Je kan de lente zien, voelen, horen en ruiken. Het lijkt of er niets aan de hand is, de cyclus van de seizoenen gaat door jaar na jaar. De natuur trekt er zich niets van aan dat een virus onze maatschappij gedeeltelijk lam legt. Planten zullen bloeien, nieuw leven zal geboren worden, of de hele wereld nu in quarantaine gaat of niet.

Door wetenschap en techniek is onze maatschappij zo geëvolueerd dat wij in een soort artificiële cocon leven. Gedreven door een op groei gerichte economie en een groeiende arrogantie door ons technologisch kunnen is er een vaste overtuiging ontstaan dat alles maakbaar is en dat onze regels en wetten gelden. De sky is the limit voor ons technologisch kunnen. We passen de omgeving aan, aan onze behoeften en dan plots dit. Een virus, onnoemelijk klein, is in staat onze volledige maatschappij plat te leggen. Een stuk RNA verpakt in enkele eiwitten dat op zichzelf niets kan. Eens in een cel van de gastheer (de mens) neemt het de controle van de cel over om nieuwe virusdeeltjes te maken die dan weer kunnen verspreid worden naar nieuwe gastheren. Tegenover een dergelijk simpel wezentje staan wij bijna machteloos en moeten nooit geziene maatregelen genomen worden opdat ons medisch systeem niet zou in elkaar storten en de dodentol nog veel en veel groter zou worden.

Business as usual is geen optie meer: we moeten de populatiegroei beperken en de natuur herstellen.

"It's all biology", meer niet. Hoe vredig het lentelandschap er ook uitziet er onttrekt zich een enorm dynamisch netwerk van duizenden soorten aan ons oog, soorten met erg diverse levenscycli: soms heel simpele en soms heel ingewikkelde. Die soorten zijn met elkaar verbonden in complexe voedselwebben en vormen onze ecosystemen. Soorten houden elkaar normaal in evenwicht via complexe interacties zoals predator-prooi relaties, parasitisme en zo meer. Soms kan een soort zich snel ontwikkelen ten koste van een andere soort, een epidemie in brede zin, maar de natuur zal zich snel aanpassen. De belaagde kan immuun worden en/of de belager kan zelf ten prooi vallen van weer een andere soort. De ruimtelijke schaal zal steeds beperkt zijn. Dat is het spel van de evolutie dat tot de zeer complexe levensgemeenschappen heeft geleid en het is juist die complexiteit die leidt tot stabiliteit van het systeem. En laat dat nu precies zijn wat door onze activiteiten ondergraven wordt.

De weg van een leven als jager-verzamelaar, waar we in relatief kleine groepen verspreid over enorme gebieden leefden, naar onze moderne maatschappij met megasteden die wereldwijd verbonden zijn, is gekenmerkt door een toenemende technische complexiteit: van pijl en boog naar moderne wapensystemen, van medicinale kruiden naar hoogtechnologische geneeskunde, van veredeling naar genetische manipulatie van gewassen etc. Die toegenomen technologische complexiteit hebben we in belangrijke mate gebruikt om het complexe ecosysteem dat de aarde is, te versimpelen en aan onze noden aan te passen. De zeer biodiverse en complexe levensgemeenschappen werden vervangen door steeds simpelere landbouwecosystemen waar slechts enkele soorten op grote schaal gekweekt worden.

Onze rivieren werden aangepast om water sneller af te voeren of net om water achter stuwdammen te houden en om scheepvaart mogelijk te maken. De complexe vlechtende of meanderende rivieren verbonden met moerassen en grote alluviale vlaktes werden simpele rechte kanalen vastgelegd tussen dijken. Bovendien hebben we met onze steeds complexere industrieën meer en meer (afval)stoffen in het milieu gebracht. De gevolgen zijn bekend uiteraard, een sterke achteruitgang van de biodiversiteit. Hierdoor leveren de ecosystemen ook steeds minder en minder ecosysteemdiensten, dat zijn de directe en indirecte voordelen van de natuur voor de mens. Dit omvat heel wat zogenaamd regulerende diensten zoals bescherming tegen overstromingen door bufferen van water in moerassen en overstromingsgebieden, het zuiveren van water en lucht en het bufferen van extremen maar ook het reguleren van populaties van 'pestsoorten' en pathogenen. Complexe ecosystemen zijn dus essentieel om een leefbare omgeving te creëren waarin wij leven. Gedegradeerde, inherent minder complexe ecosystemen leveren minder diensten en bufferen minder de omgeving waarin we leven, wat tot steeds grotere problemen leidt.

