Dat blijkt uit cijfers van de Evaluatiecommissie Zwangerschapsafbreking, die Belga kon inkijken. Vooral bij jonge vrouwen - in de categorieën van 15 tot 24 jaar - waren er minder zwangerschapsonderbrekingen.

De Evaluatiecommissie Zwangerschapsonderbreking kon de afgelopen jaren geen cijfers publiceren. De raadgevende commissie, die in 1990 in het leven werd geroepen, vond niet genoeg kandidaten om alle mandaten in te vullen, en kon bijgevolg geen verslagen afleveren. Sinds eind 2018 zijn de mandaten weer ingevuld. De Commissie deed het nodige inhaalwerk en heeft de cijfers van 2014 tot 2017 nu klaar. Belga kon de verslagen inkijken.

Het aantal zwangerschapsafbrekingen is de afgelopen jaren vrij fors gedaald. In vergelijking met vijf jaar eerder waren het er in 2017 tien procent minder, van 18.968 naar 17.108. Vooral bij jonge vrouwen ligt het aantal abortussen gevoelig lager. In 2012 lieten nog 2.302 meisjes in de leeftijdscategorie van 15 tot 19 jaar een abortus uitvoeren, in 2017 waren dat er 1.544. Volgens de Evaluatiecommissie is dat vooral te danken aan anticonceptie, die betaalbaarder en toegankelijker is geworden.

Op langere termijn is de daling wel beduidend minder spectaculair. In 2006 waren er bijvoorbeeld 17.480 geregistreerde zwangerschapsafbrekingen, een kleine 380 meer dan in 2017.

Het aantal zwangerschapsafbrekingen was in 2017 het grootst in Brussel: het hoofdstedelijk gewest is goed voor ruim een vijfde van het totale aantal abortussen. Antwerpen volgt met iets meer dan 16 procent. Het gaat voornamelijk om vrouwen met de Belgische nationaliteit, maar er waren in 2017 ook een honderdtal vrouwen uit het buitenland die een zwangerschapsafbreking in ons land liet uitvoeren. Ruim drie kwart daarvan kwam uit een ander Europees land, 10 procent uit Afrika, ruim 6 procent uit Azië en 5 procent uit Amerika.

Omgekeerd gingen 472 Belgische vrouwen in 2017 naar Nederland voor een zwangerschapsafbreking. In 2016 waren dat er 527.

De betrokken vrouwen kozen voornamelijk voor een zwangerschapsafbreking omdat ze op dat moment geen kinderwens hadden. Dat was zo in bijna een derde van de gevallen. Bijna 14 procent vond dat het gezin voltooid was, 9 procent voelde zich nog te jong voor een kind, 6 procent studeerde nog en nog eens bijna 6 procent koos voor een abortus om financiële redenen.

In bijna de helft van de gevallen gebruikte de vrouw in kwestie geen anticonceptie en was dat de oorzaak van de ongewenste zwangerschap. Abortussen worden trouwens hoofdzakelijk uitgevoerd in gespecialiseerde centra. Amper 16 procent kiest voor een ziekenhuis.

In de Kamercommissie Justitie is eind vorig jaar nog een versoepeling van de abortuswet gestemd op voorstel van de paars-groene partijen aangevuld met PVDA en DéFI. Dat voorstel haalt abortus uit de strafwet, verlegt de periode waarbinnen een zwangerschapsafbreking mogelijk is van 12 naar 18 weken en perkt de reflectietijd van 6 dagen in tot 48 uur. De Raad van State buigt zich nog over die versoepeling. Dat advies wordt midden februari verwacht.

In de Kamer ligt een wetsvoorstel van de paarsgroene partijen, aangevuld met PVDA en DéFI op tafel voor een versoepeling van de abortuswet. Dat voorstel haalt abortus uit de strafwet, verlengt de periode waarbinnen een zwangerschapsafbreking mogelijk is van 12 naar 18 weken en perkt de reflectietijd van 6 dagen in tot 48 uur. De Raad van State buigt zich nog over die versoepeling. Dat advies zou dinsdag op tafel liggen in de commissie Justitie, waar het verslag van de Evaluatiecommissie wordt besproken.

Politieke reacties

Voor Katja Gabriëls (Open VLD) toont het rapport dat vrouwen bewust omgaan met abortus. Ze vindt het rapport nuttig om het debat te objectiveren. 'We dienden dit voorstel niet in om meer abortussen te hebben. Er gaan al 500 vrouwen per jaar naar Nederland. Wij willen er voor zorgen dat ze in hun eigen omgeving kunnen worden geholpen', stelde ze vrijdag in De Ochtend op Radio 1.

Eenzelfde geluid klinkt bij Sofie Merckx (PVDA). 'Bijna 500 vrouwen per jaar reizen naar Nederland om een abortus te ondergaan. We moeten de wet wijzigen om die vrouwen hier te kunnen verzorgen. Het gaat om de volksgezondheid', luidt het. 'De abortuscentra doen voortreffelijk werk. 99 procent van de vrouwen heeft geen complicaties bij een zwangerschapsonderbreking. Over het algemeen daalt het aantal abortussen onder jongeren in België. We zijn klaar om deze extra uitdaging aan te gaan'.

In het kamp van de tegenstanders zit Valerie Van Peel (N-VA) op de tegenovergestelde golflengte. Als het aantal abortussen daalt omdat bepaalde maatregelen werken, is het vreemd te concluderen dat de wettelijke periode moet uitbreiden, vindt ze. 'Laat ons kijken wie die vrouwen zijn en wat hun redenen zijn', aldus Van Peel, die herhaalt dat een zwangerschapsafbreking na 18 weken een veel ingrijpendere ingreep is dan op 12 weken.

