Je zou denken dat het voor Groen een homerun wordt op 26 mei. Als oppositiepartij kan ze relatief maagdelijk aan de verkiezingsstrijd beginnen, haar thema's staan bovenaan op de agenda, en de peilingen zijn top. Door jarenlang op dezelfde spijker te kloppen heeft de partij het besef aangescherpt dat er iets grondig mis is met ons klimaat. De werkelijkheid geeft haar nu gelijk. De feiten, die steeds dwingender worden, komen nu ook binnen bij burgers die nog nooit voor Groen hebben gestemd. Vorig jaar was er de abnormaal warme zomer die wenkbrauwen deed fronsen. Ook de overweldigende consensus onder wetenschappers heeft geholpen, net als de wildgroei aan burgerbewegingen en het brede internationale momentum.
...

Je zou denken dat het voor Groen een homerun wordt op 26 mei. Als oppositiepartij kan ze relatief maagdelijk aan de verkiezingsstrijd beginnen, haar thema's staan bovenaan op de agenda, en de peilingen zijn top. Door jarenlang op dezelfde spijker te kloppen heeft de partij het besef aangescherpt dat er iets grondig mis is met ons klimaat. De werkelijkheid geeft haar nu gelijk. De feiten, die steeds dwingender worden, komen nu ook binnen bij burgers die nog nooit voor Groen hebben gestemd. Vorig jaar was er de abnormaal warme zomer die wenkbrauwen deed fronsen. Ook de overweldigende consensus onder wetenschappers heeft geholpen, net als de wildgroei aan burgerbewegingen en het brede internationale momentum. Politieke tegenstanders werken zich in eigen land in bochten om toch maar een alternatief aan te bieden. De zelfverzonnen namen van die posities tonen hoezeer ze op hun adem trappen: van 'ecorealisten' (N-VA) over 'eco-optimisten' (Open VLD) tot, jawel, 'ecoparticipationisten' (CD&V). Het eerste concept moet u diets maken dat het allemaal nog niet zo erg is als wetenschappers laten vermoeden - een merkwaardige vorm van realisme. Het tweede begrip moet u doen geloven dat ook een dreigende catastrofe harde euro's kan opleveren, zonder een centje pijn - een dubieuze vorm van optimisme. En het derde begrip kan niemand zonder struikelen drie keer na elkaar uitspreken, laat staan dat iemand kan uitleggen wat het echt wil zeggen - een typerende vorm van wolligheid. Groene militanten roepen al decennia om een radicale ommekeer, maar terreur, migratie, koopkracht en belastingen bleven het leeuwendeel van de politieke aandacht opeisen. Na de donderdagmarsen van Youth for Climate en de grote zondagse klimaatmarsen in Brussel werd alles anders. Vandaag zoeken scholieren hand in hand met klimaatwetenschappers naar oplossingen, verrijken nieuwe opiniemakers het boeiende klimaatdebat en is het thema niet meer uit de Wetstraat weg te branden. Er is geen partij meer die het zich kan veroorloven om met halfbakken lichtgroene ideetjes naar de kiezer te trekken. Zelfs sceptische economen gooien het over een andere boeg en breken zich nu het hoofd over de vraag of koelkasten erger zijn dan vliegtuigreizen. Het debat gaat al een tijdje niet meer over de vraag óf er iets gedaan moet worden, maar wel over wát er moet gebeuren, hoeveel dat mag kosten en wie daarvoor gaat opdraaien. Dat is een kwantumsprong in de geschiedenis van het klimaatdebat. En Groen springt lustig mee. En toch. De partij werd in een opiniepeiling vorige week de tweede partij van Vlaanderen, maar krijgt steeds vaker de vraag om haar groene voorstellen accuraat te becijferen. Die vraag is niet meer dan terecht. In het voorzittersdebat van VTM en Het Laatste Nieuws van afgelopen vrijdag vroeg N-VA-voorzitter Bart De Wever opnieuw naar de concrete plannen van Groen-voorzitter Meyrem Almaci, en opnieuw bleef het antwoord onder de verwachtingen. Zeker in het kernenergiedebat kan De Wever sterke argumenten op tafel leggen: de kostprijs van een radicale uitstap is veel groter dan Groen wil toegeven. Het zou Almaci sieren - en het zou haar in debatten vooruithelpen - mocht ze toegeven dat de nucleaire exit niet zo eenvoudig is als haar partij voorwendt. De groene argumenten tégen kernenergie zijn zeer overtuigend: het is gevaarlijk, er is geen goede oplossing voor het afval en eigenlijk wil niemand er nog in investeren. Maar dat wil niet zeggen dat we nu snel dure en vervuilende alternatieven moeten bouwen om toch maar binnen zes jaar van die kernenergie af te zijn. Een intelligente uitfasering van het nucleair park valt te verkiezen boven kostelijk en vervuilend haastwerk. Als Jos Geysels, de éminence grise van de groenen, onlangs zijn vrienden waarschuwde voor overmoed, dan is dat niet zonder reden. Niet alleen is het voor de groenen gevaarlijk om zich blind te staren op de peilingen. Het is nog veel belangrijker dat ze hun verhaal op orde hebben, met een gedetailleerd plan, in plaats van ideeën en ideetjes. Linkse politici denken al snel dat ze geen cijfers of argumenten meer nodig hebben omdat ze de moral high ground claimen. Dat blijkt steeds weer een pijnlijke vergissing. Als Groen niet oplet, overklast De Wever hen straks nog op hun eigen terrein. Het is tijd dat de partij de harde cijfers in een heldere kosten-batenanalyse op tafel legt.