Als mens zijn we dus verantwoordelijk voor heel veel van de problemen waarmee we momenteel geconfronteerd worden, zo ook voor heel wat epidemies, zowel bij onze medemens als bij plant en dier. Bij de kolonisatie van andere werelddelen brachten Europeanen ziektes mee die bij verschillende bevolkingsgroepen tot massale sterfte geleid heeft. Door het aanleggen van grote monoculturen in zowel de land- als de bosbouw maken we uitbraken van heel wat 'pestsoorten' mogelijk, uitbraken die we dan te lijf gaan met massale hoeveelheden pesticiden. Maar ook megastallen zijn als het ware monoculturen en de uitbraak van sommige epidemies werd tegen gegaan door massaal preventief gebruik van antibiotica of door massale slachtingen, denk maar aan de varkenspest en de gekke-koeien-ziekte. Daarnaast zorgen we ook voor de wereldwijde verspreiding van planten en dieren wat vaak ook weer tot epidemies met belangrijke gevolgen leidt, de fameuze buxus-mot is maar één voorbeeld van de vele honderden. Nu zijn we zelf de target van een organisme.

Maar ook onze maatschappij is als het ware een monocultuur. Tegen midden deze eeuw zullen we de kaap van 10 miljard ronden, dat is ongeveer 2.3 miljard meer dan vandaag en is het dubbele van de populatie in 1990, of 30 jaar terug. Daarvan wordt verwacht dat tegen de 7 miljard mensen in megasteden zullen wonen. Hoewel de overdracht van ziektes van dier naar mens een natuurlijk verschijnsel is dat altijd plaats gevonden heeft, is de kans dat dit nu gebeurt toegenomen. Steeds meer mensen dringen dieper door in ongerepte gebieden die stelselmatig omgevormd worden in landbouwgrond, waardoor contact met dieren toeneemt en dieren dichter op elkaar gedreven worden door het verlies van hun natuurlijk habitat. Het ganse voedselweb wordt verstoord waardoor natuurlijke mechanismen die soorten, inclusief pathogenen, in evenwicht houden minder efficiënt worden.

Breng dan ook nog eens een groot aantal verschillende soorten in grote aantallen levend samen op markten en je hebt de ideale condities voor de sprong van virussen van dier naar mens. Hoewel de kans klein is, werken we de statistiek door alle factoren hierboven samen een beetje in de hand. Door de enorme populatiedichtheden en de ongeziene mobiliteit maken we het pathogenen dan ook bijzonder makkelijk om zich razendsnel te verspreiden en een epi- of pandemie te vormen. Het was enkel wachten op een geschikte mutatie of overdracht van dier naar mens. Door wetenschappers werd dan ook reeds lang gewaarschuwd, dat er vandaag of morgen een nieuwe pandemie zou uitbreken, dat lag, dan ook in de lijn der verwachtingen.

Wat nu gebeurt, toont ons heel duidelijk de kwetsbaarheid en de nietigheid van ons als mens en maatschappij, en zou ons moeten doen beseffen dat wij niet meer zijn dan een klein schakeltje in het grote systeem van het leven op aarde. We hebben wel als geen enkele andere soort een disproportionele impact op de aarde, maar daardoor hebben we de veerkracht van het systeem drastisch aangetast waardoor we steeds gevoeliger zijn voor externe verstoringen en de gevolgen ervan steeds groter zijn. Dat geldt zowel voor een uitbraak van een virus zoals we nu meemaken, maar evenzeer voor de opwarming van het klimaat als voor het verlies aan biodiversiteit. De veerkracht tegen verstoringen wordt kleiner waardoor de impact groter wordt. Wanneer we de externe verstoringen ook nog eens vergroten zoals door de klimaatwijziging en habitat-verlies, geraken we in een vicieuze cirkel. Hier regeren de wetten van de biologie en de fysica, en daaruit moeten we lessen trekken voor de toekomst.

