Verrast en trots is Michel Pradolini, dat hij als winnaar van de Burgerschapsprijs 2018 toetreedt tot een select clubje waarvan laureaten met internationale faam zoals de Franse schrijver Stéphane Hessel en de Britse econoom Sir Paul Collier deel uitmaken. Pradolini (56), klein van gestalte en gekleed in een eenvoudig fleecejasje, is de zoon van een scheepskok van Italiaanse afkomst. Hij trad in de voetsporen van zijn vader en werkte zich op van koksmaatje tot chef-kok op de Fabiolaville, de laatste Congoboot met passagiers. 'Als je de namen van de andere winnaars van de Burgerschapsprijs bekijkt... Als kleine scheepskok doet het je wel iets', glimlacht Pradolini.
...

Verrast en trots is Michel Pradolini, dat hij als winnaar van de Burgerschapsprijs 2018 toetreedt tot een select clubje waarvan laureaten met internationale faam zoals de Franse schrijver Stéphane Hessel en de Britse econoom Sir Paul Collier deel uitmaken. Pradolini (56), klein van gestalte en gekleed in een eenvoudig fleecejasje, is de zoon van een scheepskok van Italiaanse afkomst. Hij trad in de voetsporen van zijn vader en werkte zich op van koksmaatje tot chef-kok op de Fabiolaville, de laatste Congoboot met passagiers. 'Als je de namen van de andere winnaars van de Burgerschapsprijs bekijkt... Als kleine scheepskok doet het je wel iets', glimlacht Pradolini. Die bescheidenheid siert hem, maar Michel Pradolini, op en top een selfmade man, staat vandaag wel aan het hoofd van International Food Service (IFS), een florissant cateringbedrijf voor grote schepen dat hij in 1992 oprichtte. Aan het bedrijf is een koksschool verbonden in de Filipijnen, waar koks gratis worden opgeleid en voorbereid op het leven aan boord. Maar Pradolini krijgt de prijs voor zijn andere levenswerk: het project City Pirates Antwerpen, de voetbalclub waarvan hij de oprichter, de bezieler en tot op zekere hoogte ook de geldschieter is. City Pirates, met als hoofdplaats Merksem maar intussen in Antwerpen ook actief op Linkeroever, Luchtbal, Deurne-Noord en De Dam, is in de eerste plaats een sociaal project, bedoeld om kansarme jongeren in moeilijke wijken door middel van voetbal 'zelfvertrouwen en kansen' te geven. Het begon allemaal toen Pradolini bij gebrek aan trainers besloot om zelf jeugdtrainer te worden in de club van zijn zoon in Merksem, die op dat moment 169 leden telde en grote financiële problemen had. Toen hij in 2004 vervolgens voorzitter werd van de club (die toen nog Koninklijke Sporting Club Merksem heette), wilde hij niet alleen de club opnieuw op de kaart zetten, maar ook van de verscheidenheid onder de spelertjes, afkomstig uit alle hoeken van de wereld, een troef maken. 'In plaats van te janken over hoe moeilijk diversiteit is, wilde ik juist laten zien dat diversiteit mooi en sterk kan zijn, en daarvan ons handelsmerk maken.' Een vanzelfsprekende keuze was dat niet. 'Toen ik begon, behaalde het Vlaams Belang hier 30 procent van de stemmen.' Ook vandaag nog wordt City Pirates soms nog een 'makakkenploeg' of beleefder een 'allochtonenclub' genoemd, maar de club zelf vindt dat ze gewoon een afspiegeling is van de buurten waar ze actief is. Er zitten bovendien niet alleen spelers met een migratieachtergrond, maar ook veel autochtone spelers bij de City Pirates. Wel is het zo dat veel jonge stadspiraten, wit of zwart, in armoede en gebroken gezinnen opgroeien. 'Misschien zou ik meer moeten praten over wat we soms aantreffen', zegt Michel Pradolini in de kantoren van IFS, met uitzicht op de Schelde. 