'Voor België is culturele heterogeniteit een kracht geworden. De bondscoaches van vroegere generaties moesten een balans vinden tussen het aantal Waalse en Vlaamse spelers in het elftal. Vandaag overstijgen de supporters van deze meer diverse ploeg hun taalproblemen. Ze scanderen in het Engels of ze neuriën woordeloos de Triomfmars van Verdi. Dit België belichaamt jeugd en globalisme. Het hangt samen en het straalt plezier uit. (...) België lijkt een thuis waarin vader en moeder gescheiden zijn en toch blijven samenwonen. Het is alsof de kinderen die in dat trieste, verdeelde huis opgroeiden, besloten om zich te gedragen als een echt gezin, ondanks alles.'
...

'Voor België is culturele heterogeniteit een kracht geworden. De bondscoaches van vroegere generaties moesten een balans vinden tussen het aantal Waalse en Vlaamse spelers in het elftal. Vandaag overstijgen de supporters van deze meer diverse ploeg hun taalproblemen. Ze scanderen in het Engels of ze neuriën woordeloos de Triomfmars van Verdi. Dit België belichaamt jeugd en globalisme. Het hangt samen en het straalt plezier uit. (...) België lijkt een thuis waarin vader en moeder gescheiden zijn en toch blijven samenwonen. Het is alsof de kinderen die in dat trieste, verdeelde huis opgroeiden, besloten om zich te gedragen als een echt gezin, ondanks alles.' Naar aanleiding van het WK Voetbal krijgt België veel lof, en niet alleen in de sportkaternen; dit was een extract uit The New York Review of Books, Amerika's grootste literair-intellectuele tijdschrift. De buitenlandse pers heeft België omarmd als totem van het multiculturalisme, uitgebeeld door een flitsend, divers elftal waar afkomst niet langer van tel is.Dat zo'n multiculturele ploeg het goed doet op een WK in Rusland, niet meteen een baken verdraagzaamheid, inspireerde journalisten van over de hele wereld om ons land af te schilderen als dappere rebellen die een onbewust statement maken. Al Arabiya, de Ierse Times en zelfs The Indian Express maakten reportages in die zin. De Indische krant schreef na België-Tunesië: 'De Vlaming De Bruyne passte naar de Waal Hazard, die scoorde en zijn goal vierde met Lukaku, zoon van Congolese immigranten. In de tribunes juichten alle Belgen met hen mee - Vlaming, Waal of van een andere categorie.' Hun krantenkop 'United Colors of Belgium' stalen de Indiërs van zakenkrant Financial Times, die vindt dat 'Benneton Belgium' staat voor het idee 'dat nationaliteit subtieler en gelaagder kan zijn dan bloed-en-bodem. (...) Voor een nativist moet België zowat het nieuwe Gomorrah zijn. Voor een kosmopoliet is het evenmin de hemel - er zijn te veel sociale problemen om dat te beweren - maar dit land is op zijn minst een boeiend experiment. De sociale veranderingen die België op korte tijd wist te verwezenlijken, soms pijnlijk en imperfect, zijn een stevige verwezenlijking.' Brussel wordt door de journalist van Financial Times geprezen om zijn 'Mos Eisley Cantina-gevoel', naar een beroemde caféscène uit Star Wars. Voor wie het tafereel niet kent: buitenbeentjes uit heel de Melkweg hangen samen aan de toog in de Mos Eisley-bar. Even ontstaat er beroering wanneer Han Solo een stamgast doodschiet, maar al gauw speelt de muziek weer en gaat het feest gewoon verder.Eén van de architecten van 'smeltkroes België' blijkt... Johan Leman, voormalig directeur van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding. The New York Review of Books gooit Leman bloemetjes omdat hij in de jaren negentig het voetbal inzette voor de sociale integratie van nieuwkomers, met als resultaat de sterrenploeg van vandaag. 'Een onverwacht en uiteraard overdreven compliment, maar hélemaal zonder voorwerp is die analyse niet,' reageert Leman, vandaag voorzitter van de vzw Foyer in Molenbeek. 'Begin jaren negentig was ik kabinetschef van Commissaris voor Migrantenbeleid Paula D'Hondt. We hadden net de grote migrantenrellen van Brussel gehad en het Vlaams Blok boekte zijn eerste verkiezingsoverwinningen. De nood om een integratiebeleid op te zetten was hoog, net in een periode waarin men drastisch moest besparen op de overheidsuitgaven.' Leman benaderde de Voetbalbond. Er werden antiracismecampagnes opgezet en in de binnensteden legde men voetbalpleintjes aan. Johan Leman: 'De academische wereld viel over mij heen - je hebt al weinig geld en dat geef je het uit aan sport?! Het leek een te banale oplossing voor zo'n complexe kwestie als integratie. Ik heb zelf heus nooit gedacht dat die