De kans is reëel dat het begrotingstekort in 2019 jaar vijf miljard hoger zal uitvallen dan door de regering Michel wordt verwacht. Dat blijkt uit cijfers van het Federaal Planbureau. De wetstraat mikte op een begrotingstekort van 0,7%, maar dat zal naar alle waarschijnlijkheid oplopen tot 1,8% van het bruto binnenlands product. Het betekent een gat van maar liefst 8,2 miljard in 2019. Knack vroeg aan Michel Maus, professor fiscaal recht aan de Vrije Universiteit Brussel, waar het schoentje wringt. 'Ik ben niet alleen ontgoocheld, ik maak me vooral zorgen over de toekomst', zegt Maus.
...

De kans is reëel dat het begrotingstekort in 2019 jaar vijf miljard hoger zal uitvallen dan door de regering Michel wordt verwacht. Dat blijkt uit cijfers van het Federaal Planbureau. De wetstraat mikte op een begrotingstekort van 0,7%, maar dat zal naar alle waarschijnlijkheid oplopen tot 1,8% van het bruto binnenlands product. Het betekent een gat van maar liefst 8,2 miljard in 2019. Knack vroeg aan Michel Maus, professor fiscaal recht aan de Vrije Universiteit Brussel, waar het schoentje wringt. 'Ik ben niet alleen ontgoocheld, ik maak me vooral zorgen over de toekomst', zegt Maus.MICHEL MAUS: Deze regering hoopt te veel op de terugverdieneffecten van maatregelen die ze heeft genomen. Men heeft bovendien de besparingen die nodig zijn om de taxshift te financieren nog niet doorgevoerd. Met hoop maak je geen begroting op.MAUS: Inderdaad. Het klopt natuurlijk dat door de toenemende werkgelegenheid de uitkeringen omlaag gaan en de belastinginkomsten stijgen. Maar de regering verwacht het onmogelijke en overspeelt haar hand met onrealistische inschattingen.MAUS: Ik ben dan ook gedesillusioneerd en ontgoocheld.MAUS: Dat klopt. Nochtans kan de regering meesurfen op fantastische omstandigheden: een historisch lage rente, een historisch lage werkloosheid en een globale economische groei. Als het nu niet lukt, wanneer zullen we dan wel een begrotingsevenwicht vinden? Ik kan helaas enkel maar concluderen dat we boven onze stand leven. We zullen simpelweg moeten besparen op de verzorgingsstaat. Maar zelfs voor een centrumrechtse regering blijkt het enorm moeilijk om structurele maatregelen door te voeren. Al maakt het Belgisch overlegmodel dat natuurlijk niet gemakkelijk.De verlaging van de venootschapsbelasting moet voor meer investeringen zorgen en werkgelegenheid zorgen. MAUS: Met de hervorming van de vennootschapsbelasting is de regering met een goednieuwsshow begonnen. Nochtans is dat dossier helemaal niet zo'n succesverhaal. In internationaal opzicht gaat namelijk iedereen die toer op. Met een tarief van 25% hebben we nog steeds het derde hoogste ter wereld. We zullen dat vroeg of laat moeten verlagen.MAUS: We staan dus voor een moeilijke keuze. Ofwel trekken we steeds minder buitenlandse investeringen aan, waardoor we werkgelegenheid en inkomsten verliezen. Ofwel verlagen we de belastingen verder, waardoor we ook inkomsten verliezen. In dat laatste geval gaat men ervan uit dat de bedrijven hun winsten zullen gebruiken om te investeren, wat meer jobs moet opleveren. Dat laatste is natuurlijk speculatief. Probleem is dat we geen andere kant uit kunnen. Enige optie is dus om te besparen.MAUS: Er zullen ongetwijfeld nog een aantal lijken uit de kast vallen. Dat heeft te maken met tijdelijke maatregelen of maatregelen die een tijdelijk effect hebben. De regering heeft de investeringsaftrek voor bedrijven in 2018 en 2019 verhoogd. Bedoeling daarvan is natuurlijk dat bedrijven in die periode meer zullen investeren en de economie opnieuw doen draaien. Maar wat gebeurt er nadien? Daar zal de volgende regering hoe dan ook mee geconfronteerd worden.