Op 26 mei trekken we naar de stembus om nieuwe leden te verkiezen voor het Vlaams parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, het Europees Parlement en eventueel het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. De volgende analyse gaat over de vraag welke coalities er theoretisch mogelijk zijn in een volgende Vlaamse regering. Daarbij wordt rekening gehouden met de zetelverdeling van 2014 en de tendensen bij de laatste peilingen. Het Vlaamse bestuursniveau wordt gehanteerd, omdat men er vanuit kan gaan dat hier sneller een politieke doorbraak kan worden geforceerd voor het vormen van een nieuwe regering.

Christendemocraten en liberalen hebben theoretisch meeste kans op regeringsdeelname.

De zeven mogelijkheden:

Theoretisch zijn er zeven mogelijkheden om een nieuwe Vlaamse bestuursploeg te maken. We onderscheiden drie categorieën: haalbaar, twijfelachtig en moeilijk.

De haalbare meerderheden zijn de combinaties van de huidige centrumrechtse ploeg, de zogenaamde Bourgondische coalitie en de anti-N-VA-regering.

De huidige ploeg van N-VA met CD&V en Open VLD. Deze combinatie haalde liefst 89 zetels op 124 in 2014. Ze had dan ook een twee derde meerderheid in het Vlaams Parlement. Ook op basis van de peilingen blijft deze combinatie een ruime meerderheid behalen. Het verschil tussen 2019 en 2014 zou kunnen zijn dat men effectief de liberalen mathematisch nodig heeft, als N-VA en CD&V samen geen meerderheid meer halen.

De Bourgondische coalitie van N-VA met de liberalen en de socialisten. Deze samenstelling behaalde 80 zetels op 124 bij de verkiezingen van 2014. De N-VA en de liberalen waren samen goed voor 62 op 124. Indien Bart De Wever toen Vlaams was opgekomen, in de kieskring Antwerpen, in plaats van federaal zou een N-VA-Open VLD-combinatie een meerderheid hebben behaald. De peilingen geven deze mogelijkheid ook een meerderheid op 26 mei 2019. De Antwerpse stadscoalitie zou dus kunnen worden doorgezet op Vlaams niveau. Dit scenario is wel een politieke nachtmerrie voor de christendemocraten.

De anti-N-VA-coalitie met de drie traditionele partijen plus groen. Samen kwamen deze partijen in 2014 uit op 74 zetels. Ook in 2019 behaalt deze combinatie een meerderheid. Het is de nachtmerrie voor de N-VA. Een nadeel van een dergelijke regering is de zware combinatie met liefst vier partijen en het feit dat de inhoud te links kan zijn voor de liberalen.

Tot zover de combinaties die zeker aan een meerderheid komen. Vervolgens de twee formaties waarvan niet zeker is dat ze nog aan een meerderheid geraken en die dus twijfelachtig zijn.

Het samengaan van de N-VA en het CD&V. Dat geeft 70 op 124 op basis van de uitslag van 2014. Maar de peilingen laten twijfels zien of deze combinatie nog aan een meerderheid raakt. Het is wel de enige theoretische mogelijkheid om met twee partijen te besturen.

De traditionele tripartite van christendemocraten, liberalen en socialisten. Die behaalt in 2014 een nipte meerderheid in het Vlaams Parlement met 64 zetels op 124. Op basis van de peilingen is het niet zeker of deze politieke constructie een meerderheid zou behalen op 26 mei. Daardoor is het geen voor de hand liggende meerderheid.

Tenslotte, zijn er nog twee mogelijkheden die moeilijk liggen, omdat ze moeilijk aan een meerderheid ijken te geraken.

Een linkse coalitie van christendemocraten, socialisten en groenen. Die komt, op basis van de uitslag van 2014, uit op 55 zetels. De peilingen laten helemaal niet zien dat er voor deze bestuursploeg een meerderheid binnen handbereik is.

De Jamaica-coalitie van christendemocraten met de liberalen en de groenen. In 2014 kwamen zij slechts aan 56 zetels. De peilingen geven deze combinatie iets meer kans dan de linkse coalitie, maar dan mogen de twee traditionele partijen niet verliezen en moet groen echt doorbreken.

Conclusie

We gaan er in deze oefening vanuit dat het Vlaams Belang en de PVDA niet in de toekomstige Vlaamse regering worden opgenomen. Ook een samengaan van de N-VA met Groen werd niet weerhouden in deze oefening. Als men dan alle mogelijkheden overloopt, geeft dit de volgende kansen voor de genoemde politieke partijen om deel uit te maken van een Vlaamse regering:

- 6 kansen op 7: CD&V

- 5 kansen op 7: Open VLD

- 4 kansen op 7: SP.A

- 3 kansen op 7: N-VA en Groen

Maar als men zich beperkt tot de drie zekere en twee mogelijke meerderheden, dan geeft dat een heel ander beeld voor de partijen:

- 4 kansen op 5: CD&V en Open VLD

- 3 kansen op 5: N-VA en de SP.A

- 1 kans op 5: Groen.

Uit deze oefening dient men te besluiten dat de christendemocraten en de liberalen theoretisch de meeste kans hebben op een regeringsdeelname. Maar van essentieel belang zal zijn, hoe hoog de N-VA eindigt als eerste partij van Vlaanderen en wat het zetelverschil zal zijn tussen deze partij en de nummer twee. Het zal dus de kiezer zijn die op 26 mei beslist welke combinatie aan minstens 63 zetels op 124 geraakt in het Vlaams Parlement.