Cadmium is een zwaar metaal dat van nature in lage concentraties in de aardkorst voorkomt. Het wordt ook uitgestoten door de metaalindustrie en verbrandingsovens. Cadmium wordt onder meer gebruikt in halfgeleiders, televisiebuizen en oplaadbare batterijen. Voor de gezondheid kan het een ernstig risico vormen. 'Cadmium kan nierfalen veroorzaken en wordt statistisch geassocieerd met een toegenomen risico op kanker', schrijft de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid in een wetenschappelijk rapport. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties kan de inname van cadmium ook leiden tot de verzwakking van botten en osteoporose.
...

Cadmium is een zwaar metaal dat van nature in lage concentraties in de aardkorst voorkomt. Het wordt ook uitgestoten door de metaalindustrie en verbrandingsovens. Cadmium wordt onder meer gebruikt in halfgeleiders, televisiebuizen en oplaadbare batterijen. Voor de gezondheid kan het een ernstig risico vormen. 'Cadmium kan nierfalen veroorzaken en wordt statistisch geassocieerd met een toegenomen risico op kanker', schrijft de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid in een wetenschappelijk rapport. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties kan de inname van cadmium ook leiden tot de verzwakking van botten en osteoporose. Net om te voorkomen dat cadmium schade zou aanrichten, legde de Europese Commissie in 2006 maximumgrenzen op voor cadmium in allerhande voedingswaren. Voor paardenvlees bedraagt de maximumwaarde 0,20 mg cadmium per kilo; voor paardennieren 1 mg per kilo. Wanneer een Europese lidstaat een overschrijding van de normen vaststelt, moet die onmiddellijk de andere EU-landen op de hoogte brengen. Dat gebeurt via het zogenaamde 'systeem voor snelle waarschuwingen voor levensmiddelen en diervoeders', afgekort RASFF. Op vrijdag 22 juni 2018 stuurde het Italiaanse voedselagentschap zo'n RASFF-waarschuwing naar alle Europese partners: er was cadmium aangetroffen in bevroren paardenvlees ingevoerd vanuit België. De vastgestelde waarde was 0,329 mg per kilo, een overschrijding van de maximumnorm. De cadmiumbesmetting is géén eenmalig feit. Dat blijkt uit een onderzoek waar Knack het afgelopen halfjaar aan werkte, in partnerschap met journalisten van het RISE Project in Roemenië en het Investigative Reporting Project Italy. Op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur vroegen we honderden documenten over cadmium in paardenvlees op bij de Europese Commissie, de Italiaanse, Roemeense en Belgische voedselagentschappen, het Roemeense milieuagentschap en de Roemeense politie en parket.Met die documenten maakte Knack een reconstructie die het cadmiumprobleem blootlegt. Op 27 augustus 2014 stuurde het Roemeense voedselagentschap een RASFF-waarschuwing uit: na een officiële controle was cadmium aangetroffen in de nieren van een paard. Het gehalte (61,3 mg/kg) overschreed de wettelijk toegelaten norm liefst zestig keer. Het Belgische bedrijf dat het paardenvlees uit Roemenië had geïmporteerd, reageerde onmiddellijk op het RASFF-bericht en legde een dag later al lijsten over aan het Belgische voedselagentschap FAVV met informatie over klanten in België en Frankrijk. Zij kregen een brief om het vlees terug te sturen. Maar intussen was het onder meer geleverd aan restaurants in Menen en Antwerpen. Paardenworst van hetzelfde lot belandde dan weer op de markt in Kortrijk. Het FAVV waarschuwt wel voor nodeloze paniek. 'Cadmium is een zwaar metaal dat je niet zou mogen aantreffen in voeding. Er speelt niet zozeer een acuut maar veeleer een chronisch gevaar', zegt Dorine Van Geert, woordvoerster van het Federaal Voedselagentschap (FAVV). 