Wanneer gaan we nog eens bowlen? uit 2013 was een ode aan de oppervlakkigheid van het bestaan. Wat wordt uw nieuwe show?
...

Wanneer gaan we nog eens bowlen? uit 2013 was een ode aan de oppervlakkigheid van het bestaan. Wat wordt uw nieuwe show? Bart Cannaerts: Een ode aan mijn kind. Of beter: het zal gaan over wat het vaderschap met iemand doet. De geboorte van mijn dochtertje overvleugelt alles wat er de laatste vijf jaar gebeurd is. 'En, zijt ge veranderd?' vraagt iedereen. Helaas. Ik hoopte dat ik met de komst van dat kind ook het afscheid van mijn meest vervelende karaktereigenschappen had kunnen vieren. Niets van. Ik kan nog altijd niet tegen kritiek, of die nu negatief of positief is. Zelfs complimentjes over mijn dochter wuif ik weg. Of nee: wuifde. Want ik werk eraan. Dat kind is alle complimenten die ze krijgt waard. En haar vader moet leren om ze in ontvangst te nemen. 'We moeten nog eens afspreken': die zin spreek je vaak uit tegenover mensen met wie je uiteindelijk niet afspreekt, hij heeft een ironische ondertoon. Hebt u het ook daarover? Cannaerts: Ja, maar in de titel van de show zit die ondertoon niet. Vijf jaar lang ben ik vooral bezig geweest met telvisieprojecten, onder meer het Eén-programma Taboe. Ik wilde erg graag opnieuw afspreken met mijn publiek. Mensen laten lachen: niets is plezieriger. Ik doe dat ook naast het podium. Ik ben echt een vat vol goede bedoelingen! (lacht)Het wordt een voorstelling die aanvoelt en oogt als op café bijpraten met je vrienden, terwijl thuis je eerste kind in haar bedje ligt. Wordt er ook over #MeToo, Donald Trump of de aanslagen in Brussel gekeuveld? Cannaerts: Nee. Comedy gebruik ik niet als vehikel om aan maatschappijreflectie te doen. Als ik een politieke grap aan het maken ben, denk ik al: voor wie neem jij jezelf, eigenlijk? Ik wil zulke zaken meteen nuanceren, maar humor verdraagt geen nuance. Liever laat ik de mensen even alle problemen vergeten terwijl ik vertel over de banaliteiten des levens. In Waar is Barry? uit 2012 maakte ik me bijvoorbeeld druk over het 'nut' van het voorverwarmen van een oven. Sindsdien hoor ik dat veel mensen aan me denken als ze een pizza in hun niet-voorverwarmde oven leggen. (grijnst) En zo draag ik bij aan een betere wereld. Wat was de eerste zin die u voor deze show hebt neergeschreven? Cannaerts: Elke show begint met een Excel-bestand. De eerste zin die daar dit keer in belandde, ging over de geboortecadeautjes. Omdat we iedereen een persoonlijk bedankkaartje wilden sturen, had ik - óók in een Excel-bestand - genoteerd wat van wie kwam: 'Centjes', 'een lelijke beer', 'een te duur stoeltje'. Dagelijks werkte ik die lijst bij. Op den duur kende ik ze vanbuiten - en wist ik wie géén cadeautje had gegeven. Over het rare gevoel dat je dan bekruipt, vertel ik op het podium. Hopelijk op een grappige manier. (lacht)En met muziek? Cannaerts: Jazeker. Dat ik altijd minstens een liedje zing, is te danken aan Toon Hermans. Als kind kon ik kiezen uit vier platen in de platenkast: de Negende Symfonie van Beethoven en drie platen van Hermans. Zijn sketches en liedjes zijn tijdloos. Voer de zoektermen 'Galabal' en 'Toon Hermans' in op YouTube en geniet. In deze show begeleid ik mezelf op een buffetpiano. Een vleugel past niet in een decor dat de sfeer van een gezellige bar oproept, hè? Hebt u een vast ritueel voor u dat café binnenstapt? Cannaerts: Ik sta in de coulissen en stel me een koppel voor. Ze hebben hun kaartjes van het prikbord in de keuken gehaald, een babysit geregeld, met vrienden gedineerd, en zitten nu vol goesting in de zaal. Dat herinnert me eraan dat ik elke keer mijn beste show moet spelen. En dit keer: dat ik ook moet vertellen over het meisje dat me leert wat onvoorwaardelijke vrolijkheid is.