Waar denkt u het eerste aan als u aan internaten denkt: een thuis op school of een plaats waar alle 'onhandelbare kinderen' worden samgengegooid. Ik hoop alvast het eerste. Want dat is waar wij, opvoeders en beheerders, dag in dag uit aan werken. Een thuis op school, een warm nest, een plaats waar we structuur geven aan onze jongeren. Een structuur die de kapstok vormt om het latere leven in te kunnen stappen. Heel veel oud-internen precies om die reden positief terug naar hun schooltijd. Velen houden er vrienden voor het leven aan over.

En wees gerust: elke intern is uniek. Uniek in het puber-zijn, uniek in zijn of haar denkwijze, uniek in het ogenschijnlijk zorgeloos leven, uniek in het omgaan met zijn of haar rugzakje. Want dat is ook internaat. Jongeren met hun eigen zorgen begeleiden en helpen om alle klippen te overwinnen. Dat zijn er heel wat.

Een heel belangrijke aspect van het leven op internaat, dat ik altijd gekoesterd heb, is de vrijwilligheid om op internaat te komen. De tijden van het internaat als strafkamp zijn nu toch al een tijdje achter ons. Of niet?

Vroeger, in de tijd dat de dieren nog spraken, moest je op internaat: moeten omwille van de verre afstand, moeten omdat de ouders geen tijd hadden voor de opvoeding, moeten omdat de ouders niet overweg konden met de streken van hun kind. En hadden de kinderen enige inspraak? Niet of toch nauwelijks.

Ik heb echt het gevoel dat we dit hebben kunnen keren. Internaatbeheerders hebben op een gegeven moment veel tijd gestoken in intakegesprekken. Peilen naar de motivatie om op internaat te komen. Want op stap gaan met jongeren die echt niet meewillen, is geen evidentie. Vandaar dat wij ontzettend veel tijd en energie steken in een antwoord op de vraag: 'Waarom wil je op internaat komen?'

En ja, de motivatie van moeten omwille van de afstand is er nog altijd. Maar wij willen dit gekoppeld zien met de motivatie dat de jongere ermee akkoord gaat om op internaat te gaan en er alles aan doet om er het beste van te maken.

En ja, er komen nog altijd jongeren op internaat omdat de ouders een eigen zaak hebben en de studiebegeleiding en dergelijke willen toevertrouwen aan ons. En omdat de jongere dat zelf ook ziet zitten.

En ja, ouders laten soms weten dat het voor hen moeilijk is om met de 'rugzakjes' van hun kind om te gaan. En dat ze hiervoor willen beroep doen op het internaat. En als de jongere dit ziet zitten, kunnen we niet anders dan meegaan in dat verhaal. En met volle goesting.

En ja, er proberen nog altijd ouders om hun kind bij ons in te schrijven omdat enkel zij van mening zijn dat het van moeten is. En op dat moment komt de beheerder tussen. En terecht. Want internaten zijn dermate geëvolueerd dat we dit als groep niet meer wensen.

We zijn per slot van rekening internaten, waar iedereen vrijwillig kan en mag inschrijven mits een goede ingesteldheid.

En toch gebeurt het dat er jongeren ingeschreven worden die niet onmiddellijk staan te springen voor een internaat. Jongeren met een dossier, met een lang verhaal. Niet altijd hun verhaal, meestal een verhaal van hun thuis, van hun omgeving. Er zijn dossiers die vragen naar een internaat. Vragen die komen van leerlingenbegeleiders, CLB's, consulenten Opgroeien (Jongerenwelzijn), consulenten sociale diensten jeugdrechtbank. Ongetwijfeld allemaal met de beste bedoelingen.

Maar soms is de waarheid anders. De consulenten van Opgroeien vinden geen oplossingen meer. De meer aangepaste instellingen voor jongeren zijn volzet, de wachtlijsten ellenlang. En in hun zoektocht vormen de internaten hun laatste strohalm. Een strohalm waarvan de laatste tijd meer en meer gebruik gemaakt wordt. En beetje bij beetje worden wij een deel van het opvangnet van jeugdhulpverlening...

En dan kom ik terug naar onze bestaansreden: een (warme) thuis op school voor jongeren die mee willen gaan. Dit wordt meer en meer verstoord door jongeren die niet willen meegaan. Als we niet opletten, glijden we terug af naar de beginjaren van de internaten (het strafkamp). Jammer, na al die jaren inzet om het imago van de internaten op te krikken.

