Midden juni presenteerde de Universiteit Gent de Praktijkgids sociaal-sportief werk, maar de eregast gaf verstek voor de persconferentie. Bashir Abdi, die in het boek getuigt over zijn sociaal engagement, trok naar de Franse Pyreneeën om bij te trainen voor de olympische marathon. Die vindt plaats op zondag 8 augustus, de slotdag van de Spelen. Een afspraak waar Abdi al vijf jaar naartoe werkt. In de weinige marathons die sinds corona werden georganiseerd, presteerde de Somalische Belg uitstekend. Hoe de rest van het deelnemersveld ervoor staat, is koffiedik kijken, maar sommigen noemen Abdi topkandidaat voor een medaille. Zelf zou hij die woorden nooit in de mond nemen.
...

Midden juni presenteerde de Universiteit Gent de Praktijkgids sociaal-sportief werk, maar de eregast gaf verstek voor de persconferentie. Bashir Abdi, die in het boek getuigt over zijn sociaal engagement, trok naar de Franse Pyreneeën om bij te trainen voor de olympische marathon. Die vindt plaats op zondag 8 augustus, de slotdag van de Spelen. Een afspraak waar Abdi al vijf jaar naartoe werkt. In de weinige marathons die sinds corona werden georganiseerd, presteerde de Somalische Belg uitstekend. Hoe de rest van het deelnemersveld ervoor staat, is koffiedik kijken, maar sommigen noemen Abdi topkandidaat voor een medaille. Zelf zou hij die woorden nooit in de mond nemen. Bashir Abdi groeide op in Mogadishu, epicentrum van de Somalische burgeroorlog. Zijn ouders runden er een snoepwinkel, die ijlings werd achtergelaten bij een geïmproviseerde vlucht. De Abdi's belandden in een vluchtelingenkamp van de Verenigde Naties: een naargeestige plek, maar Bashir Abdi zegt er geen trauma's aan over te houden. Het gezin zwierf door Europa, tot het vaste grond vond in Gent. Bashir was toen dertien. Drie jaar later ontdekte hij de atletiek, nog eens zestien jaar later staat hij voor zijn tweede deelname aan de Olympische Spelen. Ondanks zijn heftige voorgeschiedenis is Abdi iemand die vooral vooruit wil. In de Praktijkgids van de UGent praat hij over de vzw Sportaround, waarmee hij sportlessen organiseert in en rond Gent. 'De kiem werd gezaaid tijdens een reis door Ethiopië met mijn goede vriend Bert Misplon', vertelt Abdi. 'De realiteit van dat land sloeg me in het gezicht. Kinderen leven er in tragische omstandigheden, zonder kans om hun lot te verbeteren. Terug in België beseften we dat ook hier sommige jongeren het moeilijk hebben. Laten we in hún leven een verschil maken, hebben Bert en ik toen tegen elkaar gezegd. Dat doen we via de wereld die we het best kennen: de sport. Sportaround voorziet in sportfaciliteiten voor kinderen die daar moeilijk toegang toe vinden. We organiseren naschoolse bewegingslessen, in samenwerking met scholen in en rond Gent. Kinderen die enorm gemotiveerd zijn, gidsen we naar de juiste club. De vzw is in een paar jaar enorm gegroeid. We tellen nu twee vaste medewerkers en vijftien vrijwilligers. Sportaround is trouwens altijd op zoek naar helpende handen. Wie zich geroepen voelt, mag altijd contact met me opnemen.' Waarin zit de meerwaarde van sport: in het fysieke of het sociale aspect? Bashir Abdi: Het tweede vind ik nog belangrijker. Zet een groep kinderen samen die elkaar niet kennen en ze bekijken elkaar met wantrouwen. Laat ze samen sporten en binnen het uur zijn vooroordelen en negatieve gedachten verdwenen. Een ploegmaat wordt een maat. Bovendien bezitten kinderen zo veel energie. Je moet hen de kans geven om die positief te besteden. Zelf ben ik een migrant in dit land. Dankzij de