Groen en Ecolo verliezen steeds meer de steun van de klimaat- en milieubeweging rond het subsidiëren van nieuwe gascentrales. Na een periode van wapenstilstand, verklaarde Greenpeace zich begin oktober opnieuw tegenstander van fossiele subsidies. Anuna De Wever plaatste vorige week in naam van Youth for Climate vraagtekens bij de gascentrales en onder de tienduizenden aanwezigen op de klimaatmanifestatie zag ik vorige zondag heel wat anti-gas boodschappen opduiken.

Met de actiegroep Tegengas, waar ik me zelf bij engageer, zetten we die ommekeer daags nadien kracht bij door samen met enkele andere collectieven het gloednieuwe hoofdkantoor van de groene partijen kortdurend te bezetten. De boodschap van onderop is duidelijk: het roer moet om bij de groenen.

Alle doemscenario's worden bovengehaald om maar niet te moeten praten over minder energieverbruik.

Verzet tegen de plannen van Groen minister Van Der Straeten hoeft ook niet te verbazen. Het plan is namelijk om zowat drie miljard euro aan belastinggeld uit te delen aan de Engies en Luminussen van deze wereld om nog bijkomende fossiele infrastructuur te bouwen, en dat anno 2021 wanneer gevaarlijke klimaatverandering ook in België dramatisch tastbaar is geworden. Haakser kan je als partij moeilijk gaan staan op je belofte om eindelijk sociaal rechtvaardig klimaatbeleid te voeren na twintig jaar aan de zijlijn.

Geen alternatief

Voor Groen-minister Tinne Van Der Straeten vormt het subsidiëren van nieuwe fossiele centrales nog steeds het ultieme sluitstuk voor het realiseren van de kernuitstap. Maar binnen de partij zelf lijkt er nu toch kniezend te worden toegegeven dat het allerminst beleid is waar men echt blij van wordt, integendeel. "Het is een catch 22 voor ons," zo gaf voormalig partijvoorzitster Mieke Vogels eerder deze week toe.

Er lijkt voor de groenen geen alternatief voor de gascentrales om de bevoorradingszekerheid te realiseren na een volledige kernuitstap. Dat klinkt herkenbaar: TINA, there is no alternative. In de afgelopen jaren boden ze nog flink weerwerk wanneer het TINA-argument werd bovengehaald om besparingsmaatregelen door te drukken in tijden van economische crisis. Nu hanteren de groenen de dooddoener eigenhandig om fossiele subsidies te rechtvaardigen in tijden van ecologische crisis.

Van een (voormalig?) maatschappijkritische partij als Groen mogen verwacht ik meer scherpte in hun analyse. Accurater lijkt me dan ook: er is geen alternatief voor gascentrales binnen het huidige economische paradigma.

Meer (hernieuwbare) energie volstaat niet

Even uitzoomen. We willen in 2025 terecht onze kerncentrales sluiten. Ook onze bestaande fossiele gascentrales zullen we zo snel mogelijk moeten opdoeken, aangezien zelfs de zogenaamd ambitieuze, Europese Fitfor55 klimaatdoelen een onrechtvaardig grote hap nemen uit het globale koolstofbudget. Bovendien willen we onze mobiliteit en industriële processen elektrificeren. Daarnaast wordt steeds duidelijker dat de race naar grondstoffen en ruimte voor wind- en zonne-energie gelijkaardige milieuconflicten oplevert tussen energiereuzen en lokale gemeenschappen, net zoals we die kennen uit de verfoeide fossiele industrie en extractieve mijnbouw. Bovendien is er weinig garantie dat een samenleving die draait op 100% hernieuwbare energie stopt met het verslinden van grondstoffen, vernietigen van biotopen en produceren van afvalstromen.

Er is meer wind- en zonne-energie nodig, akkoord. Maar simpelweg omschakelen van fossiele brandstoffen naar 100% hernieuwbare energie komt dus zowel te laat als te kort om de meervoudige ecologische crisis af te wenden waar we ons nu in bevinden.

Minder energie

In alle hoge-inkomenslanden zal bovenstaande combinatie van factoren vroeg of laat dan ook de vraag doen rijzen of we onze samenleving niet kunnen laten draaien met een kleinere hoeveelheid energie. De properste en goedkoopste energie is immers dewelke je niet hoeft te produceren. Minder energie verbruiken, dus, maar beter nadenken en herverdelen door wie en waarom die geproduceerd en geconsumeerd wordt.

