'De regering-Michel herhaalt altijd: wij hebben gezorgd voor veel nieuwe banen. Maar zijn er ook méér mensen tussen 25 en 64 jaar aan de slag? Dat vraag ik me als arbeidseconoom af, ' zegt Stijn Baert, 'want daar draait het toch om: hoeveel mensen op arbeidsleeftijd werken? Hoeveel dragen er bij aan ons welvaartssysteem? En dan ziet onze situatie er veel minder rooskleurig uit. Onze werkzaamheidsgraad ligt met 72 procent beschamend laag. Ondanks de hoeraberichten van de regering zijn in België nog steeds veel minder mensen op arbeidsleeftijd aan de slag dan in onze buurlanden. En dat gat krijgen we maar niet dichtgereden. Dát is de pijnlijke waarheid.'
...

'De regering-Michel herhaalt altijd: wij hebben gezorgd voor veel nieuwe banen. Maar zijn er ook méér mensen tussen 25 en 64 jaar aan de slag? Dat vraag ik me als arbeidseconoom af, ' zegt Stijn Baert, 'want daar draait het toch om: hoeveel mensen op arbeidsleeftijd werken? Hoeveel dragen er bij aan ons welvaartssysteem? En dan ziet onze situatie er veel minder rooskleurig uit. Onze werkzaamheidsgraad ligt met 72 procent beschamend laag. Ondanks de hoeraberichten van de regering zijn in België nog steeds veel minder mensen op arbeidsleeftijd aan de slag dan in onze buurlanden. En dat gat krijgen we maar niet dichtgereden. Dát is de pijnlijke waarheid.' De 35-jarige Gentse professor Stijn Baert geldt als een van 's werelds invloedrijkste jonge economen en staat internationaal hoog in aanzien bij collega's. In eigen land groeit zijn bekendheid dankzij columns in verschillende kranten. 'Ik vind dat een professor niet alleen goed academisch onderzoek moet voeren', aldus Baert, 'hij moet over dat onderzoek ook communiceren met de belastingbetaler, die voor zijn loon zorgt. Sterker nog: hij moet zijn onderzoeksagenda deels afstemmen op wat de belastingbetaler als belangrijke maatschappelijke uitdagingen ziet. Net zoals de samenleving meer beslissingen zou moeten baseren op wetenschap, zo zouden wetenschappers zich bij het kiezen van onderzoeksvragen meer moeten laten leiden door de samenleving.' Baert legt graag uit hoe het komt dat er bij ons zo weinig mensen aan de slag zijn, ondanks de 166.000 jobs die er onder de regering-Michel bij zijn gekomen en ondanks de relatief lage werkloosheidsgraad van ongeveer 7 procent. 'Dat lijkt inderdaad paradoxaal', vertelt Baert. 'Maar dat komt omdat we een veel grotere groep inactieven hebben dan in andere landen. Bijna drie op de tien landgenoten tussen 25 en 64 jaar werken niet, maar je vindt de meesten onder hen niet in de werkloosheidsstatistieken terug aangezien ze niet actief op zoek zijn naar een baan. Het zijn mensen die in de ziekteverzekering zitten, met vervroegd pensioen zijn enzovoorts. Het gaat dan vooral om laaggeschoolden, allochtonen en oudere werknemers. Om iets te doen aan onze hoge inactiviteit moeten we tegelijk de werkloosheid, het ziekteverzuim en het vervroegd pensioen aanpakken. Want we moeten hen wel aan het werk zetten, anders krijgen we ons welvaartssysteem niet meer gefinancierd.' En dat is precies wat Baert onderzoekt: hoe krijgen we meer mensen aan de slag? Wat is het verband tussen je opleiding en je kansen op de arbeidsmarkt? En hoe zit het met discriminatie op die arbeidsmarkt? 'We hebben net een onderzoek afgerond dat nagaat of ouders benadeeld worden bij het solliciteren. Worden moeders minder uitgenodigd dan niet-moeders met dezelfde kwalificaties voor sollicitatiegesprekken? En hoe zit dat met vaders?' En wat is de conclusie? STIJN BAERT: In Vlaanderen worden moeders op het eerste gezicht niet gediscrimineerd. Maar, opmerkelijk, vaders met een of twee kinderen worden wel gestraft: zij krijgen na een sollicitatie18 procent minder uitnodigingen dan mannen die geen kinderen in hun curriculum vitae vermelden. Verrassend. BAERT: Die 18 procent is zo'n hoog cijfer dat het geen toeval kan zijn. Mannen die in hun cv vermelden dat ze kinderen hebben, maken minder kans op een baan. Het zou kunnen dat ze minder typisch-mannelijk