Nu 2020 zich langzaam op gang trekt en daarmee ook de federale formatievaudeville aan een volgende episode begint, zal de vraag ongetwijfeld weer af en toe weerklinken: moeten er nieuwe verkiezingen komen als de huidige crisis blijft duren? Zo hoort het eigenlijk in een democratie als de verkozen politici er manifest niet uitraken.

Maar hebben nieuwe verkiezingen wel zin? Volgens Karel De Gucht in elk geval alleen maar als de kiezer verstandig stemt. Daarmee bedoelt hij traditioneel, of desnoods groen. Maar niet geel, bruin of donkerrood, want dan is de malaise de schuld van de kiezer zoals De Gucht in De Afspraak op Vrijdag (20/12/2019) opperde, al had het net zo goed een aflevering van De Ideale Wereld kunnen zijn.

Voor anderen is het dan weer de schuld van de politici die de eerbied voor hun mandaat ergens verloren zijn (Bart Eeckhout, 9/12/2019, De Morgen) of zich gedragen als joelende kinderen (Maaike Neuville, 22/12/2019). Alsof we vroeger betere politici hadden, zoals in pakweg de jaren '80 met deficits in de dubbele cijfers en de devaluatie van de Belgische frank...

Een andere mogelijkheid is natuurlijk dat niet de kiezer de schuld verdient, en ook niet onze strompelende politici, maar gewoon het Belgische politieke systeem zelf.

Federaal

Op federaal niveau zijn de scheeftrekkingen intussen genoegzaam bekend. De provincie Henegouwen krijgt met ongeveer hetzelfde aantal stemmen als Vlaams-Brabant 3 zetels meer en ook de provincie Luik krijgt met net iets meer stemmen dan Limburg 3 zetels extra. Toevallig de twee Waalse provincies waar de PS het sterkst staat. Zo word je dus "incontournable". Handig.

Dat verklaart ook mee waarom de gretig besproken "optie" van paarsgroen met 1 zetel op overschot federaal eigenlijk maar 46% van de stemmen vertegenwoordigt. Een grotere scheeftrekking dus dan de stemmenminderheid waarmee Donald Trump aan de macht kwam. En dat in een land dat claimt een proportioneel kiessysteem te hebben. Il faut le faire!

Dat paarsgroen in Vlaanderen slechts gedragen wordt door 34% van de kiezers, was voor Magnette en co blijkbaar geen belet om die optie ernstig na te streven. U leest het goed: de regio die met 58% van de bevolking instaat voor 64% van de personenbelasting en 83% van de export van dit land, moet zich desnoods tevreden stellen met een vertegenwoordiging van 34% van zijn kiezers in het federale parlement. Ok, met de CD&V erbij kom je aan 48%. In het VK ga je met zo'n score definitief uit de EU. Bij ons bouw je met zo'n Vlaamse minderheid blijkbaar een federale regering.

Vlaanderen

Maar niet alleen op federaal niveau hapert onze democratie. In Vlaanderen is het cordon sanitaire intussen 30 jaar oud. Reeds 3 decennia lang krijgt een groep kiezers te horen dat er weliswaar stemplicht geldt, maar dat hun stem sowieso niet gehoord zal worden. Immers, het Vlaams Belang is "niet democratisch", in tegenstelling tot al die andere partijen, die desnoods met 34% van de Vlaamse stemmen federaal een regering op de been brengen.

Ceci n'est pas une démocratie.

Het cordon niet te na gesproken, functioneert de democratie in Vlaanderen niettemin redelijk goed. Op het spectrum van Walgrave (De Standaard, 5 juni 2019) zitten de Vlaamse partijen die zetels haalden tussen de -4 en +4 op de links-rechts as, zowel socio-economisch als socio-cultureel. Als we kijken naar het aantal kiezers dat voor partijen stemde die finaal geen zetels haalden in hun eigen kieskring, kom je uit bij 93.258 stemmen, of 2,3% van het totaal. Verwaarloosbaar.

