De huidige verzekeringsregeling voor kerncentrales gaat uit van een objectieve aansprakelijkheid, waarbij een slachtoffer geen fout moet bewijzen. In ruil is de aansprakelijkheid beperkt. Anne Bonet, adviseur-generaal bij de FOD Economie, zegt dat die regeling er is gekomen om het ­'financieel overleven' van de sector te verzekeren.

De aansprakelijkheid is beperkt tot 1,2 miljard euro. Dat is maar een fractie van de kostprijs van een zwaar kernongeval, hoe klein de kans daarop ook is, waardoor die regeling al vaker bekritiseerd is.

Een verbetering van die verzekering zit er wel aan te komen. In 2004 werd in een protocol bij het verdrag dat de wettelijke aansprakelijkheid op het vlak van kernenergie internationaal regelt, afgesproken dat de dekking voor lichamelijke schade na een kernongeval wordt uitgebreid van tien naar dertig jaar.

De verwachting bij Engie Electrabel is dat dit protocol vanaf volgend jaar - na ­ratificatie door Italië - in werking treedt, en dat is een probleem. 'Er is onvoldoende ­interesse op de privémarkt', zei Marc Beyens, general counsel energy Belux bij Engie Electrabel, woensdag in een hoorzitting in de Kamer.

'Deze verzekering kan vandaag niet gedekt worden en kan ook niet internationaal herverzekerd worden', bevestigt Peter Lodewijckx, directeur van Syban, het syndicaat van de verzekeraars van Belgische kerncentrales. 'Kern­centrales worden beschouwd als een onaantrekkelijk risico. Een extreem kleine kans op een ongeval, en extreem grote ­gevolgen, verzekeraars haten dat.'

Als gevolg daarvan is Engie Electrabel gaan aankloppen bij de Belgische overheid om daar een waarborg los te weken. Die is wettelijk geregeld, mits betaling van een fikse premie, en de staat ­behoudt het recht op de terugbetaling van zijn tussenkomst.

De huidige verzekeringsregeling voor kerncentrales gaat uit van een objectieve aansprakelijkheid, waarbij een slachtoffer geen fout moet bewijzen. In ruil is de aansprakelijkheid beperkt. Anne Bonet, adviseur-generaal bij de FOD Economie, zegt dat die regeling er is gekomen om het ­'financieel overleven' van de sector te verzekeren. De aansprakelijkheid is beperkt tot 1,2 miljard euro. Dat is maar een fractie van de kostprijs van een zwaar kernongeval, hoe klein de kans daarop ook is, waardoor die regeling al vaker bekritiseerd is. Een verbetering van die verzekering zit er wel aan te komen. In 2004 werd in een protocol bij het verdrag dat de wettelijke aansprakelijkheid op het vlak van kernenergie internationaal regelt, afgesproken dat de dekking voor lichamelijke schade na een kernongeval wordt uitgebreid van tien naar dertig jaar. De verwachting bij Engie Electrabel is dat dit protocol vanaf volgend jaar - na ­ratificatie door Italië - in werking treedt, en dat is een probleem. 'Er is onvoldoende ­interesse op de privémarkt', zei Marc Beyens, general counsel energy Belux bij Engie Electrabel, woensdag in een hoorzitting in de Kamer. 'Deze verzekering kan vandaag niet gedekt worden en kan ook niet internationaal herverzekerd worden', bevestigt Peter Lodewijckx, directeur van Syban, het syndicaat van de verzekeraars van Belgische kerncentrales. 'Kern­centrales worden beschouwd als een onaantrekkelijk risico. Een extreem kleine kans op een ongeval, en extreem grote ­gevolgen, verzekeraars haten dat.' Als gevolg daarvan is Engie Electrabel gaan aankloppen bij de Belgische overheid om daar een waarborg los te weken. Die is wettelijk geregeld, mits betaling van een fikse premie, en de staat ­behoudt het recht op de terugbetaling van zijn tussenkomst.