In het seizoen 2018-2019 was hij de evenknie van Wout van Aert, en bij momenten zowaar zelfs zijn meerdere. Toon Aerts won vorige winter de Wereldbeker en werd Belgisch kampioen. De Rijkevorselaar hees zich naar de eerste plaats op de UCI-ranglijst. Dat beloofde: Mathieu van der Poel zou laat aan zijn veldritseizoen beginnen en Van Aert ontbreekt jammer genoeg door blessures. Elke kenner dacht dat Aerts het seizoensbegin zou domineren, maar dat was buiten Eli Iserbyt gerekend, die zeven grote veldritten won. Wereldkampioen Van der Poel is er ondertussen weer bij. Kans gemist? 'Ik had gedacht meer te winnen in september en oktober. Een cross of drie, vier op z'n minst. Het werd er één, en dan nog een cross waar Iserbyt niet reed', zegt de Belgische kampioen veldrijden. 'Neem Wout en Mathieu weg, en dan ben ik normaal de sterkste. Dacht ik. Niemand had verwacht dat Iserbyt zo sterk voor de dag zou komen. Hijzelf ook niet, denk ik. Dan is de vraag: ligt het aan Eli of aan de tegenstand?'

© Jelle Vermeersch

Zegt u het maar.

Toon Aerts: Ik zoek de oorzaak altijd eerst bij mezelf. Die eerste weken dat Eli zo goed reed, stelde ik me pijnlijke vragen, maar nu moet ik besluiten dat ik zelf op niveau presteer. De conditie is goed, het wedstrijdplan klopt. Ik heb me niets te verwijten.

Ik mag het niet te negatief inzien. Ik sta op kop in de stand van de Superprestige en speel in alle klassementen mee voor de eindzege. Slecht is dat niet.

Is Iserbyt u voorbijgegaan? Is hij een betere veldrijder dan u?

Aerts: Dat zul je me niet horen zeggen. Het zou me ook verbazen als Eli dit niveau de hele winter aanhoudt. Misschien heeft hij zijn vormpiek heel vroeg gelegd, om te kunnen profiteren van de afwezigheid van Wout en Mathieu? Maar wat hij al getoond heeft, was straffer dan wat ik had verwacht. Misschien verbaast hij mij opnieuw. Ik heb het er lastig mee gehad om van hem te verliezen. Dat mag toch?

U bent bijna 1,90 meter, Iserbyt is 1,65 meter. In het boksen zouden jullie niet in dezelfde gewichtscategorie uitkomen.

Aerts: We hebben ook een totaal andere stijl van koersen. Eli koerst als een bruut, en dat bedoel ik als een compliment. Hij sprint van bocht naar bocht en scheert rakelings langs de paaltjes. Ik rijd vloeiende lijnen, zonder stil te vallen. Ik probeer mijn snelheid te behouden in de bochten, Eli laat bewust het tempo zakken, zodat hij na de bocht weg kan knallen. Een aparte manier van koersen die behoorlijk op mijn zenuwen werkt. (lacht) Ik moet er nog een antwoord op vinden.

Om van hem weg te raken, moet ik constant een hoog tempo trappen. Voorsprong nemen en blijven rijden. Geen korte demarrages, die liggen hem te goed. Sinds Mathieu erbij is, wordt het weer meer mijn manier van koersen. Mathieu is ook renner van de vloeiende lijn.

Keek u ernaar uit dat Van der Poel opnieuw zou veldrijden? Meer prestige, meer aandacht?

Aerts: Je voelde wel dat er de eerste weken van het seizoen met andere ogen naar de cross werd gekeken. Alsof iedereen dacht: wacht maar tot Mathieu er weer bij is. Je merkt dat de sport weer meer leeft.

Hebt u het gevoel dat u dit seizoen moet bevestigen?

Aerts: Ja, en daar moet ik van afstappen. Dat gevoel was niet gedreven door wat de fans van mij vinden, of de journalisten. Het kwam uit mezelf. Ik wilde te graag bewijzen dat ik best of the rest ben. Dat ik rondrijd in de trui van Belgisch kampioen, speelde ook mee. Een kampioen verwachten de mensen vooraan, hè.