Brussel

In de kieskring Brussel-Hoofdstad daarentegen bedraagt het aantal kiezers dat voor partijen stemt die geen zetels halen maar liefst 12,6%. Dat zijn enerzijds Nederlandstalige kiezers die niet links stemmen (dwz voor CD&V, Open VLD, N-VA of VB) of Franstalige kiezers die zowaar rechts stemmen (PP, Listes Destexhes). Een direct gevolg hiervan is dat een partij als Ecolo met slechts 22% van de stemmen 27% van de zetels binnenrijft. De enige manier voor een Nederlandstalige om verkozen te raken lijkt zich eerst te onderwerpen aan een Franstalige zusterpartij. Een gevolg van de splitsing van BHV, waar de Vlaamse partijen in Brussel nog steeds geen antwoord op hebben gevonden.

Wallonië

Maar laten we ook even nader naar Wallonië kijken. Wie de stemmen optelt van de 5 Waalse provincies komt tot de ontluisterende vaststelling dat maar liefst 241.318 mensen (12,2% van de kiezers) stemden voor lijsten die in de betreffende provincie geen zetels haalden. Reden hiervoor is vooral dat 3 van de 5 Waalse kieskringen eigenlijk veel te klein zijn om nog democratisch representatief te zijn. Op de links-rechts assen van Walgrave zitten de partijen met zetels tussen de -4 en +1. Een geamputeerde democratie, die quasi exclusief op haar linkerbeen voortpikkelt.

In de provincie Luxemburg (4 zetels) stemden bijvoorbeeld 9% van de kiezers voor de PTB, maar dat bleek onvoldoende voor een zetel, want de effectieve kiesdrempel, de zogeheten kiesdeler, lag daar op 16%. De 4 zetels in Luxemburg worden zo netjes verdeeld onder de 4 grootste partijen. Zo haalt Ecolo met 16% van de stemmen 25% van de zetels. In Namen (6 zetels) profiteert dan weer vooral de PS van het kleine zetelaantal. Met slechts 22% van de stemmen haalt de PS 33% van de zetels binnen.

Nergens is de scheeftrekking echter zo groot als in Waals-Brabant. Met slechts 35% van de stemmen haalt de MR daar zo maar even 60% van de zetels binnen (3 op 5). Reden: maar liefst 29% van de stemmen gaat naar partijen die geen zetels halen. Nochtans haalden zowel cdH, PTB en Défi ruimschoots de kiesdrempel van 5%, maar de kiesdeler lag daar in 2019 op 11,6%. Proportioneel kan je zo'n kieskring alvast niet meer noemen.

Kortom, alvorens we naar nieuwe verkiezingen gaan, zou het niet slecht zijn een aantal onvolkomenheden van de Belgische "democratie" te repareren.

Federaal zou een automatische koppeling van het aantal zetels per provincie aan het aantal uitgebrachte stemmen bij de laatste verkiezingen het democratische gehalte van dit palliatieve landje enigszins kunnen verhogen, zodat bij de haren getrokken coalities als paargroen überhaupt niet meer besproken moeten worden. Misschien gaat de formatie dan ook wat sneller vooruit.

In Wallonië zou een fusie van de kieskringen Luik en Luxemburg enerzijds, en Waals-Brabant en Namen anderzijds het Waalse democratische deficit enigszins kunnen wegwerken en de representativiteit verhogen. In kieskringen met minder dan 10 zetels maken kleinere partijen immers geen kans op een zetel. Wallonië is democratisch veel beter gediend met 3 dan met 5 kieskringen.

In Brussel zouden een aantal Vlaamse partijen er misschien toch even kunnen over nadenken om samen op te komen, om toch een deel van de verloren Nederlandstalige stemmen in een échte Vlaamse zetel in Brussel om te zetten. BHV is straks 10 jaar gesplitst. Tijd om zich aan te passen aan de realiteit van de kieskring Brussel-Hoofdstad!

En in Vlaanderen? Is de Vlaamse democratische ruimte wel volmaakt, als we het ondemocratische cordon sanitaire even buiten beschouwing laten? Neen, ook daar gaapt een grote leemte, namelijk die van een Vlaamse partij die resoluut inzet op meer autonomie voor Vlaanderen, gekoppeld aan een centrumlinkse socio-economische en progressieve socio-culturele agenda. Noch de "matekes" van de zwalpende SP.A, noch de "tsjeven" van de eeuwig weifelende CD&V lijken in dat gat te willen springen.

Misschien kan een nieuwe Vlaamse politieke partij bij de volgende verkiezingen wél wat zij blijkbaar niet durven.

