Vandaag precies 75 jaar geleden capituleerde de Wehrmacht, het leger van het nationaalsocialistische Duitsland. Daarmee kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Tenminste, in het westen. In Azië woedde de oorlog tussen Japan en de Verenigde Staten van Amerika nog voort. Voor Herman Van Goethem, rector van de Universiteit Antwerpen, zou 8 mei best een officiële feestdag mogen zijn. Dat voorstel bracht hij eerder deze week naar voren op De Afspraak. 8 mei zou als vrije dag 'een ankerpunt' zijn, 'een baken waarbij zeer velen overal in het land invulling kunnen geven aan een feest van de Europese democratie', schreef de historicus Van Goethem vijf jaar geleden al in een opiniestuk voor De Morgen.

Zelfkritisch

Dat de juiste invulling van 8 mei gevoelig kan liggen, toont de discussie in de Bondsrepubliek Duitsland aan. Dat verwondert uiteraard niet. De oorlog was in 1939 vanuit Berlijn als centrum van de nationaalsocialistische expansiedrang uitgegaan en keerde er begin 1945 met volle vernietigingskracht terug naartoe. Sommige Duitsers vragen zich zelfkritisch af: Kon een land bevrijd worden waarvan de meeste inwoners het regime hadden ondersteund of het op zijn minst niet actief hadden tegengewerkt?

75 jaar Bevrijding: 8 mei laat de Duitsers niet los.

In de deelstaat Berlijn had de linksradicale 'Die Linke' er dit jaar bij haar coalitiepartners, de sociaaldemocraten en de groenen, op aangedrongen om van 8 mei de extra feestdag te maken die nog te 'vergeven' was. Het rood-rood-groene bestuur gaf de voorkeur aan 8 maart als de Internationale Vrouwendag, maar besloot bij wijze van compromis om 8 mei 2020 eenmalig als vrije dag te vieren onder de naam 'Tag der Befreiung vom Nationalsozialismus'. In de marxistisch-leninistische DDR was hij van 1950 tot 1967, en dan nog eenmaal in 1985, een wettelijke feestdag. In datzelfde jaar 1985, veertig jaar na de capitulatie van nazi-Duitsland, laaide in de Bondsrepubliek de discussie op of 8 mei de 'dag van de bevrijding' kon worden genoemd.

Dwingelandij

De discussie in Duitsland draaide toen - en nog altijd - rond de ambivalentie van het begrip bevrijding. Voor België, dat al vroeger bevrijd werd (maar nog lange tijd de terreur van de V-bommen moest ondergaan) en voor andere West-Europese landen is het duidelijk: 8 mei bezegelt de bevrijding van de nazidwingelandij. 8 mei is voor ons in West-Europa inderdaad de feestdag van de democratie en van de vrijheid. Maar hoe zat het voor de mensen in de door de Sovjets bezette zone van Duitsland, de latere DDR, om nog maar te zwijgen van de landen van Centraal-Europa waaruit het Rode Leger de Duitse troepen had verjaagd? Bevrijding van de bruine terreur ja, maar voor hen zou de vrijheid uitblijven tot 9 november 1989, de dag waarop de Muur viel.

Menselijk leed

Voor de mensen die de concentratie- en vernietigingskampen van de nazi's overleefd hadden, en voor de dwangarbeiders en de politieke gevangenen in het 'Groot-Duitse Rijk' is het ook duidelijk: 8 mei staat voor de overwinning op de mensenverachting van de nationaalsocialisten. Voor vele gewone Duitsers toen betekende 8 mei inderdaad het einde van het aanvankelijk toegejuichte en later meer en meer gevreesde regime, maar niet dat van het eigen leed: naar schatting tien miljoen van hen waren verdreven uit de Duitse provincies die uiteindelijk door Polen en de Sovjetunie zouden geannexeerd worden, nog eens drie miljoen uit Bohemen (in het huidige Tsjechië); miljoenen zaten op het puin van hun gebombardeerde woningen; minstens een miljoen vrouwen waren verkracht; honderdduizenden mensen waren vermist; nog eens zovele werden versleept naar Siberië.