Een citaat van Sven Nys, uw baas bij de Telenet-Baloise Lions: 'Toon Aerts is een sneller-harder-verder-hoger-type. Hij wil altijd meer. Af en toe moet je hem afremmen.'

Aerts: Veel sporters staan zo in het leven. De lat moet altijd hoger, nooit ben je echt content. Ik besef dat dat niet de manier is om gelukkig te worden, want ooit bots je op je limiet. Maar zo zit ik in elkaar. Het zou bijvoorbeeld fantastisch zijn als ik een tweede keer Belgisch kampioen zou kunnen worden, toch zegt er een stemmetje: in feite moet je nu voor de wereldtitel gaan. Wat nergens op slaat, want de omloop in Dübendorf, waar het WK dit jaar plaatsvindt, ligt mij niet.

Sinds Mathieu erbij is, wordt het weer meer mijn manier van koersen. Mathieu is ook renner van de vloeiende lijn.

Na uw Belgische titel zei uw mental coach: 'Stel je voor dat je op de maan staat en naar de aarde kijkt. Dan zie je daar het BK veldrijden, maar ook pasgeboren kindjes die omkomen van de honger. Dat helpt om de zaken in perspectief te zien.' Zo kun je alles kapotrelativeren.

Aerts: En soms moet dat ook. Mijn prestaties komen in de krant, maar het gaat niet om levensbelangrijke zaken. Voor mij zijn ze wél belangrijk, ik geef er mijn ziel en zaligheid voor, maar aan het eind van de dag is het maar koers. Ik mag vooral niet vergeten om ervan te genieten. Ik ben Belgisch kampioen verdorie: dat is toch een droom? En hoeveel mensen zouden er niet maar wat graag met mij ruilen?

Moeten uw beste maanden nog komen? Het weer wordt slechter, de omlopen worden zwaarder. Afzien in de modder: daar blinkt u in uit.

Aerts: Hoe vettiger, hoe prettiger! (lacht) De echte slijkmaanden komen eraan, maar dit is een atypische winter: we hebben al veel regen gehad. Gavere, de Koppenberg en de wereldbekercross in Iowa waren ploeterpartijen - en toch won ik niet. Ik durf niet te beweren dat mijn resultaten verbeteren wanneer de velden écht drassig worden.

Vorige winter wilde het maar niet regenen. Ik herinner me nog perfect die zalige training waarin de eerste gouden druppels vielen: ik reed naar huis met een glimlach van oor tot oor.

Laatst maakte Belga Sport een uitzending over Roland Liboton. In de jaren tachtig lag er bij élke veldrit slijk.

Aerts: Toen werden veldritten verreden in bossen en op koeienweien. Tegenwoordig zoekt men voetbalvelden en parken op. Dat valt makkelijker te organiseren, en het is comfortabeler voor de fans.

Hoe doe je dat: goed door het slijk rijden?

Aerts: Bij een vettige cross zie je in de ogen van de renners wie er zin in heeft en wie niet. Mijn geheim is: ik heb er altijd zin in. Als ik na de verkenning moet douchen omdat het anders echt geen gezicht is aan de start, dan voel ik mij gelukkig. Veldrijders trainen trouwens zo goed als nooit in de modder. Op training is er geen pitlane om elke vijf minuten je fiets af te spuiten, hè.

Sneeuw en ijs komen de laatste jaren zelden voor.

Aerts: Het zijn warme winters geweest, ja, en voor mij mag dat zo blijven. IJsfietsen is een discipline op zich. Je bent verplicht om risico's te nemen, maar als je een keer valt, raak je het vertrouwen kwijt. Die fijne lijn tussen koersen en inhouden vind ik niet prettig. Als we een ijswinter krijgen, dan wordt Tim Merlier de grote man, weet ik van in de jeugdreeksen. Merlier is een sneeuwfenomeen. Hij heeft pech dat hij het bij de profs nog niet kon tonen.

Hebt u de prestaties van Van Aert en Van der Poel op de weg gevolgd?

