De persconferentie van de Nationale Veiligheidsraad van afgelopen vrijdag was een mislukking. Daar was zowat iedereen het over eens. Als balorige theaterrecensenten van de vorige eeuw, toen cultuurkritiek nog beenhard kon zijn, bogen politiek journalisten zich over de performance van premier Sophie Wilmès, die zich opnieuw gedroeg als wat ze is: een onervaren interim-premier van een wankele minderheidsregering. Ja, het duurde allemaal veel te lang. Nee, ze is geen bevlogen spreker. Ja, ze mist visie. En ja, dat zijn allemaal ernstige tekortkomingen voor een leider in een zware crisis. Niemand zal zeggen dat er een De Gaulle of een Churchill in Wilmès schuilgaat. Zelfs geen halve Di Rupo.
...

De persconferentie van de Nationale Veiligheidsraad van afgelopen vrijdag was een mislukking. Daar was zowat iedereen het over eens. Als balorige theaterrecensenten van de vorige eeuw, toen cultuurkritiek nog beenhard kon zijn, bogen politiek journalisten zich over de performance van premier Sophie Wilmès, die zich opnieuw gedroeg als wat ze is: een onervaren interim-premier van een wankele minderheidsregering. Ja, het duurde allemaal veel te lang. Nee, ze is geen bevlogen spreker. Ja, ze mist visie. En ja, dat zijn allemaal ernstige tekortkomingen voor een leider in een zware crisis. Niemand zal zeggen dat er een De Gaulle of een Churchill in Wilmès schuilgaat. Zelfs geen halve Di Rupo. Maar ging er afgelopen weekend niet een beetje te veel aandacht naar de vorm en te weinig naar de inhoud? Wat vrijdagavond nog 'details' heette, zal deze week de inzet van het debat zijn. Het is waar: het was op geen enkele manier een goed idee om alle specifieke maatregelen in een speech te stoppen - de kleine lettertjes hadden op een site moeten staan, niet in de toespraak. Dat neemt niet weg dat de zogenaamde details wél belangrijk zijn. In een crisis van deze omvang is zelfs een regeling voor stoffenwinkels geen futiliteit. De specifieke maatregelen voor het onderwijs nog minder. En de chronologie van de versoepelingen al helemaal niet. Daar had het debat al onmiddellijk over moeten gaan. Pas in de dagen na het Powerpointgeploeter kwam een belangrijkere vraag naar boven, een bezorgdheid die donkerder was dan wat in de stijlkritieken de boventoon voerde: hebben we niet één krakkemikkig, maar belangrijk zinnetje van Wilmès over het hoofd gezien? Citaat: 'Alle volgende data zijn onderhevig aan verandering, afhankelijk van de gezondheidssituatie en de evolutie van het virus.' Dat is belangrijk omdat we het écht niet zo geweldig aan het doen zijn in vergelijking met het buitenland. Ook de interne dynamiek, het verloop van de Belgische curve, roept vragen op. Onze meest betrouwbare tellingen - die van de dagelijkse ziekenhuisopnames - lijken de goede kant op te gaan, maar ze zijn minder goed dan we zouden willen. En is het wel een goed idee om na een week al een nieuwe versoepeling uit te rollen als we nog niet weten wat de effecten van de vorige zijn? Op 4 mei is er de heropstart van de bedrijven en de industrie. Een week later zouden alle winkels weer volk over de vloer krijgen. Dat is minstens enkele dagen te vroeg om een goed zicht te krijgen op de gevolgen van de eerste maatregel. Als we echt op 11 mei willen shoppen, en op 18 mei willen voetballen, dan kunnen we ons de komende dagen niet veel nonchalance veroorloven. Het lijdt geen twijfel dat zowel de experts van de exitgroep als de politici de afgelopen weken zwaar onder druk kwamen te staan, niet het minst van Voka, Unizo en andere lobby's van bedrijven en kmo's. Die druk is terecht. Zonder zware steunmaatregelen zullen talloze bedrijven over de kop gaan. Elke week dat zelfstandigen niet kunnen werken is dramatisch. Het productiviteitsverlies zal zich vroeg of laat vertalen in een dalende welvaart voor alle Belgen. De crisis begint zelfs de primaire economie stevig aan te tasten: de nood aan seizoensarbeiders voor de landbouw, bijvoorbeeld, begint te nijpen. Als de maatregelen van vrijdag overhellen naar de kant van de economie, ten nadele van de sociale contacten, dan valt daar wel wat voor te zeggen. Dat wil niet zeggen dat er voor specifieke groepen niet meer aandacht mag zijn. Voor sommige profielen moet er zo snel mogelijk een verlichting van de maatregelen komen: jonge kinderen, ouders met jonge kinderen, grote gezinnen in krappe appartementen, freelancers zonder inkomen. Maar 'zo snel mogelijk' is niet hetzelfde als 'snel'. Het netto-effect van vlugge versoepelingen zou tot een nog veel harder regime kunnen leiden. Wat heb je aan een feestje deze week als je daardoor nog veel langer in de ellende komt te zitten? Als er te veel kraantjes tegelijk open worden gedraaid, zou zelfs de capaciteit van de ziekenhuizen onder druk kunnen komen. Dan is alle moeite tevergeefs geweest. We zullen moeten volhouden en monitoren, zoals de virologen blijven benadrukken. Alleen zo kunnen we de ramp een béétje beheersen.