U opent Brussels Dance met 8. Een vervolg op uw vorige creatie 7, neem ik aan.
...

U opent Brussels Dance met 8. Een vervolg op uw vorige creatie 7, neem ik aan. Radouan Mriziga: Toch niet. 7 was het laatste deel van de trilogie waaraan ik sinds 2014 werkte. Het eerste deel, 55, was een solo waarin ik een geometrisch figuur op de vloer afplakte. In 3600, het tweede deel, vormde ik met twee andere dansers geometrische figuren met bakstenen. In 7 liet ik me inspireren door de zeven wereldwonderen. Zeven dansers bewogen door een volledig gestript theater. Twee inspiratiebronnen voor die trilogie waren de danstheorie en de architectuur. Ik wil dans niet reduceren tot het eenvoudig vertalen van emoties in bewegende lijven. Ik tracht bewegingen te creëren die nieuw zijn en toch refereren aan alle danskennis. En ik probeer mijn publiek op een andere manier naar de ruimte om hen heen te laten kijken. Bijvoorbeeld door die ruimte in geometrische figuren op te delen. Beweging creëren in een ruimte doet ook nadenken over ritme. Hoe bepalen een ruimte, de tijd of zelfs je generatie dat ritme? Op die vragen focus ik in 8, dat mogelijk het eerste deel van een nieuwe trilogie wordt. Ik werk met twee Marokkanen die ik ontmoette via Espace Darja. Dat is een residentieplaats in Casablanca waar professionele choreografen workshops geven aan jonge dansers. Het huis werkt met het Brusselse Nomadisch Kunstencentrum Moussem, waar ik artist-in-residence ben. Daar ontstond 8. Het uitgangspunt van 8 is de polyritmiek. Waarom? Mriziga: De polyritmiek is een basisritme van de Afrikaanse muziek. Die muziek kleurde mijn jeugd. Ik groeide op in Marrakech, baalde er van school en ontdekte op mijn vijftiende dat mijn passies - sporten en nadenken - in dans verenigd worden. Dus reisde ik, na een dansstudie in Tunesië, in 2008 naar Brussel en trok naar Anne Teresa De Keersmaekers dansschool P.A.R.T.S. U ontwikkelde er een danstaal waarin wiskunde een cruciale rol speelt. Mriziga: Ik gebruik wiskunde om bewegingen te ontwikkelen. Ook in 8 speelt die wiskunde een rol. De basis van elke beweging is een ritme uit acht tellen. De affiche van 8 is een tekening van een twaalfhoek waarin alle punten met elkaar verbonden zijn. Is dat een decorschets? Mriziga: Dat had gekund, maar uiteindelijk ligt dat beeld niet aan de basis van het decor. Al zet ik wel een nieuwe stap in mijn ruimteonderzoek. 55 en 3600 speelden vóór een publiek. In 7 trokken we de zaal in en bewogen de dansers tussen de toeschouwers. 8 gaat in première in het decoratelier van scenograaf Jozef Wouters. Het publiek wordt deel van een speciaal gecreëerde ruimte. In mijn volgend werk met jonge dansers - ik bereid een creatie voor bij fABULEUS en HETPALEIS - wil ik de relatie tussen dans en een installatie verder exploreren. Het summum? Een werk maken waarin het publiek automatisch deel wordt van de dans.