Aerts: Indrukwekkend, hè. Mathieus voorjaar, en wat hij allemaal weer won in het mountainbiken. Of Wouts Tour de France! (blaast) Ik volg dat, ja. Ik ken die mannen, ik wil weten waar zij mee bezig zijn. Het strafste was hoe Mathieu van der Poel de Amstel Gold Race won vanuit een kansloze positie. Daar maken ze over tien jaar een Belga Sport over.

Ik had in Van Aert geen topsprinter gezien. In de Tour vloerde hij de beste spurters ter wereld.

Aerts: Qua pure snelheid is hij niet fenomenaal, hoogstens heel goed. Maar zijn plaatsing tijdens de sprint is ongelooflijk. In de korte periode dat Wout zich toelegt op de weg, deed hij gigantisch veel koerskennis op. Een snelle student die er vroeg bij is: dat wisten we al uit het veldrijden. Wout en Mathieu kunnen alles. Die veelzijdigheid danken ze aan het cyclocross.

Toon Aerts © BELGAIMAGE

David van der Poel zei in Knack: 'De wielerwereld beseft nu pas hoezeer de veldrijders al hebben afgezien met die twee.'

Aerts: Ik reed het natourcriterium van Putte. In de kleedkamer vroegen wegrenners me wanneer het veldritseizoen begon: 'Hoog tijd dat Wout en Mathieu weer gaan crossen! Als die twee erbij zijn, wordt winnen moeilijk.' Ik en de andere crossers maken dat al vijf jaar mee. Eigenlijk nog langer, want in de jeugdreeksen was het ook van dat.

Wordt veldrijden onderschat? De crosskampioenen rijden de tegenstand ook in andere disciplines zoek, en Tim Merlier werd Belgisch kampioen op de weg. In het veldrijden is hij hoogstens een subtopper.

Aerts: Merlier is een apart verhaal. Dat is een volbloedsprinter, die dat nu pas van zichzelf beseft. Maar je moet maar eens nagaan bij de wielertop: Peter Sagan, Julian Alaphilippe en Mike Teunissen hebben allemaal een verleden in het veldrijden. Als zij de twee sporten hadden kunnen combineren, zoals Wout en Mathieu nu doen, dan had het cyclocross op een ander niveau gestaan, ook qua uitstraling.

Ik schrik er niet van dat Wout en Mathieu domineren op de weg. Of dat Gianni Vermeersch in dienst van Mathieu finales rijdt in de grootste koersen. Het niveau van onze sport is de laatste tien jaar enorm gestegen.

Echt? Sven Nys, Zdenek Stybar en Niels Albert reden tien jaar geleden ook al hard.

Aerts: Toch is er nog een stap gezet. Dat cyclocrossers het goed doen op de weg is trouwens niet nieuw. Stybar reed zes jaar geleden al top tien in Parijs-Roubaix.

Kriebelt het bij u om het eens te proberen op de weg?

Aerts: In de zomer train ik veel op de weg en het duurt geen drie dagen voor ik naar de bossen snak. Dus nee, ik broed niet op een overstap. Veldrijden is spelen voor mij. Een spoor leggen in het zand en proberen erdoor te raken zonder voet aan de grond te zetten. Of voor de lol eens op een muurtje balanceren. Veldrittrainingen zijn voorbij voor ik er erg in heb. Waar vinden wegwielrenners hun uitdagingen? Om het snelst een brug op sprinten? Ik zou me doodvervelen.

Angst op de fiets: kent u dat?

Aerts: Vaag. (lacht) Of nee, op de cross van Beringen was ik wel bang. Daar zaten afdalingen in met 60 kilometer per uur: doe het maar op zo'n schuine berg vol putten, met halfopgeblazen tubes. Tom Pidcock denkt daar niet eens bij na, ik ben voorzichtiger. Maar hij is dan ook zes jaar jonger.

Wat vindt u van de aangekondigde hervorming van het veldrijden? Er zou één groot klassement komen: de Wereldbeker, die voortaan zestien crossen telt, telkens op zondag. De veldritwereld staat op zijn achterste poten, maar mij spreekt het wel aan.