'Gezien de eetgewoonten in Europa is het risico van negatieve effecten erg laag. Bovendien werd in dit geval enkel cadmium aangetroffen in de nieren van het paard, niet in het vlees. We hebben een analyse van het vlees uitgevoerd. Het resultaat was conform, vandaar dat de producten zijn vrijgegeven en er geen recall is gevolgd.' Bij zo'n recall worden ook de consumenten geïnformeerd. Amper drie weken later - op 16 september 2014 - dook opnieuw een probleem op met cadmium. Ditmaal ontdekte het voedselagentschap van de Italiaanse regio Piemonte 0,51 mg cadmium per kilo (meer dan het dubbel van de toegelaten norm) in paardenvlees afkomstig uit Roemenië. Het vlees was via België in Italië beland. Het Italiaanse voedselagentschap waarschuwde meteen alle betrokken Europese partnerlanden. 'Ernstig risico: ja. Impact op: menselijke gezondheid', stond te lezen in het RASFF-bericht. Pas elf dagen na die waarschuwing - op 27 september 2014 - publiceerde het FAVV een mededeling van het betrokken Belgische bedrijf op zijn website, waarin het paardenvlees werd teruggeroepen. Het FAVV moest al die tijd wachten op een bevestiging van de labresultaten. Sowieso zijn RASFF-berichten met betrokkenheid van meerdere landen complexere dossiers die meer tijd vragen, zegt het FAVV. Beslissing: dunne lende, heup en stoofvlees mochten niet langer geconsumeerd worden. 'De consumenten die dit product nog in hun bezit hebben, wordt ten sterkste aangeraden dit vlees niet meer te nuttigen, maar het terug te brengen naar het punt van aankoop waar ze zullen vergoed worden', aldus de mededeling. 'Kleine hoeveelheden cadmium geven geen onmiddellijke gezondheidsproblemen, maar kunnen bij herhaalde inname op lange termijn de gezondheid schaden.' Het vlees was dus in Belgische winkelrekken beland. 'Wanneer wij een recall opleggen, is dat altijd voor situaties waarin er een risico is voor de volksgezondheid, én waarbij niet-conforme levensmiddelen de consument al hebben bereikt', reageert de FAVV-woordvoerster. Het Roemeense paardenvlees dat bij het Belgische bedrijf nog voorhanden was, werd ook getest. De normen bleken niet overschreden. Maar paardenvlees dat door het Belgische bedrijf al verder was uitgevoerd naar Nederland, testte dan weer niet-conform (0,33 mg/kilo). Nog eens twee maanden later, op 24 november 2014, signaleerde het Roemeense voedselagentschap opnieuw problemen met cadmium in paardenvlees uitgevoerd naar België. Vastgestelde waarde: 0,33 mg per kilo. 'De producten werden geconsumeerd of verwerkt in vleesproducten met een hoge verdunningsfactor', mailde het FAVV later naar zijn Roemeense zusterdienst. 'Er was wel een risico, maar géén acuut', reageert de FAVV-woordvoerster. 'Als je zo'n besmet product één keer eet, is dat geen probleem voor je gezondheid. Als je meerdere keren per week, maanden aan een stuk ervan zou eten, ligt het natuurlijk anders. Vergelijk het met vervuilde lucht in steden als Mexico of Peking: als je daar twintig jaar woont, bestaat er een risico voor je gezondheid. Bij een citytrip van twee weken naar die steden is dat minder problematisch.' Het is amper te geloven, maar op 17 december 2014 was het alwéér prijs. Voor de vierde keer in amper vier maanden tijd dook cadmium op in Roemeens paardenvlees dat in België en elders in Europa was beland. 'Hierbij weer een RASFF in verband met cadmium in paardenvlees uit Roemenië', mailde een medewerker van het FAVV. Het voedselagentschap in Piemonte had opnieuw een overschrijding van de wettelijke norm vastgesteld, ditmaal 0,36 mg per kilo, bij twee paardenkarkassen. Bij het Belgische bedrijf dat betrokken was, stond nog 20 kilo bevroren buikvet van de karkassen. Volgens het FAVV werd het ter plekke vernietigd. Verontrustende vaststelling: in alle vier de gevallen was telkens hetzelfde Belgische bedrijf betrokken: Chevideco uit het West-Vlaamse Menen. Het familiebedrijf, opgericht in 1946 en momenteel gerund door de derde generatie, is gespecialiseerd in de handel in paardenvlees. Het koopt in verschillende landen levende paarden op en voert vanuit verschillende continenten ook vers gekoeld en bevroren paardenvlees aan. Klanten zijn groothandelaars, slagers en supermarkten. In 2016 draaide Chevideco een omzet van 2 miljoen euro. Het bedrijf geeft werk aan 32 voltijdse arbeidskrachten. Tussen september 2014 en januari 2015 voerde het FAVV negen bijkomende controles uit bij Chevideco. Het paardenvlees dat