overkomen, minder assertief, minder competitief. Die verklaring strookt met het feit dat het vaderschap het nadeligst is bij typisch mannelijke beroepen, zoals handarbeiders voor de laaggeschoolden en vertegenwoordigers onder de hooggeschoolden. En het moederschap wordt dus niet bestraft bij het solliciteren? BAERT: Nee, toch niet als we geen onderscheid maken tussen moeders met één of twee kinderen. Als we wat dieper graven, zien we wel een opmerkelijk verschil: moeders met één kind hebben 22 procent minder kans om op een sollicitatiegesprek uitgenodigd te worden dan niet-moeders, terwijl moeders met twee kinderen net méér kans hebben op een jobgesprek. Wellicht is de reden dat werkgevers vrezen dat een moeder met één kind opnieuw vlug zwanger zal worden en dus een tijdje niet zal komen werken. Bij moeders met twee kinderen is dat risico kleiner, want de kans dat je de stap naar drie kinderen zet is in Vlaanderen niet zo groot. Vrouwen zonder kinderen nemen wat dat betreft schijnbaar een tussenpositie in. In plaats van moederschap lijkt dus de mogelijke zwangerschap gestraft te worden op onze arbeidsmarkt. En de overheid werkt dat in de hand. De overheid bevordert de discriminatie van vaders en moeders? BAERT: De manier waarop bij ons de kinderopvang wordt georganiseerd, maakt het voor jonge ouders extra moeilijk. De combinatie werk en kinderopvang is erg lastig. Ten eerste moet je kinderopvang vinden. De Vlaamse regering schreef in haar regeerakkoord dat ze bij de toekenning van plaatsen voorrang zou verlenen aan werkenden, maar dat is nog altijd niet uitgevoerd. Bovendien is de kinderopvang niet afgesteld op de werkuren en dat zorgt voor extra druk. Als er problemen zijn met de kinderopvang, zetten vaak de moeders een stap terug. Zij gaan dan bijvoorbeeld deeltijds werken. Dat is nadelig voor hun carrière en hun loon. Kortom, als je wilt dat meer mensen werken, moet er meer kinderopvang komen en moet die betaalbaarder en flexibeler zijn. Daarom zou kinderopvang ook beter bij de minister van Werk zitten dan bij die van Welzijn. Moeten mannen en vrouwen precies evenveel verdienen? BAERT: Niet noodzakelijk. De loonkloof op uurbasis tussen mannen en vrouwen bedraagt nu 8 procent. Voor zover die te maken heeft met discriminatie of de gevolgen van zwangerschap, moet die natuurlijk afgebouwd worden. Zo bestaat er nog altijd een glazen plafond: vrouwen worden minder snel benoemd in topfuncties. Maar een deel van de loonkloof is ook het gevolg van keuzes die vrouwen vrijwillig maken. Ze blijken bijvoorbeeld minder gericht te zijn op promotie. Je moet dus zorgen voor écht gelijke kansen tussen mannen en vrouwen, maar je moet geen gelijke uitkomsten forceren. U bent dus tegen quota? BAERT: Inderdaad. Met een quotum voer je automatisch een discriminatie in ten opzichte van de groep die je niet bevoordeelt. Als je een quotum instelt voor vrouwen, zullen mannen de facto minder kansen krijgen. En als een vrouw, hoe verstandig ook, wordt aangeworven onder een quotum, is de kans reëel dat ze als een excuustruus zal worden gezien. Sommigen vinden dat er ook quota moeten komen voor allochtonen, omdat ze worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt. BAERT: Een vreemde naam op uw cv is inderdaad nog steeds heel nadelig: je hebt dan ongeveer 30 procent minder kans om te worden uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Al is die discriminatie niet in elk beroep even prominent: in knelpuntberoepen vinden we zelfs geen etnische discriminatie. Ook een allochtoon met vrijwilligerswerk of voldoende werkervaring ondervindt geen ongunstige behandeling. Dat is natuurlijk een paradox: discriminatie is een hindernis op weg naar die werkervaring. Maar met quota doe je aan symptoombestrijding, terwijl je het probleem van de discriminatie aan de wortel moet aanpakken. Dankzij quota voor de kieslijsten, zeggen voorstanders, zitten er nu meer vrouwen in de politiek. BAERT: Natuurlijk ben ik blij dat er meer vrouwen in het parlement zitten, maar ik vind