'Ik ben wel een beetje een strever', zegt Amir Bachrouri. 'Dat zit in mijn karakter.' Als voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad is hij de stem van de jongeren tijdens de coronacrisis. Hij hield onder meer pleidooien om het mondmasker niet te verplichten voor kinderen vanaf negen jaar. Uiteindelijk werd het verplicht voor kinderen vanaf tien. Eén jaar winst, was dat dan het resultaat van al zijn inzet?
...

'Ik ben wel een beetje een strever', zegt Amir Bachrouri. 'Dat zit in mijn karakter.' Als voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad is hij de stem van de jongeren tijdens de coronacrisis. Hij hield onder meer pleidooien om het mondmasker niet te verplichten voor kinderen vanaf negen jaar. Uiteindelijk werd het verplicht voor kinderen vanaf tien. Eén jaar winst, was dat dan het resultaat van al zijn inzet? Bachrouri lacht even, en vertelt hoe hij al snel leerde dat het niet makkelijk is om je slag thuis te halen. 'Als je jong bent, wil je dat alles in een vingerknip verandert. Maar toen ik voorzitter van de Vlaams Jeugdraad werd, merkte al snel dat het zo niet werkt. De politieke besluitvorming verloopt erg traag. Bovendien laten politici zich te vaak opjagen door de quick wins. Daardoor verliezen ze het langetermijnperspectief uit het oog en worden cruciale beslissingen niet genomen.' Bachrouri zit nu in zijn eerste jaar rechten, praat zo vlot als een ervaren advocaat en neemt daarbij geen blad voor de mond - of het nu gaat over de populariteit van Vlaams Belang onder de jeugd, over jongeren met een migrantenachtergrond die niets met de Vlaamse samenleving te maken willen hebben, of over het onderwijs dat veel studenten niet meer boeit. Maar ook over voetballer Radja Nainggolan, die nu bij Antwerp FC speelt en van wie hij net een voetbalshirt kocht. Leuke voetballer, die Nainggolan, maar of Bachrouri zich nog herinnert hoe hij boven zijn theewater door de straten van Antwerpen racete? 'Je moet een onderscheid maken tussen de persoon en de voetballer, en als voetballer is hij geweldig', zegt Bachrouri als een volleerde pleiter. 'Bovendien ben ik supporter van Antwerp. Oei, dat had ik misschien beter niet gezegd, want voor sommigen heb je het dan al meteen verkorven. Maar ik ben ook supporter van FC Barcelona. Daarvan heb ik een stuk of zeven truitjes in mijn kleerkast hangen. Voetbalshirtjes kopen is mijn guilty pleasure. Voetbal is voor mij de ideale manier om stoom af te laten.' En dat is soms nodig. Bijvoorbeeld nadat hij de voorbije weken voortdurend in de weer was geweest om het verzet tegen de mondmaskerplicht op school uit te dragen. 'Het verbaasde me niet dat de mondmaskerplicht weer op tafel werd gelegd,' zegt Bachrouri, 'en ik was er nooit dogmatisch tégen. Ik heb er wel, vanuit de Jeugdraad, altijd kanttekeningen bij geplaatst. Er is een groep kinderen voor wie de voordelen niet opwegen tegen de nadelen. Ik was onlangs op bezoek bij een organisatie die werkt met kinderen met een functiebeperking. Daar was een jongen van acht met autisme bij. Hij vertelde dat hij constant werd uitgelachen omdat hij niet goed kon spreken. Door het mondmasker moest hij roepen om zich verstaanbaar te maken. Waardoor er nog meer met hem werd gelachen. Als ik zulke verhalen hoor, denk ik: die moeten ook tot bij de beleidsmakers komen. Die groep mogen we niet zomaar vergeten.' We stellen u voor een dilemma: mondmaskers dragen op school, of de school sluiten. Amir Bachrouri: De scholen openhouden moet natuurlijk prioriteit nummer één zijn. Maar ik vind het nogal zwart-wit om het voor te stellen als een keuze tussen mondmaskerplicht vanaf negen jaar of een schoolsluiting. Met de Jeugdraad hebben we altijd verdedigd dat er ook rekening moet worden gehouden met de nadelen - we zitten daarmee op dezelfde lijn als de Kinderrechtencommissaris. Over de