Rudi Decrop, die bekendraakte als de 'kolonel X' die de bal aan het rollen bracht in het F-16-dossier, stelde eerder op de dag voor de Belgische F-16's enkele jaren langer in de lucht te houden en de aankoop van nieuwe gevechtstoestellen enkele jaren uit te stellen. De jaarlijkse kostprijs voor nieuwe toestellen ligt op zowat 250 miljoen euro, terwijl de piste om F-16's langer in roulatie te houden, 100 miljoen euro per jaar zou kosten. Kortom: een besparing van 900 miljoen euro op zes jaar tijd.

Maar daar klopt volgens kolonel Harold Van Pee niets van. In de 250 miljoen euro zit bijvoorbeeld 100 miljoen euro personeelskosten die je altijd moet meenemen, bracht hij aan. Daarnaast is er sprake van 20 miljoen euro om twee basissen draaiende te houden, net als 15 miljoen euro voor tussentijdse evaluaties. 'Tel die samen met de 100 miljoen euro voor de F-16's en er schiet niet veel meer over van die 900 miljoen euro, die de basis is van zijn hele uiteenzetting', stelde Van Pee.

De kolonel vond het vreemd dat luitenant-kolonel Decrop zo'n rekenfout kan maken. 'Ik ken hem niet. Misschien heeft hij zich gewoon goed vergist. Het is toch een belangrijke vergissing om te maken voor het Belgisch parlement, laat me het daarbij houden', dixit Van Pee.

Amerikaanse getuigenissen

Ook experten van Lockheed Martin en van de Amerikaanse luchtmacht doorprikten het verhaal van kolonel Decrop: de Belgische F-16's langer in de lucht houden dan oorspronkelijk gedacht zou bijzonder moeilijk en erg duur zijn, zo concludeerden ze in de Kamercommissie Defensie.

Kolonel Jeff Gates viel meteen met de deur in huis. De Amerikaanse Air Force vliegt met recentere F-16's dan de Belgische. De Block 15-toestellen, zoals die van ons land, zijn al een tijd uit roulatie gehaald, aldus Gates, die verantwoordelijk is voor het F-16-programma binnen het Amerikaanse leger. 'Het is niet mogelijk om de gecertifieerde levensduur te verlengen op basis van de beschikbare informatie'.

Gates verzekerde dat de Verenigde Staten in elk geval voor ondersteuning zal blijven zorgen, maar waarschuwde meteen dat hoe ouder een toestel wordt, hoe moeilijker wordt aan onderdelen te geraken. 'Je moet alles overwegen. Dit rapport ging over de structuur, maar dat is slechts één deel van de puzzel. Veel van de uitrusting is ouder dan 20 jaar. De rekening voor onderhoud zou significant toenemen', luidde het.

Zijn collega Michael Weaver drukte het anders uit: 'Om de F-16 enkele jaren langer in de lucht te houden, zijn heel wat upgrades nodig. Dat komt neer op een significante investering voor heel weinig return in een operationele omgeving', aldus Weaver. 'You're in the billions, not in the millions', preciseerde Gates.

De experts legden uit dat een speciaal programma kan worden ontwikkeld om na te gaan hoeveel uren de F-16 langer zou kunnen vliegen dan de vooropgestelde 8.000 uren. Daarbij wordt een toestel onder constante trillingen gebracht tot het vliegtuig het uiteindelijk begeeft en de vliegtuigbouwers kunnen zien welke delen precies moeten worden vervangen. 'De kans om over de 8.000 uren te gaan is waarschijnlijk erg klein', stelde kolonel Gates.

Bij verschillende Kamerleden rees de vraag of deze uitleg niet haaks staat op de twee memo's van Lockheed Martin die de deur leken te openen voor een levensduurverlenging. In de VS-terminologie is de levensduurverlenging een zogenaamde 'SLEP', waar dus een ingrijpende test mee gepaard gaat. In de memo's blijft de grens van 8.000 uren bestaan, maar wordt gekeken naar de intensiteit van de vluchten. 'Vergelijk het met een auto. Je hebt uren in de stad en uren op de autosnelweg. Momenteel hebben de Belgische F-16's meer autosnelweg-uren, maar eens we over meer informatie beschikken, kan het zijn dat de teller de andere richting uitgaat', stelde Gates.

Thomas Jones van Lockheed Martin wees er nog op dat de basis van de memo's erg beperkt was en dat in een van de bijlagen werd gewezen op de randvoorwaarde om extra meetapparatuur op de toestellen te plaatsen. 'Dat was de informatie die we wilden aanleveren aan de ingenieurs van het Belgische leger', stelde Jones.

De norm die de VS eerder naar voren schoven, was dat 90 procent van de vlieghistoriek moest gekend zijn om te overwegen ze langer in de lucht te houden. '70 tot 80 procent zou ook aanvaardbaar zijn als je meetapparatuur hebt op alle toestellen. Nu kom je aan 10 tot 20 procent. Daar kunnen we niet in meegaan. Dat is te riskant'.

De experten konden ook moeilijk ingaan op het voorstel van kolonel Rudi Decrop om de F-16's enkele jaren langer in de lucht te houden en pas later nieuwe gevechtstoestellen te kopen. Dat zou volgens Decrop een besparing van 150 miljoen euro per jaar opleveren. Gates waarschuwde enkel dat een daling van de productiekost zal leiden tot hogere onderhoudskosten, maar een ratio kon hij niet kwijt.

