Tien jaar geleden viel de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers. De financiële crisis die daarop volgde, bracht bij ons Fortis, Dexia, KBC en Ethias in grote moeilijkheden. De federale en regionale overheden moesten die financiële instellingen met belastinggeld redden om nóg erger te voorkomen. Is dat belastinggeld al terugverdiend, of scheurt de overheid nog altijd haar broek aan de redding van de banken? Eric Dor, directeur economische studies aan de Franse zakenschool IESEG, maakte een balans op, die in zakenkrant De Tijd werd geciteerd. Wat blijkt? Het gat bedraagt nog altijd 465 miljoen euro.
...

Tien jaar geleden viel de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers. De financiële crisis die daarop volgde, bracht bij ons Fortis, Dexia, KBC en Ethias in grote moeilijkheden. De federale en regionale overheden moesten die financiële instellingen met belastinggeld redden om nóg erger te voorkomen. Is dat belastinggeld al terugverdiend, of scheurt de overheid nog altijd haar broek aan de redding van de banken? Eric Dor, directeur economische studies aan de Franse zakenschool IESEG, maakte een balans op, die in zakenkrant De Tijd werd geciteerd. Wat blijkt? Het gat bedraagt nog altijd 465 miljoen euro. De factuur is niet voor alle overheden dezelfde, omdat niet alle overheden op dezelfde manier aan alle reddingsoperaties deelnamen. Vlaanderen kan als enige een positieve balans voorleggen: het kreeg 1,039 miljard euro méér terug dan het in de reddingen investeerde. De andere overheden maken verlies: Brussel 267 miljoen, Wallonië 784 miljoen, de federale overheid 453 miljoen euro. De volgende maanden en jaren kan de factuur ook voor hen nog positief worden. De federale overheid, bijvoorbeeld, kan nog dividenden verwachten van BNP Paribas en Belfius. Bovendien kunnen de overheidsbelangen in BNP Paribas (7,7 procent), Belfius (100 procent) en Ethias (100 procent) verkocht worden, en dat brengt ook weer geld in het laatje. Je zou dus kunnen denken dat de redding van de banken de overheden uiteindelijk niets zal kosten, maar dan wordt er wél iets belangrijks over het hoofd gezien: we lopen nog altijd een heel groot risico bij Dexia. In 1996 ontstond Dexia uit de fusie tussen het Belgische Gemeentekrediet en het Franse Crédit Local de France. Traditioneel verstrekte het vooral leningen aan lokale besturen, steden en gemeenten, maar Dexia ging zich in de jaren voor de bankencrisis onder een megalomane leiding te buiten aan allerlei excessen. Er waren desastreuze overnames van buitenlandse banken, en Dexia verzamelde een onwaarschijnlijk ingewikkelde derivatenportefeuille (beter bekend als 'rommelkredieten') waarvan niemand wist wat en óf ze nog wel iets waard waren. Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van Itinera, spreekt in zijn boek Roekeloos niet voor niets van 'het monster Dexia'. De raad van bestuur, bevolkt door politici, liet jarenlang begaan. Na het uitbreken van de bankencrisis moesten de overheden Dexia verscheidene keren redden. Eind 2011 betaalde de Belgische staat 4 miljard euro om Dexia België los te wrikken uit 'de Dexia-puinhoop' - de omschrijving is van minister van Financiën Johan Van Overtveldt in zijn boek Sisyphus achterna. Dat zou Belfius worden. Dexia zelf werd een 'restbank': alle rommelkredieten bleven erin achter. Er stond 357 miljard euro op de balans, en het management kreeg de aartsmoeilijke opdracht om dat bedrag weg te werken met zo min mogelijk verliezen voor de belastingbetaler. België en Frankrijk hebben restbank Dexia samen zo goed als volledig in handen, en moesten zich garant stellen voor 90 miljard euro. Daarvan nam België liefst 54,45 miljard voor zijn rekening. Vandaag heeft Dexia nog 168 miljard euro op zijn balans staan. Dat zijn de lastigste kredieten, met het hoogste risico. Bij elke crisis die ergens in de wereld uitbreekt, is het bang afwachten wat de gevolgen zijn voor Dexia. Zo werd vorig jaar plots duidelijk dat Dexia bijna een half miljard euro riskeert op een vroegere investering in het openbaar onderwijs van de Amerikaanse stad Chicago, waarvan de terugbetaling onzeker was. En toen de Catalaanse eis tot afscheiding escaleerde, bleek dat Dexia er een risico liep van 1,7 miljard euro. De brexit kost Dexia vandaag al handenvol geld. De belangrijkste risico's zijn volgens ceo Wouter Devriendt 'de grote blootstelling van ruim 23 miljard euro aan Italië, en de vele ingewikkelde gestructureerde producten die de bank in de jaren voor de crisis heeft opgestapeld'. We kunnen alleen maar hopen dat de dreigende Italiaanse crisis niet uitbreekt, want dat kan ons allemaal via Dexia een bom geld kosten. De portefeuille van Dexia zit 'vol tikkende tijdbommen,' zoals Van de Cloot dat omschrijft, 'waarvan sommige nog veertig jaar zullen blijven tikken'. Zolang het puin van Dexia niet is geruimd, blijft de miljardengarantstelling als een donderwolk boven onze overheidsfinanciën hangen - ook al sluiten onze politici daar gemakkelijkheidshalve de ogen voor. De bankencrisis zal de Belgische belastingbetaler nog bijna een halve eeuw blijven achtervolgen.