nadelen op het vlak van bijvoorbeeld taalontwikkeling bestaat nauwelijks onderzoek. Mogelijk vallen ze mee, maar dat wéten we dus niet. Je moet er niet te lichtzinnig overheen gaan. Daarbij komt nog dat kinderen onder de twaalf jaar nooit de kans hebben gekregen om zich te laten vaccineren. Het blijft wrang om die kinderen dan strengere maatregelen op te leggen dan volwassenen. U hebt als scholier hele dagen een masker moeten dragen. Hoe lastig was dat? Bachrouri: In het begin kreeg ik er wat hoofdpijn van. Maar intussen ben ik het gewend. Ook tijdens de eerste maand van mijn opleiding rechten heb ik er een gedragen in de aula, hoewel het niet verplicht was. U hebt uw laatste maanden op de middelbare school vanachter een computerscherm moeten beleven. Prettig is anders. Bachrouri: De eerste weken vond ik het niet erg. Je denkt: yes, geen school, niet te vroeg opstaan en alles op het gemak. (lacht) Ik werd er ook niet onmiddellijk door geraakt. Ik had een eigen plek om te studeren, en in mijn wijk in Oost-Borgerhout heb je veel parken. Zoals veel jongeren onderhield ik contacten via de app Houseparty. Dat was goed voor even, maar na een paar weken ga je natuurlijk naar echte contacten verlangen. Het ergst vond ik de dingen die je niet kunt inhalen. Wij hebben geen 100 dagenviering gehad, geen Italiëreis en geen behoorlijke proclamatie. Vooral dat laatste vond ik jammer. Mijn moeder, die nooit een diploma behaalde, heeft er alles aan gedaan om mij wél te laten slagen. Ik was er best trots op dat het mij gelukt is om een diploma aso te behalen. En mijn moeder zeker. De proclamatie moest de kers op de taart worden. Jammer. Het leed van de jongere generatie werd vaak gerelativeerd. Het zou niet te vergelijken zijn met het leed in woonzorgcentra, waar duizenden bejaarden de laatste maanden van hun leven in volstrekte eenzaamheid doorbrachten. Bachrouri: Het gaat natuurlijk om veel meer dan een gemiste Italiëreis. Vooral voor de kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare posities was de lockdown een traumatiserende periode. Dan heb ik het over kinderen die geen eigen kamer hebben, maandenlang niet buiten konden of het slachtoffer werden van intrafamiliaal geweld. Het lijkt me ook weinig zinvol om een opbod te organiseren tussen de jongeren en de ouderen over wie het ergst heeft afgezien. Trouwens, als Jeugdraad zijn we gaan samenzitten met de Vlaamse Ouderenraad, om met een gezamenlijk standpunt naar buiten te komen. De jongeren toonden zich duidelijk bezorgd over de gezondheid van de ouderen, en bij de ouderen zag je een grote bekommernis over de ontplooiingskansen van de jongeren. Er waren zelfs grootouders die opperden om de jongeren éérst te vaccineren. Ze redeneerden dat het leven met de vele beperkingen er voor hen niet zo heel anders uitzag dan het normale leven, terwijl jongeren nog volop de wereld moeten ontdekken. Dacht u er ook zo over? Bachrouri: Nee. Met de Jeugdraad hebben we er altijd voor gepleit om eerst de meest kwetsbaren te vaccineren. Dat is ook het meest logische. We zouden onze vrijheid toch pas echt terugkrijgen als de ouderen beschermd waren. Die vrijheid wordt nu weer wat ingeperkt. Bachrouri: Dat doet het vertrouwen en de motivatie van jongeren geen goed. Ze hebben zich laten vaccineren, ze hebben maandenlang de regels gevolgd, en dat terwijl zij zelden of nooit op intensieve zorg belandden. Het moet gezegd: onder de jongeren heb je veel vaccinweigeraars. Bachrouri: De vraag is of we het vaccin niet van bij het begin hadden moeten verplichten. Zegt u het maar. Bachrouri: Het is een moeilijke kwestie. De huidige aanpak faalt, dat is wel duidelijk. Maar of een verplichting echt iets oplost? Een verplichting heeft wel het voordeel van de duidelijkheid. Ik hoor in mijn omgeving dat er jongeren zijn die zich wel zouden laten vaccineren als