Draagmoederschap is het fenomeen waarbij een vrouw in haar baarmoeder een embryo tot ontwikkeling laat komen en een kind op de wereld zet met de bedoeling het aan wensouders af te staan, of zoals vele draagmoeders het vaak zelf omschrijven: 'extreem babysitten'.

Er bestaat in ons land geen uitdrukkelijk verbod op draagmoederschap en toch geven Belgische administratieve overheden geen gevolg aan dit fenomeen. We zien in de praktijk zelfs zoveel moeilijkheden dat men van een feitelijk verbod mag spreken. Het doodzwijgen van draagmoederschap in de Belgische wetgeving en de principiële niet erkenning van buitenlandse akten, opgemaakt na draagmoederschap, maken het voor wensouders bijzonder moeilijk tot zelfs onmogelijk om een gezin te stichten met de hulp van een draagmoeder. Echtparen die zelf niet in staat zijn een kind te baren, vanwege het ontbreken, een beschadiging of niet functioneren van een baarmoeder worden door het Belgische systeem in de steek gelaten.

België moet een inhaalbeweging maken om de wetgeving rond draagmoederschap aan te passen aan de realiteit.

De vruchtbaarheidstechnieken zijn er en koppels die op hun biologische grenzen stuiten willen er dus ook gebruik van maken. Wensouders zoeken steeds vaker een oplossing in draagmoederschap. In een aantal landen is deze mogelijkheid al vrij beschikbaar en juridisch geregeld (denk hierbij aan de Verenigde Staten en Canada), maar in België zit draagmoederschap nog steeds in een juridisch vacuüm. Dit met grote rechtsonzekerheid en een aantal schokkende rechtszaken tot gevolg. Meer en meer wensouders richten zich dan ook tot deze landen met een wettelijk kader rond draagmoederschap, maar denken vaak niet aan de gevolgen in België. Het blijft voor wensouders in België, zelfs na het gebruik van een draagmoeder in het buitenland, namelijk onmogelijk om vanaf de geboorte van hun kind als de juridische ouders aanzien te worden.

Neem als voorbeeld baby Samuel - kind van Belgische wensouders - die zijn eerste twee en half jaar in een weeshuis in Oekraïne moest doorbrengen en dit enkel en alleen omdat de Belgische ambassade weigerde een paspoort af te leveren. Wat men ook van draagmoederschap denkt, dit is onaanvaardbaar. Ouders en kinderen blijven in onwetendheid en onzekerheid achter en dit met vaak verregaande gevolgen. Naast het emotionele aspect, is bijvoorbeeld het verkrijgen van een reisdocument, het vastleggen van opvang en het verkrijgen van een ziekteverzekering bijzonder moeilijk.

De Belgische wetgeving dient dus dringend aan een inhaalbeweging te beginnen om de moderne realiteit bij te benen. Draagmoederschap bestaat en is beschikbaar, dus stop met het negeren ervan. Het belangrijkste obstakel blijkt echter de publieke opinie en het taboe rond draagmoederschap. Draagmoederschap wordt namelijk nog maar al te vaak gezien als het verhaal van een onwetende vrouw als slachtoffer van een egoïstisch koppel, terwijl niets minder waar is.

Is het namelijk niet zo dat we ook in dit gegeven de persoonlijke autonomie van een vrouw moeten eerbiedigen? Beschikt een vrouw hier plots niet meer over een zelfbeschikkingsrecht om met haar eigen lichaam te doen en laten wat ze zelf verstandig acht? Een vrouw heeft het recht te beslissen hoe en wanneer ze kinderen krijgt, dus waarom zou ze dan niet het recht hebben kinderen te dragen voor anderen en zo mee te werken aan het creëren van een gezin? We laten het afbreken van een zwangerschap en het afstaan van kinderen via adoptie toe, maar hebben plots wel een probleem wanneer een vrouw een kind voor iemand anders maakt dat geliefd en gewenst is. Waarom zouden we het niet kunnen toelaten aan een vrouw het kind van haar onvruchtbare zus of dochter te dragen? Toestemming en een geïnformeerde beslissing blijven cruciaal, maar het dragen van andermans kind zou net zo goed een recht moeten zijn als abortus dit is.

Laat ons dus gezamenlijk afstappen van het paternalistisch beeld dat een vrouw niet de vrije en doordachte keuze kan maken om andermans kind vrijwillig te dragen en dit vervangen door het beeld van een zelfverzekerde en onbaatzuchtige vrouw die een jaar of meer van haar leven opgeeft om iemands familie te helpen uitbouwen.

Bovendien moeten we onszelf als samenleving de vraag stellen waarom we niet zouden ingaan op de wens van koppels met vruchtbaarheidsmoeilijkheden om met de hulp van deze onbaatzuchtige vrouw een gezin te stichten. Men kan hier zeggen dat de wens om een kind via een draagmoeder te krijgen egoïstisch en verwerpelijk is, maar is niet elke kinderwens tot een bepaalde hoogte egoïstisch? Ouders wensen een kind en - wanneer er geen vruchtbaarheidsproblemen zijn - komt dit er, terwijl het ongeboren kind niet gevraagd heeft om op de wereld gezet te worden. Dit ook vaak in schrijnende omstandigheden.

Men verwijst al snel naar adoptie of pleegouderschap als oplossing voor deze kinderloze koppels, maar waarom zou dit de enige mogelijkheid moeten zijn? Adoptie blijft een lang en moeizaam proces met veel onzekerheden en hoge kosten. Bovendien zijn de landen waar adoptie het hoogstnodig is ook meestal de landen waarmee men niet samenwerkt. Pleegouderschap brengt daarnaast ook de onzekerheid van een kind dat op elk ogenblik weer weggehaald kan worden. Hoewel het kind de zorgen van een pleegouder hard nodig heeft, moet men als persoon sterk genoeg in zijn schoenen staan om hier op emotioneel vlak mee om te gaan.

Kinderen krijgen is een oerdrift en vloeit bij ongeveer iedereen voort uit een zeker egoïsme. Dit is niet minder waar voor koppels met vruchtbaarheidsmoeilijkheden. Het verschil zit hem in het proces dat voorafgaat aan het krijgen van kinderen voor deze koppels. Bij draagmoederschap gaat er een volledig proces aan de conceptie vooraf. Er zijn maar weinig gezinnen waar er meer werd gesproken, gereflecteerd en nagedacht voor men aan kinderen begint dan in gezinnen die gebruik dienen te maken van een draagmoeder. Wanneer dit kind er dan eindelijk is, zullen er weinig plekken zijn waar het kind meer geliefd is.

Laten we er dan ook voor zorgen dat deze kinderen samen met hun wensouders zorgeloos aan het leven kunnen beginnen, zonder te maken te krijgen met dergelijke juridische moeilijkheden. Laat België in dit probleem een voortrekkersrol opnemen en een voorbeeld zijn voor andere landen binnen en buiten Europa. Ook het vrouwenstemrecht, het homohuwelijk, euthanasie en abortus kenden tegenstand, maar dit werd bevochten tegen alle vooroordelen en veroordelingen in en België bejubeld voor zijn acties. Het creëren van een regelgevend kader is geen evidentie, maar is wel broodnodig. Laat wensouders en hun kinderen niet langer in de kou staan, maar kom met een oplossing.

Nivard Bronckaers is advocaat aan de Brusselse balie.