Rudi Decrop, die bekendraakte als de 'kolonel X' die de bal aan het rollen bracht in het F-16-dossier, stelde eerder op de dag voor de Belgische F-16's enkele jaren langer in de lucht te houden en de aankoop van nieuwe gevechtstoestellen enkele jaren uit te stellen. De jaarlijkse kostprijs voor nieuwe toestellen ligt op zowat 250 miljoen euro, terwijl de piste om F-16's langer in roulatie te houden, 100 miljoen euro per jaar zou kosten. Kortom: een besparing van 900 miljoen euro op zes jaar tijd. Maar daar klopt volgens kolonel Harold Van Pee niets van. In de 250 miljoen euro zit bijvoorbeeld 100 miljoen euro personeelskosten die je altijd moet meenemen, bracht hij aan. Daarnaast is er sprake van 20 miljoen euro om twee basissen draaiende te houden, net als 15 miljoen euro voor tussentijdse evaluaties. 'Tel die samen met de 100 miljoen euro voor de F-16's en er schiet niet veel meer over van die 900 miljoen euro, die de basis is van zijn hele uiteenzetting', stelde Van Pee. De kolonel vond het vreemd dat luitenant-kolonel Decrop zo'n rekenfout kan maken. 'Ik ken hem niet. Misschien heeft hij zich gewoon goed vergist. Het is toch een belangrijke vergissing om te maken voor het Belgisch parlement, laat me het daarbij houden', dixit Van Pee.Ook experten van Lockheed Martin en van de Amerikaanse luchtmacht doorprikten het verhaal van kolonel Decrop: de Belgische F-16's langer in de lucht houden dan oorspronkelijk gedacht zou bijzonder moeilijk en erg duur zijn, zo concludeerden ze in de Kamercommissie Defensie.Kolonel Jeff Gates viel meteen met de deur in huis. De Amerikaanse Air Force vliegt met recentere F-16's dan de Belgische. De Block 15-toestellen, zoals die van ons land, zijn al een tijd uit roulatie gehaald, aldus Gates, die verantwoordelijk is voor het F-16-programma binnen het Amerikaanse leger. 'Het is niet mogelijk om de gecertifieerde levensduur te verlengen op basis van de beschikbare informatie'. Gates verzekerde dat de Verenigde Staten in elk geval voor ondersteuning zal blijven zorgen, maar waarschuwde meteen dat hoe ouder een toestel wordt, hoe moeilijker wordt aan onderdelen te geraken. 'Je moet alles overwegen. Dit rapport ging over de structuur, maar dat is slechts één deel van de puzzel. Veel van de uitrusting is ouder dan 20 jaar. De rekening voor onderhoud zou significant toenemen', luidde het. Zijn collega Michael Weaver drukte het anders uit: 'Om de F-16 enkele jaren langer in de lucht te houden, zijn heel wat upgrades nodig. Dat komt neer op een significante investering voor heel weinig return in een operationele omgeving', aldus Weaver. 'You're in the billions, not in the millions', preciseerde Gates.De experts legden uit dat een speciaal programma kan worden ontwikkeld om na te gaan hoeveel uren de F-16 langer zou kunnen vliegen dan de vooropgestelde 8.000 uren. Daarbij wordt een toestel onder constante trillingen gebracht tot het vliegtuig het uiteindelijk begeeft en de vliegtuigbouwers kunnen zien welke delen precies moeten worden vervangen. 'De kans om over de 8.000 uren te gaan is waarschijnlijk erg klein', stelde kolonel Gates. Bij verschillende Kamerleden rees de vraag of deze uitleg niet haaks staat op de twee memo's van Lockheed Martin die de deur leken te openen voor een levensduurverlenging. In de VS-terminologie is de levensduurverlenging een zogenaamde 'SLEP', waar dus een ingrijpende test mee gepaard gaat. In de memo's blijft de grens van 8.000 uren bestaan, maar wordt gekeken naar de intensiteit van de vluchten. 'Vergelijk het met een auto. Je hebt uren in de stad en uren op de autosnelweg. Momenteel hebben de Belgische F-16's meer autosnelweg-uren, maar eens we over meer informatie beschikken, kan het zijn dat de teller de andere richting uitgaat', stelde Gates. Thomas Jones van Lockheed Martin wees er nog op dat de basis van de memo's erg beperkt was en dat in een van de bijlagen werd gewezen op de randvoorwaarde om extra meetapparatuur op de toestellen te plaatsen. 'Dat was de informatie die we wilden aanleveren aan de ingenieurs van het Belgische leger', stelde Jones. De norm die de VS eerder naar voren schoven, was dat 90 procent van de vlieghistoriek moest gekend zijn om te overwegen ze langer in de lucht te houden. '70 tot 80 procent zou ook aanvaardbaar zijn als je meetapparatuur hebt op alle toestellen. Nu kom je aan 10 tot 20 procent. Daar kunnen we niet in meegaan. Dat is te riskant'. De experten konden ook moeilijk ingaan op het voorstel van kolonel Rudi Decrop om de F-16's enkele jaren langer in de lucht te houden en pas later nieuwe gevechtstoestellen te kopen. Dat zou volgens Decrop een besparing van 150 miljoen euro per jaar opleveren. Gates waarschuwde enkel dat een daling van de productiekost zal leiden tot hogere onderhoudskosten, maar een ratio kon hij niet kwijt.