De Coalition of the Willing groeide in enkele maanden uit tot een kernformat voor overleg over Oekraïne. Toch is België daarin geen vaste waarde. Ondanks nieuwe defensieambities en politieke goodwill blijft ons land vooralsnog een randspeler.
‘Belgium is Back’, schreef minister van Defensie Theo Francken (N-VA) donderdag op zijn sociale media. Want, aldus Francken, België investeert opnieuw in Defensie zoals de NAVO dat verwacht en zal deelnemen aan de coalitie van bereidwillige landen om Oekraïne veiligheidssteun te bieden zodra het land een bestand met Rusland bereikt. Dat laatste zegde premier Bart De Wever (N-VA) eerder deze week toe in Parijs.
Een Belgische premier die bij zulke vergaderingen mocht aanschuiven, dat was alweer een hele poos geleden – van begin september om precies te zijn. De Coalition of the Willing zag dit voorjaar het levenslicht in Londen en wordt afwisselend voorgezeten door Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Intussen zijn er veertien fysieke en digitale vergaderingen geweest op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders, waarbij De Wever viermaal mocht aanschuiven.
Bijrol
Dat België in het formaat eerder een bijrol speelt, werd begin dit jaar alweer duidelijk – ook al neemt de stafchef van defensie regelmatig aan vergaderingen deel. Op 3 januari verzamelden de veiligheidsadviseurs van een heleboel bondgenoten in de Oekraïense hoofdstad Kiev. Tekenden present: Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Polen, Italië, Spanje, Finland, Canada, Nederland, Denemarken, Zweden, Noorwegen, de Baltische staten, en vertegenwoordigers van de NAVO, de Europese Raad en de Commissie.
Met andere woorden waren vertegenwoordigers van 12 van de 27 Europese lidstaten tijdens de bewuste ontmoeting aanwezig. De zelfverklaarde neutrale landen Oostenrijk en Malta zijn er logischerwijs nooit bij. Hongarije, Slowakije en Tsjechië, waar politici aan de macht zijn die weinig sympathie voor Oekraïne koesteren, worden om evidente redenen niet uitgenodigd. Blijven over in het rijtje van onuitgenodigde EU-lidstaten: Ierland, Cyprus, Bulgarije, Roemenië, Griekenland, Luxemburg, Kroatië, Slovenië, Portugal en België.
Nu bestaat er geen protocollair afsprakenboekje dat helder stelt welke bondgenoot waar en wanneer welkom is – het zijn de organiserende landen die naar eigen goeddunken de uitnodigingen versturen. Zijn er altijd bij: grote spelers zoals Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, buurlanden van Rusland en Oekraïne zoals de Baltische staten en Polen, en landen met een leider die goed met de Amerikaanse president Donald Trump overweg kan zoals het Finland van president Alexander Stubb en het Italië van premier Giorgia Meloni.
Ons land wordt, nota bene door onze buurlanden, slechts zelden voor zulke vergaderingen uitgenodigd, en dat zorgt binnenskamers voor wrevel bij de regering-De Wever. ‘Een zelfbenoemd formaat’, klinkt het schertsend over de vergadering van veiligheidsadviseurs. De Wetstraat is al langer gefrustreerd over het gebrek aan uitnodigingen en heeft zijn onvrede al overgemaakt, vertelt een goedgeplaatste regeringsbron, maar voorlopig zonder resultaat.
Euroclear
De Belgische afwezigheid hoeft niet te verbazen, legt defensiespecialist Yf Reykers (Maastricht University) uit. ‘Ons land is geen militaire speler van formaat en ligt niet in de directe omgeving van het oorlogsgebied. Bovendien levert België in tegenstelling tot Nederland, Denemarken en de Balten geen beduidende begrotingsinspanningen om Oekraïne te steunen. Ons land teert namelijk volledig op de belastinginkomsten op de overwinsten die Euroclear boekt met de geblokkeerde Russische tegoeden.’
België, zo benadrukt Reykers, neemt wel degelijk deel aan een heleboel andere informele coalities voor Oekraïne. ‘Denk aan de munitiecoalitie onder leiding van Tsjechië, de luchtafweercoalitie onder leiding van Duitsland, of de F-16-coalitie onder leiding van Denemarken en Nederland. En hoewel we in zulke formaten wel enige steun overmaken, behoren we niet bepaald tot de groep van koplopers. De jarenlange onderinvesteringen in defensie wegen in die zin op onze reputatie.’
Volgens onderzoeker Michelle Haas (UGent) heeft het weinig zin om bij zulke multinationale formats steeds iedereen rond de tafel te krijgen. ‘De Coalition of the Willing bestaat uit ruim dertig landen, en daarbij iedereen aan het woord laten werkt contraproductief. België heeft de traditie om mee te doen aan operaties wanneer pakweg Nederland en Frankrijk ook aan boord zijn. Maar wanneer het om concrete plannen gaat, moet iedereen natuurlijk wel weten wat er speelt.’
De Belgische diplomatie kreeg tot nu toe niet de opdracht om te lobbyen voor een vaste Belgische stoel aan de tafel. ‘De Nederlanders zijn daar veel assertiever in dan wij, al doen zij natuurlijk ook veel meer voor Oekraïne dan wij’, zegt een diplomaat. ‘Want we moeten wel beseffen wat we waard zijn. Op dit moment hebben we eenvoudigweg niet genoeg te bieden om Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk of Oekraïne ervan te overtuigen dat onze aanwezigheid bij zulke vergaderingen noodzakelijk is.’