Met Antoinette Spaak, minister van staat en oud-voorzitster van het Front des Francophones (FDF, vandaag DéFI), is eind vorige week een markante politica van het toneel verdwenen. De dochter van socialistisch boegbeeld en premier Paul-Henri Spaak, geboren in 1928, werd in 1977 de eerste vrouw aan het hoofd van een Belgische politieke partij. Franstalige media portretteerden haar vooral als een pionier van het feminisme, maar in Vlaanderen zal ze worden herinnerd als het gezicht van de rabiate francofonie, die streed voor ...

Met Antoinette Spaak, minister van staat en oud-voorzitster van het Front des Francophones (FDF, vandaag DéFI), is eind vorige week een markante politica van het toneel verdwenen. De dochter van socialistisch boegbeeld en premier Paul-Henri Spaak, geboren in 1928, werd in 1977 de eerste vrouw aan het hoofd van een Belgische politieke partij. Franstalige media portretteerden haar vooral als een pionier van het feminisme, maar in Vlaanderen zal ze worden herinnerd als het gezicht van de rabiate francofonie, die streed voor de uitbreiding van Brussel op Vlaams grondgebied. 'Toch was ze geen Vlamingenhater', zegt La Libre-journalist Francis Van de Woestyne, die in 2016 een interviewboek met haar publiceerde. 'Ze had veel respect voor de Vlaamse cultuur, ook al sprak ze tot haar grote spijt geen woord Nederlands. Het heeft haar niet belet om persoonlijk bevriend te worden met Hugo Schiltz, met wie ze in 1977 over het Egmontpact had onderhandeld. Voor zijn Volksunie kon ze begrip opbrengen, maar het separatisme van de N-VA vond ze verschrikkelijk. Toch denk ik dat er maar één Vlaming is die ze werkelijk verafschuwde, en dat was Leo Tindemans, de CVP'er die haar Egmontpact torpedeerde.' Het Egmontpact, waarvan het institutionele luik in latere grondwetswijzingen werd opgevist, struikelde over de faciliteitenregeling in de Brusselse Rand. Daarover had Spaak hard onderhandeld. 'Het was een persoonlijk strijdpunt', zegt Van de Woestyne. 'De manier waarop in 1964 de taalgrens was getrokken, zonder corridor tussen Brussel en Wallonië, vond ze een aberratie. Maar ze was geen Madame Non, ze durfde compromissen te sluiten. In het Egmontpact zaten heel wat elementen die voor het FDF moeilijk lagen.' In 2007 tekende Spaak met PS-kopstuk Philippe Moureaux het Manifeste pour l'unité francophone, een oproep om een Franstalig antwoord op het Vlaams-nationalisme te formuleren. 'Ze zag geen heil in het Waalse regionalisme', zegt Van de Woestyne. 'Ze pleitte net voor een sterke federatie tussen Brussel en Wallonië, met de Franse taal als gemeenschappelijke sokkel.' Spaak werd twee keer in het Europees Parlement verkozen. 'Daar was ze erg trots op', weet Van de Woestyne. 'Haar vader was tenslotte een van de architecten van Europa. Pas na zijn dood is ze, als rijpe veertiger, in de politiek gestapt. Natuurlijk heeft haar achternaam geholpen om een vliegende start te nemen, maar in Brussel sprak al snel iedereen van Antoinette. Ze kwam heel goed over op de televisie, mede dankzij haar onderkoelde, Britse humor.'