Het beste Belgische sportjaar ooit veroorzaakt luxeproblemen. Zeker vier, mogelijk vijf teams verdienen in 2018 de titel Sportploeg van het Jaar. Niet dat er een spannende strijd wordt verwacht: de Rode Duivels zijn het bekendst en werden met fraai voetbal derde op het WK. Zij zullen dus wel winnen. Dat is sneu voor de Belgian Cats. De nationale damesbasketbalploeg verblufte op hun WK. Ook het 4X400 meter-estafetteteam rond de familie Borlée maakt aanspraak: zij werden Europees kampioen. De Belgische wielerploeg Quick Step Floors won 73 koersen, een record. En wat als de Red Lions, de hockeymannen, over een paar weken de wereldbeker winnen?
...

Het beste Belgische sportjaar ooit veroorzaakt luxeproblemen. Zeker vier, mogelijk vijf teams verdienen in 2018 de titel Sportploeg van het Jaar. Niet dat er een spannende strijd wordt verwacht: de Rode Duivels zijn het bekendst en werden met fraai voetbal derde op het WK. Zij zullen dus wel winnen. Dat is sneu voor de Belgian Cats. De nationale damesbasketbalploeg verblufte op hun WK. Ook het 4X400 meter-estafetteteam rond de familie Borlée maakt aanspraak: zij werden Europees kampioen. De Belgische wielerploeg Quick Step Floors won 73 koersen, een record. En wat als de Red Lions, de hockeymannen, over een paar weken de wereldbeker winnen? Dat WK hockey start woensdag 28 november in Bhubaneswar, Oost-India. Vlak voor de afreis schoof Knack aan bij drie toppers van ons nationale team: Arthur Van Doren, Florent Van Aubel en Nicolas De Kerpel. Libero Van Doren (24) werd vorig jaar uitgeroepen tot World Hockey Player of the Year. Hij is de superster van het internationale hockey, de Lionel Messi van zijn sport. Florent Van Aubel hoort al een decennium bij de vaste waarden van de nationale ploeg, ook al is de vlot scorende aanvaller amper 27. Van Doren en Van Aubel wonnen met België zilver op de Spelen van Rio de Janeiro. De 25-jarige middenvelder Nicolas De Kerpel veroverde pas na de Spelen zijn plek. De Kerpel was het ene puzzelstukje dat nog ontbrak bij de Red Lions: een onvermoeibare draver die de verdediging werk ontneemt en zelf regelmatig een doelpunt meepikt. Heren, ik citeer even de officiële website van het wereldkampioenschap: 'De Belgen worden op elk groot toernooi beschouwd als een medaillekandidaat. De Wereldbeker is voor dit team de perfecte gelegenheid om zich de legende in te hockeyen.' Nicolas De Kerpel: ( lacht) Dat is er pal op, zeg. Arthur Van Doren: Liever zo dan dat ze zeggen dat we er niks van bakken, maar ik verwacht een lastig, spannend WK. Zeker vijf landen reizen af met een uitzonderlijk sterke selectie, en de loting heeft ons niet geholpen. In de kwartfinale treffen we meteen Nederland of Duitsland. Nu goed, je moet iederéén kunnen kloppen. Anders verdien je de wereldtitel niet. Wie zilver pakte op de Spelen, die mikt op het WK toch op goud? Florent Van Aubel: Je zou graag zeggen: 'Wij worden gewoon wereldkampioen.' Maar wat win je met zulke ronkende uitspraken? De enige waarheid ligt op het veld. De Kerpel: Kijk naar WK voetbal. Een fantastisch toernooi voor de Belgen, vinden wij nu, maar de Rode Duivels stonden op een gegeven moment met 2-0 achter tegen Japan. Ze hadden evengoed kunnen verliezen en dan waren pek en veren hun deel geweest. Topsport hangt af van details. Van Doren: Het moet spannend zijn, hè. Die emoties zoek je net. Sport moet het bloed doen pompen. Nog niet zo lang geleden was het al een succes als België zich überhaupt voor het WK plaatste. Er is voor jullie veel veranderd. Van Aubel: Het Belgische hockey heeft een enorme evolutie doorgemaakt, met als