Tot hiertoe is die discussie quasi niet te voeren. Wie vandaag in België de kernuitstap bepleit zonder nieuwe fossiele gascentrales krijgt systematisch te horen dat het licht zal uitgaan. Na de bezettingsactie op maandag spraken we vanuit Tegengas met Ecolo-voorzitter Nollet. Ook hij schetste het beeld van gezinnen in het donker. Eerder dreigde minister Van Der Straeten tegenover ons met het idee van ziekenhuizen waar de operaties stilvallen als haar beleid geen realiteit wordt. Kortom, alle doemscenario's worden bovengehaald om maar niet ten gronde te hoeven praten over minder energieverbruik.

Bevoorradingszekerheid is het codewoord. Maar bevoorradingszekerheid voor wie? En voor wat?

Als we uitgaan van wat we waardevol energieverbruik vinden, dan verdienen pakweg ziekenhuizen, treinen en huishoudens vanzelfsprekend een garantie op stroom. Als we immers iets geleerd hebben uit de pandemie, is het wel wat essentieel is ons leven. Maar waarom hebben we geen oprecht debat over de vraag of we op donkere, windstille winterdagen wel onverminderd willen voortgaan met het produceren van staal, het raffineren van aardolie, SUV's willen bouwen of wapens van de band willen laten rollen bij FN Herstal? Wanneer hebben deze sectoren die het meest hebben bijgedragen aan de actuele milieucrisis het recht verworven dat ze altijd van stroom moeten worden voorzien om hun schadelijke praktijken voort te zetten?

Opportuniteit

Zowel federale als gewestelijke overheden voerden de afgelopen jaren een verwerpelijk vertragingsbeleid. Daardoor komen we in België nu al versneld voor deze vraag rond energievermindering te staan. En dat hoeft geen probleem te zijn. Sterker nog, de sluiting van de kerncentrales en het vermijden van nieuwe gascentrales bieden ons een enorme opportuniteit. Een opportuniteit om nu de paradigmawissel in te zetten naar een economie die radicaal minder energie en grondstoffen verbruikt. Het is een kans om nu een rechtvaardige transitie vorm te geven waarin we sociale welvaart loskoppelen van de gratie van de grote economische spelers. Die paradigmawissel impliceert geen blackouts, of plotse stroomtekorten, maar wel een geplande en stevig sociaal omkaderde weg naar een economie die voorziet in de noden van ons allemaal binnen de grenzen van de planeet. Noem het een economie van het genoeg.

Solidair ontgroeien

Energieverbruik verminderen, niet enkel op piekstroommomenten, maar ook meer structureel vraagt natuurlijk een sterke visie op hoe we sociaal welzijn kunnen garanderen in een economie die gestaag terug haar plek binnen ecologische grenzen vindt. Veel van het denkwerk is daarrond alvast geleverd. Ideeën zijn bijvoorbeeld te vinden binnen het 'ontgroei'-denken. De Groen-geaffilieerde denktank Oikos vertaalde recent nog Jason Hickel's baanbrekende Less is More: How Degrowth Will Save the World naar het Nederlands. Een greep uit de sociale voorstellen daarin: een kortere werkweek, delen van arbeid, een jobgarantie waar arbeid in teken staat van zorg voor mens en milieu, essentiële diensten als mobiliteit, huisvesting en energie hervormen naar een gemeengoed i.p.v. marktproduct, een zorg- of basisinkomen etc. Een economie die trager draait, biedt ons met andere woorden een perspectief op een leven waarin we meer tijd krijgen voor de zaken die onze levens echt van waarde maken.

Bondgenoten

Akkoord, zulk ontgroei-beleid staat momenteel niet dichtbij de politieke realiteit. De nucleaire exit uitstellen of nieuwe fossiele centrales subsidiëren staat vandaag echter mijlenver van de ecologische realiteit. Zoals bij iedere grote sociale verandering komt het er dan ook op aan dat we het politiek onmogelijke, mogelijk maken.

Mijn favoriete slogan op de afgelopen klimaatmars was de volgende: 'We are unstoppable, another world is possible', of ook wel 'System change, not climate change'.

Aan de mensen van Groen, Ecolo en andere partijen die oprecht die systeemverandering willen inzetten, zou ik willen zeggen: een andere wereld is mogelijk, daar geloof ik rotsvast in. Alternatieven, zoals een economie van het genoeg, liggen echter niet zomaar voor het oprapen. We zullen ze zelf moeten vormgeven. We zullen ervoor moeten vechten. Jullie aan de onderhandelingstafel, wij op straat. Maar dan moeten we wel op jullie kunnen rekenen als bondgenoten.