Jan Wostyn is gastauteur voor Vlinks

Nu 2020 zich langzaam op gang trekt en daarmee ook de federale formatievaudeville aan een volgende episode begint, zal de vraag ongetwijfeld weer af en toe weerklinken: moeten er nieuwe verkiezingen komen als de huidige crisis blijft duren? Zo hoort het eigenlijk in een democratie als de verkozen politici er manifest niet uitraken. Maar hebben nieuwe verkiezingen wel zin? Volgens Karel De Gucht in elk geval alleen maar als de kiezer verstandig stemt. Daarmee bedoelt hij traditioneel, of desnoods groen. Maar niet geel, bruin of donkerrood, want dan is de malaise de schuld van de kiezer zoals De Gucht in De Afspraak op Vrijdag (20/12/2019) opperde, al had het net zo goed een aflevering van De Ideale Wereld kunnen zijn. Voor anderen is het dan weer de schuld van de politici die de eerbied voor hun mandaat ergens verloren zijn (Bart Eeckhout, 9/12/2019, De Morgen) of zich gedragen als joelende kinderen (Maaike Neuville, 22/12/2019). Alsof we vroeger betere politici hadden, zoals in pakweg de jaren '80 met deficits in de dubbele cijfers en de devaluatie van de Belgische frank...Een andere mogelijkheid is natuurlijk dat niet de kiezer de schuld verdient, en ook niet onze strompelende politici, maar gewoon het Belgische politieke systeem zelf. Op federaal niveau zijn de scheeftrekkingen intussen genoegzaam bekend. De provincie Henegouwen krijgt met ongeveer hetzelfde aantal stemmen als Vlaams-Brabant 3 zetels meer en ook de provincie Luik krijgt met net iets meer stemmen dan Limburg 3 zetels extra. Toevallig de twee Waalse provincies waar de PS het sterkst staat. Zo word je dus "incontournable". Handig. Dat verklaart ook mee waarom de gretig besproken "optie" van paarsgroen met 1 zetel op overschot federaal eigenlijk maar 46% van de stemmen vertegenwoordigt. Een grotere scheeftrekking dus dan de stemmenminderheid waarmee Donald Trump aan de macht kwam. En dat in een land dat claimt een proportioneel kiessysteem te hebben. Il faut le faire!Dat paarsgroen in Vlaanderen slechts gedragen wordt door 34% van de kiezers, was voor Magnette en co blijkbaar geen belet om die optie ernstig na te streven. U leest het goed: de regio die met 58% van de bevolking instaat voor 64% van de personenbelasting en 83% van de export van dit land, moet zich desnoods tevreden stellen met een vertegenwoordiging van 34% van zijn kiezers in het federale parlement. Ok, met de CD&V erbij kom je aan 48%. In het VK ga je met zo'n score definitief uit de EU. Bij ons bouw je met zo'n Vlaamse minderheid blijkbaar een federale regering. Maar niet alleen op federaal niveau hapert onze democratie. In Vlaanderen is het cordon sanitaire intussen 30 jaar oud. Reeds 3 decennia lang krijgt een groep kiezers te horen dat er weliswaar stemplicht geldt, maar dat hun stem sowieso niet gehoord zal worden. Immers, het Vlaams Belang is "niet democratisch", in tegenstelling tot al die andere partijen, die desnoods met 34% van de Vlaamse stemmen federaal een regering op de been brengen. Het cordon niet te na gesproken, functioneert de democratie in Vlaanderen niettemin redelijk goed. Op het spectrum van Walgrave (De Standaard, 5 juni 2019) zitten de Vlaamse partijen die zetels haalden tussen de -4 en +4 op de links-rechts as, zowel socio-economisch als socio-cultureel. Als we kijken naar het aantal kiezers dat voor partijen stemde die finaal geen zetels haalden in hun eigen kieskring, kom je uit bij 93.258 stemmen, of 2,3% van het totaal. Verwaarloosbaar. In de kieskring Brussel-Hoofdstad daarentegen bedraagt het aantal kiezers dat voor partijen stemt die geen zetels halen maar liefst 12,6%. Dat zijn enerzijds Nederlandstalige kiezers die niet links stemmen (dwz voor CD&V, Open VLD, N-VA of VB) of Franstalige kiezers