Recent verscheen er hoopgevend nieuws: de kansarmoede-index bij jonge kinderen tussen 0 en 3 jaar is licht gedaald met 0,4 procent. Tegelijkertijd blijft kinderarmoede hoog in Vlaanderen met 1 op 7 kinderen die opgroeien in armoede (tot zelfs 1 op 3 kinderen met een moeder van niet-Belgische origine).

Armoedeproblematiek is een heel breed en ingewikkeld proces. Er is niet één oorzaak en één gevolg. Structurele armoede is een connectie van levensdomeinen die verbonden zijn met elkaar en waarbij het op minstens één domein goed fout loopt. Dat heeft invloed op de andere levensdomeinen. Geen werk en dus geen of een laag inkomen resulteert mogelijk in geen huishuur kunnen betalen, wat betekent dat je waarschijnlijk je huis moet verlaten, wat opnieuw een invloed heeft op bijvoorbeeld je gezondheid, waardoor je minder makkelijk werk vindt - zo is de cirkel rond, wat de problematiek enkel maar versterkt. Alle levensdomeinen hangen aan elkaar, zijn verbonden en beïnvloeden elkaar.

Dat hoeft niet altijd negatief te zijn. Wie lid is van een sportclub of jeugdbeweging, kent mogelijk (via via) de manager van een winkel of fabriek waardoor je sneller aan een studentenjob geraakt, of wordt meegezogen in het enthousiasme van leeftijdsgenoten van de jeugdbeweging om gezamenlijk te blokken voor de examens, wat dan weer de schoolresultaten ten goede komt.

De voordelen voor kinderen en jongeren zijn legio. Ze bewegen meer en worden dus fysiek gezonder, ze verkleinen de kans op allerlei medische aandoeningen die ontstaan bij langdurig sedentair gedrag zoals rugklachten, suikerziekte, obesitas enzovoort. Klachten die de maatschappij, en dus de belastingbetaler, op lange termijn heel wat geld kosten.

Daarnaast worden ook heel wat vaardigheden getraind. In de eerste plaats de fysiek-motorische vaardigheden zoals evenwicht bewaren, mikken enzovoort, maar ook sociale vaardigheden zoals samenwerken in team, respect, werken naar een (gezamenlijk) doel, een rol opnemen in een team, vlot communiceren, winnen en verliezen, ... Vaardigheden die elk bedrijf zoekt in sollicitanten. Tenslotte zijn er ook de mentale voordelen: kinderen en jongeren zijn minder eenzaam, hebben een breder sociaal netwerk, ...

Beter kortingen dan terugbetalingen om financiële drempels voor jeugdwerk en sportclubs te verlagen.

Helaas zijn de sportclubs en jeugdbewegingen die van zulke grote waarde zijn voor kinderen en jongeren, niet altijd even vlot toegankelijk. Zeker voor kinderen in armoede zijn er heel wat drempels. Denk aan ingewikkelde communicatie, locaties die moeilijk bereikbaar zijn, sociaal-emotionele drempels, ... maar in de eerste plaats financiële drempels.

Hoezo financiële drempels? Er worden vanuit zoveel lokale overheden inspanningen gedaan om kortingstarieven aan te bieden en zelfs ziekenfondsen komen voor een deeltje tussen in de kosten - hoe kan dit dan nog een drempel zijn?

Simpel, het gaat dan vaak over terugbetalingen en geen korting. In de eindafrekening is er geen verschil. Als iemand 150 euro lidgeld moet betalen en 50 procent terugbetaald krijgt van de gemeente en daarbovenop 15 euro terugbetaald krijgt van het ziekenfonds, kost het lidgeld toch maar 60 euro voor een heel jaar? Los van het feit of die 60 euro dan betaalbaar is of niet, ligt de initiële kost wel veel hoger. Het gezin betaalt sowieso 150 euro. Nadien, afhankelijk van hoe vlot ze zijn met hun administratie, kunnen ze een terugbetaling ontvangen.