De kans is echter zeer groot dat, wanneer deze pandemie voorbijgaat, we snel zullen terugkeren naar "business as usual". Er is een grote consensus dat men nu drastische maatregelen moet nemen, maar dat we zo snel mogelijk daarna de economie een doorstart kunnen geven. Het is evenwel duidelijk dat er fundamentele wijzigingen nodig zijn, willen we niet van de ene ramp naar de andere sukkelen. Daar waar een paar decennia terug de groeiende wereldbevolking een belangrijk issue was, krijgt dat nu amper aandacht en, op China na, waar een tijdlang een één kind per gezin politiek werd gevoerd, is er geen enkel beleid gericht op het verminderen van de groei van de wereldpopulatie. Bewust geboortes beperken is een belangrijk ethisch probleem, maar het is geweten dat er een zeer duidelijk verband is tussen het geboortecijfer en het gemiddeld inkomen.

Het verminderen van de armoede en daarmee samengaand een verbetering van het onderwijs is dan ook cruciaal en de meest adequate manier om de bevolkingstoename te beperken, wat absoluut essentieel is om de wereld leefbaar te houden. Het is onbegrijpelijk dat nu plots vele miljarden kunnen vrijgemaakt worden om de economie te ondersteunen, maar dat die niet konden vrijgemaakt worden om de armoede te bestrijden, een maatregel die de economie op termijn zeker ten goede zou komen!

Daarnaast heeft het natuurlijk veel andere voordelen. Een kleinere wereldbevolking zal een kleinere druk uitoefenen op de omgeving en een rijkere bevolking zal vermoedelijk minder afhankelijk zijn van het eten van wilde dieren gekocht op de "wet markets". Uiteraard moet de ecologische voetafdruk ook bij een kleinere wereldbevolking beperkt blijven anders wordt de winst van minder mensen teniet gedaan door een grotere voetafdruk.

Naast het beperken van de bevolkingsgroei en het bestrijden van de armoede is het even cruciaal om het verlies aan biodiversiteit en natuurlijke habitats om te zetten in het behoud en uitbreiding van natuurlijke ecosystemen. Daar waar we onze omgeving omgevormd hebben tot monoculturen, moeten we terug naar complexe landschappen waar natuur, landbouw en cultuur geïntegreerd zijn. Dit zal leiden tot een grotere veerkracht waardoor de impact van externe drukken zoals stormen, overstromingen, droogtes en ziektes sterk gebufferd worden. Het is meer en meer duidelijk dat de menselijke gezondheid in belangrijke mate gekoppeld is aan gezonde ecosystemen.

Onze maatschappij is in heel belangrijke mate geworden door de groei van wetenschappelijke kennis als cruciaal onderdeel van het WTK-bestel (wetenschap, technologie en kapitaal), zoals beschreven door wijlen Prof. Vermeersch. Wetenschappelijk onderzoek wordt door de overheid gestimuleerd als driver voor innovatie, waardoor we steeds meer kunnen. Helaas wordt door diezelfde overheid wetenschappelijke kennis over het functioneren van het globale ecosysteem waar we inherent deel van uitmaken, al te weinig vertaald in beleid.

In deze crisis vormen wetenschappelijke inzichten de basis voor de getroffen maatregelen, wat een goed gevoel geeft in vergelijking met een beleid gebaseerd op een buikgevoel wat in sommige landen gevoerd wordt. Jammer genoeg is dit echter de manier waarop we vele andere crisissen aanpakken waar we als mens voorstaan, de bevolkingsgroei, de opwarming van de aarde en het verlies aan biodiversiteit. Willen we evolueren naar een duurzame en stabiele maatschappij dan is het beperken van de wereldbevolking, het herstellen van onze ecosystemen en een adequaat klimaatbeleid, dit alles gebaseerd op de beste wetenschappelijke kennis, een conditio sine qua non, naast uiteraard vele andere socio-economische maatregelen die eveneens nodig zullen zijn.

Je kan de lente zien, voelen, horen en ruiken. Het lijkt of er niets aan de hand is, de cyclus van de seizoenen gaat door jaar na jaar. De natuur trekt er zich niets van aan dat een virus onze maatschappij gedeeltelijk lam legt. Planten zullen bloeien, nieuw leven zal geboren worden, of de hele wereld nu in quarantaine gaat of niet. Door wetenschap en techniek is onze maatschappij zo geëvolueerd dat wij in een soort artificiële cocon leven. Gedreven door een op groei gerichte economie en een groeiende arrogantie door ons technologisch kunnen is er een vaste overtuiging ontstaan dat alles maakbaar is en dat onze regels en wetten gelden. De sky is the limit voor ons technologisch kunnen. We passen de omgeving aan, aan onze behoeften en dan plots dit. Een virus, onnoemelijk klein, is in staat onze volledige maatschappij plat te leggen. Een stuk RNA verpakt in enkele eiwitten dat op zichzelf niets kan. Eens in een cel van de gastheer (de mens) neemt het de controle van de cel over om nieuwe virusdeeltjes te maken die dan weer kunnen verspreid worden naar nieuwe gastheren. Tegenover een dergelijk simpel wezentje staan wij bijna machteloos en moeten nooit geziene maatregelen genomen worden opdat ons medisch systeem niet zou in elkaar storten en de dodentol nog veel en veel groter zou worden."It's all biology", meer niet. Hoe vredig het lentelandschap er ook uitziet er onttrekt zich een enorm dynamisch netwerk van duizenden soorten aan ons oog, soorten met erg diverse levenscycli: soms heel simpele en soms heel ingewikkelde. Die soorten zijn met elkaar verbonden in complexe voedselwebben en vormen onze ecosystemen. Soorten houden elkaar normaal in evenwicht via complexe interacties zoals predator-prooi relaties, parasitisme en zo meer. Soms kan een soort zich snel ontwikkelen ten koste van een andere soort, een epidemie in brede zin, maar de natuur zal zich snel aanpassen. De belaagde kan immuun worden en/of de belager kan zelf ten prooi vallen van weer een andere soort. De ruimtelijke schaal zal steeds beperkt zijn. Dat is het spel van de evolutie dat tot de zeer complexe levensgemeenschappen heeft geleid en het is juist die complexiteit die leidt tot stabiliteit van het systeem. En laat dat nu precies zijn wat door onze activiteiten ondergraven wordt.De weg van een leven als jager-verzamelaar, waar we in relatief kleine groepen verspreid over enorme gebieden leefden, naar onze moderne maatschappij met megasteden die wereldwijd verbonden zijn, is gekenmerkt door een toenemende technische complexiteit: van pijl en boog naar moderne wapensystemen, van medicinale kruiden naar hoogtechnologische geneeskunde, van veredeling naar genetische manipulatie van gewassen etc. Die toegenomen technologische complexiteit hebben we in belangrijke mate gebruikt om het complexe ecosysteem dat de aarde is, te versimpelen en aan onze noden aan te passen. De zeer biodiverse en complexe levensgemeenschappen werden vervangen door steeds simpelere landbouwecosystemen waar slechts enkele soorten op grote schaal gekweekt worden. Onze rivieren werden aangepast om water sneller af te voeren of net om water achter stuwdammen te houden en om scheepvaart mogelijk te maken. De complexe vlechtende of meanderende rivieren verbonden met moerassen en grote alluviale vlaktes werden simpele rechte kanalen vastgelegd tussen dijken. Bovendien hebben we met onze steeds complexere industrieën meer en meer (afval)stoffen in het milieu gebracht. De gevolgen zijn bekend uiteraard, een sterke achteruitgang van de biodiversiteit. Hierdoor leveren de ecosystemen ook steeds minder en minder ecosysteemdiensten, dat zijn de directe en indirecte voordelen van de natuur voor de mens. Dit omvat heel wat zogenaamd regulerende diensten zoals bescherming tegen overstromingen door bufferen van water in moerassen en overstromingsgebieden, het