Toen premier Charles Michel in oktober de Kamer toesprak over het uitblijven van een regeringsverklaring, viel vooral op hoe moeilijk de meerderheidspartijen in het gareel te houden waren. De eerste jaren van Michel-I waren 'niet eenvoudig' geweest, zo klonk het, en volgens de premier werd het dringend tijd dat de regeringsleden de rangen konden sluiten. Daar lag precies het probleem: CD&V, N-VA, Open Vld en MR raakten het maar niet eens over de hervorming van de vennootschapsbelasting en de meerwaardebelasting die CD&V daaraan koppelde. De onenigheid had de begrotingsgesprekken in de laatste rechte lijn doen vastlopen.
...

Toen premier Charles Michel in oktober de Kamer toesprak over het uitblijven van een regeringsverklaring, viel vooral op hoe moeilijk de meerderheidspartijen in het gareel te houden waren. De eerste jaren van Michel-I waren 'niet eenvoudig' geweest, zo klonk het, en volgens de premier werd het dringend tijd dat de regeringsleden de rangen konden sluiten. Daar lag precies het probleem: CD&V, N-VA, Open Vld en MR raakten het maar niet eens over de hervorming van de vennootschapsbelasting en de meerwaardebelasting die CD&V daaraan koppelde. De onenigheid had de begrotingsgesprekken in de laatste rechte lijn doen vastlopen.Zeven maanden later - een periode die gekenmerkt werd door de ene regeringsrel na de andere - is er over beide dossiers nog steeds geen akkoord, en staan de partners elkaar politiek steeds meer naar het leven. Een mooi staal daarvan bood de eerste superministerraad over justitie en veiligheid, een foefje dat Charles Michel bij Guy Verhofstadt was gaan lenen en dat vooral de uiterlijke schijn moet creëren van een coherent thematisch beleidsplan door een eensluidende coalitie. In werkelijkheid was die superministerraad niet meer dan een uitgebreide vergadering waarop allerlei kleine op de plank liggende dossiers samengevoegd en in een rits goedgekeurd werden. Weinig mensen die bijvoorbeeld écht wakker lagen van de fiscale aftrekbaarheid van de rechtsbijstandsverzekering - veel meer 'middenklasse' worden maatregelen niet - maar stel het voor als een schakel in een breed maatregelenpakket dat het veiligheidsbeleid hertekent, en kijk: opeens kan je ermee uitpakken. De perceptie van een eensluidend kabinet was al op voorhand getorpedeerd, en dat door de regeringspartners zelf. Op voorhand al had Michel benadrukt dat het nieuws over de superministerraad zou opgespaard worden tot de persconferentie op zondagnamiddag. Nochtans stond in de weekendkranten al te lezen welke vernieuwingen de elektronische identiteitskaart stonden te wachten om de veiligheid ervan te verhogen. Bij N-VA werd gesteigerd, want het was vicepremier Jan Jambon die met dat nieuws wou uitpakken - en dat vervolgens ook nog eens uitgebreid deed, en naar aanleiding van een wereldwijde hackersaanval ook het belang van cyberveiligheid aanstipte in de pers.Open Vld zag er de geschikte opening in om ook vroegtijdig punten te scoren, en dus vertelde vicepremier Alexander De Croo (onder meer bevoegd voor digitale agenda) vrank en vrij over het cybercrimeluik van de nakende superministerraad. Alleen: justitie en de aanpak van criminaliteit zijn dan weer het terrein van CD&V-minister Koen Geens, die zondagochtend dan maar misnoegd in details trad over onder meer de rechtsbijstandsverzekering. Iedereen blij, behalve uiteraard de premier die door zijn eigen ministers in zijn hemd werd gezet. Dat ministers zo makkelijk de afspraken aan hun laars lappen, heeft alles te maken met de communicatiestijl van Charles Michel, die zich voortdurend als de grote verzoener van de regering opstelt. In een niet zo ver verleden, met Jean-Luc Dehaene of Guy Verhofstadt aan het roer, was dat wel even anders: die namen prompt de telefoon op om het bewuste regeringslid flink de mantel uit te vegen. Daarbij werden de krachttermen doorgaans niet gespaard. Michel neemt daartegen steeds vaker de rol van mijnenveger op: telkens een nieuw politiek relletje de kop opsteekt, staat hij