sport vond ik vrienden en raakte ik geïntegreerd. Mijn leven draait nu natuurlijk om mijn loopcarrière, maar op lange termijn zal Sportaround het belangrijkste zijn wat ik heb verwezenlijkt. Jonge mensen iets bijbrengen, is het mooiste wat er is. De jongeren zijn de sterren van morgen. Het lijkt me een knap project, maar je zou verwachten dat de overheid zoiets in handen neemt, nee? Abdi: Zo bekijk ik het niet. Wij krijgen steun van de stad en de Vlaamse overheid, maar het is juist mooi dat het initiatief van de mensen zelf komt. Kansarme gezinnen hebben vaak andere prioriteiten dan sport. Abdi: Laagdrempeligheid is cruciaal in die doelgroep. Je wilt ouders niet opzadelen met nog een extra zorg. Die hinderpalen moet je niet onderschatten. Voor ik doorbrak, vond mijn familie dat ik mijn tijd verspilde: 'Stop met sporten en ga maar eens geld verdienen.' Naarmate ik beter werd, draaide ze bij. Maar hoeveel toptalenten zijn gestopt voordat ze konden laten zien wat ze waard zijn? Hebt u getwijfeld om te stoppen? Abdi: Twijfel is er altijd. Ik voetbalde bij kleinere ploegen in de regio Gent. Dat was plezierig, maar ik voelde dat ik niet de kans had om mij echt te ontplooien, wegens te weinig talent. Een coach zag mijn vlotte looppas en zei: 'Waarom probeer je het niet in de atletiek?' Van zulke kleine gelukjes hangt het allemaal af. Sport heeft mijn leven verrijkt, en niet alleen omdat het mijn job is geworden. Een half uurtje lopen in het bos, weg van het lawaai en de stress, en je keert terug met een fris hoofd dat de wereld aankan. Waaraan denkt u tijdens het lopen? Abdi: Nu ik prof ben, denk ik aan de wedstrijden die komen. Over wat goed gaat, over wat beter kan. Vroeger, als amateur, was het eerder een soort overschouwen van de dag. De dingen die je hebt meegemaakt een plaats geven. In de Praktijkgids van de UGent zegt u: 'Het duurde lang voor andere lopers mij beschouwden als een Belgische atleet.' Hoe kwam dat? Abdi: In mijn beginjaren liep ik een kleine, regionale wedstrijd. Ik ben een onverbeterlijke laatkomer en arriveerde pas vlak voor de start. Er was geen tijd meer om op te warmen. In het eerste deel van de race modderde ik maar wat aan, achteraan in het peloton. Halfweg vond ik mijn benen. Ik haalde iedereen in en won zowaar nog. Na de finish kwamen de tweede en de derde verhaal halen: 'Was je niet goed genoeg in jouw land en kom je dan maar hier de boel verzieken?' Hun frustratie kon ik plaatsen, maar dat het dan direct over mijn afkomst ging en dat ik 'hier' niet thuishoorde... Dat deed pijn. Die mannen waren het waarschijnlijk een uur later al vergeten, maar ik heb er nog vaak aan teruggedacht. U hield een lange stage in Ethiopië, daarna een trainingskamp in de Pyreneeën en trok vervolgens naar Japan. Hoe vaak hebt u het laatste jaar uw vrouw en kinderen gezien? Abdi: Van de laatste twaalf maanden was ik er vier thuis. Ik verbleef meer in Ethiopië dan in Gent. Een zware opoffering, maar een afstandsloper die op zeeniveau traint, haalt nooit de wereldtop. Mijn gezin begrijpt dat, gelukkig. Waarom kiezen de wereldtoppers op de lange afstand anno 2021, met alle sportwetenschappelijke kennis die beschikbaar is, nog steeds voor een spartaanse voorbereiding in de hooglanden van Ethiopië of Kenia? Abdi: Die hardheid zoek ik bewust op. Luxe maakt slap, ik wil me een krijger voelen. Uiteindelijk heb je ook niet meer nodig dan een goed deken, een regenton om je te wassen en een mooi landschap om in te lopen. In Ethiopië trainen we in grote groepen, allemaal mannen met een toptijd