het verplicht zou zijn. Hoe kijkt u naar de betoging van afgelopen zondag? Bachrouri: Sommige mensen zijn gefrustreerd. Ze hebben bedenkingen bij de manier waarop het beleid deze crisis beheert. Vreedzaam betogen om dat onbehagen te uiten, moet kunnen. Maar ik ben het niet eens met de ondoordachte en gevaarlijke manier waarop. Laten we ook duidelijk zijn: de rellen, de vergelijkingen met een davidster en met slavernij, die zijn beneden alle peil. Ik kijk met een bang hart naar de gevolgen van zo'n besmettingsevenement. Nu maar hopen dat kinderen en jongeren ervan gespaard blijven. Wordt de stem van de jongeren genoeg gehoord? Bachrouri: Zeker niet altijd. Als er maatregelen moeten worden genomen, beginnen lokale besturen soms met het schrappen van de vrijetijdsactiviteiten. Bij de gevolgen voor kinderen en jongeren wordt veel te weinig stilgestaan. De enige die dat consequent wel doet, is minister Benjamin Dalle (CD&V). Maar daarom is hij natuurlijk ook minister van Jeugd. De Vlaamse Jeugdraad is voorstander van stemrecht vanaf zestien jaar. Is iemand van die leeftijd rijp genoeg om een weloverwogen stem uit te brengen? Bachrouri: Natuurlijk zijn niet alle zestienjarigen goed geïnformeerd over de politieke besluitvorming. Maar ik ben er wel van overtuigd dat je ze, precies door ze stemrecht te geven, meer bij het proces kunt betrekken. In Oostenrijk is de stemgerechtigde leeftijd al naar zestien jaar verlaagd. Onderzoek laat zien dat het de betrokkenheid verhoogt, ook op latere leeftijd. Een verlaging van die leeftijd zou in het voordeel kunnen zijn van Vlaams Belang. Die partij blijkt, op Groen na, het populairst bij de jongere kiezer. Bachrouri: Ze is bijzonder actief op sociale media. Je kunt dat problematisch vinden, maar niets houdt de andere partijen tegen om er even aanwezig te zijn. Begrijpt u de populariteit van Vlaams Belang onder jongeren? Bachrouri: Ik ken wel wat jonge mensen die op Vlaams Belang hebben gestemd. Uit wat ze vertellen leid ik af dat ze zich erg laten leiden door de sociale media. Die werken als een soort echokamer, waardoor ze de wereld op den duur nog maar vanuit één perspectief zien. Je zou kunnen verwachten dat net jongeren de multiculturele samenleving als een normale zaak ervaren. Bachrouri: Voor jongeren die buiten de stad opgroeien, is diversiteit niet zo vanzelfsprekend. Als je opgroeit in een blanke wereld met blanke klassen en nooit met mensen van een andere cultuur praat, is de kans op vooroordelen en wantrouwen veel groter. En iemand als Dries Van Langenhove (Vlaams Belang) weet heel goed hoe je die vooroordelen en dat wantrouwen moet versterken. Het enige wat daartegen helpt, is de ander leren kennen. Ik ken een jonge gast uit het Waasland die altijd naar een blanke katholieke school was geweest. Hij vertelde me dat hij op Vlaams Belang had gestemd, maar van mening was veranderd toen hij aan de universiteit geconfronteerd werd met diversiteit. 'Door met mensen met een andere achtergrond te praten,' zei hij, 'ga je inzien dat we meer met elkaar gemeen hebben dan we verschillen.' Dat geldt in twee richtingen. Ik ken ook jongeren met een migratieachtergrond die zeggen: 'De Vlaamse samenleving is racistisch, ik wil er niets mee te maken hebben.' Nee, denk ik dan. Als je zo redeneert creëer je alleen maar twee bubbels die steeds verder uit elkaar groeien. U kijkt er erg nuchter naar. Bachrouri: Ik probeer vooral te begrijpen. Kwaad word ik alleen als mensen tegen mij zeggen: 'Ja, maar gij zijt ne goeie, gij praat keigoed Nederlands.' Oké, denk ik dan. Dus mijn moeder, die geen vloeiend Nederlands spreekt omdat ze in Marokko is opgegroeid, hoort niet bij de goeie? Mijn moeder is een alleenstaande vrouw, die zich letterlijk - eerst als poetsvrouw en dan als verkoopster in een winkel - kapot heeft gewerkt. Ze heeft er alles aan gedaan