dat velen zich blindstaren op de man-vrouwverhoudingen. Zij vernauwen diversiteit tot gender. Maar hoeveel allochtonen zitten er in het parlement? Hoeveel mensen met een functiebeperking? Hoeveel volksvertegenwoordigers zijn openlijk homoseksueel? Zo komen we bij het fundamentele probleem met quota: wie gaat bepalen welke groepen hun eigen quotum verdienen en welke niet? Nu gebeurt dat met de natte vinger en dat stoort me erg. Als er nu wordt gesproken over quota, gaat het steeds over vrouwen en allochtonen. Unia, de instelling die discriminatie moet bestrijden en gelijke kansen bevorderen, geeft soms de indruk dat een vreemde afkomst de enige grond is voor discriminatie, en dat is totaal fout. Het is wel een feit dat we er in vergelijking met andere landen zeer slecht in slagen om allochtonen aan het werk te helpen. BAERT: Daar zijn zowel werkgevers, werknemers als de overheid voor verantwoordelijk. De overheid zou moeten optreden tegen werkgevers die discrimineren. De wet voorziet in straffen, maar die blijven dode letter. Maar ook de allochtonen zelf moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. Een deel van hun achterstand op de arbeidsmarkt vindt zijn oorsprong in hun achterstand op school. En die schoolachterstand kan dan weer niet los gezien worden van het lagere schoolengagement van sommige allochtone ouders. Ik juich de beslissing van de Vlaamse regering toe om extra kinderbijslag te geven aan ouders die hun kinderen vanaf drie jaar in het kleuteronderwijs inschrijven. Wat mij betreft, mag men daarin nog een stap verder gaan: de kinderbijslag afstemmen op de mate waarin men ook werkelijk naar de kleuterschool komt. Moeten we toleranter zijn voor economische migratie? BAERT: Absoluut. Vijftig jaar geleden wáren we toleranter, we haalden toen de gastarbeiders naar hier omdat we handen te kort kwamen in de mijnen. In België zijn de knelpuntberoepen al vijf jaar min of meer dezelfde, denk aan verpleegkundigen. Waarom zouden we in onze beoordeling van de aanvragen tot migratie daar niet meer rekening mee houden? Vandaag durven we zo'n selectie niet te maken, ook al was daarvoor in het regeerakkoord een opening gemaakt. In Canada, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken durven ze dat wel. Maar quota voor allochtonen vindt u dus maar niets? BAERT: Nee, trouwens de discriminatie op basis van leeftijd is minstens even problematisch. U hebt het dan over 55-plussers die niet meer aan de bak komen? BAERT: Het begint al veel vroeger! Wij hebben onderzocht hoe de sollicitatiebrieven van 38-jarigen, 44-jarigen en 50-jarigen worden beoordeeld. Wat blijkt? Een 50-jarige krijgt in Vlaanderen ongeveer 39 procent minder positieve reacties op sollicitaties dan een 44-jarige, maar die 44-jarige krijgt op zijn beurt al 27 procent minder positieve respons dan een 38-jarige. Dus, terwijl we zeggen dat 50-plussers langer aan de slag moeten blijven, zien we in de praktijk dat sollicitanten vanaf veertig jaar al worden gestraft. En waarom? Als redenen hoor je dan steeds terugkomen: ze zijn te duur, niet flexibel, niet mee met de nieuwste technologie, vaker ziek, minder gemotiveerd enzovoorts. Vanaf 56 jaar riskeren ze nog steeds met brugpensioen te worden gestuurd en definitief aan de kant te worden geschoven, zoals we onlangs zagen bij Carrefour en de Nationale Bank. BAERT: Inderdaad. Werkgevers betalen 55-plussers om thuis te zitten in plaats van actief bij te dragen tot onze welvaart. De werkgevers geven zo een nefast signaal: we geloven niet meer dat 55-plussers een toegevoegde waarde kunnen zijn voor onze onderneming. Van private bedrijven kan ik dat nog enigszins accepteren. Op korte termijn nemen ze in zekere zin hun verantwoordelijkheid: ze konden die 55-plussers ook gewoon ontslaan, en we hebben gezien hoe moeilijk ze opnieuw werk vinden. Dat nu ook de Nationale Bank werknemers betaald thuis laat zitten, is een brug te ver. Diezelfde Nationale Bank hamert er voortdurend op - en terecht - dat we allemaal langer moeten gaan