'Maar ik voel schroom om de miserie van die mensen, die zich vaak schamen over hun situatie, aan de grote klok te hangen. Sommigen van onze jongeren slapen in wasserettes omdat ze het thuis te bont hebben gemaakt of er gewoon niet meer welkom zijn. Dat is de bittere realiteit. Wij hebben ouders die gechanteerd worden om hun kinderen bankkaarten te laten stelen of drugs te verkopen. Wij zien extreme armoede. Vorige week nog had een alleenstaande moeder wier zoon bij ons speelt een tweedehandsmatras gekocht. Die bleek vol beestjes te zitten, waardoor het hele appartement moet worden ontsmet, maar daar heeft ze geen geld voor. Dan gaan onze mensen onderhandelen, zodat die mevrouw de rekening niet in één keer hoeft te betalen.' Maar, zo benadrukt Pradolini, het is zeker niet alleen kommer en kwel. 'Volkswijken worden zwaar onderschat. Het gaat er soms hard toe, maar er is ook veel echte vriendschap.' De voornaamste problemen waarmee zijn jongeren worden geconfronteerd, zijn 'drugs en een gebrek aan aandacht van de ouders. Jongeren in deze wijken missen huiselijke warmte.' De City Pirates proberen die leemte te vullen door veel meer te zijn dan alleen maar een sportclub. 'Voetbal is voor mij een middel, 'geen doel.' De club telt vandaag 1200 leden van 75 nationaliteiten. Elke zaterdag komen 57 ploegen in actie, waaronder sinds kort ook 4 meisjesploegen. Omdat thuis wekelijks de was doen voor veel ouders financieel en praktisch niet haalbaar is, zorgen vrijwilligers bij de club ervoor dat elke zaterdag 1000 schone voetbaltenues klaarliggen. Naast tientallen vrijwilligers heeft de club vijf sociale assistenten in dienst, die jaarlijks honderden huisbezoeken afleggen, helpen bij schuldbemiddeling, huiswerkbegeleiding organiseren en schoolprestaties opvolgen, samenwerken met het OCMW en met de sociale diensten van jeugdrechtbanken, helpen bij de zoektocht naar werk, kwetsbare gezinnen ondersteunen en de jonge piraten een schouder en een luisterend oor bieden. Waar komt Pradolini's sociale engagement vandaan? 'Ik heb in mijn jeugd ook nogal wat pech gehad', vertelt hij. 'In tehuizen verbleven, op internaten gezeten. Mijn papa was zeeman en mijn mama stond er meestal alleen voor.' Grootvader aan vaderskant was het Italië van Benito Mussolini ontvlucht, en ging uiteindelijk in een steengroeve in Wallonië werken. Grootvader aan moederskant was een oostfrontstrijder. Pradolini: 'Grote contrasten in mijn familie dus, en in ons gezin liep het niet zoals het moest. Bovendien was ik geen gemakkelijke jongen, ik hing veel rond op straat. Op een gegeven moment hebben mensen mij toch de kans gegeven om me te bewijzen. Vertrouwen krijgen is cruciaal. Die levensles is me altijd bijgebleven.' Een ijskoude container naast een voetbalveld in Luchtbal, de sociale woonwijk in het noorden van Antwerpen, doet dienst als clublokaal van City Pirates Luchtbal. We ontmoeten er drie sociaal assistenten van het team, jonge kerels met aanstekelijk idealisme. Om te beginnen is er Yves Kabwe-Kazadi, die nog met de Ivorianen bij SK Beveren voetbalde, opgroeide op Linkeroever en zich 'ervaringsdeskundige' noemt: 'Ik ken de buurt als mijn broekzak, en iedereen kent mij.' Ook aanwezig zijn Oscar Coppieters, eveneens gewezen voetballer, en Matej Majstorovic, in weerwil van wat de naam doet vermoeden een uit Friesland ingeweken Nederlander, die bij City Pirates stage kwam lopen en er is blijven plakken. Ze noemen zich liever coördinatoren dan sociaal werkers. 'De kinderen kennen ons zo. Dat houdt het laagdrempelig. Ze kunnen ons makkelijk aanspreken of in vertrouwen nemen', zegt Majstorovic. Met een nine-to-five-mentaliteit kun je bij de City Pirates weinig beginnen, zo blijkt. 'Wij zijn dag en nacht bereikbaar, dat is onze sterkte', zegt Kabwe-Kazadi. 'Als er iets om tien uur 's avond iets gebeurt met onze leden, gaan wij ernaar toe. Laatst belde een moeder om halfdrie 's nachts. Haar zoon was nog niet thuis en ze maakte zich zorgen. Dan ga ik naar die jongen op zoek.' De drie houden elk ongeveer 150 kwetsbare jongeren extra in de gaten, niet alleen op het voetbalveld maar vooral ernaast. Ze gaan op gezette tijden op hun scholen langs en bij een fractie van hen doen ze ook regelmatig huisbezoeken. 