Het zou zomaar kunnen: premier Alexander De Croo (Open VLD) of zelfs koning Filip die op 30 juni, de nationale feestdag van Congo, excuses aanbiedt voor het onrecht en leed dat het Belgische kolonialisme heeft aangericht. De vraag of zo'n symbolische geste opportuun is, gaat al lang mee. Ze leeft zowel in de Wetstraat als bij het politieke establishment in Kinshasa, en wellicht nog meer binnen de Congolees-Afrikaanse diaspora, waar de Decolonize-beweging formele excuses in haar eisenpakket heeft opgenomen.
...

Het zou zomaar kunnen: premier Alexander De Croo (Open VLD) of zelfs koning Filip die op 30 juni, de nationale feestdag van Congo, excuses aanbiedt voor het onrecht en leed dat het Belgische kolonialisme heeft aangericht. De vraag of zo'n symbolische geste opportuun is, gaat al lang mee. Ze leeft zowel in de Wetstraat als bij het politieke establishment in Kinshasa, en wellicht nog meer binnen de Congolees-Afrikaanse diaspora, waar de Decolonize-beweging formele excuses in haar eisenpakket heeft opgenomen. Het verhelderen van deze kwestie behoort dan ook tot de opdrachten van de Bijzondere Kamercommissie Congo/Koloniaal Verleden. Bij de oprichting op 17 juli vorig jaar werd een scherpe timing opgesteld. De zeventienkoppige commissie onder voorzitterschap van Wouter De Vriendt (Groen) zou binnen twaalf maanden haar eindverslag met conclusies en aanbevelingen aan de plenaire vergadering voorleggen ter debat en stemming. Of het tot Belgische excuses zal leiden, is niet zeker. Wel staat vast dat ze niet op de 61e verjaardag van Congo zullen worden geformuleerd, en even zeker is het dat de Bijzondere Kamercommissie voor 17 juli geen eindverslag zal voorleggen. Meer dan een discrete verlenging van haar mandaat zit er niet in. Nochtans nam de commissie een vliegende start. Begin augustus werd een multidisciplinair team aangesteld van tien experten uit België, Congo, Rwanda en Burundi. Zij moeten de commissie adviseren over een waaier aan thema's, grofweg te verdelen over de categorieën waarheid en verzoening. Vijf historici, onder wie één Congolees, zouden een stand van zaken maken over het wetenschappelijk onderzoek naar het koloniale verleden, de geschiedenis van de Congo Vrijstaat inbegrepen. Dat voor het luik waarheid. Verzoening is dan weer een containerbegrip dat onder meer slaat op de postkoloniale relaties tussen België en zijn ex-kolonies, restitutie, koloniale monumenten en discriminatie van Afrikaanse Belgen. Juristen, politicologen en vertegenwoordigers uit de diaspora moeten voorstellen tot verzoening formuleren en een lijst met gesprekspartners aanleggen. Op 1 oktober werd het rapport van de experten verwacht, maar het is nog altijd niet klaar. Volgens onze informatie werd de laatste tekst, van kunsthistorica en Decolonize-activiste Anne Wetsi Mpoma, pas begin juni ingeleverd. Momenteel liggen de teksten, opgeteld vele honderden pagina's, bij de parlementaire vertaaldienst. Een kritisch onthaal lijkt onvermijdelijk, want het expertenteam is omstreden. Eind augustus publiceerden zo'n zestig historici en wetenschappers een open brief waarin ze de samenstelling en methodologie op de korrel namen. Het vermengen van historisch onderzoek met het politiek geladen thema van verzoening werd een heilloze combinatie genoemd. De vooropgestelde timing deed de ondertekenaars bovendien vrezen voor haastwerk. Dat laatste was voorbarig, zo is intussen gebleken. Maar een processie van Echternach? Commissievoorzitter Wouter De Vriendt pleit verzachtende omstandigheden. 