om mijn zus en mij zo ver mogelijk te laten komen in het leven. Zes op tien op school was niet genoeg. Het moest een negen zijn. Was u verbaasd dat Zelfa Madhloum stopt als woordvoerster van Open VLD omdat ze te veel met racisme wordt geconfronteerd? Bachrouri: Ik ken Zelfa persoonlijk. Het is ontzettend jammer dat iemand die zo krachtig en geëngageerd is om die redenen uit de politiek moet stappen. Haar adres werd op sociale media gegooid, er werden foto's getoond van het speelgoed van haar kinderen. Dat is toch te gek voor woorden? Daar moeten we ons als samenleving veel krachtiger tegen uitspreken, zodat we zo'n talent niet verliezen. De samenleving wordt op die manier ontwricht. Je drukt een hele generatie jonge en talentvolle mensen de kop in. Hebt u er zelf last van? Bachrouri: Als voorzitter van de Jeugdraad vertel ik weleens iets over de relatie tussen de politie en jongeren. Dan duurt het meestal niet lang of anonieme accounts vliegen erop met de boodschap 'dat ik dat maar eens in Marokko moet gaan zeggen'. Zulke bullshit laat me koud. Ik ben geen Marokkaan. Ik ben in de eerste plaats een trotse Antwerpenaar, in hart en nieren. Mijn Marokkaanse afkomst is maar een van de lagen van mijn identiteit, meer niet. Hebt u deelgenomen aan de klimaatmarsen? Bachrouri: Nooit aan de spijbelacties, maar ik ben wel gaan betogen op zondag. Ik zat toen nog in het vijfde middelbaar, mocht niet spijbelen van mijn moeder en ik kon het me niet permitteren om met een B-code vanwege onwettige afwezigheid naar huis te komen. Toen activiste Anuna De Wever zei dat het 'geen zin heeft om in de scholen te zitten en een diploma te behalen voor een toekomst die er niet is' ging u daar tegenin met de woorden 'studeren is het allerbelangrijkste wat er is'. Bachrouri: Ik vond dat een fatalistische en weinig constructieve uitspraak van Anuna. Mijn moeder heeft me altijd ingepeperd: studeren en kennis opdoen, dat is macht. Vooral omdat zij dat gemist heeft. Goed onderwijs is cruciaal voor de sociale mobiliteit. Maar het is natuurlijk wel belangrijk om te focussen op de essentie. Jonge mensen betogen omdat ze zich zorgen maken over het klimaat. In verschillende Pisa-rapporten zien we dat de kwaliteit van ons onderwijs achteruitgaat. Waaraan zou dat kunnen liggen? Bachrouri: Ik miste prikkeling. De lessen waren ook niet afgestemd op de noden en interesses van de leerlingen. Een voorbeeld: volgens de onderzoeken gaat begrijpend lezen er zwaar op achteruit. Maar als ik naar onze literatuurlijst keek, had ik al geen zin meer om te lezen. Waarom laten ze de studenten niet zelf kiezen welk boek ze willen lezen, vanuit hun eigen interesse? Het onderwijs moet jongeren meer zeggenschap geven. Moet de leerkracht Nederlands jongeren niet net uitdagen, en ze boeken laten lezen die ze uit zichzelf niet zouden vastpakken? Een klassieker van Willem Elsschot, bijvoorbeeld? Bachrouri: Zeker, maar mag er daarnaast ook ruimte zijn voor leerlingen om op sommige momenten met eigen keuzes op de proppen te komen? Om een voorbeeld te geven uit eigen ervaring. Wij mochten in het middelbaar kiezen naar welk toneelstuk we gingen, maar wel uit een lijst die door de leraar was samengesteld. Ik heb toen nooit een boeiende voorstelling gezien, in zoverre zelfs dat ik toneel verschrikkelijk vond en afknapte op cultuur. Tot iemand me meesleepte naar een toneelstuk dat me wel aansprak. Een heel nieuwe wereld ging voor me open. Wordt de lat in het onderwijs nu niet te laag gelegd?Bachrouri: Misschien wel. Maar als in Antwerpen één op de vijf jongeren de school verlaat zonder diploma, wil dat zeggen dat ze niet worden geboeid door wat er in de klas gebeurt. Daarmee zeg ik niet dat de lat omlaag moet. Een leerling moet een presentatie in foutloos Nederlands kunnen geven. Ik vind het ook belachelijk dat sommigen het puntensysteem