eerste kantelpunt het EK van 2007 in Manchester. Niemand had verwacht dat we daar brons zouden pakken. Sindsdien werden we almaar beter en ambitieuzer en vandaag zijn medailles bijna logisch. Als we nu tegen Nederland spelen, is het niet met het idee: hopen dat we niet afgaan. Die tijd is voorbij. Van Doren: Het verschil is dat mijn generatie en die van Nicolas in de jeugdreeksen de toplanden van het veld speelden. De oudere Red Lions hadden bij wijze van spreken posters van Teun de Nooijer en Jamie Dwyer (voormalige internationale hockeysterren, nvdr) op hun kamer. Wij hebben nooit opgekeken naar de buitenlanders. De De Nooijers en Dwyers van deze tijd: dat zijn jullie, toch? Van Doren: Het is niet meer zoals vroeger. Tophockey werd een teamsport. Individuele spelers steken er niet meer zo bovenuit. Van Aubel: Wat ben je toch bescheiden, Arthur. ( lacht) Hij (wijst naar Van Doren, nvdr) steekt er wel degelijk bovenuit. Vraag het onze tegenstanders maar. Wat maakt de Red Lions zo sterk? De Kerpel: Keeper Vincent Vanasch is de beste van de wereld en onze libero Arthur is een internationale vedette. Je vertrekt dus vanuit een ijzersterke verdediging. Dat straalt af op heel de ploeg. Van Doren: We bezitten een benijdenswaardige balans, vind ik. Defensieve stabiliteit én aanvalskracht. Jeugd én ervaring. De oude rotten behoeden de jongeren voor fouten, terwijl de groentjes de routiniers meetrekken in hun enthousiasme. Van Aubel: En we staan fysiek bijzonder sterk. De Red Lions zijn de fitste ploeg ter wereld. Zoiets komt niet vanzelf, we offeren er veel voor op. Zijn er nog zwakke plekken? De Kerpel: Wat zeker beter kan, is... Van Aubel: Niet antwoorden, Nico! Nooit ingaan op je zwakheden. De Kerpel: Onze spelerskern blijft beperkt: daar verklap ik geen geheimen mee. Als vijf internationals zich blesseren, hebben we een probleem. India en Nederland maken een voorselectie van 35 jongens. Dat kunnen wij niet. Maar mag ik nog één sterk punt noemen? Ik vind dat wij een ongelooflijk toffe teamspirit hebben. Van Aubel: Allee, gast! ( lacht) Zo melig! De Kerpel: Maar het is waar. Je kunt een ander terechtwijzen, zelfs met scherpe woorden. Iedereen verdraagt dat van elkaar. Wij kunnen elkaar blijven pushen en dat is een geweldige troef. Een Belg die geïnteresseerd is in sport hoef je niet meer uit te leggen wat een strafcorner is. De Red Lions hebben het hockey op de kaart gezet. Van Aubel: Dankzij de Olympische Spelen. Blijkbaar zag het halve land onze finale in Rio. Het heeft de ogen geopend bij de media: er is een publiek voor hockey. Play Sports zendt elke zondag een competitiewedstrijd uit, het WK komt ook al integraal op televisie. Zinderde de teleurstelling van Rio lang na? Jullie verloren de match voor het goud tegen Argentinië. Een goed hockeyland, maar België is normaal gezien sterker. Van Aubel: Iedere speler ging er op zijn manier mee om, maar ik heb er echt onder geleden. We hebben een historische prestatie neergezet, maar het had nog zo veel mooier gekund. Van Doren: Het verloop van die match doet nog steeds pijn. Argentinië was niet beter dan wij, maar... (zoekt zijn woorden) Sluwer? Van Doren: Ja. En dat is erg zuur. Maar één: daar leer je uit. En twee: je moet de Argentijnen het krediet geven dat ze verdienen. Ze hebben met realisme gehockeyd en hun kwaliteiten perfect uitgebuit. Hebben jullie die match ooit herbekeken? Van Doren: Nooit. No way. Van Aubel: Ik ook niet. Maar soms geef ik presentaties en daar zit een compilatiefilmpje in van de hele Spelen. De beelden uit de finale raken me keer op keer. Nog een emotioneel moment uit