En met deze Corona-crisis is dit nog eens in de verf gezet. Internaten horen niet meer onlosmakelijk bij scholen. Beke bij beke worden wij nu effectief in het rijtje van jeugdinstellingen geplaatst. De uitval van jeugdrechter Mieke Dossche was daar een mooi voorbeeld van. Internaatbeheerders werden sinds het begin van de Corona-crisis overstelpt (net niet gestalkt) door de consulenten van de jeugdrechtbanken. Dit in sommige gevallen tot groot contrast met die contactnames in de loop van het schooljaar bij dossiers die moeilijk verlopen. Op dat moment is het niet altijd even evident om als internaatbeheerder de consulent te pakken te krijgen. Je kent dat wel; bezet, vergaderingen, huisbezoeken... Maar nu zijn we heel populair. Zodanig populair dat internaten plots moesten open blijven tijdens de paasvakantie. De feiten achterhalen mijn betoog - wij zijn niet langer onderwijsinternaten.

Op dit moment worden wij gedicteerd door de jeugdrechters. En daar maak ik mij zorgen om. Niet dat ik twijfel aan hun ambt of hun bekwaamheid. Ook zij moeten roeien met de riemen die ze hebben zijn. En die zijn er dus te weinig. Maar wel omdat wij tot op heden nog steeds onderwijsinternaten zijn.

Ik wil dan ook een warme oproep doen om jongeren met problematische gedragingen en/of verontrustende thuissituaties op een juiste manier te begeleiden en op te vangen. Ik ben samen met mijn collega-beheerders vragende partij om meer ondersteuning te krijgen in onze aanpak van jongeren met specifieke onderwijsbehoeftes. En om zodoende ons statuut van onderwijsinternaten te behouden.

Ik ben echter geen vragende partij naar meer ondersteuning om daadwerkelijk ingeschakeld te worden bij de hulpcentra van Opgroeien. Daar bedank ik voor omdat we dan niet langer onderwijsinternaten zijn. En ik vrees dat heel wat ouders, die hun kinderen op een 'gewoon' internaat ingeschreven hebben (vergeef mij de term 'gewoon'), dit ook niet wensen. Want ik ben van mening dat we hier moeten bij stilstaan. Wat is de bestaansreden van een onderwijsinternaat?

Andries Vander Plaetse is internaatbeheerder op het VTI Brugge.

