Uw ster stijgt. Tot voor kort was u in de rest van de natie alleen bekend als de politicus met het grootste aantal mandaten. Maar sinds een paar weken vergaart u ook nationale roem als de Antwerpse schepen die te vuur en te zwaard de cruiseschepen verdedigt.
...

Uw ster stijgt. Tot voor kort was u in de rest van de natie alleen bekend als de politicus met het grootste aantal mandaten. Maar sinds een paar weken vergaart u ook nationale roem als de Antwerpse schepen die te vuur en te zwaard de cruiseschepen verdedigt. In andere Europese steden willen ze die zo ver mogelijk buiten het centrum laten aanmeren. U daarentegen heet hen welkom in het hart van uw stad, aan het mooiste deel van de kade. 'Ik ga regelmatig een first call doen wanneer het schip net heeft aangelegd en vaak word ik dan uitgenodigd aan boord om te lunchen', vertelde u aan De Morgen. Ondanks uw drukke bezigheden en uw vele mandaten hebt u nog altijd tijd voor gastvrijheid. Mooi zo. Toch deelt niet iedereen uw enthousiasme. Het zal u vast niet ontgaan zijn dat er een kleine revolte uitgebroken is in uw stad. 14.000 mensen tekenden de voorbije weken een petitie. Ze zijn boos omdat zij met hun oude dieselwagen niet meer welkom zijn in het centrum. En die grote schepen, die oneindig meer CO2 uitstoten, wél. U vindt dat ze zich zorgen maken over niets. Tegen Annelies Beck van Terzake zei u: 'We hebben in de binnenstad een lage-emissiezone, omdat je daar met street canyons zit. De vuile stoffen blijven hangen in de smalle straten (...). Je kunt moeilijk zeggen dat de Schelde een street canyon is. Daar waaien die stoffen weg, die verwijderen zich.' Een paar dagen later zag ik u opnieuw op televisie. Deze keer had u een witte werkmanshelm op. Met zelfverzekerde en daadkrachtige tred beende u het Steen binnen. 'Dit wordt de nieuwe cruiseterminal', riep u trots. Ik wil hier 'een wow-effect voor de toeristen creëren'. Toen ik dat hoorde, mijnheer Kennis, moest ik u schrijven. Ik heb namelijk een geschiedenis met dat gebouw. Onlangs zag ik De Witte, de eerste Vlaamse geluidsfilm. Die begint met een aantal zwart-witbeelden van Vlaamse iconen: het Belfort in Brugge, Sint-Baafs in Gent, de Noordzee. Tussen de standbeelden van Conscience en Rubens zit ook een beeld van de Schelde en het Steen. Terwijl iemand op de achtergrond 'Mijn land is Vlaand'ren, trots en vroom vol heilige feestvisioenen' zingt. Mijn leraars vertelden vroeger altijd dat het Steen het oudste gebouw van Antwerpen was. In 1200 waren ze eraan beginnen te bouwen. Het maakte deel uit van een grote burcht van de markgraaf van Antwerpen. Eeuwenlang was het een gevangenis. En vandaag is het het enige restant van een wijk die in de 19e eeuw in de Schelde verzoop. Het zal ook altijd het huis van De Zwarte Madam blijven. Misschien kent u dat avontuur van Suske en Wiske. In heel het land gebeurden er raadselachtige dingen die niet te verklaren waren. En dan werd Lambik naar het Steen gelokt, waar De Zwarte Madam woonde. Eerst aarzelde hij. Maar zijn nieuwsgierigheid won het van zijn angst. Een fatale beslissing, zo bleek, De Zwarte Madam had hem in haar macht. Toen ik die strip las, mijnheer Kennis, wilde ik ook naar het Steen. Het hol van waaruit ze met haar gemene trucs het land op stelten zette. In de vroege jaren negentig kwam ik er voor het eerst, met de rest van mijn klas. Het was maar tien kilometer van onze school. Maar voor ons, kinderen van het suburbia, leek dat een wereldreis. Bijna dertig jaar later zit die dag nog altijd in mijn hoofd. Onze bus stopte aan het Volkskundemuseum, waar toen een prachtige tentoonstelling over poppen liep. Ik herinner me het