Tussen 2 april en 30 oktober 2018 verschenen zes bijdragen van Peter Blasic op Knack.be en Weekend.be waarvoor wij niet langer garant kunnen staan. De man bleek een oplichter.
...

In 2016 kwamen de Soldiers of Odin in Vlaanderen voor het eerst in het nieuws. Deze van oorsprong Finse extreemrechtse groepering heeft internationale vertakkingen en wordt in de gaten gehouden door de militaire inlichtingendienst ADIV, omdat ze diverse actieve militairen onder haar leden telt. De 'soldaten' - steevast gekleed in zwarte hoody's met een Viking op afgebeeld - willen naar eigen zeggen de westerse waarden verdedigen en zien zichzelf als het verlengstuk van de politie op straat. De Belgische inlichtingendiensten beschouwen de Soldaten van Odin evenwel niet als een onschuldig groepje. Zo doken de leden onder meer op bij een optocht van Pegida en Voorpost, en mengden ze zich onder de hooligans die na de aanslagen van 22 maart een herdenking op het Brusselse Beursplein verstoorden. De Belgische 'soldaten' tellen enkele tientallen vaste leden, maar er is ook nog eens een supportgroep waar een kleine vijfhonderd personen bij zijn aangesloten. Daarmee zijn ze evenwel slechts één van de vele extreemrechtse bewegingen die Vlaanderen telt. Eén ding hebben al deze (soms gewelddadige) groeperingen gemeen: het is vrijwel onmogelijk om ze te verlaten. Knack sprak met een man die er toch in slaagde, hoewel zijn verleden hem nog steeds achtervolgt. Frank (*) is negen wanneer hij verhuist naar het Oost-Duitse Saksen, waar zijn vader een leidinggevende functie bij een bouwbedrijf krijgt. De zoon van een Duitse vader en Vlaamse moeder komt er vrijwel meteen in aanraking met neonazi's. Zijn ouders merken echter niet hoe hij in de loop van de jaren radicaliseert, ook niet als ze enkele jaren later verhuizen naar Brugge. Gedurende vijftien jaar maakte Frank deel uit van de rechtsextremistische scene, deels in Duitsland, deels in Vlaanderen. Geweld heeft zijn leven bepaald. Hij heeft kebabzaken vernield en voorbijgangers met een migratieachtergrond afgeranseld, zegt hij. 'En niet te zuinig. Nee, tot ze bloedend en kwijlend op het asfalt lagen', zegt Frank. Die gewelddadige scènes achtervolgen hem nu. Hij krijgt er depressies van, slaapt onrustig. 'Eén keer sprong ik op iemands been. Het geluid waarmee het brak, de onnatuurlijke houding dat het aannam, dat vergeet je niet.' Een andere keer moest Frank een kameraad aftuigen. De jongen wilde uit de groep stappen, iets dat binnen de extreemrechtse beweging gelijk staat aan verraad. Frank en enkele handlangers gingen de verrader thuis opzoeken, werkten hem tegen de grond en sloegen en schopten zonder genade, steeds opnieuw. Dat incident is inmiddels acht jaar geleden. Frank kan het echter niet loslaten, omdat hij twee jaar geleden zelf afscheid nam van de neonaziscene. Hij weet als geen ander welke dreiging er boven zijn hoofd hangt. 'Mijn maat van toen is lichamelijk en geestelijk nooit meer helemaal de oude geworden na het pak slaag dat hij van ons kreeg', zegt hij.Bij Frank begon de radicalisering nadat hij naar Duitsland verhuisde. Ondanks zijn Duitse vader is lezen en schrijven in de nieuwe taal erg moeilijk voor hem. Frank oefent daarom vaak met een oudere buurjongen, zij het met ongebruikelijke lectuur: extreemrechts propagandamateriaal, en dat zowat dagelijks. Frank leest onder begeleiding van zijn buurjongen steeds meer rechtse literatuur en raakt innig met het rechtse milieu verbonden. Naast de huiswerkbegeleiding gaat hij op in het neonazistische groepsgebeuren, dat bestaat uit sporten, kamperen en kameraadschap. 'Het groepsgevoel is onbeschrijflijk', zegt Frank, die zijn kameraden als een tweede familie begint te zien. Hij woont regelmatig lezingen van oudere vrienden bij. 'Daarmee hebben ze ons van begin af aan heel bewust geconditioneerd', zegt Frank. 'Ze hielden ons een uitzichtloos bestaan voor, met gebrek aan perspectief. Veel kameraden hadden werkloze ouders en zijn zonder diploma van school gegaan. Hun werd voorgespiegeld dat buitenlanders woningen kregen van de staat, van geld waar zij eigenlijk recht op hadden. Dat werd zo vaak herhaald tot iedereen het als een vaststaand feit beschouwde. Het enige dat ons nog interesseerde was de kameraadschap binnen de extreemrechtse scene.' Terug in Vlaanderen zoekt Frank dan ook snel aansluiting bij de lokale naziscene. Die vindt hij in het kameraadschap van Blood & Honour. Frank loopt regelmatig mee in demonstraties in binnen- en buitenland en schept er veel plezier in. Maar met de jaren slaat het plezier steeds vaker in geweld om. 