In een recent opiniestuk stellen Maartje De Vries (PVDA-vrouwenbeweging Marianne) en Sofie Merckx (volksvertegenwoordiger PVDA) dat België op het punt staat een grote stap te zetten met betrekking tot het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen. Iedere stap die hierin genomen wordt, valt inderdaad toe te juichen. Jammer genoeg zien de auteurs deze stap verwerkelijkt door een aanpassing van de huidige abortuswetgeving. Rond zo een wetswijziging beweegt momenteel heel wat in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Laat het van bij het begin van deze bijdrage duidelijk zijn. Niemand hoort het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen in vraag te stellen. Net zoals het buiten kijf staat dat iedereen (man of vrouw wat dat betreft) baas is over eigen lichaam. Alleen is het maar de vraag of het abortusvraagstuk hier om draait. De auteurs van het aangehaalde opiniestuk menen van wel, maar het intellectueel meest eerlijke antwoord is dat dit niet het geval is. Iemands zelfbeschikkingsrecht wordt niet bepaald door de graad van zeggenschap over een ander zijn leven of over dat van een toekomstig leven. Het draait om het behoud van de regie over het eigen leven. Net zoals bij andere vormen van vrijheidsuitoefening, eindigt het recht op zelfbeschikking daar waar dat van iemand anders begint. En hoe men het ook keert of draait, de abortusvraag speelt zich altijd af tegen het uiterst complexe gegeven van verschillende levens die op een ongewenst of ongeschikt moment met elkaar verbonden raken.

Abortuswet verdient beter dan een bonte coalitie van partijen die in een politieke crisis een opportuniteit zien.

Er kan niet ontkend worden dat wie ongewenst zwanger wordt, een hoofdrol speelt in dat moeilijke verhaal. Daarom dat in iedere ethische afweging rond het afbreken van een ongewenste zwangerschap wordt gekeken naar de situatie van de vrouw in kwestie, haar gezondheid, haar psychologische maar ook sociaaleconomische draagkracht, ... en dat er wordt geluisterd naar haar levensverhaal en de verwachtingen die zij daaromtrent koestert. Deze elementen wegen zelfs zo zwaar door dat de Belgische wetgever nu reeds toelaat dat de wensen van de vrouw omtrent haar eigen leven primeren op het fundamentele recht op leven. Stellen dat het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw vandaag beknot wordt, is dus op zijn zachtst gezegd een onvolledige stelling.

Net zoals het standpunt dat de huidige wetgeving een uitdrukking is van een patriarchale ideologie die de vrouw herleidt tot een moeder. Het jammere is dat diegenen die in deze discussie de vrijheidskaart trekken, de consequenties van hun eigen redenering niet inzien. Wie vrijheid opeist voor zichzelf, is ook verantwoordelijk voor zijn daden. Het doortrekken van deze redenering zou eerder om een verstrenging van de voorwaarden in de huidige abortuswetgeving vragen. Enkel wie ongewenst zwanger raakt ten gevolge van vrijheidsberoving of voor wie de zwangerschap een gevaar vormt voor het eigen leven, zou volgens de vrijheidslogica van de auteurs aanspraak kunnen maken op abortus. Wie gewoon onzorgvuldig omsprong met zijn vrijheid moet, zoals ook feministe Simone de Beauvoir (1908-1986) stelde, zijn verantwoordelijkheid dragen.

Toch is (bijna) niemand vragende partij om de wetgeving in die richting bij te sturen. Dit getuigt van hoezeer het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw in haar unieke en soms kwetsbare positie wordt erkend en beschermd. De vraag die de auteurs eigenlijk stellen, is om een verabsolutering van haar vrijheid en wel door een kwijtschelding van iedere verantwoordelijkheid (in de vorm van een depenalisering). Dit is allesbehalve een vanzelfsprekende vraag. Niet in het minst omdat het verhaal van een ongewenste zwangerschap geen verhaal is dat maar rond één iemand draait. Het is een interpersoonlijk en zelfs een maatschappelijk verhaal. Het antwoord dat wij als samenleving op deze vraag geven, is bepalend voor ons allemaal en alle toekomstige generaties.

Naarmate wij meer zeggenschap in deze context toestaan, maken wij het onvoorwaardelijke recht op leven alsmaar meer voorwaardelijk. Zodoende hertekenen wij de voorwaarden waaronder het menselijk leven tot stand mag komen en welkom is. Nieuw leven wordt steeds meer iets dat enkel een bestaansrecht heeft als het past in het door ons gewenste levensplan. Het is niet langer iets dat ons mag overvallen, maar het hoort een antwoord te zijn op onze noden en wensen.

De vraag van de auteurs is des te opmerkelijker, gezien hun ideologische oriëntatie, want zij huldigt een zuiver liberaal-economisch denken. De mens (en de vrouw in concreto) wordt begrepen als een soevereine consument die zijn leven kan inrichten in overeenstemming met zijn persoonlijke voorkeuren. Alleen is deze vrijheid van de consument bedrieglijk. Hij is niet zozeer een autonome persoon, dan wel een speelbal van marketingstrategieën die hem doen verlangen naar wat de markt wil afzetten. Niet voor niets waarschuwde de marxistisch geïnspireerde filosoof Michel Foucault (1926-1984) dan ook voor het zelfbeeld dat een cultuur oplegt, want er gaat vaak een verborgen agenda achter schuil. Het devalueren van de moederrol past in dit kader. Een moeder heeft geen al te grote meerwaarde in het kapitalistisch verhaal. Het is in economisch opzicht interessanter om een extra productiekracht en kapitaalkrachtig consument te hebben.

Deze consumentenlogica vernietigt de intergenerationele solidariteit en in het bijzonder die met de toekomstige generaties. Het is een wat pijnlijke vaststelling dat dezelfde politieke strekking die een degelijke klimaatpolitiek eist op basis van solidariteit met toekomstige generaties, in een andere discussie het eigenlijke bestaansrecht van die generatie afmeet aan de eigen levensplannen. Met welke morele autoriteit kan er dan nog met de vinger gewezen worden naar alle klimaatrealisten en -sceptici die in wezen hetzelfde eisen? Dit is wat beide vraagstukken delen. In welke mate mag het perspectief, de belangen en vooral het bestaansrecht van de huidige generatie opwegen tegen die van de toekomstige?

De auteurs geven in hun bijdrage vrijmoedig toe dat de huidige abortuswetgeving toelaat om in te spelen op ethische moeilijkheden zoals ongewenste zwangerschappen ten gevolge van geweld of met gevaar voor het leven van de zwangere vrouw. Ze halen zelfs onderzoek aan dat uitwijst dat de meeste ingrepen ruimschoots binnen de wettelijke termijn worden aangevraagd en uitgevoerd. Er is dus geen enkele urgente reden om de wetgeving aan te passen, behalve louter ideologische redenen.

Verdient dit onderwerp echter geen sereen debat in plaats van herleid te worden tot een ideologisch steekspel? Verdient dit debat niet beter dan haastig beklonken te worden door een bonte coalitie van partijen die een politieke crisis willen omzetten in een opportuniteit? Een onderwerp dat zo gevoelig ligt, verdient een debat dat ten gronde wordt gevoerd. De keuzes die hieromtrent gemaakt worden, zullen namelijk vormgeven aan een cultuur die bepalend zal zijn voor toekomstige generaties. Laat ons hier als samenleving bedachtzaam en zorgvuldig mee omgaan.

Jonathan Lambaerts (°1985) studeerde sociaal werk, wijsbegeerte en godsdienstwetenschappen. Hij werkt op de Thomas More hogeschool, waar hij onder meer filosofie doceert.