Waar denkt u het eerste aan als u aan internaten denkt: een thuis op school of een plaats waar alle 'onhandelbare kinderen' worden samgengegooid. Ik hoop alvast het eerste. Want dat is waar wij, opvoeders en beheerders, dag in dag uit aan werken. Een thuis op school, een warm nest, een plaats waar we structuur geven aan onze jongeren. Een structuur die de kapstok vormt om het latere leven in te kunnen stappen. Heel veel oud-internen precies om die reden positief terug naar hun schooltijd. Velen houden er vrienden voor het leven aan over. En wees gerust: elke intern is uniek. Uniek in het puber-zijn, uniek in zijn of haar denkwijze, uniek in het ogenschijnlijk zorgeloos leven, uniek in het omgaan met zijn of haar rugzakje. Want dat is ook internaat. Jongeren met hun eigen zorgen begeleiden en helpen om alle klippen te overwinnen. Dat zijn er heel wat. Een heel belangrijke aspect van het leven op internaat, dat ik altijd gekoesterd heb, is de vrijwilligheid om op internaat te komen. De tijden van het internaat als strafkamp zijn nu toch al een tijdje achter ons. Of niet? Vroeger, in de tijd dat de dieren nog spraken, moest je op internaat: moeten omwille van de verre afstand, moeten omdat de ouders geen tijd hadden voor de opvoeding, moeten omdat de ouders niet overweg konden met de streken van hun kind. En hadden de kinderen enige inspraak? Niet of toch nauwelijks.Ik heb echt het gevoel dat we dit hebben kunnen keren. Internaatbeheerders hebben op een gegeven moment veel tijd gestoken in intakegesprekken. Peilen naar de motivatie om op internaat te komen. Want op stap gaan met jongeren die echt niet meewillen, is geen evidentie. Vandaar dat wij ontzettend veel tijd en energie steken in een antwoord op de vraag: 'Waarom wil je op internaat komen?' En ja, de motivatie van moeten omwille van de afstand is er nog altijd. Maar wij willen dit gekoppeld zien met de motivatie dat de jongere ermee akkoord gaat om op internaat te gaan en er alles aan doet om er het beste van te maken. En ja, er komen nog altijd jongeren op internaat omdat de ouders een eigen zaak hebben en de studiebegeleiding en dergelijke willen toevertrouwen aan ons. En omdat de jongere dat zelf ook ziet zitten.En ja, ouders laten soms weten dat het voor hen moeilijk is om met de 'rugzakjes' van hun kind om te gaan. En dat ze hiervoor willen beroep doen op het internaat. En als de jongere dit ziet zitten, kunnen we niet anders dan meegaan in dat verhaal. En met volle goesting.En ja, er proberen nog altijd ouders om hun kind bij ons in te schrijven omdat enkel zij van mening zijn dat het van moeten is. En op dat moment komt de beheerder tussen. En terecht. Want internaten zijn dermate geëvolueerd dat we dit als groep niet meer wensen. We zijn per slot van rekening internaten, waar iedereen vrijwillig kan en mag inschrijven mits een goede ingesteldheid.En toch gebeurt het dat er jongeren ingeschreven worden die niet onmiddellijk staan te springen voor een internaat. Jongeren met een dossier, met een lang verhaal. Niet altijd hun verhaal, meestal een verhaal van hun thuis, van hun omgeving. Er zijn dossiers die vragen naar een internaat. Vragen die komen van leerlingenbegeleiders, CLB's, consulenten Opgroeien (Jongerenwelzijn), consulenten sociale diensten jeugdrechtbank. Ongetwijfeld allemaal met de beste bedoelingen.Maar soms is de waarheid anders. De consulenten van Opgroeien vinden geen oplossingen meer. De meer aangepaste instellingen voor jongeren zijn volzet, de wachtlijsten ellenlang. En in hun zoektocht vormen de internaten hun laatste strohalm. Een strohalm waarvan de laatste tijd meer en meer gebruik gemaakt wordt. En beetje bij beetje worden wij een deel van het opvangnet van jeugdhulpverlening...En dan kom ik terug naar onze bestaansreden: een (warme) thuis op school voor jongeren die mee willen gaan. Dit wordt meer en meer verstoord door jongeren die niet willen meegaan. Als we niet opletten, glijden we terug af naar de beginjaren van de internaten (het strafkamp). Jammer, na al die jaren inzet om het imago van de internaten op te krikken.En met deze Corona-crisis is dit nog eens in de verf gezet. Internaten horen niet meer onlosmakelijk bij scholen. Beke bij beke worden wij nu effectief in het rijtje van jeugdinstellingen geplaatst. De uitval van jeugdrechter Mieke Dossche was daar een mooi voorbeeld van. Internaatbeheerders werden sinds het begin van de Corona-crisis overstelpt (net niet gestalkt) door de consulenten van de jeugdrechtbanken. Dit in sommige gevallen tot groot contrast met die contactnames in de loop van het schooljaar bij dossiers die moeilijk verlopen. Op dat moment is het niet altijd even evident om als internaatbeheerder de consulent te pakken te krijgen. Je kent dat wel; bezet, vergaderingen, huisbezoeken... Maar nu zijn we heel populair. Zodanig populair dat internaten plots moesten open blijven tijdens de paasvakantie. De feiten achterhalen mijn betoog - wij zijn niet langer onderwijsinternaten.Op dit moment worden wij gedicteerd door de jeugdrechters. En daar maak ik mij zorgen om. Niet dat ik twijfel aan hun ambt of hun bekwaamheid. Ook zij moeten roeien met de riemen die ze hebben zijn. En die zijn er dus te weinig. Maar wel omdat wij tot op heden nog steeds onderwijsinternaten zijn.Ik wil dan ook een warme oproep doen om jongeren met problematische gedragingen en/of verontrustende thuissituaties op een juiste manier te begeleiden en op te vangen. Ik ben samen met mijn collega-beheerders vragende partij om meer ondersteuning te krijgen in onze aanpak van jongeren met specifieke onderwijsbehoeftes. En om zodoende ons statuut van onderwijsinternaten te behouden.Ik ben echter geen vragende partij naar meer ondersteuning om daadwerkelijk ingeschakeld te worden bij de hulpcentra van Opgroeien. Daar bedank ik voor omdat we dan niet langer onderwijsinternaten zijn. En ik vrees dat heel wat ouders, die hun kinderen op een 'gewoon' internaat ingeschreven hebben (vergeef mij de term 'gewoon'), dit ook niet wensen. Want ik ben van mening dat we hier moeten bij stilstaan. Wat is de bestaansreden van een onderwijsinternaat?Andries Vander Plaetse is internaatbeheerder op het VTI Brugge.