'Eigenlijk ging het er steevast om zo veel mogelijk onrust te stoken en rellen uit te lokken. Op het eind van de dag moesten er klappen uitgedeeld worden', geeft Frank toe. 'Het was een kick om angst te verspreiden.' Frank en zijn kameraden inventariseerden ook wie er vrijwillig of betaald met vluchtelingenhulp bezig was. 'We maakten hun namen bekend op social media, compleet met adres, telefoonnummer en autokenteken. Welnu, die konden hun wagen nergens meer achterlaten zonder hem met lekke banden of onder de krassen terug te vinden', zegt hij. 'Zo zetten we ze onder druk, zodanig dat ze er de brui aan gaven en een andere baan zochten. Ook over lokale politici en dergelijke hebben we veel informatie verzameld.' Pas halverwege zijn twintiger jaren beseft Frank wat rechtsextremisme betekent - voor de samenleving, maar ook voor hem persoonlijk: 'Zuipen en vechten, meer was het niet', legt hij uit. Hij begint met zichzelf te worstelen, denkt eraan om uit het milieu te stappen, maar schuift de beslissing voor zich uit. 'Op zeker moment begon ik de voor- en nadelen tegen elkaar af te wegen', zegt Frank. 'Wat had ik er nou werkelijk aan? Ik had er geen goed antwoord meer op. Ik zag alleen nog haat en geweld. Maar als ik dat probeerde te bespreken met de kameraden, dan stuitte ik op vijandigheid. Ik begon te walgen van de manier waarop ik mijn leven aan het vergooien was.' Dat en de geboorte van zijn zoon waren uiteindelijk de doorslaggevende factoren voor Frank om uit de rechts-extreme beweging te stappen. 'Ik stelde me voor dat ik hem - als hij ouder is - mee zou moeten nemen naar demonstraties en dat ik daarmee het rechtse gedachtengoed op hem zou overdragen. Het was een huiveringwekkende gedachte. Ik wilde niet dat hij af zou glijden, zoals dat bij mij het geval was. Ik moest eruit en wel voor mijn zoon een leeftijd heeft waarop hij begrijpt wat zijn vader doet. Ik wil een goed voorbeeld voor hem zijn.'Het verleden loslaten en opnieuw beginnen is niet zo eenvoudig, want geen enkele neonazi verlaat de beweging zomaar. Dat weet ook de Duitse Bernd Wagner, voormalig politierechercheur en oprichter van Exit, een organisatie die rechts-extremisten helpt bij het verlaten van hun radicale milieu. Wagner kwam in zijn loopbaan vaak in aanraking met extremisten. Die ervaring helpt hem, samen met een team specialisten, jaarlijks tientallen mensen - bijna allen mannen - te helpen bij de breuk met hun extremistische omgeving. 'De rechtse scene maakt haar leden afhankelijk. Wie opstapt is een verrader', weet Wagner. 'Wie breekt met de beweging, moet niet zelden vrezen voor zijn leven. De exit moet daarom vooraf goed worden doordacht, gepland en georganiseerd.' Ook Frank verliet de extreemrechtse beweging met de hulp van een organisatie. 'Hulp van buitenaf is onontbeerlijk, want verlaters hebben behoefte aan een nieuwe woonomgeving, sommigen zelfs aan een nieuwe identiteit, omdat hun leven in gevaar is door de exit', zegt hij. 'Vroegere sociale contacten moeten opnieuw worden opgebouwd en anders is een nieuw sociaal netwerk nodig.' Daar knelt vaak het schoentje. Volgens Wagner hebben rechtsextremisten en nazi's meestal geen sociale contacten buiten de groep. Ze hebben met hun familie en vrienden gebroken, in ieder geval daar waar die niet de gewenste ideologie blijken te delen. Bij gelijkgestemden vinden ze een nieuwe familie. Kameraadschap wordt het belangrijkste.Wie met Exit uit de rechts-extreme beweging stapt, volgt een traject van politieke socialisatie en krijgt psychologische bijstand. 'Als het kan wordt er ook geïnvesteerd in het afronden van een opleiding, maar in ieder geval wordt er hulp geboden bij het vinden van een baan en nieuwe woonruimte', zegt Wagner. Dat was ook voor Frank van groot belang: 'Ik moest verhuizen, ver weg, want toen ik het contact met mijn kameraden wilde beëindigden, begonnen enkelen me te bedreigen. Ik ging nauwelijks nog naar buiten en hoopte dat ze me met rust zouden laten.' Dat die angst niet ongegrond is en dat sommige nazi's gewelddadig zijn, weet hij zelf als de beste. 'Ik ken Aussteiger in Duitsland die een compleet nieuwe identiteit nodig hadden.' Zo ver kwam het bij Frank niet. Hij wist met zijn verhuizing alle contacten met de rechtse beweging te verbreken, heeft werk gevonden en is aan een opleiding begonnen om verder carrière te kunnen maken. Daarmee lijkt hij op de goede weg te zitten. Maar twee jaar na zijn vertrek laat zijn verleden hem niet los. Op rechtse internetplatforms wordt zijn naam nog steeds verwijtend genoemd, veelal in combinatie met dreigende taal. Waar Frank zijn verleden achter zich probeert te laten, lijken zijn oude kameraden nog lang niet van plan om hem te vergeten.*: Om veiligheidsredenen werd een pseudoniem gehanteerd.