Stilaan kan worden opgemeten hoeveel schade de watersnood van vorige week heeft aangericht in ons land. Dat de factuur hoog zal oplopen, staat volgens De Tijd buiten kijf. Maar de exacte omvang van de schade wordt nog een belangrijk punt voor de vraag wie ze zal moeten betalen. In eerste instantie komt de factuur te liggen bij de verzekeraars en hun herverzekeraars.

Sinds het midden van de jaren 2000 valt de door natuurrampen aangerichte schade onder de brandverzekeringspolis. Toen slaagde toenmalig minister van Economie Marc Verwilghen (Open VLD) erin een hervorming rond te krijgen in een dossier waar al jaren over gepalaverd werd.

In dat hervormde systeem werd ook een mechanisme opgenomen dat als vangnet kan dienen voor de verzekeraars. Als de door een natuurramp aangerichte schade zo hoog oploopt dat ze de verzekeraars in de problemen kan brengen, wordt de overheid mee in het bad getrokken om de schade te vergoeden. Waar die lat ligt, valt volgens De Tijd niet exact vast te pinnen. Ze wordt per verzekeraar berekend aan de hand van de premies die de maatschappij int en de schadeclaims die ze binnenkrijgt.

Maar bij het opstellen van de wet gaf Verwilghen een globaal schade­bedrag van 280 miljoen euro als een richtsnoer bij overstromingen. Dat richtbedrag maakt duidelijk dat de lat bijzonder hoog ligt. Verwilghen maakte zich toen zelfs sterk dat het systeem de facto op een besparing neerkwam, aangezien die lat sinds de oprichting van het Rampenfonds in 1976 nog nooit was gehaald.

Ook na de hervorming was het nooit nodig om dat mechanisme te activeren. Bij de laatste grote overstroming in ons land, in juni 2016, werd voor 143 miljoen euro schade geclaimd, een bedrag dat volledig bij de verzekeraars belandde.

Of het overheidsvangnet deze keer voor het eerst wel moet worden geactiveerd, is nog niet duidelijk. De verzekeringssector verwacht pas eind juli of begin augustus een zicht te krijgen op de echte omvang van de waterschade.

Stilaan kan worden opgemeten hoeveel schade de watersnood van vorige week heeft aangericht in ons land. Dat de factuur hoog zal oplopen, staat volgens De Tijd buiten kijf. Maar de exacte omvang van de schade wordt nog een belangrijk punt voor de vraag wie ze zal moeten betalen. In eerste instantie komt de factuur te liggen bij de verzekeraars en hun herverzekeraars. Sinds het midden van de jaren 2000 valt de door natuurrampen aangerichte schade onder de brandverzekeringspolis. Toen slaagde toenmalig minister van Economie Marc Verwilghen (Open VLD) erin een hervorming rond te krijgen in een dossier waar al jaren over gepalaverd werd. In dat hervormde systeem werd ook een mechanisme opgenomen dat als vangnet kan dienen voor de verzekeraars. Als de door een natuurramp aangerichte schade zo hoog oploopt dat ze de verzekeraars in de problemen kan brengen, wordt de overheid mee in het bad getrokken om de schade te vergoeden. Waar die lat ligt, valt volgens De Tijd niet exact vast te pinnen. Ze wordt per verzekeraar berekend aan de hand van de premies die de maatschappij int en de schadeclaims die ze binnenkrijgt. Maar bij het opstellen van de wet gaf Verwilghen een globaal schade­bedrag van 280 miljoen euro als een richtsnoer bij overstromingen. Dat richtbedrag maakt duidelijk dat de lat bijzonder hoog ligt. Verwilghen maakte zich toen zelfs sterk dat het systeem de facto op een besparing neerkwam, aangezien die lat sinds de oprichting van het Rampenfonds in 1976 nog nooit was gehaald. Ook na de hervorming was het nooit nodig om dat mechanisme te activeren. Bij de laatste grote overstroming in ons land, in juni 2016, werd voor 143 miljoen euro schade geclaimd, een bedrag dat volledig bij de verzekeraars belandde.Of het overheidsvangnet deze keer voor het eerst wel moet worden geactiveerd, is nog niet duidelijk. De verzekeringssector verwacht pas eind juli of begin augustus een zicht te krijgen op de echte omvang van de waterschade.