Negen procent van de kiezers van de N-VA én het Vlaams Belang noemt zichzelf links. Dat verrassende cijfer blijkt uit een onderzoek naar de verkiezingen van 14 oktober 2018, dat werd gecoördineerd door de Universiteit Gent. In 45 gemeenten werd elke vijfde kiezer die het stembureau verliet gevraagd om een mockballot in te vullen en een vragenlijst te beantwoorden. Zo kwam men aan een nationaal representatieve steekproef van 4087 kiezers.

De N-VA-kiezer die om sociaaleconomische redenen voor die partij stemt, haakt misschien af door wat we dan maar de stroming-Francken zullen noemen.

Hen werd onder meer gevraagd zichzelf te positioneren op de links-rechtsas, waarbij 0 voor links staat en 10 voor rechts (zie grafiek lager). Op het eerste gezicht lijken de kiezers van de N-VA en het Vlaams Belang erg op elkaar, maar toch zijn er belangrijke verschillen, zegt professor Kristof Steyvers van de UGent. 'De kiezers van de N-VA zijn bijvoorbeeld consequenter rechts. En Vlaams Belangkiezers vinden zichzelf vaker (30 procent) tot het centrum behoren dan N-VA-kiezers (24 procent).'

Wie daaruit afleidt dat de N-VA-kiezer radicaler is, vergist zich evenwel. 'Het Vlaams Belang toont meer uitschieters: 23 procent geeft zichzelf een 9 of 10 op 10 voor 'rechts-zijn'. Bij de N-VA is dat slechts 10 procent.' Steyvers wijst erop dat de links-rechtsverdeling het voordeel heeft van de duidelijkheid, maar dat je een beter inzicht krijgt als je economische en culturele parameters toevoegt.

Kristof steyvers: 'Bekijk je de economische programma's van beide partijen, dan begrijp je meteen waarom de kiezers van de N-VA consequenter rechts zijn. Want net als de PVV van Geert Wilders in Nederland of het Rassemblement National van Marine Le Pen in Frankrijk heeft het Vlaams Belang ook flink wat linkse economische standpunten. Neem je anderzijds de culturele dimensie, dan zie je dat het Vlaams Belang rechtser is dan de N-VA. Al zijn de Vlaams-nationalisten de laatste tijd ook fors opgeschoven op die as. Toen Bart De Wever in 2014 de sociaaleconomische herstelregering-Michel I mee op de been bracht, kon niemand vermoeden dat hij die uiteindelijk zou laten vallen over een issue als het migratiepact.'

Hoezeer verschillen de kiezers van de PVDA, de SP.A en Groen onderling?

Kristof Steyvers: Bij de PVDA zie je de grootste spreiding. Twintig procent van de PVDA-kiezers noemt zichzelf rechts. De PVDA verloor bij deze stembusgang meer stemmen aan het Vlaams Belang dan aan de SP.A of Groen. Ook in Duitsland zie je dat Die Linke stemmen verliest aan het radicaalrechtse AfD. Dat is minder vreemd dan het lijkt, want radicaallinkse kiezers positioneren zich op de culturele as eerder rechts. Dat verklaart waarom zulke partijen vooral over sociaaleconomische thema's communiceren. Ze weten dat ze kwetsbaar zijn op de culturele flank.

Anderzijds haalt de PVDA ook vooral bij SP.A en Groen stemmen weg. Klopt het dan dat die partij de linkerzijde verzwakt?

Steyvers: Tot op zekere hoogte. Dat geldt vooral voor de SP.A. Die partij heeft een veel minder trouw electoraat dan de PVDA en Groen. Wanneer was de SP.A het succesvolst? Toen ze onder Steve Stevaert veel potentiële progressieve kiezers naar zich toe kon trekken. Als dat niet lukt, valt ze terug op haar kernelectoraat en dat is mede door de concurrentie van radicaallinks en de ecologisten dus niet zo heel groot meer. Daarom ook pleitte de socialistische vakbond ervoor om de krachten te bundelen in een nieuwe, alternatieve partij.

Opmerkelijk: Groen slaagt erin om van elke partij stemmen af te snoepen, maar het verliest zelf stemmen aan een centrumpartij als de CD&V.