willen afschaffen, of het onderscheid tussen 'de' en 'het' willen opheffen. Daar zit geen enkele jongere op te wachten. Ik zal het met hoogspringen vergelijken: je moet de lat hoog genoeg leggen, maar de hoogspringer moet er wel op een elegante manier over kunnen raken, zodat het leuk is. Maar je mag de lat ook niet zo laag leggen dat het totaal geen inspanning meer vergt om erover te raken, want dan is er ook niets aan. Vindt u dat de generatie die het nu voor het zeggen heeft de wereld slechter achterlaat voor de jongeren? Bachrouri: Dat is een heikel punt. Ik vind wel dat de politici die nu aan de knoppen zitten, en dat zijn bijna allemaal oudere mensen, meer bekommerd moeten zijn over de gevolgen van de klimaatopwarming. Moet daarvoor het kapitalisme worden omvergeworpen, zoals ook Anuna De Wever zegt? Bachrouri: Dat vind ik te extreem. Ik kan niet zeggen dat al het leed van de wereld en de klimaatrampen te wijten zijn aan het kapitalisme. Ik geloof ook niet dat als je het kapitalisme omverwerpt, je het klimaat hebt gered. Niemand is individueel schuldig aan de klimaatcrisis, we zijn wel allemaal collectief verantwoordelijk. Dus moet je voor het terugdringen van de CO2-uitstoot iedereen meekrijgen. De strijd tegen de klimaatopwarming vraagt offers. Zullen de jongeren het in de toekomst nog zo goed hebben als hun ouders? Bachrouri: Daar zie ik twee aspecten aan. Enerzijds zijn er vandaag veel meer hoger opgeleide jongeren. Dat zal wellicht betekenen dat zij meer zullen verdienen dan bijvoorbeeld hun ouders. Anderzijds merk je ook dat de woningprijzen in Borgerhout zo hoog zijn dat heel wat jonge gezinnen dat niet meer kunnen betalen. Dat maakt me onzeker: zal ik nog een appartementje kunnen betalen? En denkt u dat de overheid u later voldoende pensioen zal kunnen geven om van te leven? Bachrouri: Er zal over vijftig jaar nog wel iets zijn, hoop ik, maar zeker niet genoeg om rond te komen. Daarom start ik zodra ik kan met pensioensparen. Ik weet gewoon niet of de overheid genoeg stukken taart voor ons zal overlaten. Als ik zelf voor mijn pensioen zorg, ben ik tenminste zeker dat ik er een heb. Want de pensioenhervorming sleept ook maar aan. Ons land moet efficiënter, is de veelgehoorde klacht. Bachrouri: Iedereen weet dat bijvoorbeeld negen ministers van Volksgezondheid niet gezond zijn voor een land. Ik zou zeggen: beslis en voer uit op het niveau waar dat het efficiëntst kan. Bovendien moeten we durven te erkennen dat er verschillen zijn tussen Franstaligen en Nederlandstaligen. Zo zijn Franstalige jongeren niet verplicht om Nederlands te leren op school, en wij moeten wel Frans volgen. Dat zal het onbegrip tussen beide landsdelen nog versterken. Waarom hebt u gekozen om rechten te gaan studeren? Bachrouri: Ik was sowieso op zoek naar een studierichting met een maatschappelijke insteek. Toen de deadline voor de inschrijvingen naderde, twijfelde ik nog tussen politieke en sociale wetenschappen, toegepaste economische wetenschappen of rechten. Het is dat laatste geworden. En het valt goed mee, de studie is veel ruimer dan ik dacht. En nee, het is niet mijn droom om later in de magistratuur of advocatuur te belanden. De bagage die je opdoet als je rechten studeert, geeft je later veel mogelijkheden. Hoeveel procent kans is er dat u niet in de politiek stapt? Bachrouri: 99,99999 procent. Ik vind partijpolitiek te beperkend. Ik geloof echt dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is van alle mensen in de samenleving om boven het maaiveld uit te steken en te zeggen: hier zijn wij. Het is niet zo dat je enkel iets in de melk te brokkelen hebt als je in een politieke partij zit. Als je voor een partij kiest, lijkt het me een pak moeilijker om rechtuit te zeggen wat je echt denkt. De particratie werkt verstikkend. Nee, voor de partijpolitiek ben ik niet geschikt.