Een jaar geleden lanceerde de NMBS overal stilterijtuigen. Een briljant plan, vond onze reporter Stijn Tormans toen, maar een jaar later is hij ontgoocheld. ‘Het lukt ons dus echt niet om te zwijgen, zelfs niet over discrete zaken.’
In mijn goede dagen luistervink ik graag in de trein. In mijn slechte ben ik die meningenpuree zo beu als koude pap. Ook over discrete zaken zwijgen mensen allang niet meer in de trein: onlangs zat ik tegenover iemand die zonder gêne zijn hele aambeiproblematiek uit de doeken deed aan de telefoon. ‘Misschien kunt u ook ineens naar de dokter gaan. Dan verdient die brave man er ook nog iets aan’, wilde ik roepen. Maar ik hield me, zoals steeds, wijselijk gedeisd.
Daarom was ik zo verguld dat de NMBS vorig jaar de stilterijtuigen algemeen invoerde, na een proefproject. Het had lang genoeg geduurd.
Twintig jaar geleden begon reiziger Renaat Hoop – what’s in a name, trouwens – al met een petitie om stilte af te dwingen.
In Nederland bestaan die stilterijtuigen al sinds de jaren stillekes, maar alla, beter laat dan nooit. Dat dachten we dus, maar helaas: een jaar later zijn we ontgoocheld. Het lukt ons dus echt niet om te zwijgen tijdens een treinrit. Nochtans staat er in koeien van letters naast de deur: ZONE DE SILENCE/STILTEZONE.
Typisch Vlaams
Van de twee één: ofwel kunnen heel wat van mijn medereizigers geen Frans of Nederlands lezen. Ofwel zijn ze gewoon contrair, dat kan ook.
Veel steun krijgen wij, stiltezoekers, ook niet van de NMBS. Treinbegeleiders controleren alleen op een geldig vervoerbewijs, zelden of nooit op stilte. Al hebben ze wel een goed excuus: die mensen hebben het niet gemakkelijk, ze krijgen al genoeg naar hun hoofd geslingerd.
Zelf de stilte afdwingen is al helemaal af te raden. ‘Dat is typisch Vlaams’, mokte Stephanie Coorevits onlangs in de podcast De Zussen Coorevits. Ze had zich geërgerd aan een Hollandse die heel luid met haar moeder aan het bellen was in de stiltecoupé. ‘Maar niemand durft daar dan iets op te zeggen. We zitten allemaal te wachten op de boze man die opstaat en zegt: dimmen.’
Klopt, Stephanie. Maar even Vlaams is: kribbig reageren als die boze man dat toch doet. Tenzij je het nieuwe jaar met een blauw oog wilt inzetten, natuurlijk. Dan moet je vooral gaan zeggen dat hij of zij moet zwijgen.
In Nederland, nochtans het land van de roeptoeters, is het iets beter geregeld: wie daar de stilte overtreedt, riskeert een boete van 140 euro. En warempel, het is daar ook echt stil.
Onlangs zat ik tegenover iemand die zonder gêne zijn hele aambeiproblematiek uit de doeken deed aan de telefoon.
Bijbetalen
Wie in Vlaanderen stilte wil, moet maar bijbetalen en in eerste klasse gaan zitten. Het lijkt een klassedingetje te zijn: de mannen met de poen zwijgen wel.
Voor stilte moet je dokken. Al klopt dat ook niet helemaal. In 2010 raakte minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) serieus in de problemen nadat hij in de trein gebeld had en er een paar Wetstraatgeheimen had uitgekraamd. Hij wist niet dat er ook een journalist meereed en meeluisterde. Het leidde toen tot een halve regeringscrisis.
Je denkt dan: al die hoge piefen hebben hun les geleerd, maar niets is minder waar.
Politici nemen nooit de bus, dat schreven we al eens eerder. Maar de trein nemen ze dus wel. En ze kunnen er ook wat van. Wie een paar smakelijke Wetstraatroddels wil horen, één adres: de stiltewagon van de NMBS. Het gaat bijna altijd over de eigen partij, ook dat valt op. Schijten in eigen nest, bijna niemand kan dat weerstaan. Nee, vrienden van het spoor, die stiltewagon is nog niet wat het moet zijn.
Het Belgische publiek heeft the Dutch disease: we zwijgen niet meer