Gökhan Girginol: Banzaï is een Japanse vreugdekreet, en in het Chinees betekent het: 'Ik wens u tienduizend levens toe.' Toen Jos Verbist, artistiek leider van het Kortrijkse Theater Antigone, me vroeg om een project over jongeren te maken - ik heb al vaak met jongeren gewerkt in mijn geboortestad Genk - én hoorde dat de werktitel van mijn volgende stuk PANKU is, een verwijzing naar de figuur uit de Chinese mythologie die de wereld en het leven heeft geschapen, bracht hem dat al brainstormend bij Banzaï. Die titel klopt, gek genoeg, perfect. Aan de basis van dit stuk liggen interviews met jongeren en hun opvoeders uit huizen voor bijzondere jeugdzorg zoals De Korf in Kortrijk en Stappen in Gent. Die jo...

Gökhan Girginol: Banzaï is een Japanse vreugdekreet, en in het Chinees betekent het: 'Ik wens u tienduizend levens toe.' Toen Jos Verbist, artistiek leider van het Kortrijkse Theater Antigone, me vroeg om een project over jongeren te maken - ik heb al vaak met jongeren gewerkt in mijn geboortestad Genk - én hoorde dat de werktitel van mijn volgende stuk PANKU is, een verwijzing naar de figuur uit de Chinese mythologie die de wereld en het leven heeft geschapen, bracht hem dat al brainstormend bij Banzaï. Die titel klopt, gek genoeg, perfect. Aan de basis van dit stuk liggen interviews met jongeren en hun opvoeders uit huizen voor bijzondere jeugdzorg zoals De Korf in Kortrijk en Stappen in Gent. Die jongeren zouden zó graag opnieuw beginnen. En daarom wens je hen tienduizend levens toe. Vol vreugdekreten. Ik interviewde hen samen met de vier acteurs. Dat zijn de RITCS-studenten Leonie Buysse, Gilles Van Hecke en Emma De Poot plus acteur/regisseur Hussein Mahdi al-Khalidi, die een poos geleden uit Irak is gevlucht. Ik heb ook de begeleiders van het jeugdhuis gesproken waar ik als jongere zelf vaak kwam. Schrijfster Chris Van Camp heeft het materiaal tot een theatertekst verwerkt. Leonie, Gilles en Emma spelen jongeren die het moeilijk hebben en daarom aan een bootcamp deelnemen, en Hussein vertolkt hun opvoeder. Knack stelde in de aanloop naar de verkiezingen van 26 mei vast dat Vlaams Belang goed scoort bij jongeren. Merkte u dat tijdens de interviews? Girginol:Ik merk dat zo al in mijn dagelijkse leven. Hoe er op me gereageerd wordt als mijn baard wat langer is, bijvoorbeeld... De verkiezingsuitslag was hard maar duidelijk. Nu kunnen we aan oplossingen werken. Een opvoeder vertelde ons dat er in de jeugdzorg, maar net zozeer in de samenleving, te veel regels zijn en te weinig empathie: ook dat vertalen we naar het stuk. In Banzaï zit een scène waarin de opvoeder door een van de jongeren 'choco' genoemd wordt en gevraagd wordt om naar zijn land terug te keren. Wordt Banzaï dan politiek geladen? Girginol:Nee, maar vandaag is het al een politiek statement als je een Iraakse acteur de opvoeder laat spelen van drie blanke, Belgische jongeren. Ik wil geen antwoorden formuleren op maatschappelijke problemen. Ik breng verhalen die verteld moeten worden. Veel theaterhuizen doen een hoop voor jongeren, maar ze luisteren soms te weinig naar wat jongeren zélf willen. Daarom brengen wij de verhalen van jongeren wier grootste droom het is om een tweede kans te krijgen, om opnieuw een 'eerste indruk' te mogen maken. Hoe vertelt u de verhalen? Girginol:Te midden van de overheadprojectors waarmee de acteurs elk decorstuk projecteren dat ze nodig hebben. Drie van de vier spelers zijn amper ouder dan de geïnterviewde jongeren. Zulke jonge mensen hebben een gevoeligheid die hen tegelijk mooi en kwetsbaar maakt. Maar Banzäi is meer dan kommer en kwel. 't Is ook grappig. Een stuk is een cadeau. Het is als een soep die je met liefde bereidt en serveert. Wat mogen we verwachten van PANKU, het stuk dat u volgend seizoen wilt serveren? Girginol: Ik wil er mijn reiservaringen - in Mongolië, Thailand, Cambodja en Kazachstan en binnenkort in Azerbeidzjan - in bundelen en zo een ode brengen aan de natuur. Ook daar is het de hoogste tijd voor.