Oorzaak en schuld

Voor de liberaal Theodor Heuss, de eerste president van de Bondsrepubliek, was 8 mei 'de meest tragische en kwestieuze paradoxie voor ieder van ons (...) omdat we verlost en vernietigd tegelijk zijn geweest.' Zijn toespeling op het tragische en dubbelzinnige maakte eigenlijk abstractie van de schuldvraag. Een van zijn opvolgers, Richard von Weizsäcker, hield op 8 mei 1985 een redevoering die tot op de dag van vandaag toonaangevend is. Hij begreep dat voor vele gewone Duitsers - vanuit hun eigen persoonlijke ervaring toen - 8 mei niet direct aanleiding gaf om te vieren, maar die dag was niet de oorzaak van hun (hierboven aangestipte) leed: 'We mogen de 8ste mei 1945 niet loskoppelen van de 30ste januari 1933.' De oorzaak, en dus de schuld, lag bij de man, die in 1933 tot rijkskanselier was aangesteld en daarna begonnen was met Duitsland onder zijn controle te brengen. Von Weizsäcker liet er geen twijfel over bestaan: '8 mei 1945 was de dag van de bevrijding'.

Hoge prijs

35 jaar na de rede van Richard von Weizsäcker heeft de bevrijdingsthese ingang gevonden in de Duitse samenleving. Extremisten van links en rechts proberen 8 mei voor hun eigen doeleinden te gebruiken, maar algemeen heersen ingetogenheid en respect voor de slachtoffers van oorlog, dictatuur en antisemitisme. De herinnering laat de Duitsers niet los. Er is het besef dat vele mensen, aan welke kant van de barrière ook, een hoge prijs betaald hebben voor de overwinning op de totalitaire heerschappij van de nationaalsocialisten. Dat besef zou voor de huidige generatie een aansporing moeten zijn om waakzaam in naam van de vrijheid, de rechtsstaat en de menselijke waardigheid te blijven strijden tegen elke vorm van totalitair denken.

Dirk Rochtus doceert Duitse geschiedenis aan de KU Leuven.