op de marathon. Samen die eindeloze kilometers malen, in een bikkelharde, vaste cadans: dat heeft iets bedwelmends. Het gebrek aan comfort in Ethiopië is zo erg nog niet, gevaarlijker is de verveling. Er is letterlijk niks te doen. Trainen, slapen, eten: telkens opnieuw. U traint in Ethiopië en niet in Somalië, uw vaderland. Abdi: Somalië is te warm en te laaggelegen om optimaal te trainen, en het is er hoe dan ook te onveilig. In sommige delen van het land kun je komen, maar niet in de streek waar ik ben opgegroeid. Ja, Somalië... het is een land van gemiste kansen. Qua natuur kun je het vergelijken met Zuid-Spanje. Het heeft een prachtige kustlijn, met langs de ene kant de Golf van Aden en aan de andere de Indische Oceaan. Als het er veilig zou zijn, zou heel de wereld naar Somalië op vakantie willen. De burgeroorlog is er intussen al dertig jaar aan de gang. Het is een conflict dat in de Belgische pers geen aandacht meer krijgt: niemand kan nog volgen. Abdi: Het valt ook niet te volgen. Je hebt de burgeroorlog en daarbovenop aanslagen door allerhande extremistische groepen. Het is niet meer duidelijk wie wie bekampt en de situatie sleept al zo lang aan. Om moedeloos van te worden. Wat zijn uw verwachtingen voor de Olympische Spelen? Abdi: Niemand kan een marathon voorspellen. Ze zeggen dat ik bij de schaduwfavorieten hoor, omdat ik het vorig jaar zo goed deed op de marathon van Tokio (Abdi liep met 2:4.49 een Belgisch record en de tweede Europese chrono aller tijden, nvdr), maar tijden betekenen niks. Er staan op de Spelen acht atleten met een sneller persoonlijk record dan dat van mij, maar dat wil niet zeggen dat zelfs maar een van hen een olympische medaille wint. Het heeft geen zin om favorieten aan te wijzen. Tijdens een marathon loert de man met de hamer altijd om de hoek. Als het zo onvoorspelbaar is, kunt u ook een podiumplaats behalen. Abdi: Bedankt voor uw optimisme. ( lacht) Als ik de top acht haal, heb ik het goed gedaan. Nog beter kan, maar de omstandigheden moeten meezitten en daar heb je geen controle over. Ik denk niet in resultaten. Ik zal tevreden zijn als ik alles gegeven heb, zelfs al word ik laatste. Dat is de beste voldoening die een atleet kan hebben: weten dat hij het maximum deed. In de voorbereiding is dat gelukt. Ik heb hard gewerkt en ben blessurevrij en gezond gebleven. Waarom nam u niet deel aan de 10 kilometer? Abdi: Ik zie de olympische marathon als mijn ultieme kans, dus die gaat voor. Mijn plan was om kort voor de marathon af te reizen naar Sapporo (waar de marathon wordt gelopen, nvdr). Ik zou als het ware vers uit het vliegtuig de race lopen, zodat ik me niet hoefde aan te passen aan het tijdsverschil. Begin juli vernam ik dan dat de deelnemers aan de marathon tien dagen voor de wedstrijd in Tokio in isolatie moesten, om dan door te vliegen naar Sapporo. Heel die procedure stond naar het schijnt al langer ergens op een verdwaalde pagina van de website van het Internationaal Olympisch Comité. Maar ik had dus daarvoor al het idee om de 10 kilometer over te slaan, want dan had ik nog vroeger naar Japan moeten afreizen. En ik zag het niet zitten om alles nu weer om te gooien. U laat wel een olympische finale schieten. Er zijn goeie atleten die zich een leven lang uitsloven om dat mee te maken. Abdi: Klopt. Het is met pijn in het hart, maar een mens moet keuzes maken. Ik wil mezelf niet hoeven te verwijten dat ik net een paar procentjes slechter voor de dag kom op de marathon. Dat ik me voor de 10 kilometer plaatste, kwam onverwachts. Dat was geen