Rio: vlak voor de halve finale tegen Nederland las bondscoach Shane McLeod een brief voor. Van Aubel: Zijn vrouw werkt in een ziekenhuis, op de afdeling cardiologie. Ze schreef dat de hartslagmonitoren omhoog gingen telkens als wij scoorden. Een sprankel hoop, voor mensen die vechten voor hun leven. McLeod heeft het ook erg aangrijpend gebracht. Ik had tranen in de ogen. Van Doren: Je staat voor de belangrijkste match uit je carrière. Het is muisstil in de kleedkamer. Spelers zijn in gedachten verzonken. De coach vertelt dat verhaal en je beseft: dit gaat eigenlijk niet om mij. Wij spelen voor een land, we maken deel uit van een groter geheel. Ik kan mensen doen juichen die ik nooit zal ontmoeten. Ja, die speech werkte wel. Ik kon niet wachten om het veld op te rennen. De extra peper van die halve finale was dat het tegen Nederland ging. Oranje had arrogant laten blijken dat verliezen van België ondenkbaar was. 'De weg naar de finale ligt open', kopten de Nederlandse kranten. O, werkelijk? ( lacht) De website van het WK hockey looft 'het unieke Belgische trainingsprogramma waar heel de wereld jaloers op is'. De Kerpel: De laatste maanden waren keihard: van maandag tot donderdag trainden we twee keer per dag met de Red Lions, en op vrijdag nog eens met onze eigen club. Tel daar de wedstrijden bij en je bent simpelweg voltijds aan de slag. Van Aubel: Maar niemand klaagt. Hockeyen is wat ik het liefst doe en ik heb de kans om iedere dag met mijn passie bezig te zijn. Oké, je offert veel op, ook in je privéleven, maar wie dit niet de mooiste job ter wereld vindt, die zit niet op zijn plaats. Wij beseffen goed dat we iets unieks meemaken. Jullie zijn geen profs. De meeste internationals studeren of werken. Hoe houden jullie zo'n voltijds trainingsregime vol? Van Aubel: Goeie vraag. ( lacht) Het vraagt creativiteit en je omgeving moet meewillen. Ik zit in het achtste jaar van een studie die normaal in vier jaar moet zijn afgerond. De Kerpel: Ik heb mijn diploma al, maar ik zie niet in waar ik tijd zou vinden voor een job. Dat zit in de ijskast, op zijn minst tot aan de volgende Olympische Spelen. Want het blijft druk: na het WK staat de Hockey Pro League (nieuwe landencompetitie die start in 2019, nvdr) voor de deur. Volgend jaar organiseert België het Europees kampioenschap in Antwerpen. Winnen jullie liever een EK in eigen land dan het wereldkampioenschap? Van Doren: Ik niet, als ik kiezen mag. Een WK is belangrijker dan een EK, en de Spelen staan helemaal bovenaan. Van Aubel: Vorige maand gaf de federatie een presentatie over het EK. Een mooi initiatief maar de internationals hadden er geen trek in. Op dit moment zijn we te zeer gebrand op het wereldkampioenschap. Het EK van Wilrijk wordt een ongelooflijk evenement, begrijp me niet verkeerd. Allen daarheen! ( lacht) Maar in het hoofd van een sportman zit niet genoeg plaats voor twee doelen. Hoe zit het met het vertrouwen? Het laatste grote toernooi, de Champions Trophy, viel flink tegen. Die 6-1-afstraffing tegen Nederland moet hebben gestoken, bijvoorbeeld. Van Doren: Nederland is topfavoriet voor het WK, schrijf dat al maar op. Ik was wel teleurgesteld na de Champions Trophy. Niet door de resultaten maar door het geleverde spel. We hockeyden loom en vermoeid. Als je niet 100 procent bent, dan ga je af. In die zin was die pandoering tegen Nederland een prima les. Van Aubel: Dat het tegen je grote concurrent gebeurt, is pijnlijk, maar zelf verbind ik er geen conclusies aan. Bij hen zat alles mee, bij ons ging alles mis. We verdienden te verliezen, maar de uitslag gaf een vertekend beeld. Kan