Vandaag precies 75 jaar geleden capituleerde de Wehrmacht, het leger van het nationaalsocialistische Duitsland. Daarmee kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Tenminste, in het westen. In Azië woedde de oorlog tussen Japan en de Verenigde Staten van Amerika nog voort. Voor Herman Van Goethem, rector van de Universiteit Antwerpen, zou 8 mei best een officiële feestdag mogen zijn. Dat voorstel bracht hij eerder deze week naar voren op De Afspraak. 8 mei zou als vrije dag 'een ankerpunt' zijn, 'een baken waarbij zeer velen overal in het land invulling kunnen geven aan een feest van de Europese democratie', schreef de historicus Van Goethem vijf jaar geleden al in een opiniestuk voor De Morgen. Dat de juiste invulling van 8 mei gevoelig kan liggen, toont de discussie in de Bondsrepubliek Duitsland aan. Dat verwondert uiteraard niet. De oorlog was in 1939 vanuit Berlijn als centrum van de nationaalsocialistische expansiedrang uitgegaan en keerde er begin 1945 met volle vernietigingskracht terug naartoe. Sommige Duitsers vragen zich zelfkritisch af: Kon een land bevrijd worden waarvan de meeste inwoners het regime hadden ondersteund of het op zijn minst niet actief hadden tegengewerkt? In de deelstaat Berlijn had de linksradicale 'Die Linke' er dit jaar bij haar coalitiepartners, de sociaaldemocraten en de groenen, op aangedrongen om van 8 mei de extra feestdag te maken die nog te 'vergeven' was. Het rood-rood-groene bestuur gaf de voorkeur aan 8 maart als de Internationale Vrouwendag, maar besloot bij wijze van compromis om 8 mei 2020 eenmalig als vrije dag te vieren onder de naam 'Tag der Befreiung vom Nationalsozialismus'. In de marxistisch-leninistische DDR was hij van 1950 tot 1967, en dan nog eenmaal in 1985, een wettelijke feestdag. In datzelfde jaar 1985, veertig jaar na de capitulatie van nazi-Duitsland, laaide in de Bondsrepubliek de discussie op of 8 mei de 'dag van de bevrijding' kon worden genoemd.De discussie in Duitsland draaide toen - en nog altijd - rond de ambivalentie van het begrip bevrijding. Voor België, dat al vroeger bevrijd werd (maar nog lange tijd de terreur van de V-bommen moest ondergaan) en voor andere West-Europese landen is het duidelijk: 8 mei bezegelt de bevrijding van de nazidwingelandij. 8 mei is voor ons in West-Europa inderdaad de feestdag van de democratie en van de vrijheid. Maar hoe zat het voor de mensen in de door de Sovjets bezette zone van Duitsland, de latere DDR, om nog maar te zwijgen van de landen van Centraal-Europa waaruit het Rode Leger de Duitse troepen had verjaagd? Bevrijding van de bruine terreur ja, maar voor hen zou de vrijheid uitblijven tot 9 november 1989, de dag waarop de Muur viel.Voor de mensen die de concentratie- en vernietigingskampen van de nazi's overleefd hadden, en voor de dwangarbeiders en de politieke gevangenen in het 'Groot-Duitse Rijk' is het ook duidelijk: 8 mei staat voor de overwinning op de mensenverachting van de nationaalsocialisten. Voor vele gewone Duitsers toen betekende 8 mei inderdaad het einde van het aanvankelijk toegejuichte en later meer en meer gevreesde regime, maar niet dat van het eigen leed: naar schatting tien miljoen van hen waren verdreven uit de Duitse provincies die uiteindelijk door Polen en de Sovjetunie zouden geannexeerd worden, nog eens drie miljoen uit Bohemen (in het huidige Tsjechië); miljoenen zaten op het puin van hun gebombardeerde woningen; minstens een miljoen vrouwen waren verkracht; honderdduizenden mensen waren vermist; nog eens zovele werden versleept naar Siberië. Voor de liberaal Theodor Heuss, de eerste president van de Bondsrepubliek, was 8 mei 'de meest tragische en kwestieuze paradoxie voor ieder van ons (...) omdat we verlost en vernietigd tegelijk zijn geweest.' Zijn toespeling op het tragische en dubbelzinnige maakte eigenlijk abstractie van de schuldvraag. Een van zijn opvolgers, Richard von Weizsäcker, hield op 8 mei 1985 een redevoering die tot op de dag van vandaag toonaangevend is. Hij begreep dat voor vele gewone Duitsers - vanuit hun eigen persoonlijke ervaring toen - 8 mei niet direct aanleiding gaf om te vieren, maar die dag was niet de oorzaak van hun (hierboven aangestipte) leed: 'We mogen de 8ste mei 1945 niet loskoppelen van de 30ste januari 1933.' De oorzaak, en dus de schuld, lag bij de man, die in 1933 tot rijkskanselier was aangesteld en daarna begonnen was met Duitsland onder zijn controle te brengen. Von Weizsäcker liet er geen twijfel over bestaan: '8 mei 1945 was de dag van de bevrijding'. 35 jaar na de rede van Richard von Weizsäcker heeft de bevrijdingsthese ingang gevonden in de Duitse samenleving. Extremisten van links en rechts proberen 8 mei voor hun eigen doeleinden te gebruiken, maar algemeen heersen ingetogenheid en respect voor de slachtoffers van oorlog, dictatuur en antisemitisme. De herinnering laat de Duitsers niet los. Er is het besef dat vele mensen, aan welke kant van de barrière ook, een hoge prijs betaald hebben voor de overwinning op de totalitaire heerschappij van de nationaalsocialisten. Dat besef zou voor de huidige generatie een aansporing moeten zijn om waakzaam in naam van de vrijheid, de rechtsstaat en de menselijke waardigheid te blijven strijden tegen elke vorm van totalitair denken. Dirk Rochtus doceert Duitse geschiedenis aan de KU Leuven.