De kogel is eindelijk door de kerk. Na een gedwongen sluiting van bijna zeven maanden mogen cafés en restaurants hun deuren (waarschijnlijk) weer openen op 8 mei. Of tenminste: de deuren van hun terras. Aan welke voorwaarden ze zich daarbij moeten houden, is nog onduidelijk. Maar na een loodzwaar coronajaar is het een eerste stap in de goede richting.

Daarbij duikt ook de vraag op welke gevolgen de horeca effectief zal dragen van Covid-19. Of: hoe zal onze horeca er in de toekomst uitzien? Feit is dat het Belgische horecalandschap er ietwat speciaal uitziet. Ongeveer 60% van de uitbaters huurt een pand van een brouwer of drankenhandelaar. Dat is vooral het geval op economisch aantrekkelijke locaties. Het principe is eenvoudig: uitbaters betalen een schappelijke huurprijs, maar moeten in ruil wel drank afnemen bij hun verhuurder: dat systeem is vooral bekend onder de term 'afnameverplichting'.

Regeringspartij Vooruit komt nu met een wetsvoorstel om deze afnameverplichting los te koppelen van de huurovereenkomst. Daarmee wil ze misbruiken tegengaan van brouwerijen/drankenhandels die zich als heer en meester zouden gedragen en hun huurders onder de duim houden. Maar klopt dat geschetste beeld wel? Waren veel brouwerijen het afgelopen jaar niet gul met huurkortingen in de maanden dat de horeca moest sluiten? En toonden ze zich ook niet begripvol door vervallen bier gratis mee te nemen?

Feit is dat beide partijen elkaar broodnodig hebben. De brouwer/drankenhandel kan immers evenmin zonder de cafébaas: zonder horeca staan de panden leeg, wat neerkomt op minder afzet en geen huurinkomsten. Geen wonder dat veel brouwers hun productie het voorbije jaar ombouwden om, bij gebrek aan cafés, meer bier te kunnen leveren aan de supermarkten. Iedereen, eender welke schakel van de keten, beleeft dus moeilijke en onzekere tijden.

Dat bleek deze week opnieuw toen twee Brusselse cafés naar de rechtbank stapten om een lagere huurprijs te verkrijgen van hun verhuurder/brouwer AB InBev. Hun redenering: onze zaak is al maanden verplicht gesloten, dus waarom zouden we betalen voor het pand? AB InBev beweert het voorbije jaar dan weer miljoenen euro's te hebben verloren door (deels) kwijtgescholden huurgelden. "Iedereen zit in hetzelfde schuitje", klinkt het.

Helaas bestaan er wel voorbeelden van misbruik, waarbij grote spelers hun machtspositie misbruiken om de kleinere horecazaak uit te buiten. Ook voor ons kan dat uiteraard niet door de beugel. Net om die reden is er enkele jaren geleden op ons voorstel een wet gestemd, die kleinere spelers moet beschermen tegen misbruik van aanmerkelijke machtsposities. Daarnaast bestaat er gelijkaardige Europese wetgeving die wurgcontracten probeert tegen te gaan, door kleinere ondernemingen te beschermen tegen leveranciers die meer dan 30% van het marktaandeel bezitten.

Tot slot niet onbelangrijk, in 2015 sloten de horeca federaties, de brouwers en drankenhandelaars zelf een gedragscode waarmee ze afspraken vastlegden voor de drankafnameverplichtingen. Deze gedragscode heeft ook veel van de voorheen bestaande problemen opgelost. Malafide verhuurders zullen er helaas altijd wel tussen zitten. Maar de vraag is: moeten we daarom alle bonafide partijen straffen door het bestaande evenwicht in gevaar te brengen?

Extra wetgeving is voor mij dan ook onzinnig: waarom zouden we als overheid een evenwicht verstoren dat vanzelf tot stand is gekomen in de markt? Meer nog, het wetsvoorstel van Vooruit zou meer problemen kunnen veroorzaken dan oplossen. Als de regels gerespecteerd worden, werkt het huidige ecosysteem perfect. Dat bewijst ook de solidariteit binnen de sector. Indien er toch een misbruik zou plaatsvinden, hebben de horeca uitbaters reeds wetgeving achter zich waarop ze kunnen terugvallen en die hen beschermen.

Ik vrees dan ook, als de overheid ingrijpt in dat systeem, dat er minder zal geïnvesteerd worden in cafés en restaurants. In post-coronatijden zou dat weleens de doodsteek kunnen worden voor onze horecasector.

De kogel is eindelijk door de kerk. Na een gedwongen sluiting van bijna zeven maanden mogen cafés en restaurants hun deuren (waarschijnlijk) weer openen op 8 mei. Of tenminste: de deuren van hun terras. Aan welke voorwaarden ze zich daarbij moeten houden, is nog onduidelijk. Maar na een loodzwaar coronajaar is het een eerste stap in de goede richting.Daarbij duikt ook de vraag op welke gevolgen de horeca effectief zal dragen van Covid-19. Of: hoe zal onze horeca er in de toekomst uitzien? Feit is dat het Belgische horecalandschap er ietwat speciaal uitziet. Ongeveer 60% van de uitbaters huurt een pand van een brouwer of drankenhandelaar. Dat is vooral het geval op economisch aantrekkelijke locaties. Het principe is eenvoudig: uitbaters betalen een schappelijke huurprijs, maar moeten in ruil wel drank afnemen bij hun verhuurder: dat systeem is vooral bekend onder de term 'afnameverplichting'. Regeringspartij Vooruit komt nu met een wetsvoorstel om deze afnameverplichting los te koppelen van de huurovereenkomst. Daarmee wil ze misbruiken tegengaan van brouwerijen/drankenhandels die zich als heer en meester zouden gedragen en hun huurders onder de duim houden. Maar klopt dat geschetste beeld wel? Waren veel brouwerijen het afgelopen jaar niet gul met huurkortingen in de maanden dat de horeca moest sluiten? En toonden ze zich ook niet begripvol door vervallen bier gratis mee te nemen? Feit is dat beide partijen elkaar broodnodig hebben. De brouwer/drankenhandel kan immers evenmin zonder de cafébaas: zonder horeca staan de panden leeg, wat neerkomt op minder afzet en geen huurinkomsten. Geen wonder dat veel brouwers hun productie het voorbije jaar ombouwden om, bij gebrek aan cafés, meer bier te kunnen leveren aan de supermarkten. Iedereen, eender welke schakel van de keten, beleeft dus moeilijke en onzekere tijden. Dat bleek deze week opnieuw toen twee Brusselse cafés naar de rechtbank stapten om een lagere huurprijs te verkrijgen van hun verhuurder/brouwer AB InBev. Hun redenering: onze zaak is al maanden verplicht gesloten, dus waarom zouden we betalen voor het pand? AB InBev beweert het voorbije jaar dan weer miljoenen euro's te hebben verloren door (deels) kwijtgescholden huurgelden. "Iedereen zit in hetzelfde schuitje", klinkt het.Helaas bestaan er wel voorbeelden van misbruik, waarbij grote spelers hun machtspositie misbruiken om de kleinere horecazaak uit te buiten. Ook voor ons kan dat uiteraard niet door de beugel. Net om die reden is er enkele jaren geleden op ons voorstel een wet gestemd, die kleinere spelers moet beschermen tegen misbruik van aanmerkelijke machtsposities. Daarnaast bestaat er gelijkaardige Europese wetgeving die wurgcontracten probeert tegen te gaan, door kleinere ondernemingen te beschermen tegen leveranciers die meer dan 30% van het marktaandeel bezitten.Tot slot niet onbelangrijk, in 2015 sloten de horeca federaties, de brouwers en drankenhandelaars zelf een gedragscode waarmee ze afspraken vastlegden voor de drankafnameverplichtingen. Deze gedragscode heeft ook veel van de voorheen bestaande problemen opgelost. Malafide verhuurders zullen er helaas altijd wel tussen zitten. Maar de vraag is: moeten we daarom alle bonafide partijen straffen door het bestaande evenwicht in gevaar te brengen?Extra wetgeving is voor mij dan ook onzinnig: waarom zouden we als overheid een evenwicht verstoren dat vanzelf tot stand is gekomen in de markt? Meer nog, het wetsvoorstel van Vooruit zou meer problemen kunnen veroorzaken dan oplossen. Als de regels gerespecteerd worden, werkt het huidige ecosysteem perfect. Dat bewijst ook de solidariteit binnen de sector. Indien er toch een misbruik zou plaatsvinden, hebben de horeca uitbaters reeds wetgeving achter zich waarop ze kunnen terugvallen en die hen beschermen. Ik vrees dan ook, als de overheid ingrijpt in dat systeem, dat er minder zal geïnvesteerd worden in cafés en restaurants. In post-coronatijden zou dat weleens de doodsteek kunnen worden voor onze horecasector.