Een alleenstaande met twee kinderen in armoede kan onmogelijk 300 euro betalen, want de terugbetaling van 180 euro vindt heel waarschijnlijk ten vroegste pas de volgende maand plaats. Dus kunnen de twee kinderen zich niet inschrijven in een sportclub of jeugdbeweging. Voor een deel van de bevolking gaat zelfs met een korting de kost nog te zwaar zijn, maar de gezinnen die wel 60 euro zouden kunnen betalen (in plaats van 150 euro) worden nu tegengehouden door hoe het systeem ontworpen is.

Daarom een warme oproep om terugbetalingen om te vormen in directe kortingen. Dat hoeft niet heel moeilijk te zijn, het biedt zelfs mogelijkheden tot vereenvoudiging. Verschuif de administratie van de gezinnen naar de sportclub of jeugdbeweging. Elk kind met het statuut van verhoogde tegemoetkoming kan automatisch een korting krijgen op het lidgeld, de club dient vervolgens een aanvraag tot terugbetaling in voor alle leden met het statuut verhoogde tegemoetkoming. Lokale overheden en ziekenfondsen dienen zo geen tig betalingen meer uit te voeren, maar betalen één som direct aan de sportclub of jeugdbeweging. Een serieuze administratieve vereenvoudiging.

Wordt daarmee sport en jeugdwerk voor iedereen toegankelijk? Waarschijnlijk niet, want er zijn in Vlaanderen zeker gezinnen die zelf een goedkoper lidgeld niet of moeilijk kunnen betalen. Maar in combinatie met betalingsspreiding, of andere tussenkomsten moet het alvast voor heel wat meer gezinnen toegankelijker worden.

Binnen enkele maanden start het nieuwe sportseizoen en starten ook heel wat jeugdbewegingen terug op, hopelijk kunnen ook kinderen uit meer kwetsbare gezinnen hier in de toekomst makkelijker aan deelnemen. Sport en spel is een kinderrecht voor élk kind, niet enkel voor kansrijke kinderen.