Chevideco invoerde uit Roemenië was telkens afkomstig van de Roemeense uitbeenzaal Meat Pack in Boekarest, dat het aangekochte paardenvlees versnijdt. Meat Pack is een dochterbedrijf van het Belgische Kemseke Invest in Menen. Net als Chevideco. Op een stralende lentedag in mei 2018 geeft Olivier Kemseke, directeur van Chevideco, Knack een rondleiding op zijn familiebedrijf in het industriepark van Menen. Paardenkarkassen hangen aan haken in koelruimtes, alle ruimtes en vrachtwagens zijn kraaknet, de toon is vriendelijk. Etiketten op de dozen met verpakte steaks verraden dat Chevideco vandaag nog steeds paardenvlees uit Roemenië importeert. 'Onze keuze voor Roemenië is simpel', zegt Kemseke. 'We gaan altijd naar een land waar er veel paarden zitten. En liefst waar ze geen paardenvlees eten, want zo hebben we meer aanbod. Roemenië heeft naar schatting nog altijd 700.000 tot 800.000 paarden.' En natuurlijk heeft hij wakker gelegen van die cadmium-gevallen uit 2014. Kemseke: 'Plezant is dat niet. Je klanten beginnen te morren. Het ergste dat je kunt hebben, is dat mensen zeggen "Paardenvlees uit Roemenië? Dat moet ik niet meer hebben." Wij verkopen Roemeens paardenvlees in veertien landen in Europa.' Toch heeft Chevideco naar eigen zeggen geen klanten verloren door de kwestie. 'Omdat zij weten dat er nooit zaken opzettelijk zijn misgelopen, én omdat ze zagen hoe snel we reageerden. Zodra de RASFF-waarschuwingen binnenliepen, zijn we in actie geschoten. We hebben steeds transparant gecommuniceerd. En we hebben tal van bijkomende tests laten uitvoeren in Roemenië. We eisten dat er tien tot vijftien tests per week gebeurden. Random pick. Ik denk dat het paard vandaag het meest geteste dier ter wereld is.' Maar waarom bleef Chevideco Roemeens paardenvlees invoeren? Waren een of twee cadmium-besmettingen dan niet genoeg om de import te stoppen? Kemseke: 'We werken met een heel systeem dat je niet zomaar van de ene dag op de andere kunt stopzetten. Je moet de paardenmarkt begrijpen. Het is niet zoals bij koeien, varkens of kippen, waar je in één keer honderden dieren kunt kopen bij één boerderij. Een paard wordt altijd één per één gekocht. Eentje hier, eentje daar.' Chevideco werkt in Roemenië met vier aankopers van levende paarden, verdeeld over het Roemeense grondgebied. Dat doet het om de transportafstanden zo kort mogelijk te houden met het oog op dierenwelzijn. Kemseke: 'Toen de problemen opdoken, hebben we de betrokken aankoper, het bedrijf Agromexim, opgedragen om heel het plaatje te achterhalen. Die man levert ons tot zeventig paarden per week, al vijftien jaar. We hebben alle besmette paarden getraceerd: waar waren ze precies aangekocht? De paarden met cadmiumproblemen kwamen voornamelijk uit de streek rond de Noord-Roemeense stad Suceava. We hebben aan die aankoper laten weten dat hij daar moest wegblijven, en elders in het noorden van Roemenië paarden moest kopen.' Het bedrijf Agromexim liet aan Knacks Roemeense mediapartner RISE Project weten dat het de dierenartsen zijn die de sanitaire certificaten voor het paardenvlees afleveren, niet Agromexim zelf. 'Wij zijn maar een gewone trader. Of het vlees conform is, wordt bepaald door de officiële veearts bij het slachthuis.' Naar de oorzaak van de cadmiumcontaminatie heeft Agromexim zelf het raden. 'Vervuiling, uitlaatgassen, misschien het mes waarmee het vlees in Italië versneden is, het verpakkingsmateriaal, de truck waarmee het transport plaatsvond of misschien wel de hand die een sigaar vasthield vooraleer het vlees aan te raken.' Chevideco voert nog aan dat het in 2014, in de periode van de cadmiumvervuiling, maar de helft van de normale hoeveelheid paarden van Agromexim afnam. Olivier Kemseke: 'Hij mocht nog maar om de twee weken leveren. En ja, we werken vandaag nog steeds met de man samen. Natuurlijk. Hij is een correcte en trouwe leverancier en heeft een goede reputatie. Het is niet omdat iemand eens een keer door het rode licht rijdt... Het lijstje met cadmiumbesmettingen is gestopt na vier keer, hè. Sindsdien hebben we géén problemen meer gehad.' Bij het gesprek met Olivier Kemseke is ook Pierre Naassens aanwezig. De man werkt sinds 2015 als consultant voor de vleesindustrie. Daarvoor was hij nog directeur-generaal van het controlebeleid bij het voedselagentschap FAVV. Chevideco heeft Naassens opgetrommeld om Knack mee te woord te staan. 