Gert-Jan Vanaken is arts en onderzoeker verbonden aan de KU Leuven en UAntwerpen. Als milieuactivist maakt hij deel uit van de actiegroep Tegengas.

Groen en Ecolo verliezen steeds meer de steun van de klimaat- en milieubeweging rond het subsidiëren van nieuwe gascentrales. Na een periode van wapenstilstand, verklaarde Greenpeace zich begin oktober opnieuw tegenstander van fossiele subsidies. Anuna De Wever plaatste vorige week in naam van Youth for Climate vraagtekens bij de gascentrales en onder de tienduizenden aanwezigen op de klimaatmanifestatie zag ik vorige zondag heel wat anti-gas boodschappen opduiken. Met de actiegroep Tegengas, waar ik me zelf bij engageer, zetten we die ommekeer daags nadien kracht bij door samen met enkele andere collectieven het gloednieuwe hoofdkantoor van de groene partijen kortdurend te bezetten. De boodschap van onderop is duidelijk: het roer moet om bij de groenen.Verzet tegen de plannen van Groen minister Van Der Straeten hoeft ook niet te verbazen. Het plan is namelijk om zowat drie miljard euro aan belastinggeld uit te delen aan de Engies en Luminussen van deze wereld om nog bijkomende fossiele infrastructuur te bouwen, en dat anno 2021 wanneer gevaarlijke klimaatverandering ook in België dramatisch tastbaar is geworden. Haakser kan je als partij moeilijk gaan staan op je belofte om eindelijk sociaal rechtvaardig klimaatbeleid te voeren na twintig jaar aan de zijlijn. Voor Groen-minister Tinne Van Der Straeten vormt het subsidiëren van nieuwe fossiele centrales nog steeds het ultieme sluitstuk voor het realiseren van de kernuitstap. Maar binnen de partij zelf lijkt er nu toch kniezend te worden toegegeven dat het allerminst beleid is waar men echt blij van wordt, integendeel. "Het is een catch 22 voor ons," zo gaf voormalig partijvoorzitster Mieke Vogels eerder deze week toe.Er lijkt voor de groenen geen alternatief voor de gascentrales om de bevoorradingszekerheid te realiseren na een volledige kernuitstap. Dat klinkt herkenbaar: TINA, there is no alternative. In de afgelopen jaren boden ze nog flink weerwerk wanneer het TINA-argument werd bovengehaald om besparingsmaatregelen door te drukken in tijden van economische crisis. Nu hanteren de groenen de dooddoener eigenhandig om fossiele subsidies te rechtvaardigen in tijden van ecologische crisis. Van een (voormalig?) maatschappijkritische partij als Groen mogen verwacht ik meer scherpte in hun analyse. Accurater lijkt me dan ook: er is geen alternatief voor gascentrales binnen het huidige economische paradigma.Even uitzoomen. We willen in 2025 terecht onze kerncentrales sluiten. Ook onze bestaande fossiele gascentrales zullen we zo snel mogelijk moeten opdoeken, aangezien zelfs de zogenaamd ambitieuze, Europese Fitfor55 klimaatdoelen een onrechtvaardig grote hap nemen uit het globale koolstofbudget. Bovendien willen we onze mobiliteit en industriële processen elektrificeren. Daarnaast wordt steeds duidelijker dat de race naar grondstoffen en ruimte voor wind- en zonne-energie gelijkaardige milieuconflicten oplevert tussen energiereuzen en lokale gemeenschappen, net zoals we die kennen uit de verfoeide fossiele industrie en extractieve mijnbouw. Bovendien is er weinig garantie dat een samenleving die draait op 100% hernieuwbare energie stopt met het verslinden van grondstoffen, vernietigen van biotopen en produceren van afvalstromen. Er is meer wind- en zonne-energie nodig, akkoord. Maar simpelweg omschakelen van fossiele brandstoffen naar 100% hernieuwbare energie komt dus zowel te laat als te kort om de meervoudige ecologische crisis af te wenden waar we ons nu in bevinden. In alle hoge-inkomenslanden zal bovenstaande combinatie van factoren vroeg of laat dan ook de vraag doen rijzen of we onze samenleving niet kunnen laten draaien met een kleinere hoeveelheid energie. De properste en goedkoopste energie is immers dewelke je niet hoeft te produceren. Minder energie verbruiken, dus, maar beter nadenken en herverdelen door wie en waarom die geproduceerd en geconsumeerd wordt. Tot hiertoe is die discussie quasi niet te voeren. Wie vandaag in België de kernuitstap bepleit zonder nieuwe fossiele gascentrales krijgt systematisch te horen dat het licht zal