Volgens het federaal parket zou de PKK in België en in andere West-Europese landen op grote schaal jonge Koerden ronselen. Die zouden uit hun familiale omgeving weggerukt worden en in kampen in de Oostkantons, Irak en Griekenland klaargestoomd worden voor de gewapende strijd.

Daarnaast zou de PKK zich in België bezighouden met de aanmaak en handel in valse identiteitsdocumenten en zou ze aan fondsenwerving doen bij particulieren en handelaars, veelal onder bedreiging of met geweld.

Het radiostation Mesopotamia, dat onder het televisiestation ROJ-TV in Denderleeuw valt, zou dienst doen als operationeel PKK-communicatiekanaal. Het federaal parket had gevraagd om 34 personen en 2 vennootschappen naar de correctionele rechtbank te verwijzen, onder meer voor deelname aan de activiteiten van een terroristische groep.

Bij die verdachten zijn Remzi Kartal en Zubeydir Aydar, in 2010 de voorzitter en ondervoorzitter van het Kurdistan National Kongress, maar ook werknemers van ROJ-TV en het bedrijf achter het televisiekanaal zelf, ROJ NV.

De Brusselse raadkamer en nadien de KI hadden alle verdachten buiten vervolging gesteld omdat ze van oordeel waren dat het Turks-Koerdische conflict beschouwd moest worden als een gewapend conflict en dat de terrorismewetgeving dus niet van toepassing kon zijn. Het federaal parket stapte daarop naar het Hof van Cassatie en dat oordeelde dat het arrest van de KI gebrekkig gemotiveerd was, waardoor het dossier voor 35 van de 36 verdachten opnieuw behandeld moest worden door de Brusselse KI.

Enkel de buitenvervolgingstelling van het televisiestation ROJ-TV bleef toen overeind. Vrijdag heeft de KI opnieuw besloten alle verdachten buiten vervolging te stellen. De KI heeft geoordeeld dat de PKK, met inbegrip van de afdeling HPG, te beschouwen is als een (niet-statelijke) strijdkracht betrokken bij een langdurig en intensief niet-internationaal gewapend conflict tussen haarzelf en de Turkse staat en om die reden onderworpen is aan het internationaal humanitair recht (het 'oorlogsrecht') als het gaat om handelingen op het Turks gebied of occasioneel op het grondgebied van aangrenzende staten.

'Er werden onvoldoende bezwaren gevonden om te kunnen besluiten dat de PKK/HPG zich buiten voornoemd conflictgebied schuldig heeft gemaakt aan terroristische misdrijven', klinkt het. Daarom kan PKK/HPG niet beschouwd worden als terroristische groep, en is de deelname aan de activiteiten of het vervullen van een leidinggevende functie binnen deze organisatie niet strafbaar op grond van het Belgische strafrecht.