Uit de cijfers blijkt dat in 2018 7,3 procent van de 18- tot 24-jarigen in Vlaanderen geen diploma secundair onderwijs heeft en ook geen opleiding meer volgt. Dat cijfer schommelt al jaren rond de 7 procent, maar over een periode van 20 jaar is er wel sprake van een halvering. Opvallend is dat het aandeel vroegtijdige schoolverlaters in 2018 bij mannen (9,5 procent) bijna dubbel zo hoog ligt als bij vrouwen (5,1 procent). Bij mannen is er trouwens opnieuw sprake van een lichte stijging sinds 2016. Het aandeel vroegtijdige schoolverlaters ligt in Vlaanderen ook lager dan in de andere gewesten. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest gaat het om 10,7 procent, in Wallonië om 9,9 procent. Vlaanderen doet het met 7,3 procent ook beter dan het EU-gemiddelde van 10,6 procent. Verder blijkt nog uit de cijfers dat bijna 1 op de 10 Vlamingen (8,7 procent) tussen 25 en 64 jaar in de vier weken voorafgaand aan de bevraging een opleiding volgde, in of buiten het reguliere onderwijs. Hooggeschoolden nemen opvallend vaker deel aan opleidingen dan laaggeschoolden, 13,8 procent versus 2,8 procent. Ook naar socio-economische positie zijn er verschillen. Werklozen (15,3 procent) nemen het vaakst deel aan een opleiding, meer dan werkenden (8,9 procent) en niet-actieven (6,9 procent). Terwijl Vlaanderen beter scoort dan het EU-gemiddelde op het vlak van schooluitval, scoort Vlaanderen minder goed dan het EU-gemiddelde wat opleidingen betreft. Met 8,7 procent opleidingsdeelname doet Vlaanderen het minder dan het EU-gemiddelde van 11,1 procent. (Belga)

Uit de cijfers blijkt dat in 2018 7,3 procent van de 18- tot 24-jarigen in Vlaanderen geen diploma secundair onderwijs heeft en ook geen opleiding meer volgt. Dat cijfer schommelt al jaren rond de 7 procent, maar over een periode van 20 jaar is er wel sprake van een halvering. Opvallend is dat het aandeel vroegtijdige schoolverlaters in 2018 bij mannen (9,5 procent) bijna dubbel zo hoog ligt als bij vrouwen (5,1 procent). Bij mannen is er trouwens opnieuw sprake van een lichte stijging sinds 2016. Het aandeel vroegtijdige schoolverlaters ligt in Vlaanderen ook lager dan in de andere gewesten. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest gaat het om 10,7 procent, in Wallonië om 9,9 procent. Vlaanderen doet het met 7,3 procent ook beter dan het EU-gemiddelde van 10,6 procent. Verder blijkt nog uit de cijfers dat bijna 1 op de 10 Vlamingen (8,7 procent) tussen 25 en 64 jaar in de vier weken voorafgaand aan de bevraging een opleiding volgde, in of buiten het reguliere onderwijs. Hooggeschoolden nemen opvallend vaker deel aan opleidingen dan laaggeschoolden, 13,8 procent versus 2,8 procent. Ook naar socio-economische positie zijn er verschillen. Werklozen (15,3 procent) nemen het vaakst deel aan een opleiding, meer dan werkenden (8,9 procent) en niet-actieven (6,9 procent). Terwijl Vlaanderen beter scoort dan het EU-gemiddelde op het vlak van schooluitval, scoort Vlaanderen minder goed dan het EU-gemiddelde wat opleidingen betreft. Met 8,7 procent opleidingsdeelname doet Vlaanderen het minder dan het EU-gemiddelde van 11,1 procent. (Belga)