klaar om zijn regeringsleden uit de wind te zetten - ook wanneer die de rel helemaal aan zichzelf te danken hebben. Toen Theo Francken de reddingswerkers van Artsen Zonder Grenzen openlijk van mensensmokkel betichtte, nam hij het in de Kamer publiekelijk voor zijn staatssecretaris op. Die vond de hele discussie dan weer zo'n bagatel dat hij niet eens op de Kamerzitting was komen opdagen. Af en toe breekt die tactiek Michel weliswaar zuur op. Enkele weken terug bleek ons land een ja-stem gegeven te hebben bij de verkiezing van Saoedi-Arabië in de VN-vrouwenrechtencommissie. De politieke verantwoordelijkheid daarvoor lag bij het kabinet van Didier Reynders, maar aan het begin van de plenaire zitting nam de premier niettemin de tijd om zijn begrip te uiten voor zijn partijgenoot en de gang van zaken: de stemming werd pas laat aangekondigd, en er was niet voldoende tijd om te communiceren met het kabinet.Nog diezelfde dag bleek dat er van dat alles niks klopte: Buitenlandse Zaken was wél op de hoogte gebracht en had ruim voldoende tijd gehad om zich over de stemming te beraden. De affaire-Reynders werd plots een affaire-Michel. En zo was er de afgelopen maanden het ene incident na het andere, geboren uit een cultuur waarin zelfs ministers met een bang hartje bij de bakker De Zondag openslaan. Het was in die krant dat kersvers staatssecretaris Zuhal Demir (N-VA) frontaal uithaalde naar de voltallige CD&V - die partij ging volgens haar 'plat op de buik' en zag moslims als 'kiesvee'. 'Ik wil de Vlamingen waarschuwen: CD&V is de nieuwe moslimpartij. Ik hoop dat de ogen van iedereen opengaan,' liet Demir optekenen. Wie zou denken dat de journalist in kwestie de zaken aandikte: de interviews in De Zondag worden normaliter nagelezen door de geïnterviewde of een medewerker. Demir wist dus haarfijn welke woorden 's zondags in de krant zouden staan, en kon dus goed inschatten dat het interview althans bij de linkse christendemocraten heel erg kwaad bloed zou zetten. Nu schiet Demir wel vaker eens uit de heup, maar in een regering met een rigide communicatiediscipline had de N-VA-politica misschien toch haar woorden iets subtieler gewikt en gewogen. CD&V-voorzitter Wouter Beke vatte het probleem als volgt samen: 'Een regeringslid hoort niet te zeggen dat zij de Vlamingen waarschuwt voor een coalitiepartner. Dat is van de pot gerukt. Voor wij was het simpel: ofwel boeken we verder resultaten, ofwel hoeft het niet meer.'De christendemocraten dreigden er zelfs even mee de beleidsbrief van Zuhal Demir niet goed te keuren, maar maakten die plannen nooit hard. Dat CD&V al langer worstelt met haar rol in de regering, is niettemin duidelijk. Kamerlid Nahima Lanjri was naar eigen zeggen 'ziek' van de vreemdelingenwet van staatssecretaris Theo Francken, en was enkele weken later opnieuw diep verontwaardigd toen N-VA bij monde van Sarah Smeyers een burgerschapsexamen op tafel legde voor inwoners die geen twee ouders van Belgische afkomst hebben. Heel wat CD&V'ers van de linkse flank vinden bovendien dat de partij er onvoldoende in slaagt haar sociaal gelaat te tonen.CD&V en N-VA begroeven uiteindelijk de strijdbijl, waarna de liberalen van Open Vld hun kans schoon zagen om het vuur op te poken. Open Vld-Kamerleden Egbert Lachaert en Vincent Van Quickenborne hadden pek en veren klaar staan voor vicepremier Kris Peeters - over de werkloosheidsuitkeringen, over de ecocheques - waarna CD&V'er Stefaan Vercamer de liberale staatssecretaris Philip De Backer (Open Vld) voor de voltallige Kamer te kijk zette. Een open stellingenoorlog, en niemand die hen tot de orde roept. In Michel-I is een gebrek aan loyauteit simpelweg een standaardinstelling geworden, te meer omdat de vicepremiers naar verluidt niet met mekaar door een deur kunnen. Dan hoeft het niet te verbazen dat een epitheton als 'kibbelkabinet' blijft kleven. Eendracht maakt macht, luidt de nationale wapenspreuk - maar die eendracht ligt al lang aan diggelen. Wat zegt dat over de macht en de daadkracht van de regering?