doel. Hopelijk bewijst het mijn goede vorm. Wat is het geheim van een sterke marathon? Abdi: Zo lang mogelijk ontspannen blijven. Hoe langer je relaxed loopt, hoe langer de man met de hamer wegblijft. De pijn komt, dat valt niet te vermijden, maar elke kilometer uitstel is winst. Wij trainen 200 kilometer per week om dat breekpunt zo ver mogelijk voor ons uit te duwen. Je zoekt de rand van het mogelijke, zowel in de voorbereiding als in de race. Het laatste restje kracht uit je lijf halen, daar draait het om. Iedere duursporter heeft zijn truc tegen de pijn. Wat is die van u? Abdi: Mijn goeie trainingen sla ik op en dat gevoel haal ik weer naar boven tijdens de race. Als een film die ik afspeel in mijn hoofd. In feite train ik veel om veel goeie ervaringen te hebben, waar ik op het juiste moment aan kan terugdenken. Uw sportleven doet denken aan dat van de flandriens van vroeger: vechten tegen de elementen, hard labeur, wars van luxe. Abdi: Dat is een begrip uit de koers, juist? Nu geeft u me een mooi compliment: ik weet hoe zot Vlamingen zijn van wielrennen. In een interview zei u dat u iets wilt teruggeven aan België. U bent dit land toch niks verschuldigd? Abdi: Ik zou niet weten hoe mijn leven er zou uitzien als ik in Afrika was gebleven, maar in ieder geval veel minder mooi dan nu. Ik ben dankbaar voor de kansen die België mij heeft gegeven. Dat interview dateert wel al van een paar jaar geleden: ik heb het gevoel dat mijn schuld intussen is terugbetaald, toen ik zilver won op de 10 kilometer op het EK in Berlijn. Het kan nog mooier worden als u een olympische medaille pakt. Het is nu of nooit, zei u op Sporza. Abdi: 32 jaar is naar het schijnt een ideale leeftijd voor een marathonloper: oud genoeg om te weten wat je moet doen, jong genoeg voor kwieke benen. Of dat echt zo is, weet ik niet, maar ik voel me sterker dan ooit. Ik ben ook wijzer geworden en dat is misschien nog belangrijker. Ik heb fouten gemaakt en kansen gemist, maar ik weet nu waar de valkuilen liggen. U hebt vroeger veel te hard getraind? Abdi: Ik ben iemand die diep gaat. Ik kan dat goed en ik doe het graag. Het gevoel tot de bodem te gaan, is verslavend. Ik dacht: hoe harder je werkt, hoe sterker je wordt. Maar dat klopt maar tot op zekere hoogte. Het geheim is regelmaat, en onderweg je lichaam niet slopen. Ik snapte maar niet waarom ik zo vaak geblesseerd was, maar achteraf bekeken was het logisch. Tot slot: vorig jaar hebt u nog een tweede goed doel opgericht: het Fonds Bashir Abdi. Abdi: Dat is een samenwerking met het Universitair Ziekenhuis van Gent. Ik kreeg het idee toen de eerste lockdown begon aan te slepen. De beelden van dokters en verpleegkundigen op tv raakten mij. Ik had het gevoel dat zij bezig waren aan een marathon, aan een gevecht tegen de man met de hamer. Bij mij duurt een marathon 2 uur en 4 minuten - als ik op dreef ben, tenminste - maar hoelang ging het voor hen duren? Ik hoorde schrijnende verhalen: zorgverleners met zo veel werk dat ze niet naar huis konden. Dokters die op hotel woonden om hun familie niet te besmetten. Het leek me belangrijk dat die mensen de motivatie niet zouden verliezen. Zorgverleners zoeken geen aandacht, het zijn mensen die eerst aan anderen denken, en pas in laatste instantie aan zichzelf. Met het Fonds Bashir Abdi hebben we geld opgehaald om ontspanningsruimtes in te richten in ziekenhuizen. Dat lijkt misschien niet het meest cruciale in de strijd tegen het coronavirus, maar naar mijn gevoel is het juist erg belangrijk indien we uit deze crisis willen raken.