werken. Ze belijdt dat dus met woorden, maar niet met daden. Daar bestaat een woord voor. BAERT: Hypocriet. Ja, de Nationale Bank is in deze hypocriet. En als de regering-Michel instemt met dat beleid bij de Nationale Bank, verliest ze veel van haar geloofwaardigheid. De regering beloofde bij haar aantreden om een einde te maken aan het brugpensioen. Maar vorig jaar heeft ze een overgangsmaatregel ingevoerd waardoor het nog steeds mogelijk is om vanaf 56 jaar met brugpensioen te gaan. Ze heeft daarbij geluisterd naar de sociale partners die aandrongen om het brugpensioen nog niet helemaal te verbieden, in ruil voor de goedkeuring van de cao. Tja... het pensioenbeleid van de regering-Michel doet me denken aan het huwelijk van Mike en Marjolein in Blind Getrouwd. Excuseer? BAERT: In de reeks Blind Getrouwd op VTM worden vrijgezellen op 'wetenschappelijke basis' aan elkaar gekoppeld en in het huwelijksbootje geduwd. Mike en Marjolein leken de perfecte match en ze waren instant smoorverliefd op elkaar. Maar plots was het over. Ze waren het eerste koppel dat er de brui aan gaf en scheidde. De regering Michel nam ook een veelbelovende start wat de pensioenonhervorming betreft: niet alleen zou het brugpensioen worden afgeschaft, ook de pensioenleeftijd zou worden opgetrokken tot 67 jaar en het aantal gewerkte jaren zou sterker meetellen voor de pensioenopbouw. Maar het brugpensioen bestaat nog steeds, het is onduidelijk wie tot zijn 67-jaar moet werken, en of je nu na je 50e nog werkt of niet maakt nog steeds amper verschil voor je pensioenopbouw. Kortom, net als bij het huwelijk tussen Mike en Marjolein in Blind Getrouwd is er bij de pensioenhervorming van de regering-Michel een groot verschil tussen de gewekte verwachtingen en de concrete realisaties. Bent u voor het voorstel van de Commissie Pensioenhervorming: hoe langer je werkt, hoe meer punten je verzamelt, en aan de hand daarvan wordt je pensioen berekend? BAERT: Ja, want het volgt de logica dat elke dag die je langer werkt je ook meer pensioen oplevert. Die voorgestelde pensioenhervorming heeft als duidelijk doel dat de mensen langer zouden werken en dat is ook nodig. Er is kritiek omdat de ambtenarenpensioenen, die veel hoger liggen dan de andere, worden ontzien. BAERT: Ik begrijp die kritiek volkomen. Soms hoor je dat de ambtenarenpensioenen voor een stukje een vorm van uitgesteld loon zijn, maar er zijn studies die aantonen dat de ambtenarenlonen vandaag vrij competitief zijn. En laten we niet vergeten dat ambtenaren ook nog andere voordelen kennen, zoals vaste benoemingen. Gaat er nog iets komen van de voorstellen van de Commissie Pensioenhervorming? BAERT: Ik hoop het, maar ik heb soms de indruk dat men zo veel mogelijk criticasters van het pensioenbeleid in die Commissie Pensioenhervorming heeft opgenomen. Er komt maar geen schot in de zaak. Moeten we de werkloosheidsuitkering beperken in de tijd? BAERT: Ik weet dat we zowat het enige land zijn waar dat nog niet het geval is. Het beëindigen van de werkloosheidsuitkering helpt sommigen aan de slag, maar toch ben ik geen voorstander van een beperking in de tijd. Want er is een verschil tussen 'een' job en een duurzame job. Mij lijkt het veel slimmer om aanvankelijk een wat hogere werkloosheidsuitkering dan nu uit te keren, zodat men met hetzelfde levenscomfort kan uitkijken naar een nieuwe, duurzame job. Na enige tijd zou ik die uitkering dan feller laten dalen dan vandaag het geval is, zodat de werkloze geprikkeld wordt om zijn zoektocht op te drijven. Maar ik zou de werkloosheidsuitkering niet stopzetten. Dan laat je de werkloze los en toon je dat je het geloof in hem verloren bent. Hoe moet die er dan nog zelf in geloven? Het is beter om hem te blijven activeren en te blijven vragen om inspanningen te leveren om een job te vinden, in ruil voor een uitkering. Anders dreigt zo iemand bij het legertje inactieven terecht te komen en daar hebben we er al meer dan genoeg van. Bieden flexi-jobs een oplossing, zoals Open VLD-voorzitter Gwendolyn