uitgaan. Na de bezettingsactie op maandag spraken we vanuit Tegengas met Ecolo-voorzitter Nollet. Ook hij schetste het beeld van gezinnen in het donker. Eerder dreigde minister Van Der Straeten tegenover ons met het idee van ziekenhuizen waar de operaties stilvallen als haar beleid geen realiteit wordt. Kortom, alle doemscenario's worden bovengehaald om maar niet ten gronde te hoeven praten over minder energieverbruik. Bevoorradingszekerheid is het codewoord. Maar bevoorradingszekerheid voor wie? En voor wat?Als we uitgaan van wat we waardevol energieverbruik vinden, dan verdienen pakweg ziekenhuizen, treinen en huishoudens vanzelfsprekend een garantie op stroom. Als we immers iets geleerd hebben uit de pandemie, is het wel wat essentieel is ons leven. Maar waarom hebben we geen oprecht debat over de vraag of we op donkere, windstille winterdagen wel onverminderd willen voortgaan met het produceren van staal, het raffineren van aardolie, SUV's willen bouwen of wapens van de band willen laten rollen bij FN Herstal? Wanneer hebben deze sectoren die het meest hebben bijgedragen aan de actuele milieucrisis het recht verworven dat ze altijd van stroom moeten worden voorzien om hun schadelijke praktijken voort te zetten?Zowel federale als gewestelijke overheden voerden de afgelopen jaren een verwerpelijk vertragingsbeleid. Daardoor komen we in België nu al versneld voor deze vraag rond energievermindering te staan. En dat hoeft geen probleem te zijn. Sterker nog, de sluiting van de kerncentrales en het vermijden van nieuwe gascentrales bieden ons een enorme opportuniteit. Een opportuniteit om nu de paradigmawissel in te zetten naar een economie die radicaal minder energie en grondstoffen verbruikt. Het is een kans om nu een rechtvaardige transitie vorm te geven waarin we sociale welvaart loskoppelen van de gratie van de grote economische spelers. Die paradigmawissel impliceert geen blackouts, of plotse stroomtekorten, maar wel een geplande en stevig sociaal omkaderde weg naar een economie die voorziet in de noden van ons allemaal binnen de grenzen van de planeet. Noem het een economie van het genoeg.Energieverbruik verminderen, niet enkel op piekstroommomenten, maar ook meer structureel vraagt natuurlijk een sterke visie op hoe we sociaal welzijn kunnen garanderen in een economie die gestaag terug haar plek binnen ecologische grenzen vindt. Veel van het denkwerk is daarrond alvast geleverd. Ideeën zijn bijvoorbeeld te vinden binnen het 'ontgroei'-denken. De Groen-geaffilieerde denktank Oikos vertaalde recent nog Jason Hickel's baanbrekende Less is More: How Degrowth Will Save the World naar het Nederlands. Een greep uit de sociale voorstellen daarin: een kortere werkweek, delen van arbeid, een jobgarantie waar arbeid in teken staat van zorg voor mens en milieu, essentiële diensten als mobiliteit, huisvesting en energie hervormen naar een gemeengoed i.p.v. marktproduct, een zorg- of basisinkomen etc. Een economie die trager draait, biedt ons met andere woorden een perspectief op een leven waarin we meer tijd krijgen voor de zaken die onze levens echt van waarde maken. Akkoord, zulk ontgroei-beleid staat momenteel niet dichtbij de politieke realiteit. De nucleaire exit uitstellen of nieuwe fossiele centrales subsidiëren staat vandaag echter mijlenver van de ecologische realiteit. Zoals bij iedere grote sociale verandering komt het er dan ook op aan dat we het politiek onmogelijke, mogelijk maken. Mijn favoriete slogan op de afgelopen klimaatmars was de volgende: 'We are unstoppable, another world is possible', of ook wel 'System change, not climate change'. Aan de mensen van Groen, Ecolo en andere partijen die oprecht die systeemverandering willen inzetten, zou ik willen zeggen: een andere wereld is mogelijk, daar geloof ik rotsvast in. Alternatieven, zoals een economie van het genoeg, liggen echter niet zomaar voor het oprapen. We zullen ze zelf moeten vormgeven. We zullen ervoor moeten vechten. Jullie aan de onderhandelingstafel, wij op straat. Maar dan moeten we wel op jullie kunnen rekenen als bondgenoten.Gert-Jan Vanaken is arts en onderzoeker verbonden aan de KU Leuven en UAntwerpen. Als milieuactivist maakt hij deel uit van de actiegroep Tegengas.