, het maakt hier niet uit - wat bitter zijn geworden. Ik maak mij dan altijd de bedenking dat de welstand die het grote ideaal was van de jaren zeventig, tachtig en negentig ook maar een ideaal kon zijn omdat die welvaart haalbaar was voor veel mensen. Een groot huis in een groene buurt en een uitgesproken Vlaamse en Nederlandstalige omgeving vormen voor jongere generaties vaak geen ideaal meer, eenvoudig omdat het niet meer voorstelbaar en dus haalbaar lijkt. Proberen die mensen te overtuigen door over 12 miljard euro afdrachten naar Wallonië en Brussel te praten zet geen zoden aan de dijk.Het is een luxe- en armoedeprobleem tegelijkertijd: wie zijn betoog kan beperken tot een centenkwestie, heeft wellicht zelf centen te veel. Of in elk geval genoeg. Wie zijn betoog moet beperken tot een centenverhaal, heeft andere argumenten te weinig of gelooft niet meer in een alternatief verhaal. Naar mijn mening luidt de boodschap dan ook om te vertrekken vanuit de concrete ervaring van mensen, gezinnen. Natuurlijk heeft elke vereniging, beweging, organisatie en netwerk een aantal geloofspunten, een bril om naar de sociale en culturele realiteit te kijken. Wanneer je naar mensen toegaat, dan zal je vaak ervaren dat de portemonnee van mensen er wél toe doet. Maar dat uitdagingen van mensen en buurten een antwoord krijgen door het stopzetten van de Vlaamse transfers, dat is iets waar je dan al snel op zal moeten terugkomen. Omdat dat geloof er eenvoudig niet is. Evenwel: hoe willen mensen hun persoonlijke problemen en die van hun omgeving oplossen? Daar hebben ze wél ideeën over, omdat daarop nog hoop bestaat. Hoop doet leven. Als basisbewegingen en het middenveld hier meer zicht op krijgen, dan kunnen ze proberen aan te tonen hoe een autonomer, socialer en cultureel zelfbewuster Vlaanderen van nut kan zijn. En op zichzelf zinvol. Eerder niet.Bart De Valck is de voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging.