Vanmiddag kleuren de TV-schermen zwart, organiseren gemeentelijke jeugddiensten gelegenheidsspeelpleinen en zelfs de 130 JBC-winkels sluiten één dag. Overal trekken kinderen hun vuilste, stoutste schoenen aan voor de officiële Buitenspeeldag.

Buitenspeeldag is in het leven geroepen als campagne om één keer per jaar het buitenspelen te stimuleren. Onderzoek toont immers dat het spelende kind met uitsterven bedreigd is. Zo toonde Jantje Beton (een Nederlandse organisatie) aan dat het aantal kinderen dat elke dag buiten speelt drastisch gedaald is: nog maar 14% tegenover nog 20% in 2013 (wat ook al weinig was). 30 procent speelt nooit of maar één keer in de week buiten. In hetzelfde onderzoek zegt 1 op 3 kinderen wel vaker buiten te willen spelen. Waarom ze dan toch binnenblijven? Speelplekken zijn te saai, of kinderen hebben het te druk met school en hobby's.

Ook de actieradius van kinderen - hoe ver van huis kunnen en mogen ze zich zelfstandig bewegen - is de afgelopen 40 jaar sterk geslonken. In Engeland bracht een steekproef bij een familie waarvan de vier generaties in dezelfde buurt zijn blijven wonen een opvallende evolutie aan het licht. Een kind van acht speelt vandaag nog tot 200 meter rond het huis. Z'n ouders gingen nog tot 9 km ver en de overgrootouders fietsten en renden tot op 16 km van hun huis.

Natuurlijk zijn tijden veranderd. Naast tijd en fysieke ruimte, is er ook psychische ruimte nodig, de toestemming om te mogen spelen. Durven we kinderen nog op dat klimrek laten klauteren? Voelen we ons niet geruster wanneer een kind vanuit de zetel racet op de PlayStation in plaats van koerske te spelen in de niet altijd even autoluwe straat? En dan is er ook nog dat huiswerk dat af moet ...

De buitenspeeldag is een fantastisch feest, zeker nu de zon schijnt. En toch is het niet genoeg. Ik laat graag enkele (water)ballonnetjes op.

Maak van de Buitenspeeldag een autoloze dag. Geef minstens op die ene dag per jaar de stad en de straat aan de kinderen. Laat kinderen zorgeloos spelen op straat. Geef ze de kans om veilig naar de speeltuin of het bos te stappen of fietsen. Geef kinderen voor één keer vrij spel in de publieke ruimte. Daar hoeft het niet te eindigen: de autoloze woensdag is een prikkel voor steden en gemeenten om na te gaan waar het kindvriendelijker kan op lange termijn.

Dat is de volgende stap: een 'masterplan buitenspelen' met als doel om in 2025 elke dag buitenspeeldag te kunnen noemen. We geven elk kind een brede stoep voor de deur voor korte speelmomenten tussendoor en een avontuurlijk speelterrein op wandelafstand van thuis. Huiswerk schaffen we af, zo winnen we tijd om te spelen en werken we ineens ook die ongelijkheid weg. Elke schoolpoort maken we autovrij, wat aanmoedigt om met de fiets of te voet naar school te komen. De speelplaats op school wordt groen en avontuurlijk, en stellen we liefst nog open buiten de schooltijd.

75 procent van de kinderen zegt zich vrolijk en blij te voelen na buiten te spelen. Wie veel beweegt maakt minder kans op botbreuken en herstelt sneller bij ziekte. Uit ander onderzoek blijkt dan weer dat spelende kinderen op langere termijn minder osteoporose, hart- en vaatziekten en diabetes ontwikkelen. Buitenspelen is ook positief voor het concentratievermogen en leerprestaties, en stimuleert fantasie en creativiteit. Kinderen die buitenspelen, leren omgaan met vrijheid, ontwikkelen zelfstandigheid en zelfvertrouwen. De lijst van voordelen is eindeloos.

Een stad inrichten op maat van spelende kinderen maakt niet alleen kinderen gelukkig. Autoluwe buurten en groene speelplekken zorgen ook voor ontmoeting voor jong en oud, dragen bij aan de luchtkwaliteit, stimuleren beweging, bevorderen gezondheid voor elkeen en zijn hefbomen naar klimaatneutrale toekomst.

Dus: alleen maar voordelen in ruil voor wat politieke moed. Wie durft?

Vanmiddag kleuren de TV-schermen zwart, organiseren gemeentelijke jeugddiensten gelegenheidsspeelpleinen en zelfs de 130 JBC-winkels sluiten één dag. Overal trekken kinderen hun vuilste, stoutste schoenen aan voor de officiële Buitenspeeldag. Buitenspeeldag is in het leven geroepen als campagne om één keer per jaar het buitenspelen te stimuleren. Onderzoek toont immers dat het spelende kind met uitsterven bedreigd is. Zo toonde Jantje Beton (een Nederlandse organisatie) aan dat het aantal kinderen dat elke dag buiten speelt drastisch gedaald is: nog maar 14% tegenover nog 20% in 2013 (wat ook al weinig was). 30 procent speelt nooit of maar één keer in de week buiten. In hetzelfde onderzoek zegt 1 op 3 kinderen wel vaker buiten te willen spelen. Waarom ze dan toch binnenblijven? Speelplekken zijn te saai, of kinderen hebben het te druk met school en hobby's.Ook de actieradius van kinderen - hoe ver van huis kunnen en mogen ze zich zelfstandig bewegen - is de afgelopen 40 jaar sterk geslonken. In Engeland bracht een steekproef bij een familie waarvan de vier generaties in dezelfde buurt zijn blijven wonen een opvallende evolutie aan het licht. Een kind van acht speelt vandaag nog tot 200 meter rond het huis. Z'n ouders gingen nog tot 9 km ver en de overgrootouders fietsten en renden tot op 16 km van hun huis. Natuurlijk zijn tijden veranderd. Naast tijd en fysieke ruimte, is er ook psychische ruimte nodig, de toestemming om te mogen spelen. Durven we kinderen nog op dat klimrek laten klauteren? Voelen we ons niet geruster wanneer een kind vanuit de zetel racet op de PlayStation in plaats van koerske te spelen in de niet altijd even autoluwe straat? En dan is er ook nog dat huiswerk dat af moet ... De buitenspeeldag is een fantastisch feest, zeker nu de zon schijnt. En toch is het niet genoeg. Ik laat graag enkele (water)ballonnetjes op.Maak van de Buitenspeeldag een autoloze dag. Geef minstens op die ene dag per jaar de stad en de straat aan de kinderen. Laat kinderen zorgeloos spelen op straat. Geef ze de kans om veilig naar de speeltuin of het bos te stappen of fietsen. Geef kinderen voor één keer vrij spel in de publieke ruimte. Daar hoeft het niet te eindigen: de autoloze woensdag is een prikkel voor steden en gemeenten om na te gaan waar het kindvriendelijker kan op lange termijn. Dat is de volgende stap: een 'masterplan buitenspelen' met als doel om in 2025 elke dag buitenspeeldag te kunnen noemen. We geven elk kind een brede stoep voor de deur voor korte speelmomenten tussendoor en een avontuurlijk speelterrein op wandelafstand van thuis. Huiswerk schaffen we af, zo winnen we tijd om te spelen en werken we ineens ook die ongelijkheid weg. Elke schoolpoort maken we autovrij, wat aanmoedigt om met de fiets of te voet naar school te komen. De speelplaats op school wordt groen en avontuurlijk, en stellen we liefst nog open buiten de schooltijd. 75 procent van de kinderen zegt zich vrolijk en blij te voelen na buiten te spelen. Wie veel beweegt maakt minder kans op botbreuken en herstelt sneller bij ziekte. Uit ander onderzoek blijkt dan weer dat spelende kinderen op langere termijn minder osteoporose, hart- en vaatziekten en diabetes ontwikkelen. Buitenspelen is ook positief voor het concentratievermogen en leerprestaties, en stimuleert fantasie en creativiteit. Kinderen die buitenspelen, leren omgaan met vrijheid, ontwikkelen zelfstandigheid en zelfvertrouwen. De lijst van voordelen is eindeloos. Een stad inrichten op maat van spelende kinderen maakt niet alleen kinderen gelukkig. Autoluwe buurten en groene speelplekken zorgen ook voor ontmoeting voor jong en oud, dragen bij aan de luchtkwaliteit, stimuleren beweging, bevorderen gezondheid voor elkeen en zijn hefbomen naar klimaatneutrale toekomst. Dus: alleen maar voordelen in ruil voor wat politieke moed. Wie durft?