zuiveren van water en lucht en het bufferen van extremen maar ook het reguleren van populaties van 'pestsoorten' en pathogenen. Complexe ecosystemen zijn dus essentieel om een leefbare omgeving te creëren waarin wij leven. Gedegradeerde, inherent minder complexe ecosystemen leveren minder diensten en bufferen minder de omgeving waarin we leven, wat tot steeds grotere problemen leidt. Als mens zijn we dus verantwoordelijk voor heel veel van de problemen waarmee we momenteel geconfronteerd worden, zo ook voor heel wat epidemies, zowel bij onze medemens als bij plant en dier. Bij de kolonisatie van andere werelddelen brachten Europeanen ziektes mee die bij verschillende bevolkingsgroepen tot massale sterfte geleid heeft. Door het aanleggen van grote monoculturen in zowel de land- als de bosbouw maken we uitbraken van heel wat 'pestsoorten' mogelijk, uitbraken die we dan te lijf gaan met massale hoeveelheden pesticiden. Maar ook megastallen zijn als het ware monoculturen en de uitbraak van sommige epidemies werd tegen gegaan door massaal preventief gebruik van antibiotica of door massale slachtingen, denk maar aan de varkenspest en de gekke-koeien-ziekte. Daarnaast zorgen we ook voor de wereldwijde verspreiding van planten en dieren wat vaak ook weer tot epidemies met belangrijke gevolgen leidt, de fameuze buxus-mot is maar één voorbeeld van de vele honderden. Nu zijn we zelf de target van een organisme. Maar ook onze maatschappij is als het ware een monocultuur. Tegen midden deze eeuw zullen we de kaap van 10 miljard ronden, dat is ongeveer 2.3 miljard meer dan vandaag en is het dubbele van de populatie in 1990, of 30 jaar terug. Daarvan wordt verwacht dat tegen de 7 miljard mensen in megasteden zullen wonen. Hoewel de overdracht van ziektes van dier naar mens een natuurlijk verschijnsel is dat altijd plaats gevonden heeft, is de kans dat dit nu gebeurt toegenomen. Steeds meer mensen dringen dieper door in ongerepte gebieden die stelselmatig omgevormd worden in landbouwgrond, waardoor contact met dieren toeneemt en dieren dichter op elkaar gedreven worden door het verlies van hun natuurlijk habitat. Het ganse voedselweb wordt verstoord waardoor natuurlijke mechanismen die soorten, inclusief pathogenen, in evenwicht houden minder efficiënt worden. Breng dan ook nog eens een groot aantal verschillende soorten in grote aantallen levend samen op markten en je hebt de ideale condities voor de sprong van virussen van dier naar mens. Hoewel de kans klein is, werken we de statistiek door alle factoren hierboven samen een beetje in de hand. Door de enorme populatiedichtheden en de ongeziene mobiliteit maken we het pathogenen dan ook bijzonder makkelijk om zich razendsnel te verspreiden en een epi- of pandemie te vormen. Het was enkel wachten op een geschikte mutatie of overdracht van dier naar mens. Door wetenschappers werd dan ook reeds lang gewaarschuwd, dat er vandaag of morgen een nieuwe pandemie zou uitbreken, dat lag, dan ook in de lijn der verwachtingen.Wat nu gebeurt, toont ons heel duidelijk de kwetsbaarheid en de nietigheid van ons als mens en maatschappij, en zou ons moeten doen beseffen dat wij niet meer zijn dan een klein schakeltje in het grote systeem van het leven op aarde. We hebben wel als geen enkele andere soort een disproportionele impact op de aarde, maar daardoor hebben we de veerkracht van het systeem drastisch aangetast waardoor we steeds gevoeliger zijn voor externe verstoringen en de gevolgen ervan steeds groter zijn. Dat geldt zowel voor een uitbraak van een virus zoals we nu meemaken, maar evenzeer voor de opwarming van het klimaat als voor het verlies aan biodiversiteit. De veerkracht tegen verstoringen wordt kleiner waardoor de impact groter wordt. Wanneer we de externe verstoringen ook nog eens vergroten zoals door de klimaatwijziging en