Aerts: Als je vandaag een nieuwe sport uitvindt, dan vind ik dat een interessant concept. Maar wat een gebrek aan respect, zeg. Dat de renners niet is gevraagd wat zij ervan vinden: tot daar. Maar dat de organisatoren, die al tientallen jaren tijd en moeite in hun veldrit steken, tot op vandaag niet weten hoe het zit... Het is een schande, ik heb er geen ander woord voor.

De hoofdreden van de hervorming is blijkbaar dat het te verwarrend is met al die klassementen. Ik heb eens rondgevraagd waarom mensen naar de cross kijken, een soort mini-enquête. De antwoorden? 'Om te zien hoe mijn favoriet presteert', 'voor de spectaculaire valpartijen' en 'voor de afgepeigerde lijven vol modder'. Alleen de diehards zijn geïnteresseerd in de klassementen, de meesten hebben geen idéé hoe pakweg de stand van de DVV-Trofee eruitziet. Maar is dat een argument om te hervormen, of kun je dan evengoed de zaken laten zoals ze zijn, aangezien het voor het publiek toch geen verschil maakt?

Toon Aerts en Wout van Aert © Belga Image

De Superprestige, de DVV-Trofee, de Ethias-crossen en de Rectavit-series hebben allemaal hun sponsors. Als die veldritten minder waard worden, vrees ik dat veel geld de cross verlaat. Maar maakt het uit wat ik denk? We hebben het maar te slikken, vrees ik.

Die nieuwe Wereldbeker wordt wel topentertainment. Misschien verdient u wel meer dan ooit.

Aerts: Het mag niet alleen om geld draaien. Wat met de traditie? Men eist van organisaties die al tientallen jaren een cross houden dat ze hun datum opgeven. Veldritten staan nooit op zichzelf, ze zijn ingepland in de sociale kalender van het hele dorp. Op de laatste zondag van november gaat de familie naar de cyclocross, en 's avonds maakt moemoe frikadellen met krieken. Dát is veldrijden: Vlaamse, volkse traditie. Je moet al met een enorm slim, doordacht plan komen voordat je dát op de helling mag zetten.

Het draait meer en meer om de tv-kijker. Veldrijden is de ideale kijksport.

Aerts: Dat is waar. Een cyclocross duurt een uurtje. Je hoeft maar vijf namen te kennen om mee te praten, en zelfs wie er niets van kent, kan genieten van de spectaculaire valpartijen. En dan zijn er nog de sappige verhalen: wie tekent welk contract? Welke veldrijder kan zijn collega's niet uitstaan? Zeker in de aanloop naar de kampioenschappen wordt veldrijden een beetje een soap.

Dat is ooit erger geweest. De huidige generatie veldrijders maakt amper nog ruzie.

Aerts: Het wederzijdse respect is groot, maar we kunnen elkaar wel de duvel aandoen, meer dan de journalisten beseffen. Er wordt al eens een elleboogje uitgedeeld, maar na de cross geeft iedereen elkaar een hand. Dat is maar professioneel.

Volgend weekend rijdt u de Wereldbekerwedstrijd van Koksijde. Een klassieker in het mulle duinenzand.

Aerts: Een bijzonder zware cross. Voor die diepe zandstroken moet de techniek perfect zijn. Anders verlies je daar zo veel kracht dat je moet uitrusten op de stroken die wel goed bollen, maar daar geven de betere renners juist vol gas. De winnaar is naderhand zo fris als een hoentje, en de nummer twee en drie kunnen ook nog ademen, maar je moet eens zien in welke toestand de lager geplaatste renners aankomen. Hoe trager je rijdt in Koksijde, hoe meer je afziet.

Toon Aerts

-1993: geboren in Malle

-2015: profdebuut bij Telenet-Fidea

-2016: Europees Kampioen in Pontchâteau, Frankrijk

-2017: wint zijn eerste klassementscross: de GP Sven Nys

-2019: Belgisch kampioen in Kruibeke, eindwinst in de Wereldbeker