Dat blijkt uit cijfers van de Evaluatiecommissie Zwangerschapsafbreking, die Belga kon inkijken. Vooral bij jonge vrouwen - in de categorieën van 15 tot 24 jaar - waren er minder zwangerschapsonderbrekingen.De Evaluatiecommissie Zwangerschapsonderbreking kon de afgelopen jaren geen cijfers publiceren. De raadgevende commissie, die in 1990 in het leven werd geroepen, vond niet genoeg kandidaten om alle mandaten in te vullen, en kon bijgevolg geen verslagen afleveren. Sinds eind 2018 zijn de mandaten weer ingevuld. De Commissie deed het nodige inhaalwerk en heeft de cijfers van 2014 tot 2017 nu klaar. Belga kon de verslagen inkijken. Het aantal zwangerschapsafbrekingen is de afgelopen jaren vrij fors gedaald. In vergelijking met vijf jaar eerder waren het er in 2017 tien procent minder, van 18.968 naar 17.108. Vooral bij jonge vrouwen ligt het aantal abortussen gevoelig lager. In 2012 lieten nog 2.302 meisjes in de leeftijdscategorie van 15 tot 19 jaar een abortus uitvoeren, in 2017 waren dat er 1.544. Volgens de Evaluatiecommissie is dat vooral te danken aan anticonceptie, die betaalbaarder en toegankelijker is geworden. Op langere termijn is de daling wel beduidend minder spectaculair. In 2006 waren er bijvoorbeeld 17.480 geregistreerde zwangerschapsafbrekingen, een kleine 380 meer dan in 2017. Het aantal zwangerschapsafbrekingen was in 2017 het grootst in Brussel: het hoofdstedelijk gewest is goed voor ruim een vijfde van het totale aantal abortussen. Antwerpen volgt met iets meer dan 16 procent. Het gaat voornamelijk om vrouwen met de Belgische nationaliteit, maar er waren in 2017 ook een honderdtal vrouwen uit het buitenland die een zwangerschapsafbreking in ons land liet uitvoeren. Ruim drie kwart daarvan kwam uit een ander Europees land, 10 procent uit Afrika, ruim 6 procent uit Azië en 5 procent uit Amerika. Omgekeerd gingen 472 Belgische vrouwen in 2017 naar Nederland voor een zwangerschapsafbreking. In 2016 waren dat er 527. De betrokken vrouwen kozen voornamelijk voor een zwangerschapsafbreking omdat ze op dat moment geen kinderwens hadden. Dat was zo in bijna een derde van de gevallen. Bijna 14 procent vond dat het gezin voltooid was, 9 procent voelde zich nog te jong voor een kind, 6 procent studeerde nog en nog eens bijna 6 procent koos voor een abortus om financiële redenen. In bijna de helft van de gevallen gebruikte de vrouw in kwestie geen anticonceptie en was dat de oorzaak van de ongewenste zwangerschap. Abortussen worden trouwens hoofdzakelijk uitgevoerd in gespecialiseerde centra. Amper 16 procent kiest voor een ziekenhuis. In de Kamercommissie Justitie is eind vorig jaar nog een versoepeling van de abortuswet gestemd op voorstel van de paars-groene partijen aangevuld met PVDA en DéFI. Dat voorstel haalt abortus uit de strafwet, verlegt de periode waarbinnen een zwangerschapsafbreking mogelijk is van 12 naar 18 weken en perkt de reflectietijd van 6 dagen in tot 48 uur. De Raad van State buigt zich nog over die versoepeling. Dat advies wordt midden februari verwacht. In de Kamer ligt een wetsvoorstel van de paarsgroene partijen, aangevuld met PVDA en DéFI op tafel voor een versoepeling van de abortuswet. Dat voorstel haalt abortus uit de strafwet, verlengt de periode waarbinnen een zwangerschapsafbreking mogelijk is van 12 naar 18 weken en perkt de reflectietijd van 6 dagen in tot 48 uur. De Raad van State buigt zich nog over die versoepeling. Dat advies zou dinsdag op tafel liggen in de commissie Justitie, waar het verslag van de Evaluatiecommissie wordt besproken. Voor Katja Gabriëls (Open VLD) toont het rapport dat vrouwen bewust omgaan met abortus. Ze vindt het rapport nuttig om het debat te objectiveren. 'We dienden dit voorstel niet in om meer abortussen te hebben. Er gaan al 500 vrouwen per jaar naar Nederland. Wij willen er voor zorgen dat ze in hun eigen omgeving kunnen worden geholpen', stelde ze vrijdag in De Ochtend op Radio 1. Eenzelfde geluid klinkt bij Sofie Merckx (PVDA). 'Bijna 500 vrouwen per jaar reizen naar Nederland om een abortus te ondergaan. We moeten de wet wijzigen om die vrouwen hier te kunnen verzorgen. Het gaat om de volksgezondheid', luidt het. 'De abortuscentra doen voortreffelijk werk. 99 procent van de vrouwen heeft geen complicaties bij een zwangerschapsonderbreking. Over het algemeen daalt het aantal abortussen onder jongeren in België. We zijn klaar om deze extra uitdaging aan te gaan'. In het kamp van de tegenstanders zit Valerie Van Peel (N-VA) op de tegenovergestelde golflengte. Als het aantal abortussen daalt omdat bepaalde maatregelen werken, is het vreemd te concluderen dat de wettelijke periode moet uitbreiden, vindt ze. 'Laat ons kijken wie die vrouwen zijn en wat hun redenen zijn', aldus Van Peel, die herhaalt dat een zwangerschapsafbreking na 18 weken een veel ingrijpendere ingreep is dan op 12 weken.