'Elke dag rijden of fietsen we over en onder bruggen die onveilig zijn', zegt Björn Rzoska, fractieleider van Groen in het Vlaams Parlement. 'Liefst een op de vier Vlaamse bruggen is in slechte staat. Dat gaat van roestvorming en scheuren tot verzakkingen en afbrokkelend beton.' De voorbije maanden vroeg hij bij de Vlaamse administratie cijfers op en doorploegde hij de gedetailleerde inspectieverslagen van het Agentschap Wegen en Verkeer van de afgelopen zeven jaar. Wat blijkt? 44 bruggen zijn heel ernstig beschadigd en 600 andere vertonen belangrijke gebreken. 'Als je sommige inspectieverslagen leest, slaat de schrik je om het hart', zegt Rzoska. 'Vooral omdat de noodzakelijke herstellingen vaak niet gebeuren. Of toch niet op korte termijn. Wat voor zin heeft het om inspectieverslagen te laten maken als er vervolgens niets mee wordt gedaan?'
...

'Elke dag rijden of fietsen we over en onder bruggen die onveilig zijn', zegt Björn Rzoska, fractieleider van Groen in het Vlaams Parlement. 'Liefst een op de vier Vlaamse bruggen is in slechte staat. Dat gaat van roestvorming en scheuren tot verzakkingen en afbrokkelend beton.' De voorbije maanden vroeg hij bij de Vlaamse administratie cijfers op en doorploegde hij de gedetailleerde inspectieverslagen van het Agentschap Wegen en Verkeer van de afgelopen zeven jaar. Wat blijkt? 44 bruggen zijn heel ernstig beschadigd en 600 andere vertonen belangrijke gebreken. 'Als je sommige inspectieverslagen leest, slaat de schrik je om het hart', zegt Rzoska. 'Vooral omdat de noodzakelijke herstellingen vaak niet gebeuren. Of toch niet op korte termijn. Wat voor zin heeft het om inspectieverslagen te laten maken als er vervolgens niets mee wordt gedaan?' Doordat de problemen niet structureel worden aangepakt, groeit de lijst met bruggen die dringend aan herstelling toe zijn en wordt de schade steeds erger. In 2017 waren er in Vlaanderen nog 28 bruggen die dringend moesten worden hersteld en nu zijn dat er dus al 44. Opvallend is dat de problemen niet overal even groot zijn. Liefst 36 procent van de probleembruggen ligt in Oost-Vlaanderen, met als bekendste voorbeeld het brokkelviaduct van Gentbrugge, en 25 procent in West-Vlaanderen. Begin maart vroeg Björn Rzoska Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters (Open VLD) daar in een parlementaire vraag uitleg over. In haar antwoord verwees ze onder meer naar het feit dat het patrimonium niet in elke provincie even oud is. 'Een aantal kunstwerken (ambtelijke term voor bruggen en viaducten, nvdr.) is ook in dezelfde periode gebouwd, in een aantal gevallen door dezelfde aannemer, met dezelfde soms foutieve conceptkeuzes en gebrekkige kwalitatieve uitvoering', aldus minister Peeters. 'Daarnaast worden onderhoudswerkzaamheden opgeschoven of uitgesteld wegens de impact die ze zouden hebben op de verkeershinder voor sommige wegvakken of regio's.' Probleembruggen blijven volgens haar ook vaak op de lijst staan, omdat de vervanging deel uitmaakt van een groter project dat pas over een paar jaar op de planning staat. Het gevolg is wel dat sommige bruggen steeds verder aftakelen waardoor ze op den duur een ernstig veiligheidsrisico vormen. 'Neem het viaduct boven de A12 in Wilrijk. In de inspectieverslagen staat dat je daar beter niet onder parkeert, terwijl het er nog altijd vol auto's staat', zegt Rzoska. 'Tijdens een van de inspecties bleek dat het verkeersbord aan het viaduct allesbehalve stabiel was. De inspecteur heeft dat dan maar eigenhandig met een touw aan de reling vastgesjord. Maar één windstoot kan volstaan om het op de rijweg te laten belanden.' Een deel van de probleembruggen is veertig tot zestig jaar oud en werd dus ontworpen en gebouwd toen er nog veel minder verkeer over de Vlaamse wegen reed. Om de stromen auto's en zware vrachtwagens te kunnen dragen, moeten ze onder handen worden genomen. 'Maar in veel gevallen gebeurt dat niet', weet Rzoska. 'Wel wordt zo'n brug dan vaak voor alle autoverkeer afgesloten en mogen alleen voetgangers en fietsers er nog over.' Opvallend is dat op de lijst ook een paar bruggen staan die helemaal nog niet zo oud zijn, zoals de Kleine Boudewijnbrug in Brugge. Die ophaalbrug voor voetgangers en fietsers is pas in 2006 gebouwd, maar volgens het inspectieverslag van vorig jaar zijn er nu al grote herstellingen nodig. De voorbije jaren werd nochtans keer op keer beterschap beloofd. De Vlaamse regering maakte verschillende keren middelen vrij om krakkemikkige bruggen aan te pakken, maar vaak werden die uiteindelijk naar een volgend jaar doorgeschoven om het budget te doen kloppen. Vorig jaar nog kondigde toenmalig minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts (N-VA) aan dat hij 55 miljoen euro zou uittrekken voor het onderhoud en de herstelling van bruggen. 'Hoeveel van die budgetten daadwerkelijk is gebruikt, is moeilijk te achterhalen', zegt Rzoska. 'In elk geval niet genoeg, want er komen steeds meer brokkelbruggen bij.' Toch ziet het er niet naar uit dat er de komende jaren meer zal worden geïn- vesteerd. Integendeel, Weyts' opvolgster Lydia Peeters heeft jaarlijks 13,4 miljoen euro veil om de bruggen en tunnels van het Agentschap Wegen en Verkeer te onderhouden en nog eens 4,35 miljoen voor de bruggen over water. Daarnaast zouden er ook structurele investeringen worden gedaan. 'Maar in totaal is er dus nog geen 20 miljoen euro voorhanden voor het onderhoud van 2800 bruggen', zegt Rzoska. 'Op die manier gaan we achteruit in plaats van vooruit. Laten we hopen dat we door de coronacrisis en de hoge kosten die daarmee gepaard gaan niet nóg meer achterop raken, want dat zou funest zijn.' Daarom pleit Rzoska voor een plan van aanpak dat, naar Nederlands model, over verschillende regeerperiodes heen loopt. 'Nu werken we in Vlaanderen met een investeringsprogramma van drie jaar', klinkt het. 'Iemand moet de moed hebben om een tienjarenplan op te stellen en daar ook de nodige middelen aan te verbinden. Natuurlijk zal dat veel geld kosten, maar onze veiligheid hangt ervan af. Het alternatief is dat we wachten tot er iets heel ergs gebeurt - het heeft al een paar keer weinig gescheeld. Dan zal iedereen moord en brand schreeuwen en zal het probleem niet snel genoeg kunnen worden opgelost. Terwijl we nu al perfect weten hoe we dat kunnen voorkomen.'