habitat-verlies, geraken we in een vicieuze cirkel. Hier regeren de wetten van de biologie en de fysica, en daaruit moeten we lessen trekken voor de toekomst.De kans is echter zeer groot dat, wanneer deze pandemie voorbijgaat, we snel zullen terugkeren naar "business as usual". Er is een grote consensus dat men nu drastische maatregelen moet nemen, maar dat we zo snel mogelijk daarna de economie een doorstart kunnen geven. Het is evenwel duidelijk dat er fundamentele wijzigingen nodig zijn, willen we niet van de ene ramp naar de andere sukkelen. Daar waar een paar decennia terug de groeiende wereldbevolking een belangrijk issue was, krijgt dat nu amper aandacht en, op China na, waar een tijdlang een één kind per gezin politiek werd gevoerd, is er geen enkel beleid gericht op het verminderen van de groei van de wereldpopulatie. Bewust geboortes beperken is een belangrijk ethisch probleem, maar het is geweten dat er een zeer duidelijk verband is tussen het geboortecijfer en het gemiddeld inkomen. Het verminderen van de armoede en daarmee samengaand een verbetering van het onderwijs is dan ook cruciaal en de meest adequate manier om de bevolkingstoename te beperken, wat absoluut essentieel is om de wereld leefbaar te houden. Het is onbegrijpelijk dat nu plots vele miljarden kunnen vrijgemaakt worden om de economie te ondersteunen, maar dat die niet konden vrijgemaakt worden om de armoede te bestrijden, een maatregel die de economie op termijn zeker ten goede zou komen! Daarnaast heeft het natuurlijk veel andere voordelen. Een kleinere wereldbevolking zal een kleinere druk uitoefenen op de omgeving en een rijkere bevolking zal vermoedelijk minder afhankelijk zijn van het eten van wilde dieren gekocht op de "wet markets". Uiteraard moet de ecologische voetafdruk ook bij een kleinere wereldbevolking beperkt blijven anders wordt de winst van minder mensen teniet gedaan door een grotere voetafdruk.Naast het beperken van de bevolkingsgroei en het bestrijden van de armoede is het even cruciaal om het verlies aan biodiversiteit en natuurlijke habitats om te zetten in het behoud en uitbreiding van natuurlijke ecosystemen. Daar waar we onze omgeving omgevormd hebben tot monoculturen, moeten we terug naar complexe landschappen waar natuur, landbouw en cultuur geïntegreerd zijn. Dit zal leiden tot een grotere veerkracht waardoor de impact van externe drukken zoals stormen, overstromingen, droogtes en ziektes sterk gebufferd worden. Het is meer en meer duidelijk dat de menselijke gezondheid in belangrijke mate gekoppeld is aan gezonde ecosystemen. Onze maatschappij is in heel belangrijke mate geworden door de groei van wetenschappelijke kennis als cruciaal onderdeel van het WTK-bestel (wetenschap, technologie en kapitaal), zoals beschreven door wijlen Prof. Vermeersch. Wetenschappelijk onderzoek wordt door de overheid gestimuleerd als driver voor innovatie, waardoor we steeds meer kunnen. Helaas wordt door diezelfde overheid wetenschappelijke kennis over het functioneren van het globale ecosysteem waar we inherent deel van uitmaken, al te weinig vertaald in beleid. In deze crisis vormen wetenschappelijke inzichten de basis voor de getroffen maatregelen, wat een goed gevoel geeft in vergelijking met een beleid gebaseerd op een buikgevoel wat in sommige landen gevoerd wordt. Jammer genoeg is dit echter de manier waarop we vele andere crisissen aanpakken waar we als mens voorstaan, de bevolkingsgroei, de opwarming van de aarde en het verlies aan biodiversiteit. Willen we evolueren naar een duurzame en stabiele maatschappij dan is het beperken van de wereldbevolking, het herstellen van onze ecosystemen en een adequaat klimaatbeleid, dit alles gebaseerd op de beste wetenschappelijke kennis, een conditio sine qua non, naast uiteraard vele andere socio-economische maatregelen die eveneens nodig zullen zijn.