Steyvers: Inderdaad, het verliest meer stemmen aan de CD&V dan aan de SP.A en de PVDA samen. Dat zijn, kort door de bocht gezegd, de Beweging.net-kiezers die terugkeren naar de stal. Maar wat zulke bewegingen echt zeggen, daar kun je moeilijk de vinger op leggen. We weten dat een kiezer die één keer volatiel is, dat meestal zal blijven. De vlottende kiezer die je in deze verkiezing wint, ben je de volgende keer dus hoogstwaarschijnlijk weer kwijt. Wie de vlottende kiezer aantrekt, moet voortdurend alle kanten opkijken om te zien of én de oude én de nieuwe kiezers mee zijn.

Dat geldt ook voor de N-VA?

Steyvers: Zeker. Als je de federale verkiezingen van 2014 vergelijkt met de uitslag voor de provincies in 2018, dan heeft de partij zo'n dertig procent van haar kiezers verloren. In die verkiezing had de N-VA het minst trouwe electoraat van alle partijen. Toch is dat verlies niet zo raar, want de N-VA-kiezer die om sociaaleconomische redenen voor die partij stemt, haakt misschien af door wat we dan maar de stroming-Francken zullen noemen. Die kiezers keren dan terug naar de Open VLD en de CD&V. Wat ik níét had verwacht, is hoeveel 'lekken' er zouden zijn: de N-VA verliest aan het Vlaams Belang, de Open VLD, de CD&V en zelfs aan Groen.

Hoe komt het dan dat N-VA vrij stabiel blijft scoren?

Steyvers: Omdat ze erin slaagt ongeveer evenveel kiezers terug te winnen. In de lokale verkiezingen kon ze onder meer liberale kiezers en blancostemmers overtuigen.

Twintig procent van de PVDA-kiezers noemt zichzelf rechts.

De N-VA wil focussen op migratie en identiteit als centrale verkiezingsthema's. Hebben de lokale verkiezingen niet net bewezen dat alleen het Vlaams Belang daar garen bij spint?

Steyvers: Deze verkiezingen hebben inderdaad bewezen dat de identitaire herpositionering riskanter is voor de N-VA dan 'de bocht van Bracke', waarmee ze de communautaire thema's losliet om voorrang te geven aan de sociaaleconomische problemen. De communautaire achterban is vooral van symbolisch waarde, de sociaaleconomische is electoraal veel belangrijker. In se blijft de N-VA met die identitaire koers natuurlijk nog steeds een nationalistische, of beter gezegd regionalistische partij. Alleen ziet ze die identiteit nu minder als een Vlaamse identiteit die binnen België onder druk staat. Nu komen de normen en waarden van de partij eerder onder druk door het kosmopolitisme en de globalisering. Zo positioneert de N-VA zich op de open-versus-geslotenas eerder aan de gesloten kant. Ze verwijt links te open te zijn en de andere centrumpartijen dat ze te laks zijn.

De verkiezingen hebben aangetoond dat het voor een rechtse partij in België niet zo makkelijk is om de zogenaamde Straussstrategie te volgen. De West-Duitse CSU-politicus Franz Josef Strauss vond indertijd dat er rechts van zijn partij geen relevante partij mocht bestaan. De N-VA heeft dat ook geprobeerd, door het Vlaams Belang op zijn eigen terrein uit te dagen. Maar België is Duitsland niet, hier is er veel meer politieke concurrentie. Zo'n spagaat betaal je hier meteen cash.

In Antwerpen moest Bart De Wever nu zelfs de hand reiken aan de SP.A om aan een stevige bestuursmeerderheid te raken.

Steyvers: Ik denk dat Bart De Wever zich zeer bewust is van het feit dat hij in Antwerpen als burgemeester niet mag struikelen over wat hij nationaal als N-VA-partijvoorzitter doet. Je zag dat ook al tijdens de regeringscrisis over het Marrakeshpact. Hij heeft de communicatie over het pact grotendeels overgelaten aan mensen als Francken, Jan Jambon en Peter De Roover. Ik zie dan ook nog steeds een groot verschil tussen de N-VA en de radicaalrechtse partijen. Bij de N-VA is de stijl scherper dan de ideologie. Daar worstelt ze mee. Dankzij die stijl capteert de partij - na het Vlaams Belang en Lijst Dedecker - de rechts-populistische tendens, maar dat botst met haar sociaaleconomische verhaal. En het is net dat verhaal dat haar in 2014 federaal aan de macht heeft gebracht.