gebeuren. De wedstrijd tegen thuisland India van zondag 2 december: wordt dat de eerste die er echt om spant op het WK? Van Aubel: België zit in een groep met India, Canada en Zuid-Afrika. We gaan ervan uit dat we Canada en Zuid-Afrika verslaan en met India strijden om groepswinst. Eerste eindigen in de poule betekent een match minder spelen in de knock-outfase. Dat voordeel mogen we niet laten liggen. Van Doren: Ik ben blij dat we India tijdens de poules treffen, zonder rechtstreekse uitschakeling als het misloopt. India in eigen huis bekampen is waanzin, weet ik uit voorgaande matchen. Het moment dat zij de bal hebben, zwelt een oorverdovend gekrijs aan, maar toen wij scoorden, kon je een speld horen vallen. Een onwereldse ervaring. De Kerpel: Ik ga niet liegen: in India spelen is intimiderend. Die hysterische fans raken je, al blijft het wel hockey en dus sportief. Hun supporters moedigen het eigen team aan, de tegenstander wordt niet afgekraakt. Van Doren: Ik en Florent deden mee aan de India Hockey League. Die competitie vindt plaats in het tussenseizoen, hockeyers van over heel de wereld worden uitgenodigd. Met de Uttar Pradesh Wizards zijn we toen het hele land rondgetrokken. Confronterend, moet ik zeggen. India is een land van extremen: schatrijk leeft naast straatarm. De wolkenkrabbers staan midden in de sloppenwijken. En zo veel mensen hebben letterlijk niks. Het zet je aan het denken. Iets anders. In het voetbal ligt de VAR of videoscheidsrechter voortdurend onder vuur. Waarom zijn er in het hockey, dat al jaren met een VAR werkt, geen problemen? De Kerpel: Ik hou van voetbal, maar soms erger ik me aan de mentaliteit. Als de beslissingen van een scheidsrechter voor 80 procent juist zijn, en dankzij de VAR wordt dat 90 procent, dan zeuren voetballers over die laatste 10 procent. Denk je dat de ref zich in het hockey nooit vergist? Soms heb je geluk dat de scheidsrechter, of de VAR, een overtreding die je maakt niet ziet, soms is het andersom. Hockeyers accepteren dat. Van Doren: Het voetbal kan wel wat van ons leren. Op het WK voetbal zag ik beelden van het zogeheten VAR-team, maar dat moet je juist niet doen. Het vertraagt de arbitrage en dus ook het spel en er bestaat geen enkele garantie dat zo'n scheidsrechtercomité vaker juiste beslissingen neemt. Nee, één videoref die snel en kordaat beslist, zoals in het hockey: da's veel efficiënter. Van Aubel: In het hockey is het nog meer sporten-om-de-sport, hè. De belangen zijn eveneens groot, of zo kijken wij er toch tegenaan, maar haat, nijd of grote geldsommen kennen wij niet. Matchfixing of omkoperij in het hockey: ik kan het me niet voorstellen. Kun je eigenlijk gokken op hockey? Van Aubel: Het bestaat, maar ik ben nog niemand tegengekomen die het doet. Jullie zilver op de Spelen van Rio was de eerste knalprestatie van een Belgisch nationaal team. De Rode Duivels en de Belgian Cats zijn in dat spoor gevolgd. Wordt het niet eens tijd om de volgende stap te zetten: een groot toernooi winnen? Van Doren: Waar moet ik tekenen? We hebben veel geleerd van de toernooien waarin het net niet lukte. Die verloren finales waren... ik zal niet zeggen 'nodig', want daar deed het te veel pijn voor, maar zulke ervaringen maken je wel sterker en hongeriger. Ons parcours is al mooi geweest, maar er moet nog iets bij. De Kerpel: Florent had gelijk toen hij daarnet zei dat ronkende uitspraken geen zoden aan de dijk zetten, maar ik wil er toch één doen: dit is hét moment voor de Red Lions om uit te pakken, om eindelijk af te raken van die status van net-niet-ploeg. Wij gaan voor goud: zo simpel is het.