'De coronamaatregelen hebben het onderzoekswerk in archieven en bibliotheken bemoeilijkt. Om dezelfde reden hebben de tien experten nooit fysiek kunnen vergaderen. Tot overmaat van ramp is één expert, de Burundees Jean-Louis Nahimana, in januari overleden.' Sommigen hebben er toch wel erg lang over gedaan. Tien maanden, in het geval van Anne Wetsi Mpoma. Dat kon toch sneller? Wouter De Vriendt: Ik geef geen commentaar op individuele leden. Het rapport heeft de experten meer tijd gekost dan verwacht, maar de oorspronkelijke deadlines waren ook gewoon te krap. Precies daarom was er de mogelijkheid tot verlenging, zowel voor de experten als voor de commissie. We willen vooral geen haastwerk, daarvoor is onze opdracht veel te omvangrijk en gewichtig. Van deze commissie wordt verwacht dat ze op basis van het expertenrapport adviezen formuleert over thema's zoals het koloniale narratief in het onderwijs, de restitutie van koloniale artefacten, racisme en discriminatie tegenover Afro-Belgen en de zichtbaarheid van het koloniale verleden in de publieke ruimte. Alleen al dat laatste is een mijnenveld, we weten allemaal hoe gevoelig de standbeelden van Leopold II liggen. Daarnaast moeten we hiaten in het wetenschappelijk onderzoek duiden. Het staat vast dat heel wat koloniale archieven nog niet werden ontsloten of onderzocht. Vooral over de rol van de kerk en bedrijven valt nog veel te achterhalen. Dus nee, ik vind niet dat men ons traagheid kan verwijten. De Lumumba-commissie heeft 17 maanden geduurd, terwijl die maar over één welomschreven thema ging. Neemt de commissie niet te veel hooi op haar vork, zoals de historici en wetenschappers in hun open brief betoogden? De Vriendt: Niet akkoord. Historisch onderzoek is cruciaal, maar het parlement wil zich eveneens buigen over verzoening en actuele maatschappelijke kwesties. Ook landen zoals Duitsland en Nederland proberen in het reine te komen met hun koloniale verleden. Daar kiezen ze voor een fragmentarische aanpak, zoals de kwestie van de genocide op de Namibische Herrero die Duitsland momenteel beroert. Wij zijn ambitieuzer. Na decennialang wegkijken moeten we de confrontatie met ons verleden aangaan. Over de inbreng van de diaspora in het expertenteam is veel te doen. Anne Wetsi Mpoma moet zowat in haar eentje een uitermate diverse gemeenschap vertegenwoordigen. Ze gaf tegenover Knack toe dat het besef zwaar op haar schouders drukte. De Vriendt: Maar ze is niet de enige, u vergeet Laure Uwase. Ze werden niet gecast als dé stem van de diaspora, maar als geëngageerde vertegenwoordigers die de commissie kunnen helpen om de volgende fase aan te vatten. Want het echte werk moet nog beginnen: na de bespreking van het expertenrapport volgen er hoorzittingen waarvoor we een hele rist sprekers uitnodigen. Academici, activisten, stemmen uit de société civile in België, Congo, Rwanda en Burundi. Daar zal dus de diaspora in al haar verscheidenheid aan bod komen. De selectie van Laure Uwase werd door een deel van de Rwandese diaspora gecontesteerd. Volgens pro-Kigali-stemmen zou ze als Hutu de Tutsi-genocide minimaliseren. Heeft dat haar inbreng gehypothekeerd? De Vriendt: Nee. Kijk, de Rwandese context is nu eenmaal sterk gepolariseerd. We moeten als commissie uiteraard rekening houden met diplomatieke gevoeligheden. Polemiek zal er altijd zijn, maar dat wil niet zeggen dat we ons daardoor moeten laten meeslepen. Wanneer hoopt u als commissievoorzitter het eindverslag aan de plenaire vergadering voor te leggen? De Vriendt: Ik heb een extra inspanning van de vertaaldienst gevraagd. We hopen het expertenrapport nog voor het zomerreces te bespreken. In dat scenario kunnen we in september met de hoorzittingen beginnen. Een einddatum is er niet, we willen de handen vrij houden om sprekers uit te nodigen of extra onderzoek te vragen. Maar het blijft de bedoeling om alles in deze regeerperiode af te ronden.