enthousiasme van een mevrouw, die ons door haar droomwereld leidde. Daarna trokken we naar het Steen, vijftig meter verder. Ook daar keken we onze ogen uit. De burcht was zoals Willy Vandersteen ze getekend had: mysterieus, mooi en angstaanjagend. Alsof achter elke muur De Zwarte Madam kon opduiken. Er huisde toen een scheepvaartmuseum met oude glazen kasten. Het zag er allemaal een beetje ouderwets uit, maar dat deerde niet. Ik geloof dat mijn liefde voor schepen daar begonnen is. In de namiddag hadden we vrij. Ik bleef hangen in de buurt van dat mysterieuze gebouw. Dutte wat onder een oude kerselaar net naast het Steen. Wat verderop aan het water stond een bank. Geen normale, maar een nogal groot uitgevallen exemplaar voor reuzen. Ook al was ik de grootste van de klas, ik raakte er met veel moeite op. Toen waande ik me de koning van de Schelde. Later ben ik nog vaak teruggekeerd naar de bank van de reuzen, daar aan het Steen. Hoe lang mijn benen ook werden, nooit raakten mijn voeten de grond. Een sensatie die ik verrukkelijk bleef vinden. En altijd was er wel iemand die op zijn gitaar Dock of the Bay van Otis Redding speelde. Ik schreef het refrein met krijt op de kaaimuren, toen daar nog geen GAS-boete voor werd uitgedeeld: ' Watchin' the tide, roll away, I'm sittin' on the dock of the bay, Wastin' time.'Ook al ligt uw stad niet echt in een baai, het was de soundtrack van die jaren, van die plek ook. Ik ging er ook om een andere reden heen. Net achter het Steen was een heerlijk café, De Muziekdoos. Ik deed dan de vervallen houten deur open. Binnenin zag het er wat sjofel uit, maar er was wel een vrij podium. Stef Kamil Carlens en Tom Barman speelden er toen ze nog jong waren, lang voor de roem. En ze waren lang niet de enigen. Er kropen muzikanten van overal het podium op, uit Napels, Stockholm of Guadalajara. Allemaal aangespoeld in de havenstad Antwerpen. Ze zongen vaak geweldig, soms luid, soms vals. Maar Etienne, de baas van De Muziekdoos, dekte veel toe. In mijn herinnering had De Muziekdoos ook geen sluitingsuur. Als Etienne moe was en iedereen buiten wilde krijgen, draaide hij gewoon klassieke muziek. De buurt rond het Steen was onze eigen Greenwich Village, en De Muziekdoos onze versie van The Bitter End. Een ruige muziekkroeg zonder wetten of zeden, zoals elke havenstad er wel een heeft. Tot De Muziekdoos op een dag verhuisde en daarna sloot. Eerst dacht ik dat het de normale gang van zaken was. Cafés komen en gaan. Wat later moest ook het Volkskundemuseum sluiten van de stad. Dat gebeurde op een nogal dramatische manier. De conservatrice pleegde zelfmoord in haar eigen museum, omdat ze geen heil zag in de plannen van de mannen van 't Schoon Verdiep. En nog later werden ook de mannen van het Scheepvaartmuseum uit het Steen gejaagd. Ik zag hoe het hart van uw stad veranderde. Van het centrum van een havenstad naar een toeristenzone die permanent naar bier, suikerspinnen en popcorn rook. Het was mijn wijk niet meer. Alleen de bank van de reuzen bleef een wild stuk poëzie, dat de toeristen nog niet ontdekt hadden. En die ene kerselaar met zijn bloesems in de lente, ook niet. Een paar maanden geleden liet u de kerselaar omhakken. U gunde hem zelfs zijn laatste bloesem niet - er staan natuurlijk al genoeg oude, symbolische bomen in uw stad. Ook de bank van de reuzen verdween, er ligt nu beton over de poëzie. En rond het Steen staan stellingen. Er plakt een groot plakkaat op: 'Het Steen wordt met de steun van de Vlaamse overheid omgevormd tot een toeristisch onthaal- en bezoekerscentrum met cruiseponton. Budget: 774.2000 euro, inclusief btw.' Tot mijn verbijstering