'Eigenlijk zijn het allemaal goeie jongeren die gewoon de juiste begeleiding nodig hebben,' zegt Coppieters, 'maar die krijgen ze niet op school of van hun ouders. Wij proberen die begeleiding wel te geven, want een van de grootste gevaren voor allochtone jongeren die in dit soort situaties opgroeien, is dat ze hun armoede gaan internaliseren. Ze gaan zich gedragen naar het gangbare beeld van dé Marokkaan of dé zwarte, die het niet goed doet op school en snel naar het beroepsonderwijs afzakt. Zorgcoördinatoren bellen ons weleens omdat kinderen van soms nog maar 8 jaar oud op school hebben gezegd: "Ik kan dit niet want ik ben zwart en ik kom van Luchtbal."' Voetbal opent ook deuren die voor de officiële hulpverlening vaak gesloten blijven. 'Het is toch anders als iemand van de club van je zoon in trainingspak 's avonds even binnenspringt, dan dat er overdag een ambtenaar van het OCMW met een map onder de arm voor de deur staat.' De werking van de club moet vanzelfsprekend rekening houden met de geringe koopkracht van veel van haar leden. Zo betalen de meeste ouders de jaarlijkse contributie in schijven. Als ook dat niet lukt - en zeker op Luchtbal is dat vaak het geval - worden ouders of spelers uitgenodigd om te komen helpen in de club. 'Dan vragen we de ouders om te koken op ons eindfeest, of we vragen een oudere speler om de kleinsten te trainen.' De kantine, traditioneel een belangrijke bron van inkomsten voor amateurvoetbalclubs, brengt bij de City Pirates ook bijna niets op, omdat het publiek van de City Pirates doorgaans geen geld heeft om er iets te consumeren. Andere ploegen zien de City Pirates om die reden dan ook niet altijd graag komen. 'Onze ouders en spelers geven nauwelijks iets uit in de kantine', had Michel Pradolini eerder in zijn kantoor uitgelegd. 'Soms om religieuze redenen, omdat er alcohol wordt geschonken, maar meestal gewoon omdat de ouders letterlijk geen euro overhebben om hun kinderen mee te geven op verplaatsing.' Nog een reden waarom de club soms een beroerde reputatie heeft, is dat een City Pirate vaak potiger en harder uit de hoek komt dan de gemiddelde jeugdspeler. 'Onze kinderen leven veel op straat, waar je het je niet kunt veroorloven om een watje te zijn. Als zij een tackle maken, is dat op volle kracht. Wij zoeken onze spelers op de pleintjes. Daar is er geen scheidsrechter en gelden andere regels', vertelt Kabwe-Kazadi aan de tafel van het clublokaal. Ook blijkt het lastig om de ouders, die vaak de taal niet spreken en andere zorgen hebben, bij het clubleven te betrekken. 'Als wij op verplaatsing spelen, zijn er soms maar één ouder en één trainer mee als begeleiding, terwijl er voor de andere ploeg wel twintig ouders langs de lijn staan.' Volgens de Belgische Voetbalbond is er nauwelijks sprake van racisme op het voetbalveld, maar de trainers en de spelers van de City Pirates worden er courant mee geconfronteerd. 'Zeker in de geel-bruine gordel rond Antwerpen, waar mensen migranten liever zien gaan dan komen, botst het weleens', vertelt Coppieters. 'En onze jongens zijn natuurlijk ook geen doetjes.' Het komt erop aan trainers en spelers te coachen om vooral niet agressief te reageren als ze voor 'vuile neger' of ander fraais worden uitgescholden, wat niet altijd eenvoudig is. 'In onze jongens zit nogal wat opgekropte frustratie. Ze hebben het gevoel dat zij minder mogen dan blanke jongens, en dat elke overtreding die zij begaan meteen hun hele gemeenschap wordt aangerekend', vertelt Majstorovic. 'Als ze dan racistisch worden bejegend, reageren ze niet altijd adequaat. Wij leren ze om rustig te blijven. Heel vaak lukt dat, maar soms ook niet.' De City Pirates komen nu uit in de tweede klasse amateurs, na jaren in provinciale te hebben gespeeld. Hoger reiken de sportieve ambities ook echt niet, anders komen de sociale doelen in gevaar. 