'Je mag het cadmiumprobleem niet overdrijven', zegt Naassens. 'Er is niemand die een of twee keer per dag paardenvlees eet. En het probleem duikt nog meer op bij andere diersoorten. Sinds 2010 zijn er 452 RASFF-meldingen geweest over cadmium: 11 over paardenvlees versus ongeveer 400 over inktvis en soortgelijke vissen. Mocht er in verband met Roemenië echt een structureel cadmiumprobleem zijn, dan had de Europese Commissie wel beschermende maatregelen genomen. Dat is nooit gebeurd.' Nochtans bleef het niet bij die vier cadmium-cases uit 2014. Op 3 november 2017 stuurde het voedselagentschap van de Italiaanse regio Lombardije een RASFF-waarschuwing uit: opnieuw was er een teveel aan cadmium aangetroffen (0,492 mg per kilo) in paardenvlees afkomstig uit Roemenië. Op documenten die de Europese Commissie vrijgaf over die case, prijkt de stempel van Agromexim. En op 29 mei 2018 - uitgerekend de dag na het gesprek met Kemseke en Naassens - nam een Italiaanse inspecteur het staal af dat zou leiden tot de RASFF-waarschuwing van 22 juni 2018, over cadmium in paardenvlees. FAVV-woordvoerster Dorine Van Geert bevestigt dat ook die RASFF-waarschuwing betrekking heeft op Chevideco. 'Wij zelf hebben contact opgenomen met de Italiaanse autoriteiten om er meer informatie over te krijgen. We wachten op de resultaten. Of het betrokken paardenvlees oorspronkelijk uit Roemenië kwam, daar hebben we nog geen bevestiging van.' Volgens Olivier Kemseke van Chevideco is dat wel degelijk het geval. 'Ja, het gaat opnieuw om Roemeens paardenvlees, zij het niet van slachthuis Cetina. Het was bovendien met een zeer lichte graad [aan cadmium] en ging maar over één paard. Er is een tegenanalyse gedaan van dit lot, het resultaat wachten we nog af. Er werden ondertussen andere analyses uitgevoerd van verschillende loten in Italië en alle waren negatief, dus zijn de goederen vrijgegeven.' Het FAVV heeft op vrijdag 29 juni 2018 ook nog een bijkomende controle gedaan bij Chevideco. 'Het bedrijf heeft beloofd om nog meer analyses te gaan uitvoeren', zegt een FAVV-woordvoerder. België importeert jaarlijks zowat 1600 ton paardenvlees uit Roemenië. Zowel Chevideco's Roemeense aankoper van paarden als het betrokken slachthuis zijn gevestigd in Noord-Roemenië: Agromeximin in de stad Satu Mare (nabij de Oekraïense en Hongaarse grens) en Cetina in Baia Mare (60 kilometer verderop). Moet de oorzaak van de cadmiumproblemen daar gezocht worden? Het lokale voedselagentschap van de Roemeense provincie Maramures heeft de bron van de cadmiumcontaminatie in 2014 proberen op te sporen. Zonder resultaat. Het kan natuurlijk altijd dat de paarden de cadmiumbesmetting eerder in hun leven hebben opgelopen. Maar het staat wel vast dat Noord-Roemenië een streek is met mijnbouw. 'De bodem in het mijngebied van Baia Mare is vervuild met lood, koper, zink en cadmium', staat te lezen in een academisch artikel uit 2015 door milieuwetenschappers van de Roemeense Babe?-Bolyai Universiteit. Die vervuiling is het 'gevolg van de uitstoot en verspreiding van verontreinigende stoffen tijdens en na de mijnbouwactiviteiten, evenals de ertsverwerkende industrie of de foute opslag van afval.' Het voedselagentschap van Lombardije, dat de cadmiumcase uit 2017 onderzocht, komt tot de volgende conclusie: 'Het probleem van hoge cadmiumniveaus in vlees is van bijzonder belang bij paarden, omdat zij dit metaal in hun nieren, lever en spieren ophopen. (...) De analyses die we de voorbije jaren hebben uitgevoerd, tonen dat vooral vlees afkomstig uit Oost-Europese landen - met name Polen en Roemenië - gevaar loopt. Zonder enige twijfel houdt het probleem verband met de niveaus van milieuverontreiniging en met de tijd dat het dier wordt gehouden.'