Rutten vindt? BAERT: Er is zeker vraag naar die flexi-jobs, zowel bij werkgevers als bij werknemers. Maar ik vind de voorwaarde belangrijk dat een flexi-jobber minstens vier vijfde moet werken bij een andere werkgever. Een aaneenschakeling van flexi-jobs om tot een volwaardig loon te komen, lijkt me geen goed idee. Dan krijg je nog meer dan nu een arbeidsmarkt met twee snelheden. We hebben een segment van goedbetaalde jobs, met veel zekerheid en goede arbeidsomstandigheden. En we hebben een tweede segment van mindere jobs, vaak met tijdelijke contracten, lagere lonen en slechtere omstandigheden. De arbeidsmarktdeskundigen die zeggen dat het niet meer wenselijk is dat je je hele leven lang dezelfde baan uitoefent, zijn wel typisch mensen die zelf hun leven lang al voor dezelfde werkgever werken. Zoals professoren. (lacht)Sommigen willen het werk onder iedereen verdelen. PS-partijvoorzitter Elio Di Rupo bepleit een werkweek van 32 uur met behoud van loon. BAERT: Dat is écht geen goed idee. Stel dat we minder uren gaan werken voor hetzelfde loon, dan stijgen de loonkosten voor dezelfde prestaties. Voor werkgevers wordt het dan duurder om iedereen aan het werk te houden. In het slechtste scenario kan de werkgever zelfs beslissen zijn boeltje te pakken richting het buitenland, met alle gevolgen van dien voor onze werkzaamheidsgraad. Dat is dus het tegenovergestelde van wat er moet gebeuren. Het gemeentepersoneel van Sint-Joost-ten-Node, waar Emir Kir (PS) burgemeester is, kan voor een vierdaagse werkweek kiezen met behoud van loon. BAERT: Dat gebeurt met belastinggeld, dus de gevolgen zie je er niet meteen. Maar ofwel zal het gemeentebestuur bepaalde beleidszaken niet meer kunnen uitvoeren, en zal er bijvoorbeeld minder geïnvesteerd worden, ofwel zullen de belastingen er moeten stijgen. Nee, aan de verkorting van de werkweek met behoud van loon zit, macro-economisch gesproken, geen goede kant. Toch brak ook Sacha Dierckx van de 'progressieve denktank' Minerva onlangs nog een lans voor arbeidsduurvermindering met loonbehoud. BAERT: Het is echt economische nonsens. Zou het niet kunnen dat zij vinden dat links te lang compromissen heeft gesloten met de neoliberale maatschappijvisie? En dat ze nu ongenuanceerd oude, extreemlinkse recepten bovenhalen in de hoop dat dit hen bij bepaalde delen van de bevolking populair maakt? U haalde onlangs de internationale pers met een heel ander onderwerp: of het bij voetbalwedstrijden al dan niet een psychologisch voordeel oplevert om net voor de rust een doelpunt te scoren. Hoe kwam u daar bij? BAERT: Alle sociale aspecten van de economie interesseren mij en dus ook sporteconomie. En als je ziet hoeveel geld er omgaat in voetbal, is het logisch dat economen proberen te verklaren wat tot succes leidt. En leidt een doelpunt net voor de rust tot succes? BAERT: Voor de uitploeg niet, en voor de thuisploeg heeft scoren vlak voor rust over het algemeen zelfs een negatief effect. Sportpsychologen denken dat dit te maken heeft met de druk: de spelers gaan de kleedkamer in met een doelpunt maar ook met hogere verwachtingen bij publiek en bij henzelf. Die extra druk zou negatief werken, vooral bij de thuisspelende ploeg die aan de extra verwachtingen van de thuissupporters moet voldoen. CD&V en Open VLD stelden onlangs dat profvoetballers 'minder sociale bijdragen betalen dan een vuilnisman' en willen dat fiscale voordeel afbouwen. Wat vindt u? BAERT: Het is een schande dat de sociale bijdrage van profvoetballers lager is dan die van andere werknemers. Als reden wordt aangevoerd dat de Belgische voetbalploegen moeten kunnen concurreren met de ploegen uit het buitenland, maar dat geldt toch voor al onze bedrijven? De loonkosten zijn relevant voor alle bedrijven en volgens mij in de meeste ondernemingen zelfs relevanter dan bij voetbalclubs. Ik ben een groot supporter van Anderlecht, maar je moet dat toch in een breder perspectief zien. Speelt Anderlecht dit seizoen nog kampioen? BAERT: Zo'n grote optimist ben ik niet. (lacht)