Gedurende een loopbaan van 42 jaar zat een Belgische man gemiddeld 14 jaar thuis met een ziekte-, werkloosheids- of brugpensioenuitkering. Vrouwen, met gemiddeld een loopbaan van 36,6 jaar, zaten daarvan 13 jaar thuis. Dat Belgen gedurende een derde van hun carrière niet werken, verklaart mee waarom België er nauwelijks in slaagt de tewerkstellingsgraad op te trekken.

Van de 20- tot 64-jarigen is iets minder dan 68 procent aan het werk. In Duitsland (79 procent) en Nederland (77 procent) ligt het aandeel werkenden een pak hoger. Ons land heeft het daardoor moeilijker om de sociale zekerheid te financieren. Minder mensen aan het werk, betekent minder inkomsten voor de overheid en tegelijk een grotere groep mensen die nog voor ze aan hun pensioen beginnen van een uitkering leven, schrijft De Tijd.

Gedurende een loopbaan van 42 jaar zat een Belgische man gemiddeld 14 jaar thuis met een ziekte-, werkloosheids- of brugpensioenuitkering. Vrouwen, met gemiddeld een loopbaan van 36,6 jaar, zaten daarvan 13 jaar thuis. Dat Belgen gedurende een derde van hun carrière niet werken, verklaart mee waarom België er nauwelijks in slaagt de tewerkstellingsgraad op te trekken. Van de 20- tot 64-jarigen is iets minder dan 68 procent aan het werk. In Duitsland (79 procent) en Nederland (77 procent) ligt het aandeel werkenden een pak hoger. Ons land heeft het daardoor moeilijker om de sociale zekerheid te financieren. Minder mensen aan het werk, betekent minder inkomsten voor de overheid en tegelijk een grotere groep mensen die nog voor ze aan hun pensioen beginnen van een uitkering leven, schrijft De Tijd.