die zowaar rechts stemmen (PP, Listes Destexhes). Een direct gevolg hiervan is dat een partij als Ecolo met slechts 22% van de stemmen 27% van de zetels binnenrijft. De enige manier voor een Nederlandstalige om verkozen te raken lijkt zich eerst te onderwerpen aan een Franstalige zusterpartij. Een gevolg van de splitsing van BHV, waar de Vlaamse partijen in Brussel nog steeds geen antwoord op hebben gevonden. Maar laten we ook even nader naar Wallonië kijken. Wie de stemmen optelt van de 5 Waalse provincies komt tot de ontluisterende vaststelling dat maar liefst 241.318 mensen (12,2% van de kiezers) stemden voor lijsten die in de betreffende provincie geen zetels haalden. Reden hiervoor is vooral dat 3 van de 5 Waalse kieskringen eigenlijk veel te klein zijn om nog democratisch representatief te zijn. Op de links-rechts assen van Walgrave zitten de partijen met zetels tussen de -4 en +1. Een geamputeerde democratie, die quasi exclusief op haar linkerbeen voortpikkelt. In de provincie Luxemburg (4 zetels) stemden bijvoorbeeld 9% van de kiezers voor de PTB, maar dat bleek onvoldoende voor een zetel, want de effectieve kiesdrempel, de zogeheten kiesdeler, lag daar op 16%. De 4 zetels in Luxemburg worden zo netjes verdeeld onder de 4 grootste partijen. Zo haalt Ecolo met 16% van de stemmen 25% van de zetels. In Namen (6 zetels) profiteert dan weer vooral de PS van het kleine zetelaantal. Met slechts 22% van de stemmen haalt de PS 33% van de zetels binnen. Nergens is de scheeftrekking echter zo groot als in Waals-Brabant. Met slechts 35% van de stemmen haalt de MR daar zo maar even 60% van de zetels binnen (3 op 5). Reden: maar liefst 29% van de stemmen gaat naar partijen die geen zetels halen. Nochtans haalden zowel cdH, PTB en Défi ruimschoots de kiesdrempel van 5%, maar de kiesdeler lag daar in 2019 op 11,6%. Proportioneel kan je zo'n kieskring alvast niet meer noemen. Kortom, alvorens we naar nieuwe verkiezingen gaan, zou het niet slecht zijn een aantal onvolkomenheden van de Belgische "democratie" te repareren. Federaal zou een automatische koppeling van het aantal zetels per provincie aan het aantal uitgebrachte stemmen bij de laatste verkiezingen het democratische gehalte van dit palliatieve landje enigszins kunnen verhogen, zodat bij de haren getrokken coalities als paargroen überhaupt niet meer besproken moeten worden. Misschien gaat de formatie dan ook wat sneller vooruit. In Wallonië zou een fusie van de kieskringen Luik en Luxemburg enerzijds, en Waals-Brabant en Namen anderzijds het Waalse democratische deficit enigszins kunnen wegwerken en de representativiteit verhogen. In kieskringen met minder dan 10 zetels maken kleinere partijen immers geen kans op een zetel. Wallonië is democratisch veel beter gediend met 3 dan met 5 kieskringen. In Brussel zouden een aantal Vlaamse partijen er misschien toch even kunnen over nadenken om samen op te komen, om toch een deel van de verloren Nederlandstalige stemmen in een échte Vlaamse zetel in Brussel om te zetten. BHV is straks 10 jaar gesplitst. Tijd om zich aan te passen aan de realiteit van de kieskring Brussel-Hoofdstad!En in Vlaanderen? Is de Vlaamse democratische ruimte wel volmaakt, als we het ondemocratische cordon sanitaire even buiten beschouwing laten? Neen, ook daar gaapt een grote leemte, namelijk die van een Vlaamse partij die resoluut inzet op meer autonomie voor Vlaanderen, gekoppeld aan een centrumlinkse socio-economische en progressieve socio-culturele agenda. Noch de "matekes" van de zwalpende SP.A, noch de "tsjeven" van de eeuwig weifelende CD&V lijken in dat gat te willen springen. Misschien kan een nieuwe Vlaamse politieke partij bij de volgende verkiezingen wél wat zij blijkbaar niet durven.Jan Wostyn is gastauteur voor Vlinks