Vaststellen dat je kind ziek is en dat een nabijgelegen fabriek de oorzaak is: dat is een verschrikking. Toch moeten tientallen gezinnen precies dat doorstaan, in een welvarend land als het onze, in de eenentwintigste eeuw. De Knack-reportage over de bloedvergiftigingen in de schaduw van de Umicore-fabriek in Hoboken legde het pijnlijk bloot: het moeilijke evenwicht tussen een samenleving die op grote voet consumeert en de prijs die we daarvoor betalen. De regels moeten onvermijdelijk strenger. Maar we hebben vooral een visie nodig voor een lokale duurzame industrie.
...

Vaststellen dat je kind ziek is en dat een nabijgelegen fabriek de oorzaak is: dat is een verschrikking. Toch moeten tientallen gezinnen precies dat doorstaan, in een welvarend land als het onze, in de eenentwintigste eeuw. De Knack-reportage over de bloedvergiftigingen in de schaduw van de Umicore-fabriek in Hoboken legde het pijnlijk bloot: het moeilijke evenwicht tussen een samenleving die op grote voet consumeert en de prijs die we daarvoor betalen. De regels moeten onvermijdelijk strenger. Maar we hebben vooral een visie nodig voor een lokale duurzame industrie. De Umicore-fabriek moet blijven, vind ik. Natuurlijk kunnen we ons er vanaf maken en de regels zo streng maken dat de industrie verdwijnt. We laten dan kinderen elders ziek worden, kinderen die wellicht veel minder mogelijkheden hebben om verhaal te zoeken bij de overheid. Dat is wat er al decennialang gebeurt. We zadelen de allerzwaksten in de wereld op met de vervuiling, consumeren vrolijk voort en gaan er prat op dat we dan werken aan een duurzame toekomst. De industrie moet blijven, maar niet op de huidige manier. De regels kunnen inderdaad strenger en bedrijven als Umicore moeten blijven investeren in een schonere toekomst. Dat betekent wel dat we bedrijven moeten waarderen voor die inspanning, en geen goedkopere materialen gaan invoeren die in veel vervuilendere omstandigheden worden gemaakt. Om duurzame investeringen in Vlaanderen aan te moedigen, moet Vlaanderen zijn schouders zetten onder Europese inspanningen om dumping van buiten Europa te weren. Dat is een eerste cruciale stap in een nieuwe industriële revolutie bij ons. De industrie moet blijven en ze moet ruimte krijgen. Veel industriële sites zijn historisch gegroeid, ook Umicore in Hoboken. Die fabriek ligt in dichtbevolkt gebied, en het is eigenlijk onvoorstelbaar dat enkele tientallen meters van een wijk ertsen gelost en geraffineerd worden. Als we Umicore hier een toekomst willen bieden, moeten we kijken of dat het best op sites als Hoboken gebeurt of misschien elders, op plaatsen als het NextGen District in de haven van Antwerpen. Wellicht spreken we dan voor zo'n fabriek al snel over een miljard aan infrastructuur. Dan is het doeltreffender om aanpalende wijken om te vormen tot een groene buffer: vijfhonderd relatief kleine woningen, dat is een project van pakweg 200 miljoen euro. Zo krijg je een bijzonder goed gelegen plek om een bedrijf te ontwikkelen. En dat is zinvol. De activiteiten van Umicore zijn van strategisch belang, door de transitie naar elektrische wagens en de explosie in alles wat te maken heeft met halfgeleiders. Palladium, rodium, ruthenium en iridium zijn metalen die de economie van de toekomst bepalen. We hebben in Europa lange tijd de neiging gehad om metalen als een oude industrietak te bekijken, maar landen als China, Zuid-Korea en de Verenigde Staten beseffen goed dat een sterke positie in dat segment cruciaal is voor een sterke positie in de industrie in bredere zin. 200 miljoen euro lijkt veel, maar als je een bedrijf als Umicore ruimte geeft, valt die investering mee. De winst van de tak in Hoboken liep de voorbije jaren volgens de krant De Tijd in de honderden miljoenen. Als overheid en industrie de handen in elkaar slaan en een strategie voor de komende tien jaar opstellen, is er veel mogelijk. Maar voorlopig is dat dé zwakte van de Vlaamse overheid: het vermogen tot strategische planning, laat staan het soort van beleid dat lateraal de verbanden legt tussen industrie, ruimtelijke ordening en handel. En opnieuw gaat het nu vooral om lapmiddeltjes: wat meer testen, wat strengere normen. Noch de buurt, noch het bedrijf, noch de honderden werknemers hebben daar op lange termijn baat bij. Eigenlijk zou dit een dossier moeten zijn dat Jan Jambon (N-VA) naar zich toe trekt. De Vlaamse minister-president zou de regie op zich moeten nemen en alle partijen desnoods dwingen om te komen tot die langetermijnvisie. Er zijn al genoeg fabrieken langs de Schelde getransformeerd tot vastgoedprojecten; dit is een fabriek om te koesteren, een die ons naar nieuwe hoogtes helpt, een waarmee we tonen dat we de industrie hier béter kunnen maken in plaats van ze te laten schieten. Dit is een project waarmee de Vlaamse overheid moet bewijzen dat zij kan sturen en besturen.