Wat is uw lievelingstaart?

Reinhilde Decleir: Ik ben geen taarteter, ik ben een Duveldrinker. (schaterlacht) Ook als kind at ik zelden taart - thuis waren we daar te arm voor. Maar samen taart eten is gezellig, en dus eindigen we ons festival daarmee op zondagmiddag. Iedereen mag taart meebrengen. En ook onze vrijwilligerskoks zullen er bakken.

Staan ook op het menu: soep en een Syrische maaltijd. Hoe belangrijk is eten bij Tutti Fratelli?

Decleir: Ontzettend belangrijk. Onze spelers leven in kwetsbare omstandigheden. Een ijskast en een gasfornuis: dat zijn de belangrijkste investeringen van ons gezelschap. Wij koken elke dag voor onze mensen, en we eten samen. In die sfeer dompelen we de festivalbezoekers en de artiesten onder. Tijdens Spiegels van de Ziel, dat we jaarlijks organiseren als verzet tegen armoede, nodigen we zielsverwanten uit. De vrouwen van cateringbedrijf From Syria with Love koken, De Gezusters Hirngespinst laten in Blik soep op de toekomst iedereen groenten snijden en praten over een betere wereld. Jan De Smet nodigt alle kinderen uit om kinderliedjes te zingen. Het Refugees for Refugees-orkest komt. Bad van Marie speelt Naar Oedipus. En Cie Tartaren brengt Begoocheling, een stuk waarin ex-vluchtelingen vertellen over hun leven.

Je moet je omgeving mooi maken. Daar wordt een mens gelukkig van.

Er zal ook een tentoonstelling zijn.

Decleir: We tonen werk van KunstPlus, een organisatie die kunstenaars met een beperking begeleidt. Joost De Ley, een van hen, schreef een tekst bij een foto van zijn hoofd. Eén zin luidt: 'Wat gebeurt er met het brein als je alles vergeet?' Dat werk zou een goed geschenk zijn voor de nieuwe Vlaamse minister van Cultuur, Jan Jambon (N-VA). Hij moet beter naar zijn brein luisteren en niet louter handelen volgens zijn ideologie.

(zwijgt even) Dirk, mijn broer zaliger, heeft gevochten om ervoor te zorgen dat onze overheid kunstenaars ondersteunde en ademruimte gaf. Als jonge actrice speelde ik vaak in drie creaties tegelijk om te overleven. Later verbeterde de situatie en daarmee de kwaliteit van de kunsten. Nu wil Jambon de projectsubsidies - waar vooral jonge mensen afhankelijk van zijn - met 60 procent terugschroeven. Ik word daar moe en verdrietig van.

Zo klonk u anders niet tijdens de commissievergadering waarop de minister vorige week zijn beleid verdedigde. U fulmineerde toen Filip Brusselmans (Vlaams Belang) de cultuursector 'hypocriet' noemde.

Decleir: En zei dat er 'nog vet van de cultuursoep' kon. Wat een leugen!

Weet u waar ik die kracht vandaan haal? Van mijn moeder. Zij was depressief. Ik zag daarvan af. 'Hoe kan ik vermijden dat het leven mij ook zo triest maakt?' vroeg ik ooit aan Michel Oukhow, filosofiedocent aan Studio Herman Teirlinck, waar ik studeerde. 'Nooit de moed verliezen', zei hij. Door mijn leeftijd ontglipt die moed me soms wel.

U bent eenenzeventig. Denkt u na over de toekomst?

Decleir: Ja. Onze recentste muziektheaterproducties, Bloemen van een autist en De onzichtbaren, heb ik met een coregisseur gemaakt. Theater is mijn leven. Ik broed nog op veel. Onder meer een komedie! Maar er wordt ook nagedacht over mijn opvolging. En met onze jongerengroep, Giovani Fratelli, investeren we in kwetsbare prille talenten.

Wat de mensen nog mogen verwachten op Spiegels van de Ziel? Dat we zullen zingen. Dat we voor gezelligheid zullen zorgen. En dat er véél bloemen zullen zijn. Je moet je omgeving mooi maken. Daar wordt een mens gelukkig van.

Spiegels van de Ziel

Van 22-24 november bij Tutti Fratelli, Lange Gasthuisstraat 26, Antwerpen. Info: www.tuttifratelli.be.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.