'Professioneel voetbal kost veel te veel geld en is niet combineerbaar met een sociaal project', benadrukt Michel Pradolini. De City Pirates hebben het sowieso moeilijk om het hoofd boven water te houden. Pradolini zorgt samen met enkele medesponsors die hij rond zich heeft verzameld voor 50 procent van het werkingsbudget. De rest komt van bijdragen van de leden en subsidies van verschillende overheden. 'Ik stop inderdaad veel geld in de club,' zegt Pradolini 'maar ik heb het geluk dat ik een winstgevend bedrijf heb en me het kan veroorloven. Ik denk ook: je laatste hemd heeft geen zakken. Bovendien krijg ik er ontzettend veel voor terug.' Maar deze constructie maakt de club wel extreem afhankelijk van de generositeit van één man. Een duurzame oplossing is het niet. Bovendien is de toekomst van de voetbalvelden die City Pirates op Luchtbal en Linkeroever gebruikt ook onzeker vanwege de grote mobiliteitswerken die in Antwerpen op stapel staan. Ergens bijhoren is belangrijk: dat is de kern van Pradolini's levensfilosofie. Daarom zorgt hij ervoor dat de club voor veel jongeren een tweede thuis is. Ze zijn er ook welkom als ze niet trainen of voetballen. Er zijn tal van activiteiten, ze kunnen er hun huiswerk maken, er is een bibliotheek. 'Veel van onze jongens en meisjes met een migratieachtergrond hebben niet zo'n sterke identiteit. Ze hebben bijvoorbeeld de Belgische nationaliteit, maar Marokkaanse roots. In Antwerpen zal iedereen ze als Marokkanen beschouwen, in Marokko als Belgen. Wij vertellen hen: het doet er allemaal niet toe, je bent gewoon een City Pirate. Dat maakt hen sterker, en geeft ons de kans om te zeggen: als je een piraat bent, ga je je gedragen, respect tonen voor je medemens, je engageren in de buurt en ga zo maar door. Via die gedeelde identiteit kunnen wij sterk hameren op bepaalde normen en waarden. Onze jongens dragen de knalgele trainingspakken van de City Pirates vaak de hele week door. Ze zijn heel herkenbaar in het straatbeeld in Antwerpen. Wij prenten hen in dat ze binnen en buiten de club een voorbeeldrol hebben. Eens een piraat, altijd een piraat, is ons motto.' Daarnaast is authenticiteit volgens Pradolini het hoogste goed van zijn club. Om die reden weigert hij mee te werken aan televisiereportages of realityshows, en bedankt hij voor gokkantoren als sponsor. Maar de belangstelling groeit. Dit jaar ontving City Pirates ook de Silver UEFA Grassroots Award, als bekroning voor het sociale werk dat de club verricht. 'Ik ben ontzettend blij met die prijzen en de erkenning', zegt hij. 'Maar eigenlijk willen we zo veel mogelijk low profile blijven. Ons project staat of valt met authenticiteit. Die kunnen we alleen behouden als we uit de schijnwerpers blijven en onze roots niet verloochenen.' Op het eind van het gesprek toont Michel Pradolini na enige aarzeling een filmpje op zijn telefoon. Daarin is te zien hoe na afloop van een wedstrijd met City Pirates de witte spelertjes van de tegenstander weigeren om een kleine zwarte Pirate de hand te schudden. Hij is er kapot van, al benadrukt hij dat zijn City Pirates ook geen engeltjes zijn. Er is nog werk aan de winkel in Vlaanderen op het gebied van multicultureel samenleven, besluit Pradolini. 'Er is weinig vooruitgang, of het gaat in elk geval veel te langzaam. Ik zie verbetering bij de jongeren, maar bij degenen die er niet mee omkunnen, merk je dat het echt diep zit.' Veel heeft te maken met angst, omdat Belgen en mensen met een migratieachtergrond elkaar gewoon niet kennen, gelooft hij. 'Ik woon aan de Bredabaan in Merksem. Vroeger was dat een van de chicste winkelstraten in België. Nu is het een typisch verloederde buurt, waar altijd weer dezelfde mensen bij elkaar zitten. Daar moeten we iets aan doen. We moeten ervoor zorgen dat mensen met en niet naast elkaar leven. Een project zoals City Pirates kan helpen door via het voetbal een aantal vooroordelen weg te nemen.'