Recent verscheen er hoopgevend nieuws: de kansarmoede-index bij jonge kinderen tussen 0 en 3 jaar is licht gedaald met 0,4 procent. Tegelijkertijd blijft kinderarmoede hoog in Vlaanderen met 1 op 7 kinderen die opgroeien in armoede (tot zelfs 1 op 3 kinderen met een moeder van niet-Belgische origine). Armoedeproblematiek is een heel breed en ingewikkeld proces. Er is niet één oorzaak en één gevolg. Structurele armoede is een connectie van levensdomeinen die verbonden zijn met elkaar en waarbij het op minstens één domein goed fout loopt. Dat heeft invloed op de andere levensdomeinen. Geen werk en dus geen of een laag inkomen resulteert mogelijk in geen huishuur kunnen betalen, wat betekent dat je waarschijnlijk je huis moet verlaten, wat opnieuw een invloed heeft op bijvoorbeeld je gezondheid, waardoor je minder makkelijk werk vindt - zo is de cirkel rond, wat de problematiek enkel maar versterkt. Alle levensdomeinen hangen aan elkaar, zijn verbonden en beïnvloeden elkaar. Dat hoeft niet altijd negatief te zijn. Wie lid is van een sportclub of jeugdbeweging, kent mogelijk (via via) de manager van een winkel of fabriek waardoor je sneller aan een studentenjob geraakt, of wordt meegezogen in het enthousiasme van leeftijdsgenoten van de jeugdbeweging om gezamenlijk te blokken voor de examens, wat dan weer de schoolresultaten ten goede komt. De voordelen voor kinderen en jongeren zijn legio. Ze bewegen meer en worden dus fysiek gezonder, ze verkleinen de kans op allerlei medische aandoeningen die ontstaan bij langdurig sedentair gedrag zoals rugklachten, suikerziekte, obesitas enzovoort. Klachten die de maatschappij, en dus de belastingbetaler, op lange termijn heel wat geld kosten. Daarnaast worden ook heel wat vaardigheden getraind. In de eerste plaats de fysiek-motorische vaardigheden zoals evenwicht bewaren, mikken enzovoort, maar ook sociale vaardigheden zoals samenwerken in team, respect, werken naar een (gezamenlijk) doel, een rol opnemen in een team, vlot communiceren, winnen en verliezen, ... Vaardigheden die elk bedrijf zoekt in sollicitanten. Tenslotte zijn er ook de mentale voordelen: kinderen en jongeren zijn minder eenzaam, hebben een breder sociaal netwerk, ...Helaas zijn de sportclubs en jeugdbewegingen die van zulke grote waarde zijn voor kinderen en jongeren, niet altijd even vlot toegankelijk. Zeker voor kinderen in armoede zijn er heel wat drempels. Denk aan ingewikkelde communicatie, locaties die moeilijk bereikbaar zijn, sociaal-emotionele drempels, ... maar in de eerste plaats financiële drempels. Hoezo financiële drempels? Er worden vanuit zoveel lokale overheden inspanningen gedaan om kortingstarieven aan te bieden en zelfs ziekenfondsen komen voor een deeltje tussen in de kosten - hoe kan dit dan nog een drempel zijn? Simpel, het gaat dan vaak over terugbetalingen en geen korting. In de eindafrekening is er geen verschil. Als iemand 150 euro lidgeld moet betalen en 50 procent terugbetaald krijgt van de gemeente en daarbovenop 15 euro terugbetaald krijgt van het ziekenfonds, kost het lidgeld toch maar 60 euro voor een heel jaar? Los van het feit of die 60 euro dan betaalbaar is of niet, ligt de initiële kost wel veel hoger. Het gezin betaalt sowieso 150 euro. Nadien, afhankelijk van hoe vlot ze zijn met hun administratie, kunnen ze een terugbetaling ontvangen. Een alleenstaande met twee kinderen in armoede kan onmogelijk 300 euro betalen, want de terugbetaling van 180 euro vindt heel waarschijnlijk ten vroegste pas de volgende maand plaats. Dus kunnen de twee kinderen zich niet inschrijven in een sportclub of jeugdbeweging. Voor een deel van de bevolking gaat zelfs met een korting de kost nog te zwaar zijn, maar de gezinnen die wel 60 euro zouden kunnen betalen (in plaats van 150 euro) worden nu tegengehouden door hoe het systeem ontworpen is. Daarom een warme oproep om terugbetalingen om te vormen in directe kortingen. Dat hoeft niet heel moeilijk te zijn, het biedt zelfs mogelijkheden tot vereenvoudiging. Verschuif de administratie van de gezinnen naar de sportclub of jeugdbeweging. Elk kind met het statuut van verhoogde tegemoetkoming kan automatisch een korting krijgen op het lidgeld, de club dient vervolgens een aanvraag tot terugbetaling in voor alle leden met het statuut verhoogde tegemoetkoming. Lokale overheden en ziekenfondsen dienen zo geen tig betalingen meer uit te voeren, maar betalen één som direct aan de sportclub of jeugdbeweging. Een serieuze administratieve vereenvoudiging. Wordt daarmee sport en jeugdwerk voor iedereen toegankelijk? Waarschijnlijk niet, want er zijn in Vlaanderen zeker gezinnen die zelf een goedkoper lidgeld niet of moeilijk kunnen betalen. Maar in combinatie met betalingsspreiding, of andere tussenkomsten moet het alvast voor heel wat meer gezinnen toegankelijker worden.Binnen enkele maanden start het nieuwe sportseizoen en starten ook heel wat jeugdbewegingen terug op, hopelijk kunnen ook kinderen uit meer kwetsbare gezinnen hier in de toekomst makkelijker aan deelnemen. Sport en spel is een kinderrecht voor élk kind, niet enkel voor kansrijke kinderen.