voetbalpleintjes de wereld gingen veranderen, maar ik hoopte dat het een soort wederzijdse interesse in gang zou zetten. Vandaag stel ik vast dat veel Rode Duivels inderdaad op die pleintjes de stiel hebben geleerd. Vooral Jan Peeters, de ondertussen overleden voorzitter van de Voetbalbond, verdient een postuum eerbetoon. Hij heeft het Belgische voetbal op het integratiepad gebracht.' Er is uiteraard ook een mercantiele kant aan dit verhaal. Begin jaren 2000 beseften de Belgische clubs dat er voetbalgoud te rapen viel op de pleintjes van Brussel en Luik. Tot op vandaag wordt daar intensief gescout.Voor deze generatie Rode Duivels is ras of religie irrelevant. Openlijke racistische incidenten zijn er bij de nationale ploeg nooit geweest, desondanks voelden voorlopers als Luis Oliveira of Emile Mpenza zich niet op hun plaats in het lelieblanke Belgische team. En hoe goed zou de succesploeg van de jaren tachtig hebben gepresteerd als men plaats had gemaakt voor Juan Lozano, toen die interesse toonde om Belgisch international te worden? 'Het Belgisch voetbal heeft nog relatief vroeg ingezien dat integratie en multiculturaliteit troeven zijn,' vindt Johan Leman. 'Ik herinner me een antiracismecampagne met de kapiteins van eerste klasse, midden jaren negentig. Franky Van der Elst van Club Brugge stond op en zei: 'Wat kan het mij schelen of een speler wit, zwart of bruin is, als hij maar kan sjotten.' (lacht) Die houding van mensen kansen te geven, werkt door, en geeft ons nu op het voetbalveld een voorsprong op landen die krampachtiger reageerden. In Italië - ik volg het voetbal beter dan u denkt (lacht) - zijn zwarte spelers altijd de gebeten hond: mag je dan verbaasd zijn dat er bij hun nationale ploeg minder gekleurde jongens doorbreken dan bij ons?'Buitenlandse media trekken parallellen tussen de Rode Duivels en het befaamde Black-Blanc-Beur, bijnaam van het multiculturele Franse team dat in 1998 de Wereldbeker won. Net toen Jean-Marie Le Pen en zijn Front National tekeergingen tegen 'het gespuis uit de banlieues' groeide banlieue-kind Zinédine Zidane uit tot held van de natie. Na hun Wereldbeker lanceerde de Franse regering een 'Plan Zidane', om kinderen uit de voorsteden meer kansen te geven. Het beeld van het tolerante, multiculturele Frankrijk heeft niet lang standgehouden. Uit onderzoek bleek dat de voetbalsucces het racisme nauwelijks had verminderd, en Le Pen bleef verkiezingsoverwinningen boeken. Toch heeft een succesvolle, diverse nationale ploeg onvermijdelijk impact, meent Johan Leman. 'Blanke Belgische kindjes kijken op naar Romelu Lukaku en Vincent Kompany: uiteraard beïnvloedt dat hoe zij denken over het integratievraagstuk. Het werkt trouwens ook in omgekeerde richting: ik stel in mijn buurt vast dat Molenbeek voor België supportert. Tien jaar geleden was dat nog ondenkbaar. Wellicht herkennen de migrantenbuurten zich eindelijk in het nationale elftal, maar het betekent ook dat men zich deel voelt van dit land. Het stemt mij positief.'Geen idee of hij het echt gezegd heeft, maar The India Express citeert Rode Duivel Nacer Chadli als volgt: 'We komen uit verschillende culturen. Dat zie je in de samenstelling van onze ploeg. Maar als we eendrachtig zijn en winnen, kunnen we de wereld tonen dat wij als land alles in huis hebben om te slagen.' Over het algemeen hoeden de internationals zich voor politieke uitspraken. Er zitten nochtans twee voetballers in de kern die iets kwijt kunnen over de vluchtelingenproblematiek, vandaag het hete hangijzer in de internationale politiek. De vader van Adnan Januzaj vluchtte in 1992 naar België omdat hij niet wou worden ingelijfd in het Joegoslavisch Volksleger, dat door Serviërs werd gedomineerd. Ooms van de Rode Duivel vochten bij het UCK, het verzetsleger van de Kosovaren. Zelf mijdt Januzaj dit thema dat bij zijn familie zo gevoelig ligt. Vincent Kompany heeft minder schrik om voor zijn mening uit te komen. Kompany's vader ontvluchtte eind jaren zestig het regime van Mobutu: Pierre Kompany was politiek opposant en vreesde voor zijn leven. Stel dat de Rode Duivels de cup winnen, schrik dan niet als de geëngageerde Kompany een statement maakt over vluchtelingen en menslievendheid. 'Het zou geweldig zijn als hij dat deed,' vindt Johan Leman. 'Nog meer indruk zou het maken als de Voetbalbond en de rest van het team hem daarbij steunt. De voetballers hebben momenteel de aandacht van de wereld. Wanneer zij een signaal geven, dan kan niemand dat negeren.'