liet u de hele achterkant van de burcht slopen. Het deel dat er achteraf is bijgebouwd, dat is waar. Maar toch. Er komt straks een nieuwbouw - een 'betonnen bunker' noemde oud-burgemeester Bob Cools het niet onterecht - en een spuuglelijk knalgeel-grijs ponton. Eerst dacht ik dat De Zwarte Madam niet alleen Lambik, maar ook u in haar macht had. Ik dwaalde. Er was niets raadselachtigs aan, het was een logische stap. Het pretpark Antwerpen had nog een openingspoort nodig. Een kassa. Nog even en de toeristen vragen u naar de openingsuren van uw stad. Zoals ze nu al doen in Venetië. Mijnheer Kennis, ik spot niet met hen. Ik was zelf vaak een toerist. Mijn beste dagen bracht ik door in Rome en Parijs. Ook steden die kraken door de toeristen, zoals zowat het hele oude continent. En toch is er een verschil. De stadsbesturen daar capituleren niet. Toeristen zijn er welkom, maar ze moeten hun plaats kennen. Het erfgoed wordt er niet aangepast voor hen. Stel dat uw collega in Venetië morgen de achterkant van het Dogepaleis laat afbreken om er een belevingscentrum voor te zetten. Waar 'toeristen goed ontvangen kunnen worden. First call.' Dat zullen ze niet doen in Venetië, mijnheer Kennis. Ze houden daar namelijk van hun stad. Na al die lunches zou u uw toeristen ook beter moeten kennen. Hun tijd is uitermate schaars. En allemaal willen ze een foto op Instagram plaatsen die niemand maakte. Er zitten echte fundamentalisten bij. Mensen die op vakantie gaan naar Tsjernobyl of het land van Kim Jong-un. Maar ook in uw stad willen ze dingen beleven. Ze willen de Zoo zien, De Dulle Griet van Bruegel betasten, of de wereld van Plantin-Moretus ruiken. En misschien willen ze zelfs gewoon langs het water wandelen. Of onder een oude kerselaar dutten. Of dat prachtige gedicht 'Welkom Pierewaaiers' lezen, dat Peter Holvoet-Hanssen daar voor kaaienkuiers op de muren had gekrast. 'Zittend op de waterkeringsmuur, droom ik van een muur die het tij van de wereld keert.' Zelfs dat gaat niet meer, want de woorden worden op dit moment kapotgeklopt. Maar er komt dus wel een belevingscentrum. De topattractie van dat centrum wordt een groot raam, waardoor je naar de Schelde kunt kijken. Op de Kaaien, net naast de Schelde, hangt al een schets van de toekomst. Een man die in een kale bunker door een raam naar de Schelde staart. Dat wordt vast een unieke topbelevenis. Op de rivier van de toekomst vaart wel geen boot, maar dat moet een fout zijn. 'Scheepvaart zit in het DNA van Antwerpen', pocht u tegen Jan en alleman. 'Dat maritieme element zit in ons. Het maakt deel uit van de identiteit van onze stad.' Dat vond ook Paul Jambers. In De Standaard schreef hij dat hij vroeger met tante Simone vaak langs het wandelterras aan de Schelde slenterde. Terwijl ze naar de boten keken, droomde hij ervan om zeeman te worden. 'Zeeschepen horen bij een havenstad zoals de oever hoort bij een rivier. Ik begrijp niet waarom mensen er zo hevig op reageren. Is de huidige generatie Antwerpenaren dan zo vervreemd van haar haven? Een havenstad zonder zeeschepen aan de rede is dood, als een leven zonder dromen.' Ik heb dan wel geen tante Simone, maar sinds dat bezoek aan het Scheepvaartmuseum ben ik ook niet ongevoelig voor de zeemansromantiek. Ook ik droom weleens van verre einders en andere levens. Toch ben ik het niet helemaal eens met Jambers. Antwerpen ís geen havenstad meer. Het is een stad met een haven. De voorbije decennia is het havenerfgoed grotendeels gesloopt, van de Entrepot tot het CMB-gebouw op de Meir. Zelfs de zeemannen zijn weggejaagd. Hun huis werd afgebroken voor een afzichtelijk nieuwbouwproject van uw stadsbouwmeester. Het