Het project is omstreden, maar het komt er toch: eind dit jaar opent de stad Brussel een eerste 'risicobeperkende gebruikersruimte', genaamd Gate. Het is een plek waar drugsverslaafden naartoe kunnen om in veilige omstandigheden te gebruiken. Gate komt in de Stalingradwijk, niet ver van het Zuidstation, een buurt waar sinds jaar en dag druk wordt gebruikt en verhandeld.
...

Het project is omstreden, maar het komt er toch: eind dit jaar opent de stad Brussel een eerste 'risicobeperkende gebruikersruimte', genaamd Gate. Het is een plek waar drugsverslaafden naartoe kunnen om in veilige omstandigheden te gebruiken. Gate komt in de Stalingradwijk, niet ver van het Zuidstation, een buurt waar sinds jaar en dag druk wordt gebruikt en verhandeld. Over het project en hoe die ruimte er precies moet uitzien, is twee jaar lang overleg gepleegd tussen hulporganisaties, de stad Brussel, het Brussels Gewest, het OCMW, de politie en het parket. Met die laatsten zijn afspraken gemaakt dat de bezoekers noch het centrum zullen worden vervolgd. Tenzij er bijvoorbeeld, ondanks de aanwezigheid van medisch personeel, iemand zou overlijden en daarop een schadeclaim zou volgen. 'Dan moet het parket natuurlijk wel vervolgen, maar we weten uit internationaal onderzoek dat gebruikersruimtes wérken, en veilig zijn. Alleen al in Europa zijn er een negentigtal. Al onze buurlanden hebben ze', zegt Nicolas De Troyer, projectleider van Transit, een vzw met 25 jaar ervaring op het gebied van drugsverslaving die zal instaan voor de dagelijkse werking van Gate. De Brusselse Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) heeft een ordonnantie goedgekeurd om de gebruikersruimtes een wettelijke basis te geven. Het blijft een juridisch wankele constructie zolang de honderd jaar oude federale drugswet, waartegen veel organisaties in dit jubileumjaar actievoeren, niet wordt aangepast. Die wet uit 1921 beschouwt het ter beschikking stellen van een lokaal als aanzetten tot gebruik. 'En dat is strafbaar', legt De Troyer uit. 'In 1921 was men bang voor opiumbars, maar de realiteit van toen is niet die van vandaag - het is alsof je vandaag met een verkeerswet uit 1921 zou werken. Het verzet tegen een aanpassing van die oude drugswet is zuiver ideologisch.' Binnen de federale Vivaldi-coalitie is CD&V mordicus gekant tegen 'spuitzalen', die, aldus CD&V-voorzitter Joachim Coens, drugsgebruik faciliteren en aanmoedigen. In Brussel komt de oppositie tegen de gebruikersruimte vooral van de N-VA. 'Het drugsprobleem in Brussel wordt nu al geminimaliseerd, hoewel het heel sterk aanwezig is', zegt Brussels Parlementslid Mathias Vanden Borre (N-VA). 'Dan kun je als overheid geen ruimtes gedogen waar mensen een spuit zetten en dan gewoon weer naar buiten lopen, zonder verplichte medische begeleiding. Gebruikersruimtes geven een verkeerd signaal. Eigenlijk geef je de allerzwaksten in onze samenleving bijna op aan drugs. En alles wat aan het eigenlijke gebruik voorafgaat, blijft problematisch: de zoektocht naar geld, de diefstallen, de auto-inbraken, de criminele netwerken... Gebruiksruimtes lossen het probleem niet op, het is pure symptoombestrijding.' Verdedigers van het project wijzen erop dat een repressief drugsbeleid, ondanks de grote inzet van mankracht en middelen, ook nauwelijks zoden aan de dijk heeft gebracht. 'Het was nooit makkelijker om aan drugs te komen dan vandaag, zowel op straat als online - de thuisbezorging van drugs is door corona bijvoorbeeld spectaculair toegenomen. En algemeen is het drugsgebruik in België de voorbije twintig jaar verdubbeld, in heel onze samenleving en in alle sociaal-economische milieus', zegt Stephane Leclercq, directeur van Fedito, de Franstalige federatie van organisaties die werken met drugsverslaafden. Veel drugsgebruikers nemen hun drugs inderdaad thuis in. Gebruikersruimtes richten zich tot problematische verslaafden die hun drugs in de publieke ruimte consumeren, en voor flink wat overlast kunnen zorgen, gaande van vuile naalden en andere troep die overal wordt achtergelaten, tot vechtpartijen onder gebruikers. In ons land heeft tot dusver alleen Luik sinds 2018 een gebruikersruimte, maar die zal begin september mogelijk de deuren sluiten. Dan zit de driejarige gedoogconstructie met de stad en het parket er namelijk op. In Brussel, waar naast de stad ook het gewest plannen heeft voor een drugsgebruikersruimte, voert PS-burgemeester Philippe Close met de opening van de eerste gebruikersruimte een verkiezingsbelofte uit. Hoewel er minder sprake is van zware drugscriminaliteit zoals in Antwerpen, is het drugsprobleem in Brussel inderdaad alomtegenwoordig. Volgens de Gewestelijke Veiligheidsenquête van 2018 heeft 23 procent, dus haast een op de vier Brusselaars, 'vaak of altijd last van feiten van drugsgebruik en drugshandel'. De voordelen van gebruikersruimtes zijn volgens voorstanders dubbel. Aan de ene kant zal de leefbaarheid van de publieke ruimte er wel bij varen, want volgens Brusselse organisaties die werken met verslaafden neemt het gebruik op straat, en in plaatsen als parken, metrostations, kraakpanden, toiletten van ziekenhuizen en cafés en ondergrondse parkeergarages, de laatste jaren nog sterk toe. Aan de andere kant zullen gebruikers kunnen consumeren in hygiënische omstandigheden, indien intraveneus bijvoorbeeld met schone naalden, want er worden weliswaar geen drugs maar wel materiaal verstrekt, en altijd onder het waakzame oog van verpleegkundigen. 'Gebruikersruimtes zijn bedoeld voor mensen die niet kunnen of willen stoppen. Mensen met een compulsieve verslaving. Voor die groep werden in de jaren 1980 in Amerika zogenaamde harm reduction-benaderingen ontwikkeld', legt Nicolas De Troyer van Transit uit. 'Het uitgangspunt daarbij is dat hulpverleners geen oordeel vellen over het drugsgebruik, maar ervoor proberen te zorgen dat gebruikers zichzelf en de samenleving zo weinig mogelijk schade berokkenen. In de hoop zo een vertrouwensband op te bouwen.' Uit buitenlandse voorbeelden is gebleken dat gebruikersruimtes voor drugsverslaafden die het contact met de samenleving zijn kwijtgeraakt, een opstapje kunnen zijn om toch een gesprek aan te knopen met de aanwezige sociale werkers en de psychologische of medische hulpverleners. Zonder dwang of verplichting. En verder zal het, alle verhoudingen in acht genomen, er toegaan zoals in een vaccinatiecentrum, zegt De Troyer. 'Wie binnenkomt krijgt een nummer of een code, en gaat naar de wachtzaal tot er plek is in de gebruikersruimte. Na het gebruik moeten mensen nog even wachten in een andere zaal, waar ze worden gemonitord. Als we zien dat er geen gevaar is voor een overdosis, kan hij - of zij, maar 80 procent van de problematische gebruikers zijn mannen - vertrekken.' Alleen zwaar verslaafde, meerderjarige gebruikers van cocaïne en crack, heroïne, amfetamines en dergelijke, zullen in de gebruikersruimte toegelaten worden. Voor wie eens in een gecontroleerde omgeving wil proberen hoe een shot heroïne voelt of rustig een joint wil roken, is er uitdrukkelijk geen plaats. In de praktijk zal de clientèle van Gate dan ook vooral bestaan uit daklozen, ex-gedetineerden, en mensen zonder papieren en transmigranten. 'Het gaat om mensen die compleet van de radar zijn verdwenen en niet meer bij de klassieke hulpverlening raken omdat ze alleen nog bezig zijn met geld vinden, product vinden, materiaal vinden en gebruiken. En dat dagen, weken, maanden en soms jaren aan een stuk', zegt De Troyer. 'Die mensen zijn zo gemarginaliseerd dat ze wel op straat moeten gebruiken. Ze zijn in het proces doorgaans ook heel hun administratieve situatie uit het oog verloren. Iemand in Brussel die in twee jaar tijd een problematische heroïnegebruiker is geworden, heeft waarschijnlijk geen identiteitskaart, ziekenfonds en adres meer. Hij heeft misschien nog een vervangingsinkomen, maar de vraag is voor hoelang nog. De drugsgebruikersruimte is voor dat publiek een eerste stap om zaken weer op orde te krijgen, juist omdat wij zo laagdrempelig zijn.' Filip Keymeulen is straathoekwerker bij Diogenes, een vzw gespecialiseerd in straathoekwerk met daklozen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hij kent de onderkant van Brussel als zijn broekzak en schreef over de Brusselse daklozenwereld de positief onthaalde debuutroman Alhambra, naar de wijk rondom de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, die sterk te kampen heeft met overlast door drugs en prostitutie. 'Een gebruikersruimte is natuurlijk geen wonderformule,' zegt hij op een terras aan de Beurs, 'maar wel een must in een breder palet van oplossingen.' Veel daklozen met wie Keymeulen werkt, zijn verslaafd aan alcohol of drugs en vaak aan de twee tegelijk. 'Van de 2312 mensen met wie Diogenes tussen 2017 en 2020 heeft gewerkt, golden 34,5 procent of 799 personen als actieve, dagelijkse drugsgebruikers. Daarvan drinkt meer dan 80 procent ook alcohol en heeft haast driekwart ernstige mentale problemen. En meer dan 80 procent van die mensen zit overdag in de publieke ruimte. Waar precies, dat wisselt nogal eens. Tijdens de coronacrisis was de voetgangerszone echt het rijk van de daklozen, maar sinds de opening van de terrassen is de politie veel sterker aanwezig en hebben ze zich onder meer richting Varkensmarkt verplaatst.' Keymeulen pleit voor een ruimere benadering, waarin vooral huisvesting en vlottere toegang tot het OCMW vooropstaan. 'We dagen Brusselse OCMW's steeds vaker voor de arbeidsrechtbank omdat ze dossiers niet binnen wettelijke termijnen behandelen en laten aanslepen.' Daarnaast biedt Diogenes ook activiteiten aan, om de sterk vernauwde horizon van verslaafden opnieuw wat te verbreden. 'Denk aan een uitstapje naar zee of naar de sauna, in plaats van altijd te focussen op hun gebruik en mensen in een afkicktraject krijgen.' In Brusselse straten, parken en metrostations worden vooral alcohol en cocaïne of crack geconsumeerd, en in mindere mate heroïne. 'Op basis van een enquête in 2020 schatte Sciensano het aantal mensen in Brussel dat problematisch, in de openbare ruimte, intraveneus heroïne gebruikt op circa 700, al moet je dat cijfer met een korrel zout nemen. Een nog veel groter aantal mensen is problematisch crackgebruiker, maar om hoeveel mensen het precies gaat, is onmogelijk in te schatten. Maar alle instellingen die bezig zijn met problematische drugsgebruikers geven dezelfde feedback: het meestgebruikte product op straat is niet langer alcohol, maar crack en cocaïne', zegt Stephane Leclercq, directeur van Fedito. De reden daarvoor is dat België sinds een aantal jaren met relatief goedkope cocaïne wordt overspoeld. 'Vroeger kwam veel cocaïne uit Zuid-Amerika via de haven van Rotterdam Europa binnen. Nu is Antwerpen de toegangspoort voor cocaïne naar Europa en Azië geworden. Doordat de smokkelroute over Antwerpen loopt, gaat de prijs van de cocaïne hier ook niet meer omhoog', vervolgt Leclercq. 'Het leven wordt steeds duurder, maar een gram cocaïne kost vandaag nog evenveel als vijf jaar geleden.' Ook is de cocaïne die nu op straat wordt verkocht van uitstekende kwaliteit. 'Dealers versnijden het spul niet meer zoals vroeger, want het gaat allang niet meer over wie het meeste product heeft, maar over wie de beste kwaliteit kan aanbieden. Dat zorgt er ook voor dat steeds meer mensen verslaafd raken.' Door de economische moeilijkheden en mentale druk door de coronacrisis is het aantal problematische verslavingen in Brussel alleen maar toegenomen, zo bleek uit een rondvraag van de vzw Eurotox en Fedito Bruxelles bij Brusselse gezondheidsinstellingen. Na één jaar coronacrisis rapporteerde 44 procent van de mensen die bij hen aanklopten een sterke toename van hun alcoholgebruik en 35 procent een sterke toename van hun cocaïnegebruik. Gevolg: een massa hulpaanvragen en lange wachtlijsten. Dakloze verslaafden zagen zeker tijdens de eerste maanden van de coronacrisis dan weer al hun (schaarse) voorzieningen wegvallen: de nachtopvang en de dagcentra waar ze terechtkonden voor een douche, een toilet, een kop koffie en een warme maaltijd. Ook medische en psychiatrische zorg werd vaak stopgezet. 'Tijdens de coronacrisis is de sociale en sanitaire toestand van problematische drugsgebruikers er nog sterk op achteruitgegaan', zegt Leclercq. 'Ze werden ook heel zichtbaar in het straatbeeld. Zeker tijdens de eerste maanden van de crisis, toen iedereen thuis moest blijven, palmden de duizenden mensen die in Brussel geen dak boven hun hoofd hebben de publieke ruimte in. Op dat moment zou de noodzaak van een gebruikersruimte toch voor iedereen duidelijk moeten zijn geworden.' Brusselse stations en metrostations zijn altijd al geliefde plekken geweest voor drugsgebruikers. Met name metrostations als Botanique, Naamsepoort, Ribaucourt, IJzer en Hallepoort hebben op dat gebied een beroerde reputatie. Hoofdcommissaris Vincent Janssens van de Brusselse spoorwegpolitie, die onder meer instaat voor de veiligheid in de stations en metrostations, is het idee van een gebruikersruimte daarom niet helemaal ongenegen. 'Op zich kan het positief zijn dat we drugsgebruikers kunnen oriënteren naar centra waar ze kunnen consumeren', zegt hij. 'Maar zo'n centrum mag wel wat meer zijn dan alleen een ruimte waar mensen heroïne en cocaïne injecteren of roken. Er moeten ook begeleidingstrajecten worden aangeboden om ze van hun verslaving af te helpen. Ik kan me ook niet voorstellen dat een heroïnejunk die net zijn spul heeft gescoord in Naamsepoort netjes een kaartje koopt voor de metro richting Lemonnier en het gebruikershuis, waar hij een uur moet aanschuiven, voordat hij zijn shot kan zetten. Dat vergt discipline. En als er één ding is wat verslaafden niet hebben, is het dat wel.' Vincent Janssens werkte vijf jaar lang bij de Brusselse metrobrigade, was vervolgens tien jaar weg uit Brussel, en is nu terug als hoofd van de spoorwegpolitie. 'Ik vind Brussel ontzettend veranderd, op vele vlakken, maar zeker ook op het gebied van drugsgebruik', zegt hij. 'Het is echt dweilen met de kraan open geworden. Als politie vermogen wij er ook heel weinig tegen. Wat kunnen we doen met iemand die open en bloot in de metro heroïne spuit en dan volledig weg is? Een pv opmaken, waarmee het parket hoogstwaarschijnlijk heel weinig zal doen want er zijn wel andere katten te geselen? Die persoon bestuurlijk aanhouden? En wat als die na twaalf uur weer vrijkomt? Dan begint alles gewoon opnieuw.' Ondanks een genuanceerd oordeel over de geplande gebruikersruimte wijst Janssens er ook op dat alle andere overlast die gepaard gaat met drugsverslavingen, zoals de handel en de criminaliteit, buiten schot blijft. 'Een gram heroïne kost minimaal 35 euro. Een beginnende heroïnomaan heeft zeker één gram per dag nodig. Dat is dus 7 maal 35 euro per week. Iemand die verslaafd is, is niet in staat om te werken. Hoe betaalt iemand dat dan? Dat probleem gaan we niet oplossen door gebruikersruimtes te creëren.'