Schipperskwartier is dood. U had de kans om de Gedempte Zuiderdokken weer vol water te laten lopen, maar dat zag u niet zitten. De voormalige havenwijk 't Eilandje is een wijk voor yuppies geworden, volgebouwd met dure nieuwbouwappartementen. Op dit moment vechten een paar buurtbewoners in de Londenstraat om een kleine lap open ruimte te behouden, om er voor één keer geen hoogbouw te zetten. Ze zullen niet winnen, het zonlicht verliest altijd van het geld. Met dank aan uw collega-schepen van Haven en Stadsontwikkeling Annick De Ridder. En wat verder verdwijnen wellicht ook de mooie havenhangars aan het Kattendijkdok, waar nu de heerlijke Bar Paniek en Lazy Jack zijn. En in de toekomst misschien zelfs dat romantische douanegebouw, waar ze nu vis bakken. Het stopt echt nooit in uw stad. Vorig jaar werd de tentoonstelling AntwerpPhoto georganiseerd in het Loodswezen. Een monumentaal gebouw op de Kaaien, een van de laatste resten van dat havenverleden. Ik was er nog nooit geweest. Maar binnenin werd ik betoverd door het interieur. Om het met uw woorden te zeggen, ik had 'een wow-effect'. Vorige week las ik in de krant dat u en uw collega's zoeken naar een invulling van dat Loodswezen. 'We gaan op zoek naar interessante voorstellen.' Toen wist ik genoeg. Binnenkort floept er weer een projectontwikkelaar tevoorschijn, die het gebouw voor veel belastinggeld om zeep zal helpen. Ik kan hun holle praatjes en plannetjes nu al voorspellen. Mijn land is Vlaand'ren, zo trots en vroom. Uw stad heeft haar havenziel verloren, mijnheer Kennis. Het is een stad met een sluitingsuur geworden, zoals een pretpark. Soms leuk en opwindend. Maar ook braaf, voorspelbaar en een beetje saai. Zelfs het Steen ziet er nu niet meer uit zoals in De Zwarte Madam. Overdag regisseert u de pret, 's nachts gebeurt er geen zak meer. Geen heilige feestvisioenen. De muziekdozen van vandaag klagen. Elke keer als er een muzikant op hun podium durft te kruipen, of als ze een dansplaat willen opzetten, staat er een flik met een decibelmeter aan de deur. Zoals voor het danscafé Tram 3 op de Oude Koornmarkt. 'Ik staak', schreef de eigenares een paar weken geleden op haar Facebook. 'Antwerpen een wereldstad? Kust m'n gat. Ps. Tram 3 vandaag gesloten, ik neem een baaldag.' Soms gebeuren er dan rampen. Zoals in het heerlijke jazzcafé Kiebooms op het De Coninckplein, dat twee jaar geleden moest sluiten door een vervelende buur, die klaagde over te veel jazzklanken. Ik ben een vroegerhater, mijnheer Kennis. Maar in de tijd van De Muziekdoos, toen veel toegedekt werd in naam van de feestvreugde, was het dus echt beter. Onlangs keek ik naar een schilderij van Jan Wildens. Misschien kent u hem wel, hij werkte een paar jaar in het atelier van Rubens. Op 4 september 1631 schilderde hij de rede van uw stad. Die dag kwamen de Franse koningin Maria de Medici en de Spaanse infante Isabella op bezoek. Antwerpen was nog echt een havenstad en zag er fabelachtig mooi uit. Een wilde stad vol rook en feestvisioenen. Een beetje zoals Venetië, maar dan anders. Op de Schelde voeren die 4e september veel boten. Al waren die in 1631 wel een stuk milieubewuster. Ze hadden allemaal zeilen. U roept nu vast: dat is ook niet meer van deze tijd. Maar cruiseschepen die in een centrum stoppen ook niet. Laat ze aanmeren waar ze thuishoren, in de haven. En zet de bank van de reuzen daar terug op de kade. Zodat Otis Redding, tante Simone, Paul Jambers, ik en andere pierewaaiers terug naar de boten kunnen kijken. 'Zittend op de waterkeringsmuur, droom ik van